Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 1VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2421 |
Opvragingen: | 2 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (43 stemmen)
Titels van Simone van der Vlugt
Blauw water (4) 2008 Bloedgeld (30) 1996 De amulet (36) 1995 De bastaard van Brussel (9) 2005 De guillotine (38) 1999 De reunie (25) 2004 De slavenring (17) 2003 Het bosgraf (2) 2006 Het Hercynische woud (7) 2005 Het laatste offer (4) 2007 Jehanne (17) 2001 Schaduwzuster (12) 2005 Schijndood (23) 2002 Schuld (2) 2007 Zwarte sneeuw (32) 2000
Laatst gewijzigd op 26 maart 2006
Simone van der Vlugt begon heel jong met schrijven. Toen ze 13 jaar was bezocht ze al een uitgever met een manuscript. Deze adviseerde haar en stimuleerde haar om door te gaan. Na de havo ging ze Nederlands en Frans studeren aan de lerarenopleiding in Amsterdam. De lessen creatief schrijven vond ze het leukst. Na haar opleiding werkte ze enige tijd als secretaresse bij een bank in Amsterdam. Toen haar eerste boek gepubliceerd werd, stopte ze met werken om alleen nog maar te schrijven. Simone van der Vlugt is getrouwd, heeft twee kinderen en woont in Alkmaar.
De boeken die van der Vlugt schrijft zijn meestal voor kinderen vanaf 12 jaar, dat zijn vooral historische romans. Het zijn verhalen waar veel in gebeurt, daardoor wordt er een goed beeld gemaakt van de tijd waarin het boek zich afspeelt. Je ziet ook goed in ‘De bastaard van Brussel’ dat je zo zou worden afgemaakt als je niet katholiek was. Het zijn nooit de hele rijke mensen die als hoofdpersonen worden gekozen. Simone wil laten zien hoe de arme mensen in die tijd moesten overleven. Er is ook veel aandacht voor de gevoelens van de hoofdpersonen. Dit zijn de boeken die Simone voor kinderen heeft geschreven met daarna de bekroningen:
1995 De amulet 2001 Jehanne
1996 Bloedgeld 2001 Bastiaan komt eraan
1999 De guillotine 2001 Hester de witte heks
1999 Noodlanding in het oerwoud 2002 Schijndood
1999 Mijn zusje wordt vermist 2003 De slavenring
1999 Potverdrie, Sophie! 2004 Victorie!
2000 Verdwaald onder de grond 2005 De bastaard van Brussel
2000 Zwarte sneeuw 2005 Het Hercynische woud
1996 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 t/m 16 jaar voor De amulet
1998 Tip van de Jonge Jury voor De amulet
1999 Tip van de Jonge Jury voor Bloedgeld
2000 Eervolle Vermelding voor De guillotine
2001 Tip van de Jonge Jury voor De guillotine
2003 Tip van de Jonge Jury voor Jehanne
2004 Tip van de Jonge Jury voor Schijndood
2005 Tip van de Jonge Jury voor De slavenring
Crispijn Matsijs: Een jongen van rond de 20 en hij heeft een eigen brouwerij. Samen met Hans, Stina en Eva, de dochter van Stina, runt hij de brouwerij. Hij is katholiek. Hij is de zoon van graaf Lamoraal van Egmond van Brussel, maar hij is een bastaard (een zoon van een niet getrouwd stel). Vandaar de titel.
Stina Huydecoper: Een beetje een mollige vrouw met rood haar. Zij heeft een dochter Eva. De man van Stina is als één van de eersten op de brandstapel gezet. Zij wordt in het verhaal opgepakt en vlucht daarna Brussel uit. Zij is Luthers.
Eva Huydecoper: Klein meisje dat in het verhaal van 10 jaar naar 14 jaar groeit. Eva heeft eerst haar vader verloren en nu ziet ze haar moeder ook al niet meer.
Pieter Titelmans: een inquisiteur. Hij zorgt ervoor dat iedere ketter van Brussel op de brandstapel komt.
Peer en Jannekin: Hebben ook een brouwerij. Vrienden van Crispijn. Als Crispijn weg is en Stina ook gaat Eva naar hen toe. Zij krijgen samen uiteindelijk zelf ook een kind.
Jan Camerlinck: Leider van de bosgeuzen waar Crispijn zich gaande het verhaal bij aansluit. Hij en de andere bosgeuzen bevrijden gevangenen uit gevangenissen en vermoorden hoge mannen van adel die ketters hebben vermoord.
Crispijn Matsijs is een doodgewone jongenman. Hij heeft een eigen brouwerij, van zijn stiefvader geërfd, samen met Stina en Hans. Hij verkoopt een van de beste bieren en is daardoor best bekend in Brussel. Zijn moeder is overleden toen ze samen een hagenpreek bezochten. Dat is allemaal de Schuld van de heer Titelmans. De heer Titelmans, de inquisiteur waar iedereen voor vreest, probeert iedere ketter die hij vindt op de brandstapel te gooien. Hij is nu in Brussel bezig. Steeds meer mensen stappen over op de nieuwe leer. Maar om dat te voorkomen worden de ‘ketters’, zoals ze genoemd worden, meteen geëxecuteerd. Hans, Stina en Eva zijn samen naar een hagenpreek van het Lutherse geloof. Maar als ze ’s avonds nog steeds niet terug zijn maakt Crispijn zich heel ongerust. Dan vliegt ineens de deur open en komt Eva binnen stormen. Hijgend legt ze uit dat Stina is opgepakt. Eva was snel naar Hans geduwd omdat Stina folders bij zich had en Hans deed alsof hij haar broer was en dat ze naar familie waren geweest. Stina is naar het Broodhuis (een gevangenis) gebracht. Crispijn denkt dat Stina zich er wel weer uit zal praten maar als blijkt dat ze heeft toegegeven dat ze een aanhanger is van het luthers geloof geeft Crispijn het op. Als er de volgende dag op de grote markt brandstapels worden klaargezet voelt Crispijn zich heel naar. In de middag breekt de tijd aan. De veroordeelden worden uit het Broodhuis gehaald één voor één klaargemaakt voor executie. Stina wordt ook omgeroepen. Maar als het net gaat beginnen trekt iedereen een wapen en bevrijden zij de veroordeelden. Stina wordt naar de poort gebracht en is daarna spoorloos. Als Crispijn daarna weer aan het werk is ziet hij iemand met een zwarte kap naar binnen kijken. Snel gaat hij kijken, maar de zwarte gedaante rent weg. Crispijn zet de achtervolging in, maar als het te druk wordt en hij niks meer van hem of haar ziet gaat hij terug naar de brouwerij.
Op een dag wordt er een inval gedaan en ze worden allemaal gearresteerd. Alleen Eva kan ontkomen. Crispijn wordt meegenomen naar het Broodhuis. Daar wordt hij samen met iemand die hij niet kent in een cel gegooid. Na een paar dagen wordt Crispijn uit zijn cel gehaald. Hij wordt ondervraagd door Titelmans. Titelmans weet zeker dat Crispijn een ketter is, en hij zal net zolang doorgaan met martelen totdat Crispijn het toegeeft. Crispijn krijgt kaarsen onder zijn voet, zijn armen worden helemaal uit elkaar getrokken door een katrol en zijn nagels worden eruit getrokken. Na het martelen wordt hij teruggebracht naar zijn cel. Als hij daarna wakker wordt ligt hij in een heel mooi bed. Hij is in één van de huizen van zijn vader, de graaf van Brussel. Daar wordt hij behandeld aan zijn wonden en als hij weer helemaal genezen is krijgt hij ook nog eens een buidel met geld. Hij gaat weer naar Brussel. Onderweg komt hij de Bosgeuzen tegen. Daar blijkt Hans zich bij te hebben aangesloten. Hij gaat met hun mee naar Roste, waar Titelmans zijn huis heeft. Hij en de bosgeuzen breken de hele kerk en het huis van Titelmans af. Daarna gaat Crispijn weer op weg naar Brussel.
Eenmaal in Brussel bouwt Crispijn zijn brouwerij weer op. Eva wil per se gaan zoeken naar haar moeder. Ze hebben al een hele tijd niets meer van haar gehoord en ze krijgen steeds minder hoop. Maar er zijn zoveel plekken waar ze kan zijn en Crispijn vindt het te gevaarlijk voor Eva. Dus gaat Crispijn op zoek. Hij weet ongeveer wel waar hij moet zoeken, er zijn namelijk drie grote plaatsen waar de meeste vluchtelingen heen vluchten. Crispijn kijkt in elk dorp en gehucht waar hij langskomt. Hij vraagt aan elke herbergier of ze een Stina met rood haar kennen. Hij heeft na een paar dagen al heel veel Stina’s gezien maar geen één is de Stina die hij zoekt. Als hij in Hondschoote aankomt, komt hij in allemaal nauwe straatjes. Hij zoekt een herberg waar misschien iemand Stina kent. De herbergier kent wel een Stina. Tegenover de herberg zit het lolhuis (bordeel) waar, volgens de herbergier, een Stina met rood haar werkte. Als hij daar binnenkomt vraagt hij meteen waar Stina is. Ze is dood! Stina is gestorven aan de zwetende ziekte.
Hij gaat weer terug naar Brussel en Eva is er kapot van. Maar ze gaat toch samen met Crispijn weer werken in de brouwerij. Crispijn loopt op een dag langs de kerk als net de mis is afgelopen. Hij praat even met Leonora, de dochter van de graaf Egmond van Brussel en zijn halfzus, en die zegt dat hertog van Alva eraan komt en die is nog strenger dan Titelmans. Een beetje ongerust gaat Crispijn terug naar de brouwerij. Na een paar dagen blijkt de graaf van Brussel, zijn vader, opgepakt te zijn wegens aanhang van het lutherse geloof. Omdat Leonora het moeilijk heeft komt ze eventjes langs bij Crispijn. Ze praten een beetje en eten wat. Maar dan gebeurt het. Er wordt hard op de deur gebonkt! Crispijn en Leonora gaan via de achterdeur weg en Crispijn brengt haar thuis. Zelf vlucht hij de stad uit. Hij sluit zich aan bij de bosgeuzen. Daar blijft hij een hele tijd. De bosgeuzen bevrijden gevangenen en vermoorden inquisiteurs. Dan, in een diepe nacht, besluiten ze om heer Alva te proberen te vermoorden. Het hele plan was al uitgedacht. Iemand zal de deur op een kiertje doen en dan zouden zij naar binnen gaan en iedereen die ze zien vermoorden. Maar als blijkt dat de deur niet openstaat, ontstaat er paniek. Ze willen net allemaal wegrennen als alle luiken open gaan en er wordt geschoten op hun. Iedereen vlucht en Crispijn ook. Over een muurtje van het kerkhof en dan steeds verschuilen achter een graf. Maar als hij dan in een groot diep gat valt heeft hij een probleem. De Spanjaarden kwamen met een heel leger naar buiten en gingen achter de bosgeuzen aan. Crispijn zit nog steeds in het gat. Hij hoort soldaten boven hem praten. Hij maakt zich zo klein mogelijk. Ze zien hem niet! Als iedereen boven hem weg is klimt hij uit het gat en rent weg. Hij ziet een afgelegen boerderij en daar vindt hij Jan Camerlinck. Samen met hem gaat hij weer terug naar het kamp van de bosgeuzen. Daar vinden ze weer andere bosgeuzen.
Ze komen langs Brussel en Crispijn wil Eva weer zien dus stuurt hij een boodschapper Brussel in en laat haar naar hem toe komen. Net als Crispijn weggaat, hoort hij Eva achter hem en hij geeft haar een kettinkje. Samen met de geuzen komt hij in een dorp. Daar staat een hele stoet mensen. Er komen twee zwaarbewaakte koetsen langs. In de eerste zit zijn vader. Ze worden naar Brussel gebracht en daar geëxecuteerd. Crispijn is er helemaal van geschrokken. Hij zoekt Leonora op in een abdij. Zij geeft hem wat kleren van haar vader. Met die kleren loopt hij Brussel binnen en gaat naar zijn brouwerij. Maar die is helemaal leeggeroofd. Dan gaat hij naar Peer en Jannekin. Die hebben een kindje gekregen. Eva wil haar familie in Haarlem op gaan zoeken. Omdat Crispijn z’n brouwerij is leeggeroofd gaat hij met haar mee naar Nederland om daar een nieuwe brouwerij te beginnen.
Ik heb echt moeten kiezen qua fragment. Dit vind ik toch een heel akelig fragment omdat ik niet wist dat het er zo aan toe ging, het komt uit het confessieboek waar alles van verhoren in wordt opgeschreven:
Titelmans: Leid de verdachte voor.
Magistraat: Hoe is uw naam?
Verdachte: Crispijn Matsijs.
Magistraat: U wordt ervan verdacht ruimte te hebben geboden aan verboden lutherse bijeenkomsten.
Verdachte: Dat is niet waar. Ik heb een taveerne, dat is alles.
Magistraat: Daar zijn de meningen over verdeeld. Heer Titelmans meent voldoende redenen te hebben om u van ketterij te beschuldigen.
Verdachte: Hij heeft geen enkel bewijs.
Aanklager: Daarom bent u ook hier. Kleed u uit.
Griffier: De verdachte heeft zich uitgekleed.
Aanklager: Bind zijn polsen achter zijn rug.
Griffier: De verdachte is geboeid.
Aanklager: Hijs hem op aan de zoldering.
Griffier: De verdachte hangt aan de zoldering.
Verdachte: Ik heb niets misdaan, maak me los!
Titelmans: Kom, kom, Matsijs. Wij weten wel beter. Vertel ons nu maar eens hoe vaak die bijeenkomsten in je taveerne plaatsvonden.
Verdachte: Het waren geen bijeenkomsten, dat heb ik al zo vaak gezegd. Ik heb een taveerne! Mensen komen wat praten en drinken, dat is alles.
Titelmans: Waar praten ze zoal dan over?
Verdachte: Weet ik veel! Over van alles en nog wat. Waar je het altijd over hebt als je met elkaar een biertje drinkt.
Titelmans: Over geloofszaken?
Verdachte: Ik zou het niet weten.
Titelmans: Verzwaar zijn voeten met de loden bal.
Griffier: De loden bal is bevestigd aan de voeten van de verdachte. De verdachte kreunt.
Titelmans: Ik raad je aan om mee te werken, in het belang van je zielenheil, Matsijs.
Verdachte: Met mijn zielenheil is niets aan de hand.
Titelmans: Dat zal wel. Vertel eens wat meer over die ketter die je in dienst had.
Verdachte: Ik heb nooit ketters in dienst gehad.
Titelmans: In deze ruimte is gebleken dat Stina Huydecoper hagenpreken heeft bezocht en het lutherse geloof aanhing. Zij was bij jou in dienst. Waarom heb je haar niet aangegeven?
Verdachte: Ze was geen ketter, ik wist daar in ieder geval niets vanaf.
Titelmans: Natuurlijk wel. Al je werknemers zijn ketters: Gilles Leroy, Stina Huydecoper, Hans Emmels, en jijzelf. Hoe vaak heb jij een hagenpreek bezocht?
Verdachte: Ik heb nog nooit een hagenpreek bezocht.
Titelmans: Uit het strafboek blijk dat je in 1558 met Godelieve Matsijs de hagenpreek buiten de muren van Brussel hebt bijgewoond. De vrouw Godelieve Matsijs werd gedood bij de schermutselingen en haar lichaam werd gezuiverd door het vuur. Wegens je leeftijd werd je toen niet veroordeeld, maar het is duidelijk dat toen de basis is gelegd voor ketterse gedachten.
Verdachte: Ik ben een goed Katholiek.
Titelmans: Ontsteek een kaars
Griffier: De kaars is ontstoken.
Titelmans: Houd hem onder de voeten van de verdachte.
Griffier: De kaars brandt onder de voeten van de verdachte.
Verdachte: Nee, nee!
Titelmans: Beken dat je bent overgestapt op het lutherse geloof.
Griffier: De verdachte schreeuwt.
Titelmans: Haal de kaars weg.
Griffier: De kaars is weg. De verdachte huilt.
Verdachte: Ik ben een goed katholiek!
Titelmans: Houd de kaars onder zijn voeten. Iets langer dan daarnet.
Griffier: Er ontstaan blaren op de voeten. De verdachte verliest zijn bewustzijn.
Titelmans: Haal de kaars weg. Breng hem bij.
Griffier: De verdachte wordt met een emmer water bijgebracht.
Titelmans: Crispijn Matsijs, beken dat je bent overgestapt op het lutherse geloof en dat je ruimte hebt geboden aan verboden samenscholingen.
Griffier: De verdachte schudt zijn hoofd.
Titelmans: Bind zijn benen aan de katrol en rek hem uit.
Verdachte: Nee, stop!
Titelmans: Heb je ons iets te zeggen, Matsijs?
Verdachte: Ik heb echt niets gedaan! Ik ben niet overgestapt op het lutherse geloof, ik ben een goed katholiek! Geloof me toch!
Titelmans: Draai de katrol aan.
Griffier: De katrol draait. De verdachte schreeuwt.
Verdachte: Stop, stop! Ik ben geen lutheraan.
Titelmans: Draai door.
Griffier: De verdachte verliest opnieuw zij bewustzijn.
Titelmans: Maak hem los en leg hem op zijn knieën voor de kuip water. Duw zijn hoofd onder.
Griffier: De verdachte hoest en proest.
Titelmans: Zet hem in de stoel en laat hem het apparaat zien voor het uittrekken van nagels.
Griffier: De verdachte smeekt om losgemaakt te worden.
Titelmans: Trek zijn nagels uit.
Ik vind het een onwijs leuk boek! Wat ik zo goed eraan vind is dat je je zo goed kunt inleven in Crispijn, ook al weet je niet hoe hij er precies uitziet, en dat Simone van der Vlugt goed laat zien hoe je als arme burger in die tijd moest leven. In geschiedenislessen heb ik dit ook gehad maar nu zie je echt
hoe erg het toen was. Dat vind ik er geweldig aan. Ook kan het allemaal echt gebeurd zijn. Ze laat ook goed zien dat er ziektes waren. Ik vond het een geweldig boek. Ik ga nu ook nog veel meer van haar lezen!
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen