Info over dit verslag

Geschreven door:

Kees van der Pol [meer]

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1529

Opvragingen:

63

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (23 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Jan Wolkers

Laatst gewijzigd op 1 juli 2006


Gebruikte editie
Eerste druk: 1963
Gebruikte druk: 8e druk, 1979
Aantal bladzijden: 55
Uitgever: Meulenhoff Amsterdam

Gegevens voorkant
Bruine voorkant waarop alleen letters van de titel staan en de genreaanduiding. Plus een gedeelte van een recensie uit het studententijdschrift Propria Cures

Genre
‘Wegens sterfgeval gesloten “is een toneelstuk. Wolkers noemt het een “comedia della morte”(komedie van de dood) dus een zwarte komedie. Het stuk is een eenakter (kent slechts één bedrijf). Het stuk (hoe absurd ook van inhoud) is ook daadwerkelijk opgevoerd in de zestiger jaren (o.a. door het Rotterdams toneelgezelschap).

Titelverklaring
De verklaring van de titel komt letterlijk voor in een van de dialogen. De papierprikker leest in een krant een rouwadvertentie, waarin de titelzin staat. Even later zegt hij tegen de doodgraver: “Dat zinnetje komt op het kerkhof te hangen wanneer jij doodgaat.”

Tijd en decor
Tijd speelt waarschijnlijk omstreeks de zestiger jaren, maar in ieder geval op de dag des oordeels” Het decor van het toneelstuk is een kerkhof.

Thematiek
Het thema is de jongste dag en de wederopstanding uit de dood. Maar Wolkers heeft er natuurlijk wel een boodschap achter gezet. De mensen zijn zo egoïstisch en op geld belust dat God er al weer spijt van krijgt dat hij ze heeft laten opstaan uit de dood ( de man met zijn winnende loterijbriefje wil meteen weer het geld ophalen; de twee vrouwen van Pieter Post kijven om wie hem nu eigenlijk mag hebben) God blijkt uiteindelijk toch meer gevoelens te hebben voor de aap en besluit tot een nieuwe evolutie. De doden moeten hun graf weer in en de engelen mopperen dat het nu weer miljoenen jaren gaat duren. Maar ja. dat is het verschil tussen God en de mensen. In dit toneelstuk schildert Wolkers God toch anders af dan in zijn vroege romans: daarin ziet hij God toch vaak als de strenge vader en de wrekende God van het Oude Testament. Hier is God de oudere man in een grijs pak die heel rustig en vriendelijk overkomt en die de mensheid weer een nieuwe kans op evolutie geeft. Maar ja, hij stuurt ze wel weer voor een lange tijd het graf in.

Samenvatting van de inhoud
Op het kerkhof is net iemand begraven: een oude man die met zijn brommer een ongeluk heeft gekregen. Er wordt door familie en doodgravers wat sarcastisch over de man gesproken. Daarna verschijnt er een papierprikker die zijn werk doet en kort daarop komt een doodgraver op het toneel die het vers gedolven graf begint dicht te gooien. De papierprikker en de doodgraver raken met elkaar in gesprek over leven en dood, op een humoristische manier.

De doodgraver vertelt dat hij iets geks heeft gelezen: een man die de hoofdprijs in een loterij heeft gewonnen, had gebeld naar het bureau van de loterij om te vertellen dat hij de prijs zou komen ophalen, maar hij was nooit aangekomen. Ineens snappen beide mannen dat het wel eens de net begraven man kan zijn: die is op een brommertje aangereden en overleden en niet afgelegd omdat hij zo verminkt was. Hij moet dan het winnende lot nog bij zich hebben. Ze springen het graf in en vechten om de kist te openen. Het is een bloedhete dag.

Terwijl ze in het graf bezig zijn, komen er een dunne en een dikke engel op. Ze mopperen nog een beetje op God omdat die net vandaag de dag des oordeels heeft bevolen. De mensen leren het toch nooit, is de visie van de engelen. Ze moeten nu op deze hete dag een aantal doden gaan opwekken en ze beginnen het lijstje af te werken.

Allereerst halen ze een man op die twee vrouwen heeft gehad en een kind heeft verloren. De twee vrouwen kunnen elkaar niet uitstaan en krijgen natuurlijk meteen ruzie. Ook komt er een kolonel tot leven: een heel vormelijke man die met de dochter van de man wil spelen, maar deze Pieter Post wil dit liever niet. Overal worden steeds meer doden opgewekt en het wordt een geweldige herrie op het kerkhof. Ook de man met het winnende lot wordt weer tot leven gewekt: het eerst wat hij doet, is op zijn brommer springen op weg naar het bureau om zijn geld op te halen. Op de achtergrond hoor je het geluid van een enorme botsing: hij zal zich weer dood hebben gereden.

Dan ook komt er een parachute uit de lucht zetten, waaraan een soldaat hangt. Hij was op weg met zijn squadron en stond oog in oog met God (een man met een grijs pak en een roos in zijn knoopsgat) Uit de radio van Miepje (het kleine meisje) klinkt een bericht van de radionieuwsdienst waarin wordt gezegd dat overal doden uit de graven komen: het zal wel een stunt zijn van een bedrijf. Ook komt er ineens een aap uit het niets: die stond niet op het lijstje van de engelen. Hij is heel behaard en er ontspint zich een discussie of het nu een mens of een beest is.

Dan verschijnt God zelf ten tonele: ene grijs pak en een witte roos in zijn knoopsgat. Hij is heel teleurgesteld in de mensen die hij heeft opgewekt en de engelen geven min of meer aan dat hij dat had kunnen weten. Tien miljoen jaar gaat het zo al, maar God wil het maar niet inzien. Dan moeten alle doden weer terug in hun graf. Het wordt nog ene hele kwestie wie bij wie moet (de twee vrouwen van Pieter Post) vechten er weer om. De soldaat wil het liefst bij Miepje, maar hij moet bij de kolonel. En de doodgraver en de papierprikker ontkomen er ook niet aan: ze waren helemaal niet dood, maar moeten nu bij elkaar in het graf. Je hoort ze nog mopperen. Als de dikke en de dunne engel ook de aap (gorilla) in een graf willen stoppen, zegt God dat dit niet hoeft. Hij aait de aap en die mag blijven. Symbolisch: hij geeft de mensheid een nieuwe evolutiekans. De engelen mopperen: “Dat gaat weer miljoenen jaren duren.” Dat is het verschil tussen God en de mensen : “Hij blijft maar in het goede geloven.” De aap wordt door God in slaap gesust.

Over de schrijver
Jan Hendrik Wolkers, Nederlands schrijver en beeldend kunstenaar. Oegstgeest, 26.10.1925.
Jan Wolkers wordt geboren als derde kind in een streng gereformeerd gezin dat later tien kinderen zal tellen. Zijn ouders hebben een levensmiddelenwinkel. In de dertiger jaren daalt de omzet, daarom wordt Wolkers in 1938 van de MULO gehaald om zijn ouders te helpen in de winkel. Hij keert niet meer terug naar school, maar neemt baantjes als onder meer dierenverzorger in een laboratorium en tuinman. In deze periode verliest Wolkers zijn geloof.
Tijdens de oorlog heeft Wolkers les op de Leidse kunstacademie, na de oorlog studeert hij aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten en de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Ook krijgt hij een beurs om deel te nemen aan de zomeracademie van de kunstenaars Manzù en Kokoschka in Salzburg, Oostenrijk. In 1957 studeert Wolkers op uitnodiging van de Franse regering een jaar bij Zadkine in Parijs.
In Parijs begint hij zijn eerste verhalen te schrijven en in 1958 debuteert Wolkers met een verhaal in Podium. In 1963 wordt zijn Toneelstuk De Babel opgevoerd door toneelgezelschap Studio, in 1966 gevolgd door de eenakter Wegens sterfgeval gesloten door het Nieuw Rotterdams Gezelschap. In 1963 krijgt hij de Novelleprijs van de Gemeente Amsterdam toegekend voor de verhalenbundel Serpentina’s petticoat (1961). Deze prijs stuurt hij drie jaar later terug uit protest tegen de acties die de Amsterdamse politie houdt tegen de provo’s bij het huwelijk van Beatrix en Claus.
Vanaf 1965 uit Wolkers ook in zijn werk kritiek op de maatschappij. In Terug naar Oegstgeest (1965) wordt het kapitalisme veroordeeld, in De walgvogel (1974) wordt de Nederlandse koloniale politiek gehekeld. Ook zijn beeldende werk getuigt in de loop van de tijd meer en meer van maatschappelijke betrokkenheid.
Omdat hij vindt dat critici zijn werk steeds rancuneuzer en slordiger bespreken, accepteert Wolkers geen literaire onderscheidingen meer. ‘Literaire prijzen zijn een farce in Nederland,’ zegt hij in een interview met Jan Brokken. In 1982 weigert hij de Constantijn-Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre, in 1989 weigert hij de P.C. Hooftprijs. In 1986 wordt in het Leidse museum De lakenhal de eerste overzichtstentoonstelling gehouden van Wolkers beeldende kunst.
Verschillende boeken van Wolkers worden verfilmd. Turks fruit (1969) in 1973 door Paul Verhoeven, Kort Amerikaans (1962) in 1979 door Guido Pieters, Brandende liefde (1981) in 1983 door Ate de Jong en Terug naar Oegstgeest (1965) in 1987 door Theo van Gogh.
Sinds de jaren negentig schrijft Wolkers geen proza meer. Wel verschijnen er regelmatig gedichten en essays van hem in NRC Handelsblad. De essays worden samen met voordrachten van Wolkers gebundeld in o.m. Wolkers in Wolkersdorf (2000) en Schuimspaan van de tijd (2001). Meer en meer wijdt hij zich aan beeldhouwkunst en schilderkunst. Ook draagt hij bij aan radio- en televisieprogramma’s van de VPRO. Jan Wolkers woont sinds 1980 op Texel.
Gebruikte Bronnen
Boomsma, Graa. 1987. ‘Jan Wolkers.’ Kritisch lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur. Red. Hugo Brems, Tom van Deel, Ad Zuiderent. Groningen: Martinus Nijhoff uitgevers. Band 5. Augustus 1987.
Boomsma, Graa, 1983. Over Jan Wolkers II. ’s Gravenhage: BZZTôH. Reeks: Literair archief.
Brackmann, Christine & Friesendorp, Marijke (reds.). ‘Jan Wolkers.’ In: Oosthoek Lexicon Nederlandse en Vlaamse literatuur. Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers.


Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.