CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

1 juli 2006

Taal:

Woorden:

2.450

Bekeken:

1926 keer (4 deze maand)

Waardering:

4.8/5 (5 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 


Gebruikte editie

De eerste druk van deze novelle verscheen in 1992. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar bracht in juni 2006 de 8e druk van dit verhaal uit in een pocketeditie van 144 bladzijden. De pocket kost slechts € 5.00. Op de voorkant is in cartoonvorm de familie Holman uitgedost, waarin de dode vader in een lege pyjama wordt afgebeeld. De cartoon geeft de sfeer van de dagen rondom de dood van de vader aardig weer. Het is een soort familiereünie. De novelle werd eerder opgenomen in de uitgave “Het blijft toch familie” (uit: 2001)

Genre
“Familiefeest” is eerder uitgeven in de grotere uitgave “Het blijft toch familie”. Het verhaal is daarin een apart hoofdstuk. Je zou de losse uitgave derhalve een novelle kunnen noemen.

Flaptekst
Als Theo op een dag door de buurvrouw van zijn ouders wordt gebeld, is dat het begin van een aaneenschakeling van onverwachte ergernissen, pijnlijke confrontaties en hilarische droefenis. Moeder heeft zichzelf buitengesloten, broer heeft last van migraine, terwijl zus probeert zich normaal te gedragen. En hond Jasper moet ook nog worden uitgelaten.

“Familiefeest” toont ons de tragische momenten in het leven die nooit worden uitgesproken, over ouders met een Indisch kampverleden, ziekelijke grappen en een familieband die onontkoombaar is. Langzaam begrijpt Theo dat de oorlog thuis nog niet is afgelopen, en dat hij zelf ook nog een heftige strijd moet voeren.


Geschikt voor
Het verhaal is zo eenvoudig dat het in principe geschikt is voor alle niveau van het voortgezet onderwijs. Het is een kort verhaal, met een afgerond thema: de dood van je vader. Het kan daarom uitstekend gecombineerd worden op een literatuurlijst met Wolkers (“De Doodshoofdvlinder”) Maarten ’t Hart (“De aansprekers”) Boudewijn Büch (“De kleine blonde dood”) Jan Siebelink (“Knielen op een bed violen”) en Bert van Wennen (“Het echte leven is nu”) . Door de zwarte humor die de schrijver gebruikt, is het vermakelijke leeskost. Alleen vanwege de geringe lengte krijgt het verhaal op een havo/vwo-lijst een waardering van 1 punt.

Motto en opdracht
Er is geen motto en het boekje wordt ook aan niemand opgedragen.

Structuur en verhaalopbouw
De structuur van de novelle is erg eenvoudig. Er zijn 28 korte hoofdstukken die geen titel en of nummer hebben. Ze worden van elkaar onderscheiden door een typografisch sterretje. Ze zijn chronologisch gerangschikt. De novelle beschrijft de periode van de dood van de vader van de ikpersoon Theo tot aan de crematie.

Perspectief
De novelle wordt verteld door de 39-jarige verteller Theo, die verslag doet van de dagen na de dood van zijn vader tot aan de crematie. Hij vertelt in de o.v.t en doet dat inderdaad als een achterafverteller. De lezer leert zijn gedachten en gevoelens kennen.

Titelverklaring
“Familiefeest” is een bizarre titel voor een verhaal waarin de pater familias doodgaat. Maar omdat de broers en zus elkaar na drie jaar weer allemaal treffen, is er toch sprake van een familiebijeenkomst, waarin wordt gesproken ver de onderling relaties en het verleden van de ouders.
De dood verbroedert en verzustert” heet het op blz. 57.
Door de stijlfiguur van de zwarte humor te gebruiken, wordt er nogal eens gelachen en heeft het verhaal de stijl van een verslag van een reünie.


Tijd en decor
Het is een autobiografisch getint verhaal. Theo is in 1953 geboren, want in 1959 is hij zes jaar (blz. 114 ) En zijn broer is dan twaalf jaar. Die dus in 1947 geboren. Broer Jacob is 45 jaar als zijn vader sterft en dan moet Theo 39 jaar zijn. In dat geval sterft de vader in 1992.
Holman maakt dan wel een enkele rekenfouten. Want hij laat zijn vader herhaaldelijk doodgaan wanneer die 76 jaar is. (blz. 35, blz. 74 en 84) Maar op blz.24 zegt hij dat zijn vader 42 jaar ouder is dan hij. Hij beweert dan op dezelfde bladzijde 37 jaar te zijn, dan zou het jaartal van de dood van zijn vader dus in 1990 zijn. En op blz.101/102 wordt gesteld dat hun vader 34 jaar was, toen de oorlog was afgelopen (1945) dan is hij in 1992 geen 76 jaar maar 81 jaar. Dat zijn dus nog wel wat slordigheden met de tijd. Ik vind het vreemd dat deze gegevens in een achtste druk niet herzien zijn.

Het decor van het verhaal is Amsterdam van de jaren ’90, maar op de achtergrond speelt ook het Indische verleden van zijn ouders een belangrijke rol mee. Door hun kampervaringen hebben ze hun kinderen een andere opvoeding meegegeven.

Thematiek
Natuurlijk gaat het in deze novelle vooral om de dood van de vader van de ikpersoon. Toch maakt zijn onverwachte dood (een val van de wc) niet al te veel indruk. Het gaat in de familiebijeenkomst eigenlijk meer om de onderlinge relaties tussen de kinderen van de vader en de levenshouding van Theo ten opzichte van zijn liefdesleven. Het gaat in zijn liefdesleven niet zo geweldig: hij heeft een scheiding achter de rug en zijn relatie met zijn nieuwe verloofde gaat allesbehalve goed. Ook zijn Broer Jacob verwijt hem dat hij een aantal jaren niets van zich heeft laten horen. Ze praten eveneens over de betekenis van hun vader in hun leven: de opvoeding die ze hebben genoten en de manier waarop hun vader leefde na de val van Indië. ‘Familiefeest” is dus meer een verhaal over de vader-zoonrelatie en de relatie tussen de kinderen onderling.

Motieven zijn:
- het kampverleden in Nederlands-Indië
- de tweede generatie van de kinderen van ouders uit de Jappenkampen
- het liefdesleven van één der personages(scheiding, ruzie, vreemdgaan)
- de onderlinge relatie tussen kinderen uit één gezin

Samenvatting van de inhoud
De ik-verteller Theo wordt gewaarschuwd door zijn moeder dat zijn vader overleden is. Die wilde Theo’s dochtertje van drie op de wc zetten en was plotseling gevallen. Zijn moeder was naar de buren gelopen en had de deur achter zich dichtgetrokken. Theo moet nu komen met de sleutel. Ze gaan naar het ouderlijk huis en Theo draagt zijn vader naar de bank in de huiskamer: er loopt wat urine weg. Achtereenvolgens komen zijn Broer en Zus naar de ouderlijke woning. Die hebben de afgelopen jaren helemaal niets van hun broer gehoord en ze nemen hem dat eigenlijk wel een beetje kwalijk.

Hun vader wordt door een ambulance weggehaald, want er moet sectie worden verricht en het gezin gaat een wandelingetje maken met de hond Jasper. Onderweg maken de beide broers grappen met zwarte humor. Intussen is ook de ex-vrouw van Theo gekomen om het dochtertje op te halen. Deze Monica is inmiddels weer getrouwd, maar ze toont nogal wat compassie met Theo. Meer dan zijn nieuwe verloofde Esther bij wie hij net een week geleden weggelopen is na de zoveelste ruzie. Broer die een keurig bestaan leeft, schudt meewarig zijn hoofd, zeker als Theo onthult dat hij er ook nog een vriendinnetje op nahoudt.
Het bezoek van de begrafenisondernemer is weer zo’n moment waarop de stijlfiguur van de zwarte humor wordt gehanteerd, er wordt gesproken over de muziek tijdens de crematie, de tekst op de rouwkaart en de keuze van de kist. ’s Avonds zetten Broer en Theo het op een zuipen en praten ze over de invloed van hun vader op hun leven.

Intussen heeft Theo ook zijn verloofde Esther gebeld, maar die reageert furieus. Een dag ervoor is ze naar het ziekenhuis geweest en hij informeert ergens naar. Dan gooit ze hoorn op het toestel: ze heeft “gvd baarmoederhalskanker”. Theo schrikt, wil het graag met haar goedmaken, omdat hij haar nodig heeft, maar Esther geeft geen krimp.

Theo en Jacob halen herinneringen op van hun vakanties vroeger o.a. over een meisje dat Jacob had “geneukt” waarbij Theo zich had afgetrokken. (Hij was toen 11 !, lijkt me een beetje jong) Ook herinneringen over ruzies die hun ouders hadden gemaakt bijvoorbeeld over het weggooien van bedorven voedsel. Ze gaven elkaar de schuld ervan, want kampmensen zouden nooit iets mogen weggooien. Op de tweede dag komt ook een tante Emmie (de zus van Vader) naar het sterfhuis. Ze hadden de laatste tijd ruzie met elkaar, maar nu is natuurlijk Leiden in last. Tante Emmie is twee jaar jonger (74) dan zijn vader was. Die dag gaat Theo met zijn moeder naar het rouwcentrum waar zijn vader opgebaard ligt. Hij ligt er mooi bij, in zijn pyjama. Jacob gaat echter niet kijken, maar loopt weg en Theo loopt hem achterna. In de PC Hooftstraat gaan ze in een snackbar wat eten. Jacob geeft aan Theo aan dat hij een paar jaar geleden ook zo bang was voor de dood, omdat hij dacht dat hij aan huidkanker leed. Maar uiteindelijk bleek alles goedaardig te zijn. De twee broers komen door de dood van hun vader weer wat dichter bij elkaar.

Daarna belt Theo weer met Esther. Ze kan niet naar de crematie komen, want ze moet vrijdag voor een vrouwenkwaal naar het ziekenhuis, maar ze wil niet zeggen wat het is. Theo smeekt haar bijna terug te komen bij hem: hij heeft haar zo nodig. Ze belooft na het ziekenhuis misschien toch op de crematie te komen.

De broers snuffelen in de papieren van hun vader: hij had een voorliefde voor begrafenisspeeches. Ze kunnen we er enkele op nalezen, niet toevallig van mensen die ook in het kamp hebben gezeten en daarna verbitterd zijn teruggekeerd naar Nederland. Dat was eigenlijk ook het geval met Theo’s vader die assistent-resident in de regio van Multatuli was geweest, maar na de oorlog weer zijn eigen boontjes had moeten doppen. Dat had een enorme impact op het leven van zijn kinderen gehad. Ze lezen enkele van de toespraken van hun vader voor. Daarna praten ze opnieuw wat de invloed van het Jappenkamp op hun vader heeft gehad. Hij moest helemaal weer opnieuw beginnen en koos daarom voor zekerheid in het leven. Daarom was hij ook niet zo trots op het bestaan dat Theo leefde (freelance journalist en schrijver).

Ook de kinderen van Broer en Zus komen naar het sterfhuis: de familie wordt steeds groter. Het zijn op zich leuke kinderen van Broer die hun oom Theo ook wel mogen. Het worden vreet- en zuipdagen. Ook draaien ze filmpjes uit de oude doos, waarom ze allemaal erg moeten lachen.

Dan blijven ze allemaal slapen in het ouderlijk huis en de volgende morgen is het een leven van jewelste. Als ze wachten op de begrafenisstoet worden ze gebeld dat de auto een botsing heeft gehad met een tram en dat alles een uur vertraagd is. Maar uiteindelijk komt het er toch van en worden ze naar het crematorium gebracht. Esther is toch gekomen en ze voegt Theo toe dat ze voor een abortus naar het ziekenhuis is geweest. Theo weet het nu helemaal niet meer.
Alle drie de kinderen houden een toespraak: die van Jacob is beter dan die van Theo die bovendien nog hard moet huilen. Zijn moeder zegt slechts één zin: “Ik hou van je.”
Theo en Jacob blijven nog even achter bij de kist die niet gezakt is. Jacob geeft aan dat hij toch van zijn vader heeft gehouden: “Ik hou van je, lieve klootzak.” Daarna laat hij Theo nog alleen met zijn vader bij de kist en geeft hem het advies zich te gedragen.

Recensies
Een geestige analyticus van de eigen treurigheid, een grootmeester van de ruzie. Zijn familiekroniek beweegt zich tussen zinderende haat en onpeilbare liefde, tussen afrekening en eerbetoon. Het is juist die tegenstrijdigheid waarmee Holman indruk maakt. Met ‘Het blijft toch familie”heeft hij een monument voor zijn vader en zijn moeder opgericht. “ Hans Warren in de Zwolse Courant.

Een van de leukste boeken die ik heb gelezen. [….] Beste Theo, ga zo door. Wat jij met “ Familiefeest” hebt gepresteerd is iets heel nieuws in de Nederlandse letterkunde [….] Wij hebben gelezen, gelachen en genoten.!” Maarten ’t Hart.

Over de schrijver
Theodor Holman (Amsterdam, 9 januari 1953) is een Nederlands schrijver en radiopresentator. Theodor Holman werd geboren als jongste zoon van een jurist. Hij schreef in het verleden voor Propria Cures, de Volkskrant en Nieuwe Revu. Tegenwoordig (2005) schrijft hij columns voor De Groene Amsterdammer (als "Opheffer") en Het Parool. Vooral het sterk persoonlijke karakter van zijn columns valt op. Hij schreef in het verleden openhartig over bijvoorbeeld de relatie met zijn dochter en zijn moeder. Ook zijn problematische relatie tot vrouwen is een terugkerend onderwerp.
Daarnaast veroorzaakte hij controverse door zijn cynisme. Over de zinsnede "Nog steeds vind ik iedere christenhond een misdadiger" ontstond in de jaren negentig een relletje nadat zijn venijnige opmerkingen aan het adres van Carel Peeters hem in de jaren tachtig al een aanstelling bij Vrij Nederland hadden gekost. Holman werd door het Openbaar Ministerie vervolgd ter zake van godslastering, maar werd vrijgesproken omdat opzet tot beledigen niet bewezen werd geacht.
In 1997 schreef Holman een boek tijdens de 24 uur die hij doorbracht in de etalage van de Amsterdamse vestiging van De Bijenkorf (Een winkelzoon in het glazen paleis). Behalve columns en boeken, schreef Holman filmscenario's (onder meer Interview, Cool en Medea voor zijn vriend Theo van Gogh).
Theodor Holman ontving op 22 juni 2000 de Icodo prijs van Artsen zonder Grenzen. In datzelfde jaar was hij ook deelnemer aan het televisieprogramma Big Brother VIPS.Hij maakt televisieprogramma's voor de Amsterdamse omroep AT5, en werkte in de loop der jaren mee aan diverse radioprogramma's. Vanaf 12 januari 2004 presenteerde hij de KRO-talkshow Dolce Vita, aanvankelijk samen met Dieuwertje Blok en vervolgens met Hansje Bunschoten. Tegenwoordig presenteert Holman twee maal per week voor de Humanistische Omroep het dagelijkse radioprogramma Desmet live.
Holman's reputatie liep in 2004 na de moord op collega Theo van Gogh een geduchte deuk op. In het televisieprogramma Barend & Van Dorp beweerde Holman dat hij bij het opgebaarde lijk van Van Gogh had gevoeld dat het been was geamputeerd. Dit zou volgens hem door de politie zijn gedaan omdat er nog kogels van de moordaanslag in zouden zitten die onderzocht moesten worden. Enige dagen later bleek zijn verhaal niet waar te zijn, en slechts bedoeld om de gemoederen in de Nederlandse gemeenschap nog wat meer te verhitten. Onder de dreiging van een juridische aanklacht wegens het 'aanzetten tot haat' (in de richting van de Nederlandse moslimgemeenschap, waaruit de dader van de aanslag voortkwam) trok Holman zijn opmerkingen in. Holman woont in Amsterdam en heeft een dochter.

Bibliografie
• De kistenmaker (1977)
• Na drie tellen de opmaat (1973)
• Stalen vingers (1976)
• De kistenmaker (1977)
• De koningin (1978)
• De dame met de wond (1979)
• Het spook van de vrede (1983)
• Een lekker leven (1986)
• Vadermoord (1986)
Apenliefde (1991)
• Karel (1991)
• Familiefeest (1992)
• Plantage Nachtschade (1992)
• Als een vrouw nee zegt (1994)
• De laatste avond (1996)
• Ik ben onbereikbaar (1996)
• Allemaal smeerlappen (1997)
• Een winkelzoon in het glazen paleis (1997)
• Een nieuwe tante en nog drie liefdesverhalen (1998)
• Niet god, maar mijn oom Koen (1998)
Hoe ik mijn moeder vermoordde (1999)
• Er zit een duif op uw hoofd (2000)
Het blijft toch familie (2001)
• Prinsessen & smeerlappen (2001)
• Ik weet niet meer wat liefde is (2002)
• Nog steeds alleen (2003)
Interview (2003; scenario; verfilmd door Theo van Gogh)
• Medea (2004; scenario verfilmd door Theo van Gogh)
• Zes Minuten (2004; scenario televisieserie)
• De Taal heeft het laatste woord (2004) over Boudewijn Büch


Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.