Boekverslag Maarten 't Hart

De vlieger

1 2 3 4 5 [6] 7 8 9 10 11 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

3530

Opvragingen:

1

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 5 uit 5 (3 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Maarten 't Hart

Laatst gewijzigd op 10 mei 2006

Titelbeschrijving

Maarten ’t Hart, Amsterdam, 1998, De Arbeidspers

Titel en ondertitel

De titel van dit boek is vrij makkelijk te verklaren. Maarten en zijn vader maken samen van oud afval een vlieger waarmee ze ook een paar keer gaan vliegeren. Ze bevestigen ook briefjes aan de staart die wensen bevatten. Als alles goed zou gaan zou God die briefjes lezen en de wensen uit laten komen. Helaas komt de vlieger nooit zo hoog. Zonder de vlieger hadden ze ook nooit Ginus leren kennen. Ginus komt in het verhaal omdat Maarten ontdekt dat hij zijn vlieger gered heeft toen hij hem kwijt geraakt was.
Zonder vlieger was er een groot stuk van het verhaal niet geweest.

Voorwerk

Auteur: Maarten ‘t Hart
Titel: De vlieger
Uitgever: Uitgeverij De Arbeiderspers
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 1998
Druk: 1e

Samenvatting

De verteller van het verhaal is Maarten, de zoon van een gereformeerde grafdelver. Het verhaal speelt zich af in de 50-er, 60-er jaren, in Boonersluis. De familie is gereformeerd en bezoeken vaak de kerk. Zijn vader is grafdelver op de gemeentelijke begraafplaats. Elke dag komt hij thuis met verhalen over wat er gebeurd is en of hij weer last heeft gehad van Rampenne, een doofstomme, oude man, en een tamme reiger.
Op een dag wordt er een kruis bezorgd. Van het verpakkingsmateriaal maken Maarten, maar vooral zijn vader, een vlieger. Daarna gaan ze op een avond met voldoende wind vliegeren. Dat doen ze vlakbij de katholieke begraafplaats en de vader ziet dat het daar een rommeltje is. Later gaat Maarten weer vliegeren, maar zijn touw wordt doorgesneden. Na een aantal maanden zoeken, ziet hij opeens de vlieger achter het raam staan bij een huis dicht in de buurt. Als hij de vlieger terug vraagt, vraagt de vinder hem de staart te beschrijven. Maarten weet dit natuurlijk en krijgt zijn vlieger terug. Deze man heet Ginus van Diepenburch. Ginus en de vader van Maarten ontmoeten elkaar en ontdekken dat ze beiden van dammen houden.
Ginus heeft ook een dochter, Machteld en als Maarten haar voor de eerste keer ziet, is hij meteen verliefd op haar. Hij komt haar vaak tegen, maar zij moet niks van hem hebben.

Maar dan moet de katholieke begraafplaats verplaatst worden, omdat er nieuwbouw voor in de plaats komt. De enige man die dit kan doen, is Maartens vader. Hij wil dit graag doen, maar dan wel met een dragline en nog twee vrachtwagens. Hier is de katholieke kerk fel optegen, omdat alle graven een voor een moeten worden opgegraven en omdat het mensen opvalt en ze vragen gaan stellen.
Ginus gaat ook bij de begraafplaats werken, en hij en vader kunnen het heel goed met elkaar vinden. Allerlei mensen proberen Maartens vader over te halen, maar het lukt hen niet.
Ondertussen heeft Ginus een eigen interpretatie van de Bijbel gekregen en daarom begint de kerk een afsnijdingprocedure. Ginus denkt namelijk dat God onze zonden vergeeft, gelijk wij hen vergeven. Hier heeft het lijden van Jezus Christus niets mee te maken. Dominees, ouderlingen, hoogleraren en Maartens vader kunnen hem niet van deze stelling afbrengen en uiteindelijk wordt Ginus verbannen uit de gereformeerde kerk en verhuisd naar Delft.
Daarvoor heeft Ginus al toegestemd in het ruimen van de graven, want twee pastoors zullen dan een man voor zijn dochter zoeken. Zij is namelijk zwanger, maar ze weet niet van welke man. Hier zit de vader van Maarten erg mee, want hij heeft een hekel aan ruimen.
Dan wil de vader de vlieger weer eens oplaten. Hij heeft er een bedoeling mee, want hij heeft van Rampenne gehoord dat ze toch begonnen zijn met ruimen van de katholieke graven. Hij wil kijken of dit waar is en het is zo: ze zijn bezig met een dieplepel, een nog grotere machine dan een dragline. Vader voelt zich gekwetst, omdat hij is afgewezen en hij juist hen wilde afwijzen.
In de epiloog is het verhaal 25 jaar verder en is Maarten getrouwd. Bij een actie van Amnesty International ontmoet hij Machteld weer. Zij is nu eigenaresse van een SM-club en heeft de kooi voor de actie beschikbaar gesteld. Maarten vraagt haar waarom ze hem altijd genegeerd heeft: zij was bang voor zijn verslindende blik. Haar vader is al gestorven en ook zijn vader is overleden.
Als de actie afgelopen is, spreekt een oude man Maarten aan. Hij zegt dat hij Maartens vader heeft gekend en vertelt hem een verhaal. Hij vertelt over een razzia waarin hij, samen met anderen werd opgepakt om te gaan werken in Duitland (Moffrika). Maartens vader fietste langs (hij was niet gepakt) en vertelde iets aan een Duitse bewaker die daarom erg moest lachen. De soldaat vertelde het door en al snel lachte iedereen en konden een paar mannen ontspannen. De laatste zin van de man is: ‘Nou, een ding is zeker, je vader… dat was me d’r een… komt kalmpjes op zijn houten bandjes de mart opfietsen om eens te kijken wie d’r zoal de pineut zijn… brengt al die rotmoffen aan ’t lachen en fietst dan kalmpjes op z’n houten bandjes de mart weer af… je vader… dat was me d’r een.’

Genre

Het hoofdgenre is ?, het subgenre is roman. Dit lijd ik af van het feit dat er veel bijfiguren in het verhaal zitten. De hoofdpersoon(Maarten) verandert tijdens het verhaal dit kan je ook zien bij personages. Het heeft ook meer dan tachtig bladzijdes(dit is niet zo belangrijk, maar wel een kenmerk). Op de kaft van het boek staat ook dat het een roman is.

Tijd

Het verhaal speelt zich af in de jaren 60 van deze eeuw. Het boek wordt verteld in de logisch-chronologische volgorde. De vertelde tijd is 40 jaar inclusief de epiloog op het einde. De verteltijd is ongeveer 5 uur als je goed doorleest.

Personages

De hoofdpersoon is Maarten. Hij zit aan het begin van het boek nog op de middelbare school en aan het einde is hij 20 jaar, dus zijn uiterlijk is wel veranderd, omdat hij in de vierde van de HTS zit. Maarten leest heel veel en gaat daarvoor zelfs naar de katholieke bibliotheek terwijl hij al lid is van de openbare. Hij is een stille, brave en verlegen jongen die goed zijn best doet en goed kan leren. Als de meisjes dan giechelen om hem, vindt hij erg raar en hij voelt zich er ongemakkelijk bij. Hij is overdonderd door de verschijning van Machteld en probeert haar aandacht te trekken. Hij is een doorzetter, want hij geeft niet op als ze hem keer op keer geen aandacht geeft. Hij gehoorzaamt zijn vader en heeft respect voor hem.
Een andere hoofdpersoon is Maarten zijn vader. In het boek wordt zijn naam niet genoemd. Hij is grafdelver en houdt van zijn baan. Hij heeft te veel werk te doen en is daarom heel blij als Ginus bij hem kan werken. Hij houdt van dammen en praten, doet dat beide ook veel, en vertelt mooie verhalen. Hij houdt van grappen en kan ze zelf ook goed vertellen.

De bijpersonen zijn Ginus en Machteld van Diepenburch, vader en dochter. Hij is ook gereformeerd maar leest de Bijbel anders. Hij wordt verbannen uit de kerk en dit grijpt hem zeer aan. Iedereen in Boonersluis kijkt hem met de nek aan en hij besluit te verhuizen naar Delft, waar hij ook gaat werken als grafdelver. Hij sterft tien jaar later aan kanker
Zijn dochter is een meisje die heeft geslapen met bijna elke jongen uit het dorp. Zij is niet te handelen door haar vader en als ze trouwt, wordt ze gelagen door haar man. Uiteindelijk is ze drie keer getrouwd.

Ruimte

Het verhaal heeft meerder plekken die belangrijk zijn.
Ten eerste natuurlijk het kerkhof waar veel gesprekken plaats vinden.
Ten tweede het huis van Maarten van waar ze de gesprekken bij Ginus volgen en als laatste is de kerk heel erg belangrijk. In de tijd dat het boek speelt is namelijk de kerk nog tamelijk belangrijk. Zonder de kerk waren de problemen die in het boek opduiken niet opgedoken. De huizen worden omschreven zoals je ze sommige (oude) huizen tegenwoordig ook nog ziet.

Perspectief

Het verhaal wordt verteld in de ik-perspectief, je ziet het door de ogen van Maarten. Dit kan je dus ook vision avec noemen. Daardoor krijg je meer vragen dan als je de alwetende vertelsituatie doet. Door het ik-perspectief kom je minder dingen te weten over alle andere dingen en dat roept vragen bij mij op en ik denk ook bij vele andere.

Structuur

Het boek bestaat uit 36 naamloze hoofdstukken die niet altijd direct iets met elkaar te maken hebben.
Het boek heeft een ook nog een epiloog. De epiloog speelt zich af in de jaren negentig. Maarten vertelt hierin over z’n deelname aan een actie voor Amnesty International in Maassluis. Om publiek te trekken zal hij worden geketend in een kooi. Tot z’n stomme verbazing wordt hij geketend door Machteld, die ook de kooi verstrekt heeft. Zij werkt nu als een meesteres in een S.M.-huis in Den Haag. Ze raken aan de praat. De verhuizing toentertijd was een goede zet. Ginus kon met zijn ideeen zelfs terecht in een nieuwe kerk: de doopsgezinde. Tien jaar na de verhuizing is hij al overleden. Tenslotte maken ze een zeer onduidelijke afspraak om elkaar nog eens te ontmoeten. Voordat hij de markt verlaat, heeft hij nog een ontmoeting met twee oude mannetjes die zijn vader gekend hebben.
De functie van deze epiloog is vooral laten zien wat de aanleiding was tot het schrijven van de roman namelijk de ontmoeting met Machteld.

Thema en motieven

Het thema is het gereformeerde geloof.

Motieven hiervoor zijn de dialogen tussen Maartens vader en Ginus. Ook de discussie tussen Ginus en de gereformeerde kerk is een motief. Ginus beweert dat in de Bijbel niet staat dat Jezus aan het kruis is gespijkerd om onze zonden te laten vergeven. Hij krijgt waarschuwingen om zich van zijn idee te bekeren, maar blijft volhouden. De kerk speelt een belangrijke rol in het verhaal: Maarten heeft catechisatie en mag bepaalde (niet-gereformeerde) boeken niet lezen. Bij de katholieke kerk mag dat wel, maar er is een duidelijke rivaliteit tussen de kerken. Verder is het geloof belangrijk, omdat er wordt gediscussieerd over de middenscheiding van een aankomende dominee. Hiermee wordt door de schrijver eigenlijk het gereformeerde geloof belachelijk gemaakt.

Het verband tussen de titel en het thema zie je niet direct. Daarvoor moet je het boek hebben gelezen en dan weet je dat de vlieger is gemaakt van het verpakkingsmateriaal van een kruis. Dit kruis komt te staan op de gemeentelijke begraafplaats en Maartens vader krijgt het idee een vlieger te maken van de essenhouten latjes.
Ook is de vlieger het verband tussen Ginus en de vader van Maarten. Ginus heeft de vlieger gevonden en nadat hij heeft gesproken in de kerk over de onzin van de middenscheiding, wil Maartens vader hem beter leren kennen.
Misschien symboliseert het kwijtraken van de vlieger ook, het kwijtraken van het gereformeerde geloof van Ginus. Uiteindelijk vindt Maarten zijn vlieger weer terug en vindt Ginus een nieuwe kerk en het katholieke geloof.

Taalgebruik

Het is ouderwets taalgebruik, omdat het verhaal ongeveer 40 jaar geleden afspeeld. Het speelt zich na de oorlog af en van daaruit denk ik dat het ongeveer zo’n 40 jaar geleden is. Je ziet ook aan het rare taalgebruik dat het van vroeger komt, want al die woorden zijn nu veranderd.

Recensie 1:

Negentien jaar geleden verscheen De aansprekers, een van zijn mooiste romans. De wereld die Maarten 't Hart daarin beschrijft is vol vanzelfsprekende geheimzinnigheden. Een vader, grafmaker, onbewust van de dood die aanwijsbaar zich ook in hem genesteld heeft, wordt met al zijn hebbelijkheden, zijn geintjes en zijn nuchtere, harde eerlijkheid door zijn opgroeiende zoon neergezet in Maassluis. het knappe van die roman vind ik nog steeds 't Hart erin slaagde dit monument voor een vader te combineren met de ontluistering van mythe. Eeuwenoude vragen over leven en dood worden door de zoon allengs minder bijbels beantwoord. Het is mij daarom een raadsel waarom 't Hart al die sterke ingrediënten uit De aansprekers heeft aangelengd, uitgerekt en opgeblazen tot het slappe en niet te pruimen aftreksel dat zijn nieuwe roman De [vlieger] voor mij is. De vertelling biedt niets nieuws. Hetzelfde jaren vijftig, inteeltachtige Maassluis met zijn rigide, spijkerharde protestantse sekten. Dezelfde vader (dat was me d'r een) op hetzelfde kerkhof met dezelfde, dus langzamerhand flauwe grapjes, dezelfde Ai van Leeuwen en de, ook uit andere verhalen bekende, dagelijkse licht geschifte bezoekers, ouderlingen en dominees. Ook De [vlieger] is geschreven met veel lange dialogen vol oudtestamentische bijbelcitaten maar dan wel in een verhaal zonder spanning, zonder geheimzinnigheden. Kortom, de zoveelste blauwdruk van 't Harts jeugd en die was mij al bekende. De [vlieger] vertelt de opstand van Ginus van Diepenburch tegen het geloof der vaderen met, daarin verweven, de revolte van zijn dochter Machteld tegen haar ouders. Waar de vader van de ik-persoon, (de begaafde, altijd lezende, bescheiden, eerlijke, intelligente en schuchtere middelbare scholier) als enige van de geloofgemeenschap sympathie opvat voor de eigenzinnige Ginus, daar is zijn zoon volstrekt gebiologeerd door de harde schoonheid van Machteld. Natuurlijk, voor wie er geen genoeg van kan krijgen, biedt Maarten 't Hart ook nu weer schrijnende portretten van benepen, starre, Hollandse calvinisten. Van een gemeenschap waarvan de leden elkaar angstvallig in de gaten houden. En natuurlijk is het commentaar van de grafmaker relativerend en soms ook geestig, maar dat wisten we al. Waar het om gaat is dat het verhaal op zich weinig nieuws vertelt en dat dat nieuwe ook nog eens uitgesmeerd wordt over veel te veel tekst. Spanning, suggestie, aardige observaties, intrigerende persoonlijkheden, je hoopt er tweehonderd pagina's tevergeefs op Een uitzondering is er en het is jammer dat juist die zo weinig uit de verf komt. Als de auteur het aangedurfd had Machteld als hoofdpersoon te nemen, wie weer war voor sterke psychologische roman dat opgeleverd had. Nu komt ze alleen in de bizarre epiloog aan het woord als het alter ego van 't Hart zich heeft laten verleiden een aantal uren vastgeketend in een kooi te zitten midden in Maassluis. Die kooi, door Amnesty International gehuurd, blijkt haar eigendom te zijn. In Den Haag drijft ze een SM-club. En in die kooi wordt 't Hart dan weer belaagd door allerlei gedreven EO-jongeren die de verwereldlijkte auteur alsnog proberen terug te winnen. In zijn persinformatie sprak de uitgever van de come back van Maarten 't Hart. Wel jammer dat die come back wat al te letterlijk is uitgevallen.

Recensie 2:

Wie enigszins bekend is met het werk van Maarten 't Hart, zal door lezing van zijn twaalfde roman, De [vlieger] niet snel voor verrassingen komen te staan. Plaats van handeling is een stadje aan de Nieuwe Waterweg tegenover het eiland Rozenburg: dat kan - hoewel nergens met name genoemd - niet anders dan Maassluis zijn. De ik-figuur is zoon van een doodgraver (nee: 'Ik graaf geen mensen dood, ik ben grafmaker'): hetzelfde beroep werd uitgeoefend door de vader van de schrijver. Het milieu waarin het verhaal zich afspeelt is dat van de gereformeerde kerk waarin 't Hart opgroeide en waarover hij in verhalen en romans al eerder berichtte. In de in vergelijking met de lengte van de zesendertig hoofdstukken betrekkelijk lange epiloog blijkt de ik-figuur bovendien nagenoeg samen te vallen net de schrijver. De 'ik' laat zich, om aandacht te trekken voor Amnesty International, opsluiten in een kooi: "Bij wijze van boetedoening voor het vertekende beeld dat ik in mijn boeken van de stad van mijn jeugd had gegeven, zou ik daar geketend te kijk zitten." Het is in deze toestand dat de 'ik' wordt geconfronteerd met Machteld, zijn vroegere buurmeisje door wie hij hevig was gebiologeerd maar dat hem nooit zag staan, en dat nu op het verkeerde pad is geraakt. Zij zegt: "Toen ik veertien was, wist ik: God en die hele snertzooi, dat is allemaal grote onzin. () Maar jij blijft er maar over dooremmeren" Waarop de schrijver: "Omdat het maar steeds blijft voortbestaan. Omdat de EO de grootste omroep van Nederland is. Omdat er in alle hoeken en gaten van dit kikkerland nog van díe griezeldominees preken en catechiseren." Zien we hier het credo van Maarten 't Hart geformuleerd? Dooremmeren omdat de EO de grootste omroep van Nederland is? De [vlieger] speelt zich af in een ouderwetse tijd. Er wordt een nieuwe wijk met galerijflats gebouwd en daarom moet de katholieke begraafplaats verhuizen. Of de vader van de ik-figuur dat maar voor zijn rekening wil nemen. Zoonlief verdiept zich van de vroege ochtend tot de late avond in de boeken die hij leent in de bibliotheek, en als hij de ene bibliotheek uit heeft, wordt hij lid van de ander. Om hem toch aan wat gezonde buitenlucht te helpen, bouwt de vader een [vlieger] van essenhout, pakpapier en 'gemeentetouw'. Dit is letterlijk de [vlieger] van de titel, maar de man bij wie hij op het binnenplaats landt, Gilkinus van Diepenburch, is net zo goed een [vlieger]: hij begrijpt een zin over vergeving uit de bijbel net iets vrijer dan door de gemeente wordt geaccepteerd en hij vliegt er uit. Natuurlijk is ook de ik-figuur een vlieger: hij immers is, zo blijkt uit de epiloog, aan de stad van zijn jeugd, aan het benauwende gereformeerde milieu, ontstegen. De epiloog speelt zich af bijna een kwart eeuw na de dood van de vader. Maar in het aan de epiloog voorafgaande deel van het boek is de man springlevend. Meer dan de ik-figuur is hij de verteller in deze roman. Veel hoofdstukken beginnen met zijn luidruchtige thuiskomst, en als hij dan een zware Van Nelle heeft gedraaid en moeder hem een kop koffie heeft voorgezet, begint hij met zijn verhaal. De dagelijkse belevenissen op 'het graf', maar ook de komst van de burgemeester die de grafmaker wil overhalen om de katholieke begraafplaats te verhuizen, de exegetische gesprekken met de 'van de gemeente afgesneden'. Van Diepenburch: de vader van de ik-figuur vertelt er over in bloemrijke taal, in lange monologen compleet met citaten. Veelvuldig beschrijft de ik-figuur hoe zijn vader en hij de achterburen begluren als er weer eens ouderlingen op bezoek zijn om de van het ware geloof afdwalende Van Diepenburch op het juiste pad te brengen. Lijkt dit al achterbaks, de zoon is het ook tegenover zijn vader: heeft hij stiekem zitten notuleren? Hoe is het anders mogelijk dat hij de verhalen die zijn vader vertelt, zo gedetailleerd kan weergeven? Of heeft hij zo'n formidabel geheugen? Het boek speelt zich af ineen ouderwetse tijd, zei ik hierboven: de tijd van de nu soms zo bejubelde sociale controle. Maarten 't Hart laat zien hoe benauwend - of beter: hoe benauwd - de wereld kan zijn als die sociale controle gepaard gaat met het beknotten van het vrije geestesleven. Maar is er perspectief? Machteld, die zich na drie huwelijken aan 'Maassluis' heeft ontworsteld, werkt in een SM-club met boeien en kooien. Wie is vrij?
(Bron:) http://www.knipselkranten.nl/literom/

Auteur

Biografie van Maarten 't Hart
Geboren in 1944.

Maarten 't Hart (pseudoniem voor Maarten Biesheuvel) is geboren te Maassluis in Zeeuws-Vlaanderen op 25 november 1944. Hij is de oudste zoon van Paulus 't Hart en Magdalena Van der Giessen. Er was zoals bij vele gezinnen in die tijd lichte armoede. Hij leerde gemakkelijk en kwam moeiteloos door de lagere school en de HBS. In 1962 ging hij biologie studeren aan de Rijksuniversiteit te Leiden, zijn tweede keuze, want voor de studie Nederlands werd hij niet toegelaten omdat hij geen gymnasiumdiploma had. Op 10 maart 1966, de trouwdag van koningin Beatrix, leerde hij zijn vrouw Hanneke van den Muyzenberg kennen. Zij trouwden op 14 juli 1967. Na het doctoraal examen in 1968 vervulde hij zijn militaire dienstplicht als wetenschappelijk onderzoeker tot eind 1969. Maarten 't Hart had altijd graag een vrouw willen zijn, hij verkleedde zich vroeger soms als vrouw en gaf zich uit onder de namen Maartje en Martine 't Hart, maar nu doet hij dit niet meer. Het schrijven begon reeds op jonge leeftijd: op zijn twaalfde schreef hij een jongensroman "Drie Vrienden", in zijn puberteit wou hij po?zie schrijven doch zijn stijl kwam niet overeen met de in deze periode geliefde po?zie van de vijftigers, zodat hij ermee stopte. Begin 1971 schreef hij zijn eerste roman "Stenen voor een ransuil", in 1973 schreef hij "Ik had een wapenbroeder", beiden met als thema homoseksualiteit, dit alles nadat hij in zijn legerdienst bepaalde gevoelens had voor een medesoldaat. In de lente en de zomer van 1971 schreef hij zijn bekendste en best verkochte werk "Een vlucht regenwulpen". Dit is evenwel pas in 1978 uitgebracht omdat hij het te persoonlijk vond. Omdat zijn werken niet zo goed verkochten, begon hij verhalen te schrijven zoals "Het vrome volk"(1974) wat direct bekroond werd met de Multatuliprijs. Het is pas met de verhalenbundel "Mammoet op zondag" (1977) dat hij doorbrak.

(Bron)
http://scholieren.samenvattingen.nl/documenten/auteur/843012/

Persoonlijke reactie

Raar: dat komt door het taalgebruik, daardoor kan je niet alles goed volgen en kom je soms in de war. Gelukkig kan je het draad daarna wel weer goed oppakken.
Interessant: als je eenmaal aan het lezen bent is het boek moeilijk weg te leggen.
Mooi: het verhaal wordt mooi opgebouwd, en omdat het in de logisch-chronologische volgorde staat kan je het verhaal goed volgen
Moeilijk: Dat kwam af en toe door het taalgebruik dat je het niet helemaal meer kon volgen.
Origineel: ik vind het origineel wat hij met die vlieger heeft verzonnen en door een vlieger alles te laten opvolgen.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.