geef je mening

Trend: wachtwoord delen met je liefje. Doe jij dat?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Justine verdiept zich in 't 'flikker lekker op naar je eigen land'-kamp op Facebook. Anti-Mauro en anti-Sahar. Who's next?

Boekverslag Manon Uphoff

Koudvuur

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

13 oktober 2005

Taal:

Woorden:

4.100

Bekeken:

15005 keer (137 deze maand)

Waardering:

3.8/5 (66 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Gebruikte editie
De eerste druk van de roman verscheen in september 2005 bij de Bezige Bij in Amsterdam. De tweede druk volgde al snel. Van deze druk is gebruik gemaakt. De roman telt 175 pagina’s. Op de voorkant staat een foto afgebeeld van een klein mager meisje (begin puberteit) met ontbloot bovenlichaam in een kort spijkerrokje. Ze kijkt enigszins angstig of wantrouwend naar de degene die de foto maakt.

Genre
“Koudvuur” is een psychologische roman over het lief en leed van een familie in de zeventiger jaren in een grote stad. In een interview in BOEK nummer 5, jaargang 2 geeft de schrijfster aan dat het boek veel autobiografische elementen bevat. Er zijn ook veel passages herkenbaar uit de eerste roman van Uphoff, “Gemis” uit 1997. Het interview heet “Mij schuif je niet als een kroket naar binnen.” In het interview zet ze zich nogal af tegen de platvloersheid in het leven, de televisie etc.

Motto en opdracht
Er is geen motto en geen opdracht.

De flaptekst
Ninon is nummer elf uit een gespleten en chaotisch gezin. Samen met haar broer Sasja en kleine zusje Lime - nummer twaalf en dertien - vormen zij een familie in een familie. Aanvankelijke ontdekken zij vol verwondering het leven binnen de muren van het huis. Dat is niet louter een lieflijke ontdekkingstocht. Integendeel, zij stuiten op pijn, wreedheid en falen. Zij krijgen te maken met hun beeldschone, kettingrokende moeder en de schim van een dood kind - hun broertje, die bij een ongeluk het leven liet. Meer en meer vriest het drietal vast in een 'glazen universum'. Pas vele jaren later, na de dood van de vader, een groot verhalenverteller, slaagt Ninon erin uit het gezin te breken, de buitenwereld te bereiken door haar gedachten aan het papier toe te vertrouwen: “Nu ben ik de brievenschrijver. Ze zeggen dat ik goed ben met woorden. Dat is waar. Het zijn de lichamen waar ik bang voor ben.” 'Koudvuur' is een verontrustende en betoverende roman.

Structuur en verhaalopbouw
De roman begint met een soort proloog. Daarna volgen er vier hoofdstukken met een korte titel en de roman eindigt met een korte epiloog. De volgorde van de verhalen is vrijwel chronologisch. De vier delen worden fragmentarisch verteld. Er zijn veel witregels en afscheidingstekens die een nieuw fragment aankondigen.

Eigenlijk zijn er vier verhalen die wel een raakvlak hebben, maar er ontstaat toch niets iets van een roman. De hoofdstukken zijn achtereenvolgens getiteld: Sneeuw, Wol, Melk en Glas. Het is geen roman in de traditionele zin, met een duidelijke spanningsboog en een bevredigend einde. Het verhaal is opgebouwd uit fragmenten, anekdotes en herinneringen, die samen een vrijwel compleet beeld geven van dat specifieke gezin. In de proloog geeft de vertelster aan dat haar geheugen niet geordend is en dat blijkt uit de ordening van de gebeurtenissen.
Aan het begin is Ninon een springerig kind van ongeveer vijf of zes jaar oud, aan het einde draagt ze als tiener haar vader naar het graf. In alle jaren daartussen is het meisje bezig zichzelf te definiëren in dat monsterverbond dat familie heet.

Perspectief
Het perspectief is een personaal perspectief, voornamelijk beschreven vanuit het meisje Ninon. In het begin is ze ongeveer 6 jaar oud. In de latere hoofdstukken is ze een pubermeisje. Omdat ze over haar ouders praat als “de vader” en “de moeder”, ontstaat er een bepaalde vertelafstand: net alsof het verhaal min of meer langs haar heengaat. Een vuurtje dat je niet raakt. Koudvuur misschien? Ze vertelt in een onwetend perspectief, nl. in de o.t.t. Daardoor is er geen retrospectie op de gebeurtenissen van vroeger.

Titelverklaring
In het eerste deel “Sneeuw” (blz.22) komt een letterlijke verwijzing naar de titel voor. De kinderen uit het gezin steken met kerst sterretjes aan. De vonken ervan vliegen op het vloerkleed en de vader zegt dat het geen kwaad kan omdat het maar koudvuur is.

Nu weet ieder kind dat koudvuur niet bestaat, althans dat het ontspringt aan een kern die wel degelijk gloeiend heet is en dus gevaarlijk. In het gezin is die kern een mengsel van verdriet en frustratie bij de ouders (over het dode kind, over hun huwelijk en over gemiste kansen in het leven), die ook bij de kinderen een gat heeft geslagen. Steeds weer proberen de familieleden dat pijnlijke midden te ontwijken - waarmee ze noodzakelijkerwijs ook elkaar ontwijken.
In die spanning tussen het zoeken naar elkaar en de angst voor elkaar schuilt de kracht van de roman. Er gaat geen moment van ontspanning voorbij in Koudvuur of Uphoff roept een sfeer van angst en dreiging op. Die des te sterker wordt door het onbedwingbare verlangen van de kinderen om naar de kern van het gezin toe te bewegen. De enige die daar een bevredigende oplossing voor vindt, is uiteindelijk Ninon, de schrijfster, die de vonken uit het vuur laat springen en zo haar eigen koudvuur maakt..

Maar er is wellicht een derde verklaring van de titel mogelijk. Koudvuur (of Gangreen) betekent het afsterven van weefsel. Het weefsel sterft af en begint te 'rotten' doordat de bloedtoevoer ontoereikend is. Onvoldoende bloedtoevoer lijdt tot onvoldoende zuurstof. Wanneer weefsel geen zuurstof meer krijgt, kan het niet voortbestaan en zal het langzaam afsterven. Koudvuur kan o.a. ontstaan door overmatig roken. Het afstervende verband in het gezin waarin de mooie moeder buitenmatig veel rookt (ze wordt zelfs in een sanatorium opgenomen), de liefde tussen de vader en de moeder die van de kant van de moeder verdwenen lijkt. De andere kinderen uit de vorige relaties komen nog wel bij hun vader en moeder, maar er is duidelijk afstand gekomen tussen de verschillende generaties kinderen.

Tijd en decor
De roman is autobiografisch bepaald. Manon Uphoff werd in 1962 geboren in Utrecht. De gebeurtenissen spelen inderdaad in een grote stad, zonder dat Utrecht expliciet wordt vermeld. Al wordt er wel verteld over de bouw van een groot overdekt winkelcentrum in het midden van de stad. (Hoog-Catharijne).
Zij werd geboren als nummer tien in een gezin; dat is ook in de roman het geval. Haar ouders hadden voor hun huwelijk een andere relatie waaruit ook kinderen zijn geboren. Uphoff (maar ook Ninon in de roman) is dus “van de tweede leg.” Aangezien ze op een bepaald moment tien jaar oud is, en als ze ontmaagd wordt door een Chinees dertien jaar, spelen de verhandelingen zich af in de zeventiger jaren. De moeder vertelt dat ze 14 was toen de oorlog begon (blz. 105) en z eis nu over de vijftig. Ook dat gegeven wijst op het midden van de zeventiger jaren.

Thematiek
Net als in haar debuutroman "Gemis" uit 1997 gaat "Koudvuur" over het wel en wee van het gezin waarin Uphoff opgegroeid is. Ninon is het tiende kind van haar vader en moeder, die beiden uit een vorig huwelijk kinderen hadden, maar in hun nieuwe relatie ook nog vijf kinderen krijgen: het achterlijke broertje Ferdinand, het broertje Kaj-in de hemel, dat bij een tragisch verkeersongeluk met een betonmolen om het leven komt. Daarna wordt Ninon geboren en dat is een gelukkige omstandigheid voor het zwaar getroffen gezin. Vervolgens komen er nog twee kinderen (het broertje Sasja en het zusje Lime). Over dat gezin met het wel en wee van de mooie, maar altijd mopperende moeder, de wat sullige vader die het leveren van statistieken als werkzaamheden heeft en voor zijn vrouw sigaretten blijft aanslepen, het wel en wee van de zus Toddie die steevast valt op de verkeerde mannen tot en met psychopaten toe.

Bij de vader is het verdriet van het omgekomen zoontje het grootst. Een aantal onbegrijpelijke zaken en uitingen zijn terug te voeren op het identificeren van Kaj, nadat de betonmolen hem verminkt heeft. Verder volgen we de levensweg van Ninon, die zich op haar dertiende door een Hongkong-Chinees laat ontmaagden en de bizarre omstandigheden van het gezin tenslotte weet te ontvluchten doordat ze de enige is die kan gaan studeren. Ze kan ook schrijven (begint met gedichten en een kort verhaal) en kan zo het verleden tot de juiste proporties terugbrengen. Zij is de brievenschrijfster; zelfs al op jeugdige leeftijd kan ze dingen voor het gezin (haar zus Toddie) bereiken en ze is degene die de herinneringen kan vastleggen. In de proloog zegt ze dat ze geen encyclopedisch geheugen heeft. Haar herinneringen werken meer als de glazen bolletjes met sneeuw die haar vader voor haar meenam. Je moet eerst schudden voor de sneeuw naar beneden valt. Je weet eigenlijk nooit hoe de sneeuwvlokjes dan terecht komen. Dat gebeurt ook met de flarden van de herinneringen: ze staan nogal ongeordend in de roman.

In het interview met BOEK (zie hierboven) geeft Uphoff ook aan dat het ook een roman is over de timing van dingen. “Het leven bevat alle dingen die je wilt hebben, maar niet op het moment dat je ze het liefst wilt hebben. De liefde is er wel, maar komt bijvoorbeeld pas na het overlijden of het vertrek van iemand. De seksuele ontwikkeling is er wel, maar komt te vroeg. Het gaat over hoe alle ingrediënten er wel zijn, maar je hebt er geen grip op. Je moet dus alles bij elkaar harken. Maar we kunnen de dingen nu eenmaal niet op het juiste moment op de juiste plek leggen. We stuiven door ons eigen leven en dat van anderen.”
In de roman geldt het bovenstaande ook voor de moeder van Ninon. Tijdens de laatste jaren van het leven van de vader moppert ze steeds op hem: als hij dood is wil ze ineens een rode rok bij Wehkamp kopen. Ninon komt erachter dat dit ooit een grote wens van de vader was. Met terugwerkend kracht is de moeder toch weer/nog verliefd op de vader.

Stijl
Uphoff heeft geen grote woorden nodig, zelfs de meest dramatische gebeurtenissen worden feitelijk en onderkoeld vermeld. Haar stijl is analytisch, maar niet koud, maar ook niet helemaal vanuit het kind geschreven. Vooral het stuk over de vroege kindertijd valt op: hier is de vader op zijn best - hij lijkt vooral dol te zijn op jongere kinderen - en Ninon en haar broers voelen zich geliefd en veilig. Deze periode resoneert in haar laatste woorden in de epiloog:
‘Ze zeggen dat ons verlangen kort en hevig is, als een bliksemschicht, maar ze liegen’.
Inderdaad: mensen die dat zeggen, liegen. Verlangen naar een tijd die voorbij is of naar iets wat juist nooit zal gebeuren, kan een langdurige, altijd aanwezige emotie zijn. Het zijn observaties als deze die deze roman zo de moeite waard maken.

Samenvatting van de inhoud
In de korte proloog schetst de vertelster eerst de manier waarop haar geheugen is geordend (zie hierboven) en geeft daarna een beeld van de straat waarin het gezin Borgkin woont.

Sneeuw (blz. 9-46)
Er wordt in dit eerste deel een treffend beeld geschetst van het gezin Borgkin. De wat sullige maar goeiige vader die tegen de groenten praat, de mooie maar altijd mopperende moeder die verslaafd is aan sigaretten. Vader Borgkin houdt nog steeds veel van zijn tweede vrouw voor wie hij zijn eerste vrouw, bij wie hij vijf kinderen had verlaten heeft. De vrouw lijkt wat minder verliefd op hem te zijn gebleven en klaagt vooral over de ellende die ze heeft moeten doorstaan. Nina is het tiende kind in het gezin en is geboren na de dood van haar broertje Kaj die bij een verkeersongeluk om het leven is gekomen. Daaronder komen nog twee kinderen: haar broertje Sasja met wie Ninon de hele roman door optrekt en met wie ze vrij goed kan opschieten, zo lijkt het en het zusje Lime, dat een wat minder sympathie indruk maakt.
Eigenlijk wordt in dit eerste deel alleen maar beschrijven wat er zoals in het gezin gebeurt. Zo loopt er ook nog het geestelijk minder begaafde broertje Ferdinand rond, die er alles aan gelegen is om vooral op de moeder een zo goed mogelijk indruk te maken.

De vader doet de kinderen in bad, kookt, vertelt verhalen (sprookjes en geschiedenissen uit de Bijbel) en de moeder lijkt zich veel minder om de kinderen te bekommeren. De drie kinderen maken deel uit van een veel groter gezin met veel oudere halfbroers en halfzussen. Die vormen een heel andere categorie kinderen. De vader is een echte statisticus. Met een schaartje kerft hij elk jaar ook de groeimeter van de kinderen in de deurkozijnen. Herhaaldelijk laat de vader weten dat Ninon het favoriete kind is, omdat ze de blijdschap in zijn leven terugbracht na de dood van Kaj. Bij het baden op zaterdag valt de vader in de badkamer en als gevolg van de val schiet er een stuk glas in de pols van Ninon. Het is weer de vader die de pols verbindt, maar het zal altijd een litteken blijven. Als ze ‘nachts wakker wordt en naar de kamer gaat, ziet ze dat de vader zijn handen om de keel van de moeder heeft geknepen. Een fragment later wordt de verjaardag van de moeder beschreven: ze drinkt veel wijn, wordt dronken en vervelend ( roept dat ze het gezin zal verlaten) en kotst alles uit in de wc. Beneden in de kamer huilt de vader.

Wol (blz. 49-89)
Het tweede deel gaat voornamelijk over de grotere zus Toddie (kind uit een eerder huwelijk van de moeder). Haar man heeft haar verlaten en Toddie is op zoek naar ander mannelijk genot. Sasja en Ninon vinden het prettig om bij Toddie te zijn: ze kan lekker macaroni koken. Maar financieel gezien kan ze het alleen niet redden en de schuldeisers komen steeds weer aan de deur. Ook gaat ze om met verkeerde mannen: ze is nogal op seks belust en een man die gevangen heeft gezeten, Léon, neemt ze in huis. Hij houdt er nogal vreemde ideeën op seksueel gebied op na, maar ondanks alle waarschuwingen van de moeder gaat Toddie gewoon met hem verder. Ninon is in deze periode tien jaar en in staat om brieven te schrijven voor Toddie. Zo schrijft ze een brief waarin ze moet pleiten voor het vrijlaten van Leon die weer iets heeft uitgevreten. Later blijkt dat deze Leon een psychopaat is met voorliefde voor seks met kinderen. Hij zit dat als TBS’er in een tv-programma wanneer hij al lang bij Toddie weg is, te verkondigen. Ninon en Sasja hebben daarvoor al pornografische boekjes bij Toddie onder het bed gevonden. Ze hebben dan al diverse ruzies tussen de twee meegemaakt. Op een bepaald moment gooit Toddie Leon het huis uit, maar ze moet dan zelf onderduiken, bevreesd als ze is voor de wraak van Leon. Die komt inderdaad verhaal halen als ze ondergedoken zit in een soort blijf-van-me-lijf-huis. Toddie leert er niet echt van, blijft met vreemde mannen omgaan en raakt natuurlijk zwanger van één van hen.

Melk (blz. 93-148)
Het meisje is intussen begonnen met het schrijven van gedichten: de moeder is hier heel trots op. Maar vanwege haar slechte gezondheid (longen) wordt de moeder opgenomen in een sanatorium. Ninon en Sasja zorgen in die periode voor het huishouden. Er wordt veel nieuwbouw gepleegd in de omgeving.
Ninon wordt puber en gaat zwaar opgemaakt naar de bar van het hotel, waar ze een Chinees opdoekt. Hij ontmaagdt haar in een viezige kamer die hij met andere mannen deelt. Is dit alles?, vraagt de dertienjarige Ninon zich af. Toch was de man niet onaardig voor haar. Haar vader meet haar dat jaar weer: ze is 1 meter 63. De moeder wordt steeds lastiger, dreigt o.a. met zelfmoord en de vader antwoordt dat hij het raam wel open wil zetten.

Toddie heeft weer een nieuwe vriend: die alles vraagt over het gehandicapte broertje en die Ferdinand ook bier laat drinken. De moeder begint daarover weer te schelden.

Er zijn veranderingen in de stad en enkele halfbroers hebben het intussen ver geschopt: één van hen, Gunther, is “miljonair”. De vader gaat intussen met vervroegd pensioen: aan de manier waarop zijn afscheid wordt gevierd, blijkt dat hij min of meer overbodig is geworden. De afgedragen 100 % wollen pakken van Gunther, gaan naar de vader. Bij Ninon en haar broer Sasja komt de seksuele bewustwording op gang: ze hebben het met elkaar over hoe je moet “neuken”. Sasja doet het als 15-jarige intussen met een getrouwde vrouw: als kick draagt hij de onderbroeken van de man die hij bedriegt. Ook Ninon heeft in die tijd weer seksuele ervaringen: deze keer wel met jongens van haar eigen leeftijd. Ze heeft echter zelf de regie in handen; ze heeft ook meer ervaring: ze wordt de “koningin van de discotheek” genoemd. Ook krijgt ze haar eerste echte vriend: de broer van de vriend van Sasja, Finn. Aan hem leest ze haar eerste verhaal voor: “De wond”. Het gaat over een jongen die uit liefde voor een meisje haar voet afhakt en voor haar een houten voet maakt, zodat ze niet bij hem wegkan.

De vader krijgt een eerste hartaanval en Sasja neemt de regie in huis over: hij zorgt ervoor dat de vader geen zware dingen meer doet. Ninon test haar vriend Finn op alle mogelijke manieren uit, maakt afspraken met andere mannen, treitert de jongen, krabt hem.
Met Sasja neemt ze ranzige situaties op het gebied van seks door.

Glas (blz. 151-175)
In dit laatste deel is Ninon ongeveer 20 jaar. Ze heeft haar studie aan de Hogeschool afgebroken (Manon Uphoff doet dat inderdaad in 1982). Vader takelt af en de moeder droomt ervan dat ze haar jeugd terugkrijgt, als de vader er niet meer is. Hij valt steeds meer, gaat drie keer per dag naar de kerk en doet zijn behoeften soms gewoon in zijn broek.

Ninon heeft haar eerste verhaal opgestuurd. Het heet “Shit” (vergelijk Uphoffs eigen eerste verhaal “Poep”.) Vader lijkt daarna ook een beetje te gaan dementeren: hij herkent sommige kinderen niet meer. De moeder geeft steeds meer op hem af, klaagt dat hij wel een sprinkler lijkt als hij moet pissen. Dan is hij ineens dood. Na vijf dagen moeten ze de moeder overtuigen dat hij begraven moet worden. Na de begrafenis wordt er gesproken over heel triviale dingen (het verven van het haar, het niet hebben van tieten van de ene zus, de seksuele behoeften van Toddie).
De moeder beweert dat de vader haar ’s nacht komt zoeken in haar dromen. Uit de verhalen die daarover vertelt, blijkt dat ze hem toch wel mist en dat ze van hem heeft gehouden. Ook zij takelt af: het gezin valt min of meer uit elkaar. Ferdinand heeft eindelijk een oudere vriend die hem min of meer seksueel misbruikt. Ninon en Sasja waarschuwen hem, maar hij wil niet luisteren. De tijd gaat voorbij. Sasja koopt een webcam op zijn computer en vraagt Ninon naar hem te kijken.
Dit deel eindigt met de zin: het is lang geleden dat de kinderen werden gemeten.

In een nawoord geeft het meisje aan dat ze Ninon heet en dat zij de briefschrijfster is. Haar broertje biedt aan dat ze de verhalen die ze schrijft ook bij hem op de computer zet.

Recensies
Op 23 september 2005 verschijnt in het NRC een bespreking van Arjen Fortuin. Hij is heel lovend in zijn recensie. “Een hiërarchie lijkt te ontbreken, waarom Uphoff deze verhalen in een romanvorm heeft gegoten is eigenlijk een raadsel. Niet dat dat raadsel je veel kan schelen; daarvoor is Uphoff te goed. Je hoeft maar een paar bladzijden in Koudvuur te lezen om je mijlenver verwijderd te weten van overwegingen van romantechnische aard. De dwingende, precieze zinnen van Uphoff hebben je dan allang vastgezet. Er zijn weinig Nederlandse schrijvers die zo goed in staat zijn om een persoon, relatie of gebeurtenis in een paar woorden neer te zetten. Zo is Koudvuur niet alleen een aangrijpend familieportret, maar ook een boek dat raakt aan de kern van Uphoffs schrijverschap”.
Op dezelfde datum bespreek Aluid Truijens de roman in De Volkskrant onder de titel “Familie Altijdwat”. Ook zij wijst op de overeenkomsten met de eerste roman “Gemis”, waarin ook het familieleven van Uphoff centraal stond. Ze geeft daarmee aan dat de schrijfster moduleert op een vertrouwde wijs. Ze geeft echter wel hoog op over de stijl van Uphoff: “Uphoffs stijl is er niet minder op geworden. Groot is haar vermogen om karakters te typeren in uiterlijk, spreekstijl en handelen.” Ze noemt daarna een aantal voorbeelden van die stijl en besluit met de conclusie: “Wie het werk van Manon Uphoff nog steeds niet kent, moet deze roman lezen. Maar de grote verrassing, die komt nog.”

Over de schrijver
Manon Uphoff wordt op 12 december 1962 in Utrecht geboren als ‘nummer elf’ in een groot gezin. Haar vader heeft dan al vijf kinderen uit een eerder huwelijk, haar moeder twee, en samen krijgen ze er nog vijf. Ze woont tot haar twaalfde in de wijk Lombok, maar verhuist op dertienjarige leeftijd naar Nieuwegein (wat zij ervaart als een verbanning naar suburbia). Haar middelbare schooltijd verloopt, in haar eigen woorden, brokkelig. Na twee jaar verlaat ze het gymnasium en op zestienjarige leeftijd vertrekt ze naar Groningen. Daar doet ze toelatingsexamen voor de kunstacademie, maar wordt nog te jong bevonden. Een jaar later keert ze terug naar het midden van het land en maakt haar middelbare school af. Na haar eindexamen wordt ze toegelaten tot de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar. Deze opleiding, aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, volgt ze een jaar lang.
In 1981 wordt Uphoff weggestuurd van de Academie voor Expressie omdat ze ‘niet in de structuur past’. Hierna volgt een studie Nederlands, Engels en Tekenen aan de Hogeschool van Utrecht. Op vierentwintigjarige leeftijd bevalt Uphoff van een dochter. In datzelfde jaar start ze haar studie Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Utrecht. In haar eindscriptie behandelt ze het werk van Lewis Carroll en Markies de Sade, schrijvers die nog regelmatig zullen terugkeren als onderwerp tijdens de vele lezingen die Uphoff geeft door heel Nederland. Na afloop van haar studie geeft zij korte tijd Nederlandse les aan anderstaligen.
Begeerte wordt genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs 1996, de Anton Wachterprijs 1996 en de ECI-Prijs 1997, en de Rabobank bekroont het titelverhaal met de Lenteprijs voor het beste korte verhaal. De krachtige en passievolle verhalen in Begeerte maken grote indruk en de pers spreekt dan ook van een groot talent.
Gemis, Uphoffs romandebuut, verschijnt in 1997. Het aangrijpende relaas van het pubermeisje Mara wordt genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 1998 en de Betje Wolff Prijs 1998. In Duitsland wordt het vertaald en uitgegeven onder de titel Schlafkind.
Amper een jaar na Gemis verschijnt De fluwelen machine, een nieuwe collectie korte verhalen waarin fantasie, wellust en passie een grote rol spelen. Uphoff begint in deze periode ook met het schrijven van scenario’s en bewerkt een aantal van haar eigen verhalen voor de VPRO. Voor verschillende kranten en bladen schrijft ze columns en artikelen en ze publiceert verhalen in vele bundels en magazines.
In 1999 vraagt de Volkskrant haar voor een wekelijkse column in het magazine van de krant. Uphoff levert eveneens regelmatig bijdragen aan Vrij Nederland, Optima, Passionate en De Tweede Ronde en van 1998 tot 2001 is zij jurylid van de ECI-prijs.
In 2000 verschijnt Hij zegt dat ik niet dansen kan, een bundel waarin Uphoff in korte teksten zoekt naar verbanden tussen taal, verlangen, geweld en werkelijkheid. De pers is zeer enthousiast en prijst haar vermogen om haarscherp mensen te observeren en portretteren. Ook in het buitenland slaat haar werk aan en meerdere optredens en lezingen vinden plaats in Duitsland, Oostenrijk, Bosnië, Kroatië en Slovenië.
De korte novelle De vanger verschijnt in 2002. Het werk wordt op de longlist voor de Libris Literatuurprijs 2003 geplaatst en door collegae en critici zeer bewonderd om de compactheid en het taalkundige meesterschap: ‘Het is net een verstild sprookje (…) licht, helder en vlijmscherp tot in de kern. Om te koesteren en naar te staren’ (Het Financiële Dagblad, 2002). ‘In de zo goed bij haar passende beknopte vorm roept Uphoff met een minimum aan woorden een huiveringwekkend drama op’ (NRC-Handelsblad, 2002).
In 2002 wordt Manon Uphoff genoemd in de top vijf (gebaseerd op een enquête onder de meest toonaangevende recensenten) van de belangrijkste schrijvers die debuteerden in de jaren negentig.

Verder speelt zij in 2002 mee in het succesvolle toneelstuk De Vagina Monologen, dat in meer dan vijftig Nederlandse theaters door heel het land wordt opgevoerd. Op 6 december 2002 ontvangt Manon Uphoff als eerste de C.C.S. Crone-prijs, een tweejaarlijkse prijs voor literatuur van de stad en provincie Utrecht.
In Alle verhalen (2003) zijn haar verhalen opnieuw gebundeld en aangevuld met drie nieuwe. Uphoff levert regelmatig columns en artikelen aan verschillende kranten en bladen, o.a. aan Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad en Vrij Nederland. Eind februari 2004 treedt Uphoff toe tot de redactie van De Revisor. Begin 2004 verschijnt De bastaard. Na De vanger, de tweede novelle in een reeks van drie. In september 2005 rolt “Koudvuur” bij de nieuwe uitgever De Bezige Bij van de pers.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.