Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 19 juni 2006 |
Niveau: | Docent |
Taal: | |
Woorden: | 3711 |
Opvragingen: | 2305 (1 deze maand) |
Waardering: |
Gebruikte editie
Eerste druk: augustus 2004
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 109
Uitgever: Mozaïek , Zoetermeer
Gegevens voorkant
Op de gele voorkant staat een foto van een jongetje afgebeeld dat omkijkt. Een mooie, symbolische weergave van de inhoud van de roman. Een man die terugkijkt op zijn jeugd.
Genre
Een psychologische roman over de vader-zoonverhouding gekoppeld aan de beleving van een christelijke opvoeding in een gereformeerd bevindelijk gezin. Daarmee kun je de schrijver vergelijken met andere schrijvers uit een christelijk milieu als Maarten’t Hart, Jan Siebelink, Robert Haasnoot en Gert Jan van Dijk. Omdat in de roman van Bert van Weenen de jeugd in de vorm van korte flashbacks voorkomt en we de uitwerking van de jeugd op de hoofdpersoon kunnen lezen, kun je ook spreken van een ontwikkelingsroman.
Geschikt voor ……
scholieren die interesse hebben voor romans met een vader-zoonverhouding. De kleine roman past naadloos in een rijtje met “Karakter” (Bordewijk) “De aansprekers” (Maarten ’t Hart) “De doodshoofdvlinder”(Jan Wolkers) “Knielen op een bed violen” (Jan Siebelink) enz.
De kleine roman is ook geschikt voor scholieren die interesse hebben in de positie van het Christelijk geloof in het leven van een mens. Juist omdat de vader-zoonverhouding in de Christelijke religie wordt gespiegeld worden deze twee thema’s met elkaar verbonden. Van Weenen schrijft in een heel heldere stijl met mooie beelden en symboliek. Hierdoor is de roman zeker niet al te moeilijk te lezen. Ook zet hij zich niet fel af tegen het geloof van zijn vader, maar hij geeft de lezer een humorvolle (in de goede betekenis van het woord humor : nl. de lach in de traan) blik in het menselijk bestaan.
Ik zelf vond het jammer dat de roman niet wat dikker was. Ik had wel wat meer van de ik-verteller Peter Versteeg willen weten: zo zou de dood van de vader ook in romantechnisch opzicht wat nadrukkelijker kunnen zijn beschreven. Maar blijkbaar wilde Van Weenen de roman heel beknopt houden . En in die beperking toont hij zich een meester. Ik zou daarom de roman voor de havo/vwo-lijst willen waarderen met twee punten.
De flaptekst
De jonge Peter Versteeg raakt steeds meer op zichzelf aangewezen. Zijn vader, voor wie hij aanvankelijk grote bewondering koestert, laat hem in de steek als het om levensvragen gaat. Dat leidt tot een toenemende spanning tussen vader en zoon, en tot verlies aan vertrouwen. Terwijl voor zijn ouders het leven zich vooral richt op het hiernamaals, probeert Peter zijn eigen koers te varen, zonder daarbij het geloof te verliezen. Geen eenvoudige zaak – maar er is toch ook sprake van gelukkige momenten. Het verdriet uit zich jaren later. Door het overlijden van zijn vader komt Peter in een crisis terecht.
Lichtvoetige roman waarin het bevindelijk gereformeerde leven kritisch en liefdevol wordt uitgebeeld in poëtische mijmeringen en glasheldere anekdotes.
Motto en opdracht
Er zijn enkele motto’s.
1. De wind blies klagend tussen de zerken en rukte aan de treurwilg, zodat de regendruppels kletsend naar beneden sloegen. Tom Poes keek met afkeer naar de verwaaide kippenveren die heer Ollie in de hand hield en schudde het hoofd. “Dan ga ik maar”, zei hij. “Hoe u hier geluk vandaan wilt halen, weet ik niet, het lijkt me moeilijk.” Uit: Marten Toonder , “De blijdschapper.”
Dit motto is niet zo moeilijk te verklaren. Peter Versteeg heeft een sombere jeugd gehad, waarbij zijn vader een moeilijke relatie heeft gehad met de bevinding van zijn geloof. Dat heeft toch een stempel gedrukt op het leven van de hoofdfiguur, maar hij schrijft niet echt negatief over zijn jeugd. Dat onderscheidt hem van andere auteurs in deze thematiek. Aan het einde van de roman is hij zelf een soort “blijdschapper.”
2. 'Geloven is iets persoonlijks, bevinding van het geloof is een eigen veroverd en doorleefd gegeven en alleen bij de gratie van het persoonlijke is het geloven iets dat met anderen gedeeld kan worden.' Van: Anne van der Meiden “Het nut van geloven.”
Dit motto is meer een visie over hoe je het geloof in God persoonlijk kunt beleven.
3. De tekst van een song van Alice Cooper.
Welcome to my nightmare
Welcome to my breakdown
I hope I didn’t scare you
That’s just the way we are when we come down
We sweat and laugh and scream here
Cause life is just a dream here
Yoy know inside you feel right al home here”
De hele tekst van deze song is van toepassing op de roman. De hoofdfiguur beschrijft een flink aantal (meest nare) dromen. Het heden speelt op de dag na de begrafenis van zijn vader en hij krijgt op die eerste werkdag toch eigenlijk een zenuwinstorting. Het leven is net een (boze?) droom, (van zweten, lachen en schreeuwen) maar diep van binnen voel je je goed op de plek waar je thuishoort.
Structuur en verhaalopbouw
De korte roman kent een proloog , een epiloog en 21 genummerde maar ongetitelde hoofdstukken. Er zijn twee verhaallijnen: een lijn die een dag uit het leven van de ruim veertigjarige Peter Versteeg beschrijft en die een dag na de begrafenis van zijn vader is gedateerd. Hij krijgt dan eigenlijk toch een psychologische terugslag en gedurende de dag en de reis terug naar huis (symbolisch!) vertelt hij in flash backs een aantal gebeurtenissen over zijn relatie met zijn vader en diens relatie met het gereformeerd geloof. Dat is een vrij heldere opzet en voor de lezer (ook de jonge) goed te volgen.
Perspectief
Er is sprake van een ik-verteller: de ruim veertigjarige Peter Versteeg die een dag na de begrafenis van zijn vader een terugslag krijgt. De belevenissen van die dag worden in de o.t.t. beschreven. Op enkele ogenblikken van de dag worden flashbacks ingebouwd die als doel hebben de lezer inzicht te verstrekken in de relatie van Peter met zijn vader en zijn ervaringen met het zware geloof van zijn opvoeding. Deze flashbacks worden in de o.v.t. beschreven.
Titelverklaring
“Het echte leven is nu” is jammer genoeg niet zo’n mooie titel voor een roman. Hij is m.i. iets te moralistisch. Het leven van de zwaarmoedige christenen die opgegroeid zijn met een liefdeloze God, de Wraakheer, die alles ziet en mensen bang maakt, is niet het christelijk geloof van de moderne mens wil Van Weenen aan zijn lezer meegeven. Hij zou zijn jeugd graag op een liefdevollere wijze hebben overgedaan. Hij probeert daarmee zijn eigen visie op het geloof aan de lezer mee te geven. Op zich natuurlijk een goed idee van een auteur, maar in de titel helaas niet zo fraai weergegeven. Een wat meer symbolische titel zou beter hebben gepast bij dit overigens symbolische boekje.
Tijd en decor
Van Weenen geeft niet heel concreet aan in welk jaar de roman zich afspeelt, maar het heden speelt zich waarschijnlijk af in de eerste jaren van de 21e eeuw. Hij is geboren in 1962 en in het boek wordt zijn jeugd beschreven. Hij neemt als hoofdfiguur Peter Versteeg, een man van ongeveer veertig jaar. Er zitten natuurlijk altijd autobiografische elementen in een dergelijke roman en het is dus wel aannemelijk dat de roman in de eerste jaren van deze 21e eeuw speelt.
Het dorp van zijn jeugd is een dorp aan de rivier De Linge. De Linge is Neerlands langste eigen rivier (108 km) en ontstaat bij Doornenburg in de Overbetuwe uit een ondergrondse waterstroming vanuit het Pannerdensch Kanaal en mondt via het Kanaal van Steenenhoek uit in de Merwede In de Verantwoording schrijft Van Weenen dat hij de roman heeft afgerond met Pinksteren 2004 in Leerdam. We mogen derhalve aannemen dat het dorp van zijn jeugd een plaatsje is in de zogenaamde ‘bijbelbelt” .
Thematiek
Het thema van de kleine roman (eigenlijk meer een novelle) is de invloed van het zware gereformeerde geloof op het leven van de ouders van de verteller. De godsdienst drukt een zwaar stempel op hun leven, waarin maar weinig plaats lijkt gemaakt voor lol en plezier. Het echte leven komt immers pas in het hiernamaals en de mens kan daar volgens de vertegenwoordigers van de kerk (de ouderlingen die op bezoek komen en de dominee die het op zondag in preken vertelt) maar weinig invloed op uitoefenen. Daardoor is er te weinig ruimte om te leven en speelt de jeugd van Peter Versteeg zich in de duisternis af.
De relatie met zijn vader wordt daardoor beïnvloed. Fraai is de passage waarin hij in de proloog naar zijn vader kijkt. Hij kijkt tegen hem op als een God. Zo voelt hij dat ook aan. In de Bijbelse symboliek wordt natuurlijk als de vader voorgesteld en is de vader in het gezin de vertegenwoordiger op aarde. Ook bij Jan Wolkers en Jan Siebelink wordt die gedachte uitgedragen. Het is niet de kracht van de liefdevolle Jezus, maar de angst voor de wraakzuchtige God die mensen drijft.
Maar in flashbacks wordt ook een andere houding zichtbaar. Zijn vader is afwezig op momenten dat hij als jongetje dat graag gewild zou hebben (bij het vangen van een vervaarlijke snoek en bij het pesten door de jongens op straat) Hij is boos op zijn vader wanneer die hem niet het gewenste verjaardagscadeau schenkt of wanneer die boeken verbrandt omdat er onzedelijke woorden in staan. Hij vindt ook dat zijn vader meer tegenspel moet bieden aan de vreselijke ouderlingen die op bezoek komen. Zijn houding tegenover zijn vader verandert tenslotte in een soort medelijden. Zelfs op zijn sterfbed moet de man worstelen met de geloofsvragen. Dit is ook een herkenbaar motief in het werk van Siebelink ( “Knielen op een bed violen.”) Wanneer hij dood is en de zoon zich heel erg eenzaam voelt, vraagt hij zich af waarom de kerk het vreugdevolle van het leven aan zijn vader onthouden heeft. Zo is “Het echte leven is nu”ook een kleine, maar mooie roman in de reeks met vader-zoonboeken. De moeder van de hoofdfiguur blijft wat onderbelicht, zij speelt op de achtergrond een rol. Is het een typering voor de rol van de vrouw in zware gereformeerde kringen. Ook de vrouw van de ik-verteller, Inge, komt slechts zijdelings in de roman voor.
Andere motieven die een overigens kleinere rol spelen:
- de eenzaamheid van de mens (vooral in het uur van de dood)
- dierenleed en dierenkwelling ( ook bij Wolkers) o.a. de flashback over vissen en het vangen van de wormen, de aankoop van de Maanvis om de guppies op te vreten en het onthoofden van de kippen door een oom
- de dood (van de vader)
- midlife-crisis / zin van het bestaan: Peter Versteeg is net veertig jaar en zijn vader is op bijna 80-jarige leeftijd overleden. Hij vraagt zich af wat de zin van het bestaan is. Nu zijn vader overleden is, moet hij de weg in het leven zien te vinden.
- De symboliek van duisternis en licht (zie ook de laatste droom) Op weg naar huis ervaart Peter af en toe een lichtpuntje (een zonnestraaltje, zowel letterlijk als figuurlijk – de ontmoeting met het meisje in de bus)
Bert van Meenen hanteert ook regelmatig het motief van de droom. In een opmerking vooraf geeft hij bovendien aan dat de dromen de enige elementen in de roman zijn die op waarheid berusten.
Ze nemen dan ook een prominente plek in dit kleine boekje in en zijn bijna in alle gevallen symbolisch bedoeld.
- blz. 13 en 14 : de ik-verteller kan een aantal eenvoudige rijtjes woordjes niet in zijn hoofd prenten en hij kan op een examen geen woord uitbrengen: zijn mond lijkt verzegeld.
- blz. 7 : de ik-verteller rent het huis uit voor twee schimmen die op zijn vader en moeder lijken. Hij vlucht een enge, duistere straat in en hoort enge geluiden, alsof een lijk zich uit een kist wil bevrijden
- in een soort angstdroom in de bus (blz. 81) ziet hij een leuk meisje dat eerst wel aandacht aan hem besteedde, in een vrouwelijke Dracula veranderen
- blz. 102-105: de ik-verteller komt thuis van zijn eerste werkdag en valt op de bank na het drinken van een bourbon in slaap. Hij schaatst op ongerept ijs, ziet de ouderlingen Steenis en De Wit en waagt zich daarna steeds meer in de duisternis. (de toekomst?) Hij ervaart tijdens het schaatsen de gedachte: “Je leeft Peter, je leeft echt” Dan passeert hem een vrolijk verlichte trein. Het ijs is zijn terrein, niemand kan hem daar evenaren. Hij voelt zich gelukkig. Maar dan ziet hij onder zich de schaduw van een grote vis ( symbool voor het Christendom?) die met hem mee schaatst. Is het de schaduw van hem zelf ? Kun je je jeugd niet van je afwerpen? Want het ijs begint te scheuren en hij verdwijnt onder water, dat stroperig is als bloed. (!) Pas als hij zich met alle macht verzet, wordt hij als het ware naar buiten gespuugd. Toch een beetje bevrijd van zijn verleden?
Samenvatting van de inhoud
Proloog
De ikfiguur vertelt over een situatie waarin zijn vader in zijn jeugd op een hoge ladder staat om de schade aan het dak van hun huis na een storm te herstellen. Hij kijkt erg tegen zijn vader op. Het lijkt erop alsof zijn vader leiding geeft aan de hele wereld. Symbolisch is dit natuurlijk de relatie die in het Christelijk geloof wordt gelegd met het Vaderbeeld van God. De vader is de plaatsvervanger van God op aarde.
De lijn van het heden
De ruim veertigjarige Peter Versteeg werkt op een Christelijke Hogeschool (Ede?) maar wat hij daar precies doet, wordt niet vermeld. Hij lijkt niet in de eerste plaats docent op de school, want hij zit de gehele dag achter zijn bureau en vergadert veel. Het is de dag nadat hij zijn vader begraven heeft en door allerlei zaken wordt hij herinnerd aan zijn jeugd die dan in flashbacks aan de lezer worden meegedeeld. Hij wordt daar letterlijk ziek van en kan de ellende niet aan. Het leven aan de Hogeschool gaat gewoon zijn gangetje en hij krijgt de psychologische verwerking van de dood van zijn vader keihard op zijn bordje. Zijn collega raadt hem dan ook aan naar huis te gaan, maar de tocht met de bus naar zijn woonplaats is een verschrikkelijke tocht: het is donker, want het heden speelt in de winter en hij wordt ziek van de herinneringen. Hij kotst dan ook in een plastic zakje dat hij nadat hij de bus verlaten heeft, in een afvalbak naast de bushalte gooit. Als hij thuiskomst, leegt hij ook zijn darmen: nog meer afval dat verdwijnt en hij schenkt zich een goede whisky in. Deze Jack Daniel’s verwarmt hem en maakt hem slaperig. Op de bank valt hij in slaap en droomt een laatste droom, waarin hij heel gelukkig aan het schaatsen is. Als hij wakker wordt, vraagt hij zich af waarom zijn vader zo’n liefdeloze God als voorbeeld heeft gekregen. Waarom is hij zo misleid door bijvoorbeeld de ouderlingen van de kerk? “Het echte leven”hebben ze verzwegen (blz. 108) Ze hebben zijn ouders (vooral zijn vader) te veel met het hiernamaals laten bezighouden. De aandacht voor het heden, de liefde voor de kinderen enz. is daarbij achtergebleven.
De lijn van het verleden
In de verhaallijn hierboven denkt Peter terug door middel van een aantal flashbacks:
- de keer dat hij was gaan vissen met zijn vader (inclusief het wormen steken). Toen de snoek aan de hengel zat, had hij zijn vader nodig gehad, maar die was toen afwezig. (symbolisch voor de vader die hem in de steek laat)
- Eenzelfde symboliek zit in de flashback over de ijshockeystick. Peter blijkt niet populair in de buurt. Ze noemen hem “schele” vanwege zijn bril. Zij vader heeft een prachtige ijshockeystick voor hem gemaakt. Daarmee denkt hij het te gaan maken bij de jongens uit de buurt. Maar hij mag desondanks niet meedoen en hij laat de stick zelfs afnemen door een van de jongens. Bij thuiskomt reageert zijn vader hard: “Vroeger sloegen we ze met een klomp op de kop”.
- Het ouderlingenbezoek doet heel sterk denken aan een verhaal van Maarten ’t Hart en passages uit de romans van Siebelink. Twee ouderlingen ( Van Steenis: symbolisch naam voor een harde, liefdeloze man) en De Wit ( kleurloos, dus niets zeggende figuur) komen op hun reguliere bezoek de basis van het christelijk geloof uitleggen. Ze beginnen en eindigen de avond met een gebed. Maar er straalt helemaal geen vreugde uit de ouderlingen. De mens kan eigenlijk helemaal niets zelf bewerkstelligen. De ene ouderling eet voordurend van de schaal met spritsjes. Dat geeft wel een komisch effect en doet heel sterk denken aan het verhaal “Ouderlingenbezoek” in “Het vrome volk “van Maarten ’t Hart. Maar in dat laatste verhaal is de vader niet onderdanig en neemt de ouderlingen op de hak. Peters vader slikt alles gelaten en wordt boos als Peter een opmerking over één van de ouderlingen maakt.
- Een flashback gaat over het slachten van kippen. Met een forse haal wordt de kop van de kip onder het hakblok gelegd en de kip loopt daarna als een “kip zonder kop”rond.
- De jonge Peter wordt ook een keer heel erg boos op zijn ouders als hij maar een klein aquarium krijgt in plaats van de grote bak die hij in zijn gedachten had. Er kunnen alleen maar guppies in. Hij koopt later een maanvis, die alle guppies meteen opeet. Zo neemt hij wraak op zijn vader en kan hij een beetje vrede met de situatie hebben. (Is deze passage symbolisch voor het tenietdoen van de visjes -symbool van het Christendom van zijn vader?)
- Het lezen van passages uit de grote Statenbijbel. Peter vertelt van wrede stukken die zijn vader emotieloos voorleest. (de honden die de botten van de verraderlijke koningin Jezebel opvreten – Oude Testament)
- Zijn vader verbrandt twee cowboyboeken omdat er dingen in staan die niet horen: er werd iets over “borsten”verteld. De verteller verstopt daarom zijn gedichtenboekje van Hans Andreus “Sonnetten van de kleine waanzin” op een geheime bergplaats.
- Het laatste bezoek aan zijn doodzieke vader: in het kamertje ruikt het naar zweet, braaksel en urine. Er is een weinig liefdevol afscheid en de dag erna wordt er vanuit het verpleegtehuis gebeld dat zijn vader overleden is. Hij is op het moment van de dood dus niet bij zijn vader. De man is bijna tachtig jaar geworden.
Epiloog
Peter loopt de aula van de begraafplaats binnen. Zijn vader ligt in de kist. Peter voelt zich heel erg eenzaam. Hij verwijst naar een passage uit een sonnet van Andreus: “allener dan het doodste ding Hij beseft dat de mens zal wederkeren tot stof. Zo krijgt alles zijn einde. Peter vraagt zich waar zijn vader nu is. In het nimmer dovende licht? In de eeuwigheid?
Recensies
In Biblion (oktober 2004) verschijnt de recensie van Gerard Oevering :
De auteur publiceert verhalen in ondermeer de literaire tijdschriften Hollands Maandblad en Woordwerk en is poëziecriticus van de digitale krant Meander. Deze kleine roman is zijn debuut. In kreeftgang, onderbroken door herinneringen aan zijn jeugd, keert de verteller terug naar het moment waarop zijn vader overleed. Met het toepassen van deze kreeftgang, -een gelukkige vondst van de schrijver- wordt de spanning opgebouwd tussen de levensopvatting van de vader en de zoon. De zoon spiegelt de weg die hij in zijn geloof ging aan die van zijn diepgelovige, bevindelijke vader. Als de zoon zich realiseert hoe zijn vader zich in zijn geloof meer heeft laten leiden door de frases van de ouderlingen dan door de wezenlijke vraag naar wie Jezus werkelijk was, raakt hij in een diepe, geestelijke crisis. De schrijver verbeeldt de tegenstelling tussen het geloof van de zoon en dat van de vader scherp, maar liefdevol. Een helder en met begrip geschreven verhaal dat in (streng) gelovige kringen een rol kan spelen bij de discussie over deze thematiek.
In het Reformatorisch dagblad verschijnt op 15 september 2004 een recensie van Rudy Lichtenberg. De recensent gaat diep in op de theologische aspecten van de roman en is daarom niet zo positief over het romandebuut van Bert van Weenen:
De gedetailleerde beschrijving van nagenoeg elke beweging die Peter maakt, versterkt dat beeld alleen maar. Ook wat dat betreft is het verhaal uit balans. Van Weenen legt voor de hand liggende zaken uit („De wortels van de bomen hebben op sommige plekken het asfalt omhooggeduwd, met als gevolg bobbels en scheuren.”), maar informatie die ertoe doet ontbreekt soms. Wat heeft Peter bijvoorbeeld voor functie op de christelijke hogeschool waar hij werkt? Hij is in elk geval geen docent, zo veel is duidelijk. Ook de andere figuren uit het boek -de vader, de beide Inges- blijven schimmig.
Wat niet wil zeggen dat Van Weenen geen mooie metaforen gebruikt. De schaatsbeweging (links, rechts, links) staat bij hem voor de menselijke zoektocht door het leven. Origineler is het beeld van de kleine Peter die erg z’n best doet om een nieuwe, overzichtelijke stadsplattegrond te maken waarop alles staat weergegeven. Het resultaat is, tot zijn grote teleurstelling, net zo ondoorgrondelijk als de oorspronkelijke kaart.
Maar daarmee is de innerlijke zwakte van het boek niet weggepoetst. Peter mag dan beweren dat hij „op bepaalde momenten” erin slaagt om aan anderen te vertellen waarom hij denkt hier op aarde te zijn en wie God speciaal voor hem is. In dit boek maakt hij dat alleen in negatieve zin duidelijk.
Jan Noorlandt geeft in een digitale recensie in september 2004, getiteld “Overdoen kan niet, leef nu !” (Chroom digitaal) nog wat tips aan de debuterende auteur: Stilistisch zitten er mooie staaltjes in het boek. De beschrijvingen zijn goed uitgevoerd en origineel. De stijl is redelijk luchtig. De inhoud is dat zeker niet, ook al belooft de omslagtekst een "lichtvoetige" roman.Het tekort doen aan evenwichtig licht op de boodschap van de Bijbel maakt de schrijver kwaad. Dat is een authentiek gegeven. Maar geef aan het eind van een roman geen tips om meer te lezen over bevindelijk gereformeerden; daar is een essay meer geschikt voor.
Slechts de dromen zijn op werkelijkheid gebaseerd. De ouderlingen Steenis en De Wit zijn kleurloos (wit) of keihard (steen is). De moeder komt weinig uit de verf. Een wat grotere psychologische diepgang bij de personen rond de hoofdfiguur zien we mogelijk bij een toekomstige roman uitgediept. Dit debuut smaakt in elk geval naar meer.
'Het echte leven is nu' is een gelaagde ontwikkelingsroman, die ik graag meerdere lezers wens. We verwachten van de schrijver Bert van Weenen nog veel.
Over de schrijver
Bert van Weenen (geboren op 12.9.1962) kan als webredacteur van Chroom Digitaal 2000 zijn belangstelling voor computers, literatuur en theologie optimaal combineren. Verder publiceert hij sinds mei 2000 poëzierecensies in de digitale nieuwsbrief Meander .Over religieuze literatuur publiceerde hij artikelen, recensies en interviews in Woordwerk, Katern, Ruim, VrijZicht, Trouw en het Friesch Dagblad. In de periode 1991-1994 verscheen er van hem een zestal verhalen in Hollands Maandblad. Ook werden er gedichten van hem opgenomen in diverse tijdschriften, onder andere in het christelijke literaire tijdschrift Woordwerk.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.