geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Gebruikte editie
De tweede roman van Khalid Boudou verscheen bij de kleine uitgeverij Rotschild & Bach in november 2005. Het is een gebonden uitgave van 252 pagina’s met op de voorkant een afbeelding van een enorme asperge, wat verwijst naar het beroep van de president Joesoef H., die voordat hij in coma raakte, een illegale aspergesteker was.
Genre
"De president" is een satire op de Nederlandse samenleving die in de roman Zapland wordt genoemd. Het is een absurd verhaal, over een stelletje illegalen, Polen, een Roemeen, wat Lufianen, (Marokkanen?) die aan de macht komen en een soort 'nieuwe politiek' invoeren, bestaande uit nepotisme, schertsmaatregelen en nietszeggende interviews. De aanvankelijk geliefde president, ontpopt zich steeds als een machtswellusteling en raakt ten slotte dan ook zijn land kwijt.
Aanbevolen: nee…
of je moet wel een erg grote fan zijn van Boudou. Waar "Het schnitzelparadijs" nog als grappig kon worden gezien, vind ik de satire op de Zaplandse politiek (waarom niet gewoon Nederland genomen?) heel flauw. Nu valt over smaak natuurlijk niet (of juist wel) te twisten, maar ik vind het boek gewoon niet leuk: het is bovendien niet helder verteld en de door de auteur gekozen vertelsituatie doet het boek al helemaal geen goed. Het krijgt daardoor zelfs een oubollig karakter. Wanneer je het op je literatuurlijst voor havo of vwo zou willen zetten, verdient het volgens mij maar één punt op een schaal van vier punten.
De flaptekst
"Joesoef, beter bekend onder zijn bijnaam De President, is een illegaal en tevens ’s lands beste – en minst klagende – aspergesteker. Door omstandigheden komt hij in aanraking met de politiek, in een land dat in chaos verkeert en waarvan het kabinet is gevallen. Joesoef schopt het tot president en rekruteert zijn illegale, aspergestekende collega’s voor zijn kabinet, tegen een riant salaris. Bijgestaan door onder meer een seksmaniak en een betweter leert hij niet alleen leven met champagne en kaviaar, maar speelt hij ook het politieke spel vol verve: macht, opportunisme en nietszeggende interviews, De President draait er zijn hand niet voor om. Maar als alles hem te gemakkelijk af lijkt te gaan, en onverklaarbare toevalligheden zich in zijn nadeel opstapelen, verandert de sympathieke – en tevens eerste allochtone – president in een échte politicus: zijn dagen worden bepaald door berekenendheid, wantrouwen en angst. Uiteindelijk pleegt hij zelfs twee politieke moorden…"
Motto en opdracht
Het boek heeft een opdracht: "Voor Ankie". Deze Ankie is de echtgenote van de verteller van de roman, de ambtenaar van de rijksvoorlichtingsdienst van Zapland, J. Timmermans.
Die opdracht berust dus op een grap.
Het motto luidt: "Bomen moeten hun bladeren verliezen om nieuwe bladeren te kunnen voortbrengen en om dikker en sterker te worden. Sommige bomen sterven af, maar nieuwe, jonge bomen komen ervoor in de plaats. Tuinen eisen een hoop zorg, maar als je van je tuin houdt vind je het niet erg om erin te werken, en te wachten; en in het goeie seizoen gaat hij dan zeker bloeien". (Chance Gardiner: Uit Being there van Jerzy Kosinski)
De reden waarom Boudou dit motto heeft gekozen, is simpel. Het boek "Being there" gaat ook over een naïeve burger die door overmacht de leiding van een land in zijn schoot krijgt geworpen. Iedereen kent wel de komische film over deze roman met Peter Sellers in de hoofdrol van de tuinman-president. Ook in dit opzicht is de roman dus helemaal niet origineel.
Structuur en verhaalopbouw
De roman heeft drie grote delen, die weer onderverdeeld zijn in hoofdstukken.
Deel I "Het ongeluk" omvat hoofdstuk 1 tot en met 4 (blz. 9-69)
Deel II "Kleine en grote heersers" omvat hoofdstuk 5 en 6 (blz. 73- 103)
Deel III "Terug naar af" omvat hoofdstuk 7 tot en met 13 (blz.107-252)
Om de omslagtekst staat nog een korte tekst van Timmermans over zijn vogelclub en een met metaforen over vogels stuk over een door hem opgerichte camperclub. Naast het feit dat het doel van een dergelijke epiloog me ontgaat, is het opnieuw niet leuk.
De roman kent een opening in handeling (je wordt als lezer meteen in de gebeurtenissen geplaatst) en het einde is gesloten (de president heeft Zapland verlaten).
Op een aantal kleine uitzonderingen na wordt het boek vrijwel chronologisch verteld. Er zijn korte, ingebouwde flashbacks over de woonsituatie van de president, voordat hij president werd en over zijn vlucht vanuit Lufia naar Zapland. (Lees: van Marokko naar Nederland.)
Perspectief
De verteller in de roman is de rijksvoorlichter J. Timmermans. Hij vertelt als een soort expliciet auctoriale verteller de gebeurtenissen van de illegale aspergesteker Joesoef H. die door een misverstand na een coma tot president wordt uitgeroepen na de verkiezingen. Omdat hij de lezer heel vaak rechtstreeks aanspreekt met termen als "honorabele burger", "mijn eerbiedwaardige lezer", "mijn zeer gewaardeerde lezer") werkt deze verteltechniek indirect vertragend en is op den duur ook helemaal niet grappig meer. Deze telkens terugkerende aanspreekvormen werken op den duur heel irritant. Tussen het verhaal over de president vertelt Timmermans ook wetenswaardigheden uit zijn eigen saaie leven en hij keert dan steeds met dezelfde zin terug naar het verhaal van de president. ("Waar waren we gebleven.") Ook dit wordt gaandeweg het lezen heel vervelend. De keuze voor de verteller is m.i. dan ook erg ongelukkig, want hij heeft geen enkele meerwaarde voor het verhaal.
Titelverklaring
De titel van de roman is niet moeilijk te verklaren. Joesoef H. wordt na het ontwaken uit zijn coma de president van Zapland. Daarvoor werd hij door zijn illegale vrienden al " de president" genoemd.
Tijd en decor
Het decor van de roman is Zapland, uiteraard een niet bestaand land, waaruit met weinig moeite Nederland valt te destilleren. Waarom de auteur desondanks voor de naam Zapland heeft gekozen, is een raadsel, juist omdat Nederland zo herkenbaar is, evenals Marokko.
De tijd waarin de satire speelt is ongetwijfeld die van de eerste jaren van de 21e eeuw. Er wordt o.a. gesproken over de invoering van de euro.
Thematiek
In een interview in "Trouw" van 22 november 2005 geeft Boudou aan wat hij met de roman wil. Hij beschrijft graag minimaatschappijen, zegt Boudou, waarin zich alle sociale processen in het klein voltrekken: "Ik creëer met een roman een soort klein laboratorium". Dit heeft hij in 'De president' vooral willen onderzoeken: de overlevingsdrift van illegalen en de psychologie van de macht. Illegalen hebben een constante honger, weet de schrijver, die wel eens zo’n menselijk pakhuis vol hardwerkende buitenlanders heeft bezocht: "Ze leven van dag tot dag, hebben veel dromen, maar er is ook een strenge pikorde. In zo’n huis is echte honger naar hele normale dingen: eten, een trainingspak, fitness, een huwelijk, seks. Ze knokken en strijden, er zit zoveel leven in die mensen". De illegale hoofdpersonen in 'De president' blijven knokken voor hun eigen hachje, ook als ze zich in het centrum van de macht bevinden. In het begin bedenkt de president nog wel eens iets positiefs voor zijn volk. Maar al gauw wordt hij 'zo onverschillig als een ervaren journaallezer' en verrijkt hij alleen zichzelf. Macht corrumpeert, zo blijkt ook weer uit deze roman. "Ik denk dat mensen die op zoek zijn naar macht, vaak beschadigde mensen zijn", zegt Boudou. "Er is altijd wel een reden waarom ze die ladder opklimmen: bewijsdrang of wraak, na talloze vernederingen." Corruptie, honger en macht, het zijn zware thema’s, waarvan de schrijver toch bepaald geen somber boek maakte. Boudou is nu eenmaal geen sombermans, ook geen activist: "Ik wil graag een moeras laten zien, maar ik probeer niet iedereen erin te trekken. Dan wordt het zo’n stroperig, zwart boek. Ik ben een optimist, ik probeer altijd ergens nog het licht te zien".
Uit het interview van Boudou kunnen we dus opmaken dat het belachelijk maken van de honger naar macht en status datgene is wat hij aan de kaak wil stellen met zijn satire.
Daarom zijn de thema’s die hij bespreekt: de allochtonenproblematiek, de asielzoeker, de corruptie, het zinloze gepraat in televisieprogramma’s van de zogenaamde deskundigen (die worden opgeroepen bij gebeurtenissen als de tsunami, de Irakoorlog, de terroristische aanslagen op 11 september, etc.). Omdat hij echter zo de draak steekt met de genoemde items en de dialogen in mijn ogen niet echt humoristisch zijn, slaat hij m.i. de plank flink mis. Het is gewoon geen leuk boek.
In dit boek zit bovendien een 'mooi' verhaalmotief in engere zin: een specifiek element dat steeds in een boek terugkeert. In deze roman is dat het te pas en te onpas opbellen van de uitgeverij Heiveen, die graag iets met de President wil bespreken. Eigenlijk wordt niet duidelijk wat zij van de President wil. (waarschijnlijk het schrijven van een biografie, maar dan nog…..)
Samenvatting van de inhoud
Deel I: Het ongeluk
Eén dag voor Sint Jan ontwaakt Joesoef H. (die zich zelf daarvoor "De president" noemde bij zijn vrienden de aspergestekers) uit een coma en wordt hij voor de nieuwe president van Zapland aangezien. Hij was tijdens de verkiezingen in coma en dat was wellicht zijn grote redding. Hij wil snel naar zijn asperges terug en naar de Roemeen die blijkbaar zijn directe opdrachtgever is. Hij is wel gecharmeerd van vrouwen en de zuster die hem aanvankelijk verpleegt, is een heerlijk mokkel. Hij wordt ook bewaakt door een veiligheidsagent Adelbert. In het eerste hoofdstuk wordt hij al gebeld door de uitgeverij Heiveen, die hem te spreken wil hebben.
Na vier weken heeft hij zijn eerste interview met een bekende journalist van een krant, maar hij kan zich door het ongeluk weinig belangrijke zaken herinneren. Hij wordt veel gesouffleerd door zijn vriend van vroeger, De Spanjaard, die zijn pr-man wordt, maar datgene wat de president uitkraamt, berust louter op clichés. Het is dan ook een nietszeggend interview.
De mensen om hen heem, die alras zijn ministers worden, doen zich te goed aan prostituees, drugs, drank en lekker eten. Ook doen ze wetsvoorstellen waarin iedereen zich mag bewapenen en uiteraard staat er ook wat moois op stapel voor de illegalen.
In het vierde hoofdstuk maken we kennis met Corrie, de relatie van Joesoef H. voordat hij in coma raakte. Ze vertelt hem over hun kinderen die hem vrijwel niet meer zien. Ze eist aandacht van hem, omdat ze hem vroeger heeft geholpen met de integratie. Hij lijkt dat allemaal vergeten te zijn. In plaats van wodka zoals vroeger drinkt hij nu alleen nog maar karnemelk. In zijn eerste optreden heeft Joesoef H. toch wel iets weg van minister-president Balkenende: zo wordt o.a. het gezin als hoeksteen van de samenleving (CDA-gedachte) gezien. Corrie wil ook liever in een ander huis gaan wonen, omdat ze de presidentiële woning maar niets vindt. Corrie vertelt hem ook dat ze drie weken zwanger is, maar van wie wordt niet direct duidelijk. Ook vraagt ze nog aan de president of hij nog weet wie de Roemeen is, maar daarna praat ze er weer overheen. Joesoef H. geeft aan dat hij heel veel vergeten is door het ongeluk.
Deel II: Kleine en grote heersers
In het eerste hoofdstuk van dit deel neemt de verteller ons mee terug naar de Vlietstraat in het Beierhuis, het huis waar de president vroeger woonde toen hij nog illegaal was. Hij woonde er met De Professor, De Spanjaard, wat Polen en een Bulgaarse. De hond Beier zit ook in het huis en op een dag besluit de president dat de hond moet sterven, omdat hij zich als een heerser wil gedragen en hij van mening is dat hij met de moord gezag krijgt bij zijn medebewoners. Het is zijn eerste politieke moord. De agitatie in het Beiderhuis is groot.
In het volgende hoofdstuk gaat Joesoef naar een lezing waar ook een bekende schrijver van allochtone afkomst optreedt. Maar hij heeft het verkeerde papier van een toespraak bij zich: hij moet praten over feministische vrouwen, maar hij houdt zijn reguliere toespraak over de situatie van de illegalen en de aspergestekers.Het publiek is enthousiast, mede omdat hij in de metaforen over de asperges spreekt, maar hij krijgt wel ruzie met de allochtone schrijver. Tijdens zijn toespraak wordt hij weer opgebeld door de uitgeverij Heiveen, maar tot een gesprek komt het opnieuw niet.
Deel III: Terug naar af
Alles wordt weer even als vroeger: De Spanjaard heeft een deal moeten sluiten met De Roemeen om de arbeidscontracten (?) af te kopen. Alle ministers uit de regering gaan daarom nog maar eens met een busje naar de aspergevelden, waar ze worden ontvangen door De Boer. Die man doet heel onvriendelijk en behandelt hen echt als minderwaardig. Bovendien chanteert hij hen steeds met de Roemeen ("Zal ik hem even bellen?"). Dat wordt de president op den duur te veel: hij steekt de aspergeboer met zijn aspergemes dood: zijn tweede politieke moord komt daarmee op zijn conto. Tijdens het werk belt opnieuw uitgeverij Heiveen, maar er is nog steeds geen contact tussen president en uitgever.
De meeste hoofdstukken beginnen met een bericht uit het gastenboek van de president op internet, waaruit blijkt dat de bevolking nog steeds onverdroten achter hem staat. Intussen wordt de invloed van de verteller Timmermans steeds groter: hij vertelt steeds meer over zichzelf om dan tenslotte weer terug te keren naar het verhaal van de president met de
zich herhalende passage: "Waar was ik gebleven?".
Op bezoek bij een stichting die over de jeugdzorg gaat (De Kluitman stichting), komt de president weer heel volks over: zo vraagt hij o.a. om gewone loempia’s. Maar de president houdt zich intussen in zijn honger naar macht en status met groupiemeisjes als Sacha van Vlaanderen bezig, van wie hij enige lichamelijke geneugten mag ontvangen, maar die dan wel een contract moet tekenen, waaruit blijkt dat ze niets zal vertellen tegen de roddelpers.
Tijdens zijn bezoek aan de stichting belt één van de Polen hem op met de vraag of hij mandaat heeft Turkije toe te laten tot de EU. De president geeft het mandaat, zeer tot teleurstelling van de verteller. Als ze de bijeenkomst verlaten geeft Joesoef aan de Spanjaard aan dat het gebouw van de Stichting binnen een maand tegen de vlakte moet, eventueel moet de fik erin. Zijn gedrag begint dus steeds vervelender en wellustiger te worden en hij gaat zich meer en meer gedragen als een dictator.
In één van de volgende hoofdstukken wordt verteld over de manier waarop de President Europa is binnengekomen: hij volgt niet de manier van vele Lufianen (Marokkanen) door de Straat van Gibraltar met alle risico’s van dien over te steken. Hij meldt zich met De Professor bij een sportclub aan en ze nemen de benen als ze in Sevilla een voetbaltoernooi hebben. Via rondzwervingen in Denemarken (het Walhalla voor de asielzoekers ) en Nederland komen ze dan in Zapland. (Blijkbaar een buurland van Nederland.)
In deze flashback zit een andere flashback, die over de situatie 's morgens in de Vlietstraat gaat als de illegale aspergestekers elke morgen worden opgehaald met een Hyundabusje van de Roemeen. Bang als ze zijn om te laat te komen, gebeurt er op een dinsdagochtend een ongeluk, waarbij Joesoef dus in een coma raakt, waaruit hij als de president van Zapland ontwaakt. Het is niet erg duidelijk wie het ongeluk veroorzaakt.
In hoofdstuk 10 zijn we getuige van een discussie in het parlement, waar de president en zijn ministers door de beraadslagingen van de parementsleden heen kletst. Hij blijkt hen dus helemaal niet serieus te nemen. Ook neemt hij diverse parlementsleden op de korrel die zogezegd aan eigenwaan lijden (een vrouw beweert dat ze op Kennedy lijken en ze gaan zich meteen zo gedragen). Zelf wordt de president steeds ongelukkiger, vindt hij. Hij is nu geen kleine, maar een grote heerser, kan alles krijgen wat zijn hart begeert, maar hij is niet in staat om van de dingen te genieten. Hij is dan nog maar een jaar president.
Hij overweegt om met zijn ministers naar Brazilië te vluchten. Dit alles bespreekt hij, terwijl het Parlement aan het vergaderen is en de voorzitter, de heer Roekel, boos op de president wordt, omdat die zich niet kan gedragen tijdens de vergadering. Ook de oppositie bij monde van de heer Builenberg is het eigenlijk zat. Maar dan springt de president op een tafel en houdt een toespraak ten gunste van de "uitburgeraar". Het is zoals zijn andere toespraken natuurlijk gewoon gezwets en het verhaal staat vol met clichés. Maar hij gaat helemaal door het lint. De Spanjaard probeert nog wat van de situatie te redden, maar de oppositieleider en de kamervoorzitter zien goed in dat de president "heel erg de weg kwijt is". De voorzitter laat nog een pak karnemelk aanrukken en beweert dat één en ander nog een gevolg van de coma is. Hij schorst de vergadering.
Enkele weken verder komt in een roddelblad naar voren dat de president mogelijk betrokken is bij de moord op de aspergeboer door een tafelpoot in zijn achterste te hebben gestoken.. De journaliste Boelabi vertrekt naar het geboortedorp van de president in Lufia, maar wordt door de lokale bewoners van het kastje naar de muur gestuurd. Wel komt ze te weten dat Zapland in de Lufiaanse cultuur "pik-land" betekent. Terug in Nederland werkt ze mee aan een tv-programma over de president, waar ook pseudo-deskundigen commentaar geven. In een verkiezingspoll blijkt dat 70 % van de bevolking nog steeds de president steunt, ook al zou hij de aspergeboer vermoord hebben.
In het volgende hoofdstuk vertelt Timmermans verder over de voorgeschiedenis van Boelabi, ook al een allochtoon uit Kongo, die met behulp van haar mooie lichaam de ambtenaren die over haar inburgering gingen zover wist te krijgen dat ze niet al te lang hoefde te wachten op een verblijfsvergunning. Later trouwt ze met een rijke zakenman die kort daarop overlijdt, waarna ze zijn zaken voortzet en een aanzienlijke persoonlijkheid wordt.
Ze besluit in de politiek te gaan en valt Joesoef weer lastig op het moment dat hij een toespraak tot het parlement wil houden. Ze dringt erg aan en gaat zelfs met hem mee op het herentoilet. Ze heeft bewijzen (make-up doosjes met haren) dat hij het met andere vrouwen heeft gehouden (o.a. Sacha van Vlaanderen). Hij wordt zo boos door haar insinuerende vraagstelling dat hij haar lichamelijk belaagt. Hij doet dat min of meer ten overstaan van de gezamenlijke politieke pers. Hij wijt zijn gedrag opnieuw aan zijn coma.
In het laatste hoofdstuk bezoekt Joesoef met De Spanjaard zijn vrouw Corrie. De Professor lijkt van de aardbodem verdwenen te zijn. Voor het eerst ziet hij zijn kind dat kort daarvoor geboren is, het meisje Nadia. Ook daar gaat weer de telefoon en je raadt het al (de firma Heiveen). Corrie vertelt dat ze steeds hebben geprobeerd om contact met haar op te nemen, omdat ze een biografie van de president willen schrijven. Joesoef H. doorzoekt de spullen van zijn vrouw Corrie en wordt heel boos als hij bij haar ook dezelfde make-upspullen ziet als bij Boelabi.
De Spanjaard die hem ziet boos worden, vreest dat hij opnieuw een moord zal plegen en hij lijkt gelijk te krijgen, omdat Joesoef kort daarna met Corrie verdwijnt en een uur later onder de modder terugkeert. De Spanjaard vermoedt dat hij een derde moord gepleegd heeft. De president geeft aan dat hij het tijd vindt om ermee te stoppen en geeft een mooi horloge cadeau aan De Spanjaard. Daarna vertrekt hij met Nadia. Hij loopt door de stad, wordt nog aangesproken door allochtone jongens die in hem de president menen te zien, maar hij verloochent zichzelf.
Natuurlijk neemt ook de uitgeverij Heiveen nog een keer contact met hem op, totdat hij bij een auto komt, waarin De Professor, de Polen en Corrie zitten. Hij suggereert alsof hij met De Spanjaard heeft afgerekend. Twee dagen later liggen ze aan het zwembad van een luxe hotel in Brazilië. Hij is er met zijn vrouw en kind. Op dat moment gaat zijn telefoon (een nieuwe mobiel) en tot zijn verrassing is het de uitgeverij Heiveen. Kort daarop rinkelt zijn telefoon opnieuw en blijkt het de Roemeen te zijn, die hem vraagt: "Are you happy, now".
Daaronder staat de naam van J. Timmermans.
Rijksvoorlichtingsdienst Zapland in samenwerking met uitgeverij Heiveen, en onder auspiciën van de Kluitman stichting.
Op de omslagtekst volgt dan nog een "Nagekomen mededeling" van de heer Timmermans over het oprichten van een camperclubje. De bedoeling van het vreemde stukje tekst ontgaat me en daarmee waarschijnlijk ook de lol ervan.
Recensies
Op 19 november 2005 bespreekt Rob Schouten in "Trouw" de roman. Hij is helemaal niet positief over de roman en vindt het boek heel flauw: "'De President' moet het hebben van vaart, geest en scherpte, maar eerlijk gezegd komt daar allemaal niks van terecht. De grappen zijn flauw, de wisecracks gezocht, en je wordt helemaal tureluurs van de onderbrekingen door de verteller die ons voortdurend met "mijn honorabele burger" of "mijn beste burger" aanspreekt en zichzelf meent te moeten corrigeren, 'waar was ik ook weer gebleven". Het hele boek door probeert een zekere Heiveen tevergeefs de president te bereiken, ook al een volstrekt uitgekauwde grap. Moeten we daarom lachen? Eerlijk gezegd vertrok ik tijdens het lezen maar één of twee keer een spier. 'De President' is kortom een jammerlijke mislukking, een zouteloze bespotting van, ja wat eigenlijk? Gauw vergeten maar."
In Het Parool van 19 november 2005 is Theo Hakkert heel wat positiever: "Schrijver Khalid Boudou (31), bekend van de verfilmde bestseller 'Het schnitzelparadijs', volgde voor een landelijk ochtendblad de campagnes voor de laatste Kamerverkiezingen en deed en passant de inspiratie op voor zijn tweede roman: 'De president'.
Het boek is een politieke satire rond een illegale aspergesteker met de bijnaam De President, die na een ongeval voor de president van Zapland wordt aangezien. Zijn collega-aspergestekers vormen al snel zijn kabinet. Gevolg: hilarische toestanden. Het kan niet goed aflopen, en dat doet het dan ook niet.
Zelfs de bizarre vertelsituatie wordt door hem positief gewaardeerd: "Een speciale rol heeft de verteller, de overijverige ambtenaar J. Timmermans. Eerst vertelt hij het wonderlijke verhaal van de president Joesoef Ha vanuit nederige bewondering, maar gaandeweg neemt de voorlichter het hele boek over. Tot het uiteindelijk zijn boek wordt. De president is opgedragen aan Ankie, de echtgenote van Timmermans. Eén van de vele subtiele grappen in dit vaak komische boek over de politieke cultuur van bluffen, schreeuwen, overbluffen en overschreeuwen."
In de Spits van vrijdag 3 december 2005 bespreekt David Bronkhorst onder de titel 'De lachspiegel van Boudou' de roman wel heel positief. "Khalid Boudou (31), schrijver van de verfilmde bestseller Het schnitzelparadijs, komt deze maand met een nieuw boek uit. De President is een fantastische satire geworden op het Nederland van nu. Wie het eenmaal gelezen heeft, gaat nooit meer stemmen. De President gaat over een illegale aspergesteker die het tot president van Zapland weet te brengen. Zapland is Nederland van nu, in een lachspiegel bekeken. De übercorrupte president Joesoef stelt een kabinet samen vol kleurrijke mede-aspergestekers met klinkende namen als De Spanjaard en De Professor. Hij zuipt, hoereert, moordt en houdt als een échte president het volk tevreden met meeslepende toespraken. De president is een hilarisch personage dat onbedoeld vele wijsheden uit zijn mouw schudt, gebaseerd op zijn ervaringen als aspergesteker. In Nederland zou hij zonder moeite stemmen krijgen. In een luchtige stijl vol taalgrappen en doordenkertjes wordt de Nederlandse houding ten opzichte van illegalen, uitkeringen, politiek en de multiculturele samenleving op de hak genomen. Ook de hedendaagse paranoia, het politieke geleuter en de vele oeverloze discussies tussen zelfbenoemde experts op de televisie komen aan bod."
Over de schrijver
Schrijver Khalid Boudou (1974) werd geboren in Tamsamane, Marokko, en woont sinds zijn vierde in Tiel. Zijn literaire carrière begon met de El Hizjra Literatuurprijs, die hij won in 1998. Drie jaar later verscheen 'Het schnitzelparadijs', waarvoor hij het Gouden Ezelsoor kreeg voor het best verkochte debuut. Succesvol is ook de recente verfilming door Martin Koolhoven: al na 11 dagen kreeg 'Het schnitzelparadijs' de status van Gouden Film (100000 bezoekers). Net als bijvoorbeeld Abdelkader Benali – een eerdere winnaar van de El Hizjra Literatuurprijs – werd Boudou na zijn debuut vaak uitgenodigd om zich in het maatschappelijke debat te mengen als (model)Marokkaan. Die rol bevalt hem niet zo goed, zegt de auteur: "Sommigen denken dat je een Febo hebt met meningen. Daar moet je je aan ontworstelen". Want Boudou wil schrijver zijn en geen Marokkaanse opiniemaker.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.