ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

12 september 2005

Taal:

Woorden:

4.150

Bekeken:

2910 keer (3 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (9 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Gebruikte editie
De eerste editie van de roman verscheen bij de Bezige Bij te Amsterdam in 1977. Voor dit boekverslag is gebruik gemaakt van de vierde druk uit 1979. Op de voorkant van de roman staat een vrouw die uitkijkt op haar woning. De afbeelding moet vrijwel zeker de vertelster en protagonist (het belangrijkste personage) Agaath de Goede voorstellen. De roman telt 252 bladzijden en de vierde druk heeft een ruime bladspiegel, waardoor het boek vlot en lekker te lezen is. De verteltijd is daarbij ongeveer 4 uur.

Genre
“Eindelijk mezelf” is een psychologische roman, waarin een vrouw van veertig terugblikt op haar leven en haar relaties met mannen.

Niveau-aanduiding
De roman is niet moeilijk te lezen. De structuur is vrij eenvoudig, het taalgebruik eigentijds. Er worden geen moeilijke woorden gebruikt, geen ingewikkelde beeldspraak en de symboliek van enkele passages is eenvoudig te herkennen. De inhoud van de roman: het zoeken naar het geluk in het leven van een vrouw lijkt wel wat op die van de romans met een midlifecrisis voor mannen. (vgl. Bleekers zomer van Mensje van Keulen, Veertig van Kees van Kooten, Het gangstermeisje van Remco Campert, Een winterreis van Willem Brakman, Het leven van Sebastiaan Terts van Willem van Toorn) Deze romans zouden wat thematiek betreft goed gecombineerd kunnen worden met “Eindelijk mezelf”. Qua gebeurtenissen is het een relaas dat meisjes waarschijnlijk meer zal aanspreken dan jongens. Op alle eindexamenniveaus (van vmbo-tl tot en met vwo) zullen leerlingen deze roman kunnen en waarschijnlijk ook mogen lezen voor de lijst

Motto
Hoewel niet als een motto gepresenteerd, staat rechts onderaan op de eerste pagina de zinsnede : “ ’t is anders” geprint. De diepere betekenis van deze onopvallend gepresenteerde boodschap is onduidelijk. “is ’t anders”, omdat Agaath ook in de zeven jaar dat ze op zichzelf is eigenlijk helemaal haarzelf niet blijkt te zijn.

Structuur en verhaalopbouw
De roman is een ikroman met eigenlijk één heel grote flashback. Het is daarmee in principe een raamvertelling geworden. De verteller geeft aan dat ze veertig jaar is en net gescheiden is van haar eerste echtgenoot Harry, maar vertelt in de tussenliggende 22 hoofdstukken vooral over de zeven jaar die ze met een nieuwe minnaar André Dobbelman doorbrengt. Omdat ze alles al beleefd heeft, kan ze steeds vooruitgrijpen in de geschiedenis met zinnetjes als
“…Dat wist ik inderdaad nog niet, dat zou ik nog wel merken" (blz. 93)
“…Maar ik loop op het verhaal vooruit, ik vertel het niet goed. Al de tranen van zeven jaar bij elkaar geteld lijken een oceaan van verdriet te vormen, maar intussen…"(blz. 110)

Ze geeft aan dat ze schrijft voor haar zelf en voor dat wezentje daar binnen in haar. Het kind dat later zal willen weten waarom de ikverteller het geboren heeft laten worden.
Maar stelt ze op blz. 13: “Misschien doe ik er goed aan alles wat ik eigenlijk niet kwijt wil tussen haakjes neer te schrijven. Op aparte velletjes papier, dan kan ik ze er later altijd tussenuit halen. Als ik alles heb begrepen, zullen ze misschien zo onbelangrijk blijken dat ze best gemist kunnen worden. Mocht het echter zo zijn en dat vermoed ik nu al, dat ze over mijn belangrijkste drijfveren gaan, dan laat ik ze zitten. Toch zal er veel ongezegd blijven en vaak is het anders geweest.”
Prompt volgen er natuurlijk de hele roman door passages tussen haakjes: vaak bevatten het beschrijvingen van erotische passages over wat de hoofdfiguur in detail op seksgebied met haar one night stands en later met minnaar André Dobbelman uithaalt. Ze heeft de passages dus laten staan, blijkbaar omdat er belangrijke gebeurtenissen in vermeld staan.

Perspectief
De ikvertelster is de veertigjarige Agaath de Goede die al in de eerste regel aangeeft dat ze zwanger is. Ze vertelt in de o.v.t. in een vision par derrière (achterafverteller) vooral over de zeven jaar die daaraan vooraf gegaan zijn. Je leert vooral haar ideeën over het menselijk bestaan kennen.

Titelverklaring
De titel van de roman komt een aantal keer in de roman voor. Al op de eerste pagina vertelt de schrijfster dat de woorden van de titel haar eerste gedachte vormden, toen ze 33 jaar oud was en van haar eerste man Harry verlost was. Daarna komt de titel nog een aantal keer terug in de vertelling. Ze kan eindelijk zichzelf zijn: helemaal op zichzelf aangewezen zijn, maar eigenlijk wisselt ze haar man Harry in voor de Latrelatie met André Dobbelman. Ook van hem is ze nogal afhankelijk, ze moet wachten tot hij bij haar langskomt, voornamelijk om met haar te vrijen. De mensen om haar heen vallen geleidelijk aan toch weer weg en aan het einde van de roman komt ze er toch achter dat ze André gewoon als man om haar heen wil hebben. Ze heeft zich doelbewust zwanger laten maken.

Tijd en decor
Uit de tekstgegevens valt te analyseren dat de roman speelt in 1976. De vertelster Agaath de Goede geeft namelijk aan dat ze veertig jaar oud is, als de roman opschrijft. Op blz. 109 vertelt ze dat ze in 1936 geboren is en dat betekent dus ze de vertelling doet in 1976. Toch wordt het belangrijkste deel van de roman gewijd aan de jaren vanaf het moment dat Agaath van haar eerste man gescheiden is. Ze is dan drieëndertig jaar oud. Dat betekent dus dat de in de roman vertelde tijd van ongeveer 1969 tot 1976 beslaat. De sfeer van de tijd wordt wel aardig beschreven: zoals de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig (de pil is immers uitgevonden) en het kunstenaarswereldje van Amsterdam uit die tijd. Ze vertelt ook over de oliecrisis en de autoloze zondagen die in de werkelijkheid in 1973 speelden.
Zoals met vrijwel elke roman is er sprake van autobiografische elementen: Mischa de Vreede werd eveneens in 1936 geboren. Ze is ook in 1969 gescheiden en heeft ook twee kinderen. Ze bezocht evenals Agaath het gymnasium en de Kunstacademie.

Het decor is duidelijk het Amsterdam van de jaren zeventig. Indicaties zijn het redelijk vrijgevochten milieu van kunstenaars, waarin de roman zich afspeelt. Er wordt ook een hoofdstuk in Venetië beschreven, als Agaath door haar minnaar André wordt uitgenodigd daar te komen. Van de stad wordt niet veel verteld, want het stel ligt voornamelijk in bad en bed.

Thematiek
In dit eenvoudig te begrijpen boek draait het allemaal om de vraag wat een moderne vrouw uit de jaren zeventig met haar leven wil. Agaath de Goede (let op de naam!) is een 33-jarige beeldhouwster, als ze van haar vervelende man en tandarts Harry scheidt. Hij wilde zelfs niet haar zwarte tand repareren. Hij is egoïstisch en Agaath meent na de beslissing eindelijk zichzelf te kunnen zijn. Ze laat haar ideeën op de lezer los en ze houdt er een vrije seksuele moraal (een typisch jaren zeventig-verschijnsel) op na. Maar eigenlijk verruilt ze in de zeven jaar die het boek beschrijft (het lange verhaal dat de hoofdfiguur eigenlijk wil schrijven voor haar nog ongeboren kind) haar eerste man Harry voor haar tweede minnaar André. Hoewel deze man haar seksueel wel kan bevredigen (ze leert door hem het orgasme kennen) en haar complimenten over haar figuur geeft, waar haar eerste man steeds minachtend over haar te kleine borsten spreekt, blijkt ook hij toch een man te zijn die macht over haar uitoefent. Eigenlijk is het toch gewoon onmogelijk om in het leven helemaal jezelf te zijn: je hebt toch altijd andere mensen nodig om te kunnen bestaan. Maar zegt Mischa de Vreede in een interview over het boek: “Vrouwen hebben toch altijd de macht van de buik.” Ze kunnen zich zwanger laten maken en zo een man tot een huwelijk dwingen (we praten hier over de jaren zeventig). Ook de hoofdfiguur besluit op een zeker moment dat haar relatie meer vastigheid moet kennen en ze laat zich doelbewust zwanger maken. Haar minnaar André weet op het moment dat hij naar Amerika vertrekt niet dat ze zwanger is. Hij belt haar in die tussentijd niet op, dus als hij terugkomt uit de Verenigde Staten, zal hem een enorme verrassing te wachten staan. Het maakt Agaath dan overigens niet meer uit of André bij haar zal komen wonen, als hij maar wel het kind dat het zijne is, zal erkennen (zie de laatste passage in de roman). Het thema is dus de typische vrouwelijke tegenhanger van de mannelijke midlifecrisis. Ook Agaath is een veertiger, wanneer ze het bewuste inzicht krijgt. Het is voor de jaren zeventig natuurlijk een modern thema, omdat in die tijd door de lossere huwelijksmoraal steeds meer vrouwen voor het probleem gesteld werden een eigen leven op te bouwen.
In de roman komen een aantal motieven voor die het thema van het zoeken naar het geluk moeten ondersteunen. Zo kunnen we zien :
- de queeste (naar de zin van het bestaan),
- de grote rol die seksualiteit in de jaren zeventig speelt,
- het kunstenaarsmilieu, waarin veel personen vreemd gaan
- echtscheiding
- de moeder-kindrelatie, (Agaath heeft veel moeite met de relatie die ze met haar moeder onderhield. Het wordt gesymboliseerd in de afbeelding die ze van haar moeder in brons maakt. Ze kan het beeldje maar niet kwijtraken. Niemand wil het kopen; zelfs de mensen van de Kunstregeling niet) Hoewel ze haar eigen kinderen na de scheiding in een internaat heeft gestopt, is de band met haar zoons Erik-Jan en Jasper niet slecht te noemen. Ze zijn graag bij hun moeder en willen terugkeren naar Amsterdam als ze gaan studeren.
- de vriendschap tussen man en vrouw
- de vriendschap tussen Agaath en Anna

Stijl
Mischa de Vreede schrijft “Eindelijk mezelf” in een vlot lezende stijl met veel dialogen en er zit behoorlijk wat vaart in de vertelling. Opvallend is het gebruik van de sterke vorm bij werkwoorden die langzamerhand in de Nederlandse taal een zwakke vervoeging hebben gekregen. ( zo hanteert ze “kloeg” voor “klaagde”, “wies” voor “waste” , “ried”voor “raadde”) Verder is het woordgebruik eigentijds met veel gevoel voor detail voor seksuele passages.

Samenvatting van de inhoud
Agaath de Goede is veertig jaar oud en zwanger. Ze vertelt over een periode in haar leven waarin ze zeven jaar geleden voor het eerst het gevoel had dat ze “eindelijk zichzelf” was.
Ze was gescheiden van haar man André met wie ze twee jongens had. Hij was tandarts, had een tweede huis in Friesland en na zijn ongeluk met een auto (op weg naar haar stervende moeder) was ze zijn tandartsassistente geweest. Ze waren min of meer langs elkaar heen gaan leven, totdat hij een andere vrouw ontmoette, met wie ze hem in bed betrapte. Het was voor haar het sein een punt achter haar huwelijk te zetten. Ze keert terug naar Amsterdam. Ze is, als de roman begint, voor het eerst weer bij een opening van een expositie. Tijdens de receptie botst er een klein kind tegen een man op en deze morst een glas wijn over zijn schoenen. Het is Siebe, een oud-studiegenoot van de kunstacademie. Later die avond duikt ze met ene Abel het bed in en vooral op seksueel gebied is dat een hoogtepunt. Siebe is de ontmoeting tijdens de opening echter niet vergeten. Hij was korte tijd daarna ook al –enigszins dronken- bij haar langs gekomen, omdat hij wist dat ze sinds kort gescheiden was. Ze wijst hem echter af: hij blijft echter vaak langs komen en ze praten dan altijd over zijn problemen, maar naar bed gaat ze niet met hem. Zo komt hij een keer bij haar praten als het weer uit is gegaan met zijn nieuwe vriendin. Hij is overigens wel getrouwd, maar het verschijnsel vreemdgaan komt in het milieu waarin Agaath vertoeft vrij veel voor. Zo heeft ook haar vriendin Anna een minnaar en die besluit later ook van haar man Carl af te gaan. Deze komt natuurlijk ook weer uithuilen bij Agaath. Eigenlijk is hij van mening dat Agaath de voedingsbodem voor de ideeën van Anna heeft gelegd.

Agaath is intussen haar oude hobby/beroep weer gaan oppakken. Ze is beeldhouwster (zelf vindt ze beeldbouwster een beter woord) en maakt geile afbeeldingen van vrouwenfiguren. De beeldjes vinden gretig aftrek en ze kan er financieel gezien van rondkomen. Ze is namelijk door Harry afgescheept met tienduizend gulden en merkt al snel dat het eigenlijk maar een klein bedrag is. Bij een bevriende tandarts moet ze haar gebit laten repareren, want in het huwelijk was het daar niet zo van gekomen. Toen ze negen jaar was, waren haar eigen ouders gescheiden en ze begreep maar al te goed, waarom haar vader van zijn vervelende vrouw was afgegaan. Zelf kon ze daarna ook niet meer haar moeder opschieten. Symbolisch gezien heeft ze het proces verwerkt, als ze een afbeelding van haar moeder in brons weet te maken.

Dan raakt Agaath bevriend met een kunstcriticus André Dobbelman. Ze was door een kunstrecensent Peter Regtdoorzee op hem gewezen, omdat André zich lovend over haar beeldhouwwerk had uitgelaten. Ze ontmoeten elkaar op een feestje en niet lang daarna staat André (uiteraard getrouwd) bij haar voor de deur. Hun eerste seksuele ervaringen zijn een feest voor Agaath, want André is een steengoede lover, die heel veel tijd aan haar besteed. Ook ervaart ze door haar vrijpartijen met André wat een orgasme is. André komt vervolgens een aantal jaren bij haar langs. Het is altijd alleen maar om te vrijen, want Agaat heeft heel duidelijk het adagio “vrolijk, eerlijk, en vrijblijvend” rondgebazuind. Maar op een keer als André weer gescheiden van haar op vakantie is gegaan, (hij is naar Frankrijk en zij is met haar zoons naar Spanje) merkt ze dat ze hem zo mist dat ze niet meer onder het oude motto met hem wil doorgaan. Eigenlijk zou ze het liefst elke dag bij hem zijn en ze zou zelfs met hem willen trouwen. Wanneer ze dat direct na de vakantie tegen hem vertelt, als hij weer langs wipt, gaat hij daar niet zo nadrukkelijk op in. Wel wordt er weer op een heerlijke manier seks bedreven.

Peter Regtdoorzee heeft haar wel eens verteld hoe het verleden van André er uit had gezien: hij was reeds twee keer getrouwd: bij de laatste vrouw had hij een kind gekregen dat een mongooltje was en al op vierjarige leeftijd was overleden. Hij had ook een relatie met een prachtige vrouw Alexa gehad, maar die had zelfmoord gepleegd door op een dag het IJsselmeer in te lopen en niet meer terug te keren. Niet zo vreemd dus dat André zich niet zo wil binden.

Via Peter (aan wie ze haar relatie met André heeft opgebiecht) neemt ze zelfs zitting in een stichting waarvan André voorzitter is en zo komt ze ook op een zakelijke manier met hem in aanraking. Zo kan hij haar een keer meevragen naar Venetië. Hoewel, hij neemt het vliegtuig en zij reist met de trein. Ze kiest in dat bewuste weekend voor hem en niet voor haar zoons die juist die paar dagen in Amsterdam willen doorbrengen. Met veel moeite bereikt ze Venetië, maar van de stad ziet ze vrijwel niets, want André moet daar werkzaamheden verrichten en de tijd die resteert, brengen ze voornamelijk door in bad en in bed. Intussen weten vrij veel mensen uit haar directe omgeving dat ze met André een relatie heeft en dat betekent ook dat ze wat geïsoleerder in haar milieu komt te staan. Agaath is namelijk vrij trouw: sinds ze met André gaat, heeft ze geen andere mannen seksueel benaderd. André echter lijkt bang te zijn voor een vaste relatie met Agaath. Hij blijft ook nog steeds bij zijn vrouw, die mogelijkerwijs nog steeds van niets weet.

André moet later weer naar Parijs en daarna voor onbepaalde tijd naar Amerika. Ze gaat dan weer tijdelijk wat meer om met haar vriendin Anna, maar diens vrijgevochten leventje dat gepaard gaat met veel seks met one night- mannen en als gevolg daarvan een aantal soa’s, staat haar toch ook niet meer aan. In de stamkroeg waar veel kunstenaars rondhangen, ontmoet ze een heel leuke kerel, Ernst. Er zit seksuele spanning in de lucht: hij komt ook inderdaad bij haar langs, maar door de manier waarop hij ineens praat en die nogal bezitterig klinkt, knapt ze ineens op hem af en gebeurt er tussen hen niets.
Ze filosofeert de komende maanden vooral over de twee types mensen die ze herkent: de ZIJN-mensen en de HEBBEN-mensen. In grote lijnen komt het neer op het niet hechten aan bezit of het juist wel bezitten van allerlei materie. Zelf vindt ze natuurlijk dat ze een zijn-mens is. Ze neemt de theorie door met vriendin Anna, maar die prikt er toch wel doorheen. Juist nu André zo’n tijd weg is, begint ze zich doodongelukkig te voelen. Maar God lijkt het goed voor haar geregeld te hebben: André komt ineens weken eerder uit de Verenigde Staten terug en staat even later weer bij haar voor de deur. De seks is uiteraard weer heerlijk na al die tijd dat ze die heeft moeten missen, want ook nu is ze hem trouw gebleven. Ze lijkt weer even gelukkig.

Financieel gezien gaat het de tijd erna heel wat slechter met Agaath. Ze is door de centjes heen van haar eerste man en weigert de spaarcenten van haar zoons Erik-Jan en Jasper aan te breken: die zijn namelijk voor de studie van de jongens. Ze praat erover met Peter Regtdoorzee. Die helpt haar eerst financieel door een onkostenvergoeding toe te kennen voor de redactievergaderingen van de stichting waarvoor ze werken. Deze vinden namelijk bij haar thuis plaats. Ook geeft hij aan dat ze een beroep moet doen op de Kunstregeling. Deze instelling koopt producten van kunstenaars op. Tegelijkertijd komt de relatie met André ter sprake en Peter vindt dat André een echt hebben-mens is. Agaath had altijd gedacht dat André ook een zijn-mens was. Voor de ondersteuning via de Kunstregeling komt ze na een onderzoek in aanmerking, maar ze heeft moeite om de beeldjes aan te wijzen die ze wil verkopen. Op een bepaald moment geeft ze ook het beeld van haar moeder mee (symbolisch wil ze zo van haar moeder afkomen) maar het beeld wordt enkele keren geweigerd, totdat ze het definitief terug krijgt ( symbolisch kun je nooit van je moeder afkomen).

In de stamkroeg Fenix ontmoet ze de collega-tandarts die haar zeven jaar geleden heeft geholpen. Hij vraagt aan haar hoe het toch zover gekomen is dat Harry haar zo verwaarloosde. Agaath beseft na dat gesprek met de man dat het eigenlijk helemaal niet mogelijk is “jezelf te zijn”, want je bent altijd afhankelijk van andere mensen (je liefde of seks geven, je producten kopen enz.) De hebben-en-zijn-theorie blijkt dus niet zo te kloppen.

Intussen heeft Agaath benedenburen gekregen en deze Surinamers maken het haar erg moeilijk: de geur van het andere eten, de ruzies die ze maken en de ruimtes die ze met elkaar moeten delen. Ook geven haar zoons te kennen dat ze terug willen komen naar Amsterdam om daar te kunnen studeren. Ze zal dus eigenlijk moeten verhuizen en via Peter komt ze er achter dat ze een gooi zou kunnen doen naar een oud koetshuis, dat via een erfenis aan een toekomstige kunstenaar kan worden uitgeleend. Ze moet er nogal voor lobbyen, maar uiteindelijk krijgt ze het nieuwe huis toegewezen. Peter vertelt haar dat André, die mee mocht beslissen in de commissie, blanco had gestemd en dat toen het lot de doorslag had gegeven. Een typische André-houding. Maar het duurt nog wel even voordat ze het huis kan betrekken.

Agaath heeft inmiddels inzicht gekregen in haar bestaan: “Na zeven jaar mezelf te zijn geweest, en alleen, zou ik weer openlijk bij iemand gaan horen: ik wilde laten zien dat ik iemand had, hoe dan ook. En André zou ik laten merken, wat hij voor me betekende, of hij wilde of niet.” (blz. 236)
Agaath laat zich daarna bewust zwanger maken. Opnieuw op reis naar Venetië weet ze het zeker. Ze hebben in Italië weer een prettige tijd samen, maar André zal daarna meteen doorreizen naar de Verenigde Staten. Het wordt een waanzinnige zomer, vindt Agaath. Er is veel aandacht in de media voor seks. ( reclame, de sekstelefoon, films met veel seks). De Surinaamse onderburen hebben het huis verlaten en Agaath maakt beeldjes voor de Kunstregeling, haar zoons komen met vrienden op bezoek en André laat intussen niets van zich horen. Maar dat geeft eigenlijk niet: het kind van hem zit in haar. Ze voelt het bewegen in haar buik, terwijl ze aan de tafel zit om dit lange verhaal op te schrijven. Het is toch een prachtig medium: de taal. Maar ze houdt er nu mee op, want ze moet nog een heleboel dingen regelen voor haar nieuwe huis, haar nieuwe kind en haar nieuwe bestaan. Ze ziet zichzelf later spelend met het kind van wie ze bijna de grootmoeder kan zijn. Of André dan bij haar woont, maakt haar eigenlijk niet meer uit. Ze hoopt alleen dat bij een of andere opening een kind tegen André zal aanbotsen en zijn wijn zal morsen en dat hij op de vraag of dat kind er één van hem is, open en eerlijk zal antwoorden met “ja”.

Recensies
Via Literom zijn er nog drie recensies uit 1977 beschikbaar. Reinjan Mulder is in het NRC Handelsblad van 28 april 1978 redelijk positief. Hij komt weliswaar geen sublieme stukken tekst tegen, maar vindt de roman wel een steuntje in de rug voor de vrouwen die in de positie van Agaath de Goede verkeren. In dat opzicht is het jammer dat Agaath zo’n apart (want vrij) beroep heeft. Ze kan immers doen en laten wat ze wil. Toch vindt Mulder het een “ aardig leer- en leesboek”.

Op 28 januari 1978 interviewt Frank van Dijl de schrijfster in het Vrije Volk. Het interview gaat over de macht van de vrouw. De Vreede geeft aan dat vrouwen momenteel hun leven in eigen hand kunnen nemen. Verder gaat het interview over de positie van de literaire kritiek in Nederland: vrouwen zijn venijniger dan mannen en een schrijfster heeft het vaak wat moeilijker: ze vindt de kritiek in België veel beter. Ook vertelt ze over het fenomeen schrijven: hoe meer ze schrijft, hoe meer ze tot zichzelf komt.

In De Telegraaf van 24 december 1977 schrijft Ivan Sitniakowski een vernietigende kritiek. Hij vindt de autobiografisch getinte romans van De Vreede helemaal niets. Hij heeft het over “het enge mens dat steeds maar in de romans van De Vreede wordt opgediend, dat helemaal niets van de wereld begrijpt. Ze kwekt maar door, in een opdringerig taaltje waar een gewoon mens wat van krijgt.”
Hij besluit met een venijnige conclusie: “Maar lieve hemel, wat moet de lezer met deze biecht, en waarom moet de Bezige Bij zo’n deerniswekkend slecht en nog een gecamoufleerd egodocument uitgeven? Kunnen ze daar dan echt niet lezen of een beetje corrigeren? Echt niet?”

Over de schrijfster
Mischa de Vreede werd in 1936 geboren in het toenmalige Batavia in het voormalige Nederlands-Indië; zij was het middelste kind en enige dochter van een dominee en een onderwijzeres. Zij werd Henny gedoopt, naar de op Ambon overleden eerste vrouw van haar vader. Na drie en een half jaar internering in Noord Sumatra werd het gezin in 1946 gerepatrieerd. In Emmen bezocht zij het lyceum, in Nijmegen het gymnasium en in Arnhem de kunstacademie. Toen ze achttien was, veranderde ze haar voornaam in Mischa - evenals Henny ook voor mannen geschikt - en verliet ze het ouderlijk huis, om in Amsterdam te gaan wonen en om te worden wat ze altijd al had willen zijn: schrijver.
In 1957 debuteerde zij als dichteres in het driemanbundeltje “Morgen mooi weer maken”, in 1959 kreeg zij de (kleine) Poëzieprijs van de stad Amsterdam voor een gedicht in haar Windroosbundel “Met huid en hand”; zij had toen al een kort verhaal in het toonaangevende literaire tijdschrift Podium gepubliceerd.

Zij is tweemaal gehuwd geweest en is moeder van Catelijne van Faassen (1956) en Tobias Thomas Oudejans (1962). Ook als huisvrouw en moeder is zij blijven schrijven, eerst kinderboeken maar bijvoorbeeld ook over televisie voor het Algemeen Handelsblad. Ook vertaalde zij o.a. “Herzog” van Saul Bellow en “De geverfde vogel” van Jerzy Kosinski.

Vanaf 1969 was zij genoodzaakt 'van de pen te leven'; ze schreef onder meer columns voor de VARA- radio, recenseerde kinderliteratuur voor NRC-Handelsblad en hield voor het toenmalige bureau SSS lezingen door het hele land. Ook maakte zij (reis)verslagen voor o.a. Vrij Nederland, Intermagazine en Elégance.

In 1983/1984 woonde zij als writer-in-residence aan de University of Michigan in Ann Arbor.

In 1991 verhuisde zij vanuit Amsterdam naar Camperduin; zij woont daar heel dicht bij de zee. Zij ging zich toeleggen op het schrijven van een 'oral history': het noteren van aan haar vertelde geschiedenissen onder het motto: “Een verhaal vertellen is ongeveer het liefste wat je een ander kunt aandoen.”.

Hoezeer ze ook hield van het schrijven van een goed stuk, - 'niet louter reactie maar ook een creatie!' - sinds kort wil ze zich niet meer aan deadlines hoeven te storen en schrijft ze alleen nog over wat ze - letterlijk - op het hart heeft, bijvoorbeeld voor Rood Koper over Rilke, eenhoorns of de Twin Towers.

Maar het liefst wijdt ze zich aan de poëzie, zodat zij haar eigen stem weer laat klinken, een stem die vertelt, uiteraard.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.