geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

8 september 2005

Taal:

Woorden:

4.500

Bekeken:

5573 keer (9 deze maand)

Waardering:

4.1/5 (22 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Gebruikte editie
De eerste druk van deze debuutroman verscheen in april 2005 bij de uitgeverij Prometheus te Amsterdam. In augustus 2005 was er nog geen tweede druk verschenen. De roman telt 307 bladzijden gedrukt met ruime bladspiegel. De kaft van de roman is natuurlijk overwegend blauw. Op de voorkant staat een foto van een grote kop van een everzwijn afgebeeld, zoals die aan de muur wordt opgehangen. Het is een verwijzing naar het eerste hoofdstuk waarin de hoofdfiguur als journalist op bezoek gaat bij een baron, die zo’n kop aan de muur heeft hangen.

Genre
“Blauw bloed” heeft iets weg van een ontwikkelingsroman. We volgen de gebeurtenissen in de jeugd van een societyjournalist die van adellijke afkomst is en de ontwikkeling van zijn vriend. Maar je zou de roman ook kunnen typeren als een zedenschets van de jaren tachtig en negentig.

Lezen of niet ?
Hoewel het een dikke roman lijkt met 300 bladzijden, is het boek toch vrij snel te lezen. Er is een mooie, ruime bladspiegel en de gebeurtenissen in het eerste deel zijn met veel vaart geschreven. Dat maakt het lezen aantrekkelijk voor jeugdige lezers: bovendien gaat het over personages die dezelfde leeftijd hebben als bijvoorbeeld de eindexamenkandidaten.
In het tweede deel dat in Amerika handelt, verliest het boek een deel van zijn vaart o.a. door de filosofische beschouwing over het leven van Stefan die door Sylvie aan de hoofdpersoon wordt overgebracht. Deze indirecte wijze maakt het toch wat minder interessant. Het boek gaat in het heden ook nog over de glossy bladen als Quote van Jort Kelder, dat nogal op de hak wordt genomen. Dat houdt de spanningsboog bij lezers wel tot het einde gespannen. Daarom kun je het zien als een roman die een gemiddelde leerling van havo of vwo wel op zijn literatuurlijst zal mogen zetten, tenminste als de docent de debuterende auteur Binnert de Beaufort accepteert. Vooralsnog lijkt die schrijver echter nog geen definitieve plaats in de Nederlandse literatuur te hebben verworven.

Motto en opdracht
De roman is opgedragen aan Channah en Roxy. Het is mij niet duidelijk wie dat zijn.

Structuur en verhaalopbouw
Het boek heeft een proloog en is daarna verdeeld in twee grote delen I en II. Deze delen zijn weer onverdeeld in titelloze genummerde hoofdstukken.
De proloog is van blz. 5 t/m 7
Deel I omvat de hoofdstukken 1 tot en met 12 (blz. 11 tot en met 166)
Deel II omvat de hoofdstukken 13 tot en met 19 ( blz. 169 tot en met 307)

De proloog geeft een auctoriaal commentaar over Den Haag. Deel I geeft afwisselend hoofdstukken in het heden (2002) en het verleden (vanaf 1983). De hoofdstukken spelen voornamelijk in Den Haag (verleden) en Amsterdam (heden).
Het laatste hoofdstuk van deel I speelt in Duitsland.

In Deel II blijft het heden voornamelijk gesitueerd in Amsterdam en speelt het verleden zich af in de Verenigde Staten (sinds 1990). De scheiding tussen deel I en II wordt gemarkeerd door enerzijds de middelbare schooltijd van Olivier (de protagonist) en zijn vriend Stefan, anderzijds de studietijd in de Verenigde Staten waar Stefan Duitse letterkunde studeert en hij het negermeisje Sylvie ontmoet.
In deel II worden heden en verleden in hoofdstuk 19 samengevoegd: via een flashback wordt Olivier weer herinnerd aan de laatste episode in 1990 in New York. Door middel van een brief wordt de lezer van de laatste details op de hoogte gesteld. Een vrij beproefde methode om de laatste raadsels uit de doeken te doen.

Perspectief
In de proloog is een alleswetende verteller aan het woord die de stad Den Haag en de Hagenaars en de Hagenezen beschrijft. Het verschil tussen de twee benamingen zit in hun afkomst. De Hagenees is van een lager allooi dan de Hagenaar.
In Deel I worden de hoofdstukken 1, 7 en 10 verteld door een personale verteller. Olivier van Aldenborch: hij is een 33-jarige societyjournalist bij het tijdschrift SELL en interviewt voor zijn blad mensen van adellijke afkomst. In de andere hoofdstukken van dit deel I volgen we de ik-verteller Olivier vanaf zijn middelbare schooltijd in 1983: hij is dan 14 jaar. Opmerkelijk is het verschil in de vertellers. De hoofdstukken uit het verleden hebben een ikverteller en de hoofdstukken in het heden hebben een personale verteller. Het laatste type verteller schept meer afstand tussen gebeurtenissen en verteller en dat heeft misschien met de inhoud van de vertelling te maken: Olivier vindt zijn baan als societyjournalist niet geweldig en neemt er in zijn relaas ook afstand van.
In Deel II zien we een andere personale verteller optreden: Sylvie, een Amerikaanse negerstudente van wie de ouders om racistische redenen vermoord zijn. Ook treedt Olivier nog steeds op in het heden (2002): hij vertelt personaal.

Titelverklaring
“Blauw bloed” is niet lastig te verklaren. Het is een verwijzing naar de adelstand. Iemand die van adel is, heeft “blauw bloed”. In de roman neemt Olivier (zelf baron van eenvoudige komaf) de adel toch wel min of meer op de hak. In het eerste hoofdstuk interviewt hij een baron die het financieel niet zo breed heeft. Hij plaatst het interview in SELL zonder dat de baron toestemming heeft gegeven. Het wordt uiteindelijk een juridische procedure. Maar Oliviers familieleden vinden in hoofdstuk 14 dat hij het eigenlijk niet kan maken om de adel af te vallen. Het is toch weer een kwestie van OSM tegenover ASM.

Tijd en decor
Het verleden van Olivier wordt beschreven vanaf oktober 1983 (zijn eerste dansles). Hij zit in de tweede klas van het Humanistisch Lyceum in den Haag en is derhalve 14 jaar. We volgen zijn ontwikkeling en die van zijn vriend Stefan tot zijn eindexamen. Hij is dan achttien jaar. Vervolgens gaat Stefan naar Amerika om daar te studeren en in het 13e hoofdstuk vertelt Sylvie over Amerikaanse soldaten die op weg zijn naar Saddam Hoessein die Koeweit binnengevallen is: het is dan 1990. Het heden van Olivier (als 33-jarige societyjournalist vrijt hij op een duikplank met de speelpoes van een rijke kapitalist) speelt zich derhalve af in 2002.

Het decor is in deel I voornamelijk het adellijke milieu in Den Haag (de schooltijd van Olivier en zijn kennismaking met zijn vriend Stefan) en in het laatste hoofdstuk 12 in Duitsland, waar de ouders van Stefan een huis hebben. In het heden van deel I is Olivier werkzaam en woonachtig in Amsterdam.

In deel II spelen de hoofdstukken zich in Amerika af: Sylvie is afkomstig uit Roseland, Louisiana, waar haar ouders door rassenhaters zijn vermoord. Ze studeert inmiddels aan de universiteit van New York waar ze Stefan ontmoet. Tussendoor spelen de hoofdstukken van het heden met Olivier weer gewoon in het milieu te Amsterdam af.

Thematiek
Het is nog niet geheel duidelijk uit de vertelling op te maken wat het thema van het boek is. Is het toch de ontluistering van de Nederlandse adel, die Binnert de Beaufort op het oog heeft? Je zou het bijna geloven, omdat er vrijwel geen enkele baron, graaf of jonkheer van onbesproken gedrag is. Niet voor niets wordt dan op de familiereünie van de familie van Olivier van Aldenborch gesproken over “het eigen nest bevuilen”. Want dat doet Olivier in zijn functie van societyjournalist. De door hem geïnterviewde baron Frank WW. spant een kort geding aan tegen de publicatie van het artikel in het glossy magazine Sell. Een kort geding dat hij natuurlijk wel moet verliezen. Ook in de eigen familie van Olivier is wel het een en ander misgegaan met de enkele ooms en tantes en ook de familie van de andere hoofdfiguur Stefan van Schwenningen Schönau heeft een paar steken laten vallen. Kortom, de ontluistering van de adel door geboorte is compleet.

Of moeten we het thema van de roman breder opvatten als een zoektocht (= queeste naar de zin van het menselijk bestaan). Toch lijken de wijsheden die in dit kader worden uitgesproken (vooral door het negermeisje Sylvie) daarvoor te platvloers. Na het trauma dat haar ouders overkomen is, (vermoord door een stel racistische Amerikanen ) is zij van mening dat het leven toch nog maar weinig zinvol is. Stefan zet daar als ze hem ontmoet een wat andere filosofie tegen over, maar heel helder is die niet en Stefan is toch min of meer een opportunist in het leven. Hij lijkt toch steeds mensen te gebruiken en ze moeten allemaal vooral doen wat hij vindt. De roman blijft daardoor toch van een wat minder niveau: het is mij niet goed duidelijk wat de schrijver met “Blauw bloed” wil aantonen. Er wordt veel afgegeven op de adel, maar ook op de school en klasgenoten. Maar de levensfilosofie van Stefan die zelf nooit verteller is, wordt niet duidelijk uit de doeken gedaan. Het boek blijft steken in een vernieuwde vorm van “het-leven-is-toch-zinloos” filosofie.

De motieven die De Beaufort hanteert, passen wel aardig in de thematiek die hierboven is geschetst.
Bij de ontwikkelingsroman horen toch vooral de motieven als
- de inwijding in de wereld der volwassenen (met Stefan drinkt Olivier zijn eerste alcohol, gebruikt hij zijn eerste drugs, volgt hij de eerste danslessen, en met de Duitse Katia beleeft hij zijn eerste seksuele ervaring)
- de vriendschap tussen twee jongens (die later toch vooral op eigen belang van Stefan lijkt te berusten, waarna de vriendschap wordt verbroken)
- de schoolperiode
- wraak (Stefan neemt wraak voor de verwoeste klok van Oliviers ouders door een schilderij van Adams ouders te stelen en het daarna te beschadigen)

Bij “het leven is zinloos” horen de motieven als
- de moord op de ouders van het negermeisje Sylvie
- de zinloosheid van de oorlog in Irak (1e Golfoorlog)
- de ontluistering van de adel
- de zelfmoord van Sylvie als ze de ware aard van Stefan heeft leren kennen

Samenvatting van de inhoud
Proloog
In dit voorwoord beschrijft een alleswetende verteller de miserabele positie van de stad Den Haag. Ook legt hij uit wat het verschil is tussen de termen Hagenaar (van betere afkomst) en Hagenees (de mensen die het vaak over “kankah” hebben.) Beide groepen liggen elkaar niet.

Deel I
Het verleden (hoofdstuk 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 12)
Olivier van Aldenborch is van adellijke afkomst, maar zijn ouders hebben het toch niet rijk meer. Ze wonen in het Bezuidenhout en in de eerste anekdote gaat hij nieuwe kleren kopen, omdat hij naar dansles moet. Het gebeurt bij een van de adellieden thuis en hij danst voornamelijk met twee meisjes: een meisje dat er niet zo leuk uitziet en een ander met heel grote tieten. De dansleraar Duijker is wel goed, maar hij heeft een verschrikkelijke schoondochter. De volgende dansles zal bij Olivier thuis worden gegeven.

Maar intussen is er een nieuwe jongen op school gekomen: Stefan von Schwenningen Schönau. Het is een diplomatenzoon, die al op de eerste dag op school (het Humanistisch Lyceum) partij trekt voor een jongen die altijd wordt gepest. Deze Stefan nodigt Olivier uit bij hem in het internaat huiswerk te maken, maar ze drinken alleen maar bier, waarvan Olivier, omdat het de eerste keer is dat hij bier drinkt, heel dronken wordt.

De dansles in het huis van Olivier loopt op een drama uit, want Adam (de altijd gepeste jongen) molt de antieke klok van de familie, waarop iedereen van het gezin zo trots is. De dansles wordt gestaakt en de ouders van de Adam bieden nauwelijks hun excuses aan en vergoeden de schade later ook niet. De klok is onherstelbaar kapot. Stefan trekt vreemd genoeg in de weken erna meer op met Adam dan met Olivier. Maar niet lang daarna wordt duidelijk waarom dat is. Stefan is van mening dat de ouders van Adam gestraft moeten worden voor de klok: hij is omgegaan met Adam om informatie te verzamelen. Hij heeft met de conciërge van zijn internaat, de Hagenees Piet, beslag weten te leggen op een schilderij van de familie: een portret van een voorvader. Stefan gaat zo wraak nemen: hij schildert een Hitler-snorretje onder de neus van de voorvader. Dan hangen ze het portret aan een vlaggenmast in de Scheveningse haven. Vervolgens belt Stefan met een onvervalst Hagenees accent de ouders van Adam op om te vertellen waar het schilderij terug te vinden is. Ze zijn geheel ontdaan als de brandweer het tenslotte uit de scheepsmast heeft gehaald en zij het snorretje van Hitler op het portret zien.

In juni 1985 bezoeken Stefan en Olivier Amsterdam. Ze raken verzeild via een junk (de Rat) in een krakersbeweging. Ze gaan het gekraakte pand binnen dat op het punt staat bestormd te worden door de ME: het krakerspand moet ontruimd worden. Stefan lijkt op dat moment een echte anarchist te zijn: hij rookt een joint mee, en verzet zich bij de aanhouding. Ook Olivier wordt in de boeien geslagen. Twee weken daarna zijn ze in het centrum van Den Haag al wijn drinkend en jointjes rokend de wijnfles kapot aan het gooien. Twee Hagenezen in housekleding (“sjonnies”) komen vragen welke “kankah megaul” de fles kapot heeft geworpen. Stefan wijst Olivier als schuldige aan en die moet onder fysieke bedreiging de scherven opruimen. Daarna gaan ze dansen in het Paard, ook al niet een geschikte discotheek voor de jongens van adel.

In het laatste schooljaar reizen de twee vrienden naar Schönau (naar het kasteel van Stefans ouders). De reis is niet geweldig, Stefans vader is een echte diplomaat en Stefan vertelt voor het slapen gaan nog een verschrikkelijk verhaal over zijn voorouders. Vooral zijn heel lelijke grootmoeder was krankzinnig geworden. De moeder van Stefan ziet er echter zeer goed uit en bij het ontbijt ontwikkelt Olivier een fantasie dat hij met haar wel seks wil hebben. Hij gaat daarna met Stefan en zijn vader naar een sauna, wat hij op zich niet prettig vindt, omdat hij naakt moet en omdat het veel te warm is. Op de terugweg halen ze een meisje Katia op en gaan ze naar een mooi meertje om te zwemmen. Stefan moet van zichzelf een fles koude witte wijn thuis ophalen en hij laat Olivier bij het pittige meisje Katia achter. Deze doet een aantal prettige dingen bij hem en tenslotte ontmaagdt ze hem. Niets vermoedend komt Stefan later weer terug en ze proosten met de koele witte wijn op de toekomst.

Deel I
Het heden (hoofdstuk 1, 7 en 10)

In het eerste hoofdstuk gaat Olivier op bezoek bij een baron Frank van Waveren Wemering. Omdat Olivier van adel is, heeft hij toegestemd in het interview. Maar ze maken eerst een wandeling over het landgoed, waarbij de baron twee nijlgansen uit de lucht schiet en veel commentaar op de samenleving heeft. Het is een rechtse bal. Hij mag het interview vooraf lezen en wil het eventueel verbieden om te plaatsen. Maar op dat laatste voorstel gaat Olivier niet in.

Inderdaad wil Frank van WW niet dat het interview wordt geplaatst, laat hij via de e-mail weten: maar Olivier stoort zich er niet aan en ook zijn hoofdredacteur Ortelli wil het artikel gewoon plaatsen.
Tijdens de wandeling heeft hij van Frank van WW gehoord dat er een nieuwe rijke in het oude kasteel zit. Hij maakt als societyjournalist van SELL ook een afspraak met deze rijke kerel Nico Varkevisser, die een heerlijk “porno wijffie” Marjan aan de haak heeft geslagen. Hij laat Olivier vol trots zijn woning zien met een zwembad in de kelder. Maar hij drinkt ook veel champagne en gaat die avond vroeg naar bed, terwijl Olivier mag blijven slapen. Dat gebeurt pas na een seksueel avontuur op de duikplank. Hij vrijt met Marjan, terwijl Varkevisser zijn roes uitslaapt.

Maar niet lang daarna wordt Olivier ’s morgens wakker. Hij is de avond ervoor met één van zijn studievrienden gaan stappen volgens het bekende Amsterdamse kroegenrecept. Zijn vriend Pieter Hietbrink had nog wel een vrouw kunnen versieren, zij het een heel lelijke, maar Olivier had geen moeite meer gedaan. Hij wordt wakker gebeld, maar hij neemt niet op. Ineens komt er een man zijn huis binnen die hem een optater van jewelste verkoopt, nadat hij gevraagd heeft of hij Olivier van Aldenborch was. Daarna gaat weer de telefoon en zijn hoofdredacteur Ortelli meldt dat de agressieve man ook op kantoor geweest is en de bureauplek van Olivier geheel verwoest heeft. Het is een cadeautje van Nico Varkevisser, omdat Marjan aan hem verteld had wat ze met Olivier op de duikplank heeft gedaan.

Deel 2
Het verleden (hoofdstuk 13, 15, 16, 18)

We maken kennis met Sylvie, een getraumatiseerd Amerikaans negermeisje. Ze woont met een “nitwit” samen als studente aan de New York University. Ze kijkt in dit hoofdstuk via krantenknipsels terug op de moord op haar ouders in Louisana. Rassenhaters hadden toen haar moeder en vader gedood en zij had ternauwernood kunnen ontsnappen. Ze was daarna wel haar gevoel kwijt geweest: ze leeft op de automatische piloot, totdat ze Stefan ontmoet, die ook Duitse letterkunde aan haar universiteit studeert. Het is een grote Europeaan van adellijke afkomst en dus in trek bij de meisjes. Tijdens een college valt hij nogal op en na afloop gaan ze wat met elkaar drinken en eten. Ook neuken ze op de bank met elkaar. Stefan houdt een verhandeling over het leven en hoe hij dat ingevuld wil zien. Sylvie wil het aan de ene kant allemaal niet weten, maar aan de andere kant is ze toch heel geïnteresseerd in Stefan. Olivier zegt dat hij zijn ideeën heeft ontwikkeld op Olivier en dat hij die heeft zien groeien onder zijn leiding.

Hij laat Olivier naar New York overkomen en haalt hem samen met Sylvie af in een enorme limousine. Olivier is wel geïnteresseerd in Sylvie en stelt haar allerlei vragen over haar leven. Dat is het meisje helemaal niet gewend, ook niet van Stefan. Ook gaan ze met zijn drieën naar een discotheek waar Stefan XTC laat aanrukken. Hoewel Olivier en Sylvie eigenlijk geen drugs willen slikken, doen ze het toch en later staan ze met zijn drieën te tongzoenen op de dansvloer.

Weer later brengen ze met Kerstmis hun vakantie door in een bergachtig gebied buiten de stad Ze gaan met de eigenaar van de berghut op hertenjacht. Eerst verziekt Olivier de jacht op herten door te hoesten op een ongewenst moment en ook Sylvie is er de oorzaak van dat ze een hinde en een kalf niet kunnen schieten. De andere mannen worden boos. Dan schiet Stefan van nauwelijks een meter afstand een mannenhert dood. Dat was eerder door de mannen verboden omdat het hert net gepaard had en dan mag je een hert niet afschieten, vinden deze kerels.

Steeds betrekt Sylvie het actuele nieuws in haar overpeinzingen. Zo volgt ze het nieuws op CNN over de inval van de Amerikanen in Irak (N.B. de Eerste Golfoorlog).
Zie voor het laatste stukje verleden hieronder bij het heden, omdat de schrijver hiermee heden en verleden aan elkaar koppelt.

Het heden (hoofdstuk 14, 17, 19)
Olivier gaat naar de jaarlijkse dag van de reünie van de familieleden. Hij wordt niet zo hartelijk ontvangen, want zijn hele familie is geë-maild door Frank van WW, die verteld heeft wat voor klootziek Olivier geweest is met het interview. Zijn oom Schelto, een overduidelijke homoseksueel, kaart de zaak aan. Een aantal familieleden wil daarna dat Olivier dat eens even uitlegt aan hen, want de adel zou elkaar juist moeten steunen. Je moet immers niet het eigen nest bevuilen, is het adagium. Maar Oliviers vader (gescheiden van zijn moeder) neemt het voor hem op. En tenslotte gaan ze toch weer allemaal aan de boerenkool met worst, wat de traditionele maaltijd van de Aldenborch-clan is.

Het kort geding dat Frank van WW heeft aangespannen, loopt op die dag bij de rechtbank in Amsterdam. Er zijn twee groepen adellijke personen: zij die zich achter Frank hebben gezet en een aantal anderen (Oliviers directe familieleden) die achter Olivier staan. De rechter is van adellijke afkomst en Frank van WW laat zich ook vertegenwoordigen door een advocaat met een adellijke naam. Deze eist 30.000 euro namens zijn cliënt wegens het vermelden van feitelijke onjuistheden in het artikel. Het gaat om kleine details, maar de hoofdredacteur van Sell verwijt Olivier juist die onzorgvuldigheden. De advocate die namens Sell optreedt (Lilly), voert een handig pleidooi ten gunste van Olivier. Er zijn veel toeschouwers in de rechtbank. De volgende dag zal de rechter vonnis uitspreken in het kort geding. Bij het verlaten van de rechtzaal valt Olivier flauw. Hij krijgt een beeld van Sylvie, maar wanneer hij weer bijkomt, kijkt hij in de ogen van zijn advocate.

Nadat Olivier een droom heeft gehad over New York, komt advocate Lilly het vonnis van het kort geding aanreiken. Sell heeft het kort geding eigenlijk gewonnen, want het glossy blad hoeft alleen de feitelijke onjuistheden te rectificeren en niet allerlei badinerende uitspreken te corrigeren die de rechtse baron had gedaan. De hoofdredacteur foetert hem desalniettemin behoorlijk uit, omdat het blad toch een rectificatie moet plaatsen vanwege de onvolkomenheden die de slordige Olivier gemaakt heeft. Lilly vraagt of hij die avond met haar mee wil naar Paradiso, omdat een vriendin “I will survive” moet gaan zingen. Olivier is erg verrast en ’s avonds ziet hij een mooie, sexy vrouw die zich voornamelijk in het zwart heeft gekleed.
Het is een avond met een bar slecht talentenniveau. Ineens ziet Olivier Fleur (het meisje met de grote tieten van dansles). Ze vertelt dat ze weer naar Den Haag gaat verhuizen. En wel met Stefan die nu het nummer “New York, New York” gaat zingen. Olivier weet niet wat hij ziet.
Hij hoort Stefan niet onverdienstelijk zingen en laat dan allerlei beelden de revue passeren.

(verleden)
Hij moet denken aan de laatste episode in New York. Op deze manier worden heden en verleden met elkaar verbonden.
Hij werd opgebeld door Sylvie om de volgende dag om precies twaalf uur ’s nachts langs te komen in haar appartement. Hij denkt dat ze met hem wil vrijen, maar als hij bij haar komt, ziet hij dat ze zelfmoord heeft gepleegd door haar pols door te snijden. Ze heeft een afscheidsbrief voor hem geschreven, waarin staat dat het leven min of meer zinloos is geworden na de moord op haar ouders. Even was er een periode waarin ze dacht iets waard te zijn, nl. toen ze de Europese jonkheer Stefan leerde kennen kwam. Maar de episode waarin hij het mannenhert doodschoot, had voor haar het einde betekend. Stefan had haar even tot leven gebracht, maar door het doodschieten van het hert, had ze beseft dat ze eigenlijk al lang dood was. Dat was de reden voor haar zelfmoord. Olivier had de banden met Stefan daarna verbroken. Hij had hem niet meer willen zien en nu op deze avond wil hij dat ook niet.

(heden)
Lilly is hem kwijtgeraakt en denkt dat hij haar had willen dumpen. Nee, zegt hij, hij moest even iets verwerken. Ze besluiten uit Paradiso weg te gaan. Hij is met de fiets en Lilly springt bij hem achterop. Hij kan even aan niets anders denken dan aan het mooie meisje dat achterop zijn fiets zit.

Recensies
Van de drie grote landelijke dagbladen heeft tot dusver alleen De Volkskrant in de zomereditie van Cicero een recensie geplaatst. Edith Koenders zegt in haar beoordeling op donderdag 28 juli 2005 “Een zinvol leven? Het is één groot zielig vertoon”: Blauw bloed blijkt van alles te willen zijn: een ontwikkelingsroman, een moderne zedenschets, een satire. Alles en iedereen krijgt ervan langs. …. De Beaufort, in het dagelijks leven journalist bij Quote, schrijft bedreven, met vaart en souplesse: hij heeft allerlei rake eigentijdse observaties en haalt actuele gebeurtenissen aan…. Blauw bloed is echter een te ambitieus project dat blijft steken in karikaturale personages, platitudes en uitgesponnen levenswijsheden. ….. De mens als slaaf van het systeem, die denkt dat het leven zin heeft, maar nee, het is allemaal één groot zielig vertoon …… Je moet ervan houden, maar het wordt anders als je het gevoel krijgt dat je naar een voorstelling zit te kijken van een cabaretier die de ene – platte, cynische- grap na de andere op je afvuurt zonder dat je er de humor van kunt inzien.”

Over de schrijver
Binnert de Beaufort is in het dagelijks leven journalist bij het tijdschrift Quote van hoofdredacteur Jort Kelder. Veel is er nog niet van hem bekend. Hij is geboren in 1970 in Arnhem, maar groeide op in Den Haag. Hij studeerde oude geschiedenis in Amsterdam.

Lees hieronder de mening van Jort Kelder van Quote op 29 april 2005 over de auteur.
Ik neem graag nette jongetjes aan bij ons geliefde zakenblad. Niet omdat ze betere journalisten zouden zijn of prettiger in de omgang, maar puur omdat ik hun adellijke predikaat commercieel tracht uit te buiten.

Zo is het ook gegaan met jonkheer Binnert de Beaufort. Zeven jaar geleden rolde hij via de goot uit een dispuutshuis aan de gracht onze redactieburelen binnen. Ik zag weinig in dit aristocratische derivaat. Hij zoop te veel, at blikvoer en studeerde af op het onderwerp ‘De verchristelijking van de joodse Jezus’. Niet zo nuttig voor een blaadje dat over Bentley's en beurskoersen schrijft. Maar De Beaufort kon beginnen en kreeg de opdracht mee: exploiteer je achtergrond, buit je familie- en corporale achtergrond ten volle uit.

Zo geschiedde. Allengs werd het netwerk van De Beaufort kleiner, en ontwikkelde hij zich tot de paria van het eens zo roemrijke geslacht. Hij was toe aan een nieuwe ‘uitdaging’ en heeft die kennelijk gevonden in de literatuur. Deze week werd, zoals dat heet, zijn debuutroman bezorgd. Titel: Blauw Bloed. De Beaufort heeft zich de afgelopen twee jaar op een tochtig zolderkamertje teruggetrokken om te schrijven. ‘Maak je geen zorgen’, beloofde hij op de schaarse momenten dat hij ter redactie verscheen, ‘het is puur fictie’. Vannacht heb ik het boek in één ruk gelezen en weet dat De Beaufort wéér een vriend kwijt is. Toen ik wakker werd met Goede Morgen Nederland en hem vervolgens de stelling hoorde betrekken ‘dat niet iedereen van adel een fascist is’, wist ik dat zijn naam uit het rode boekje geschrapt zou worden.
Wat staat er eigenlijk in Blauw Bloed? De ‘roman’ speelt zich af op de redactie van het glossy blad SELL, waarvan de hoofdredacteur een opvliegend oppervlakkig heerschap is met een dikke kont en een kale kop. Onze advocaat, die zichzelf eveneens meent te herkennen in het werkje van de jonker, bestudeert de mogelijkheden van een publicatieverbod. Zeven jaar hou je zo’n jongen van de straat, en dan krijg je dit. Ik begrijp nu hoe de familie en de (ex) vrienden zich moeten voelen. De laatste keer dat Binnert de Beaufort mij publiek te kakken zette was die keer dat hij ging lunchen met een onderkruipsel van De Groene Amsterdammer.

In dat anarchistische krantje verscheen vervolgens een profiel over mij, ‘een clown in maatpak’, die de redacteuren met ijzeren vuist dwong van hun zuur verdiende centen pakken bij de firma Pauw aan te schaffen (waardoor hij voor zichzelf korting kon bedingen, uiteraard). Ook zou ik in mijn puberjaren boekverbrandingen op school hebben georganiseerd, om de boekenkasten te ontdoen van linkse opruiende lectuur. De Beaufort was de bron achter deze kwaadsprekerij, maar heeft mij vandaag geïnspireerd naar de lucifers te grijpen. Goed idee, een boekverbranding. Laten wij ons ontdoen van ontaarde literatuur. Boycot de Beaufort!


Of Jort Kelder breekt hier zijn eigen werknemer tot de grond toe af of het is juist een manier om het boek van De Beaufort onder de aandacht te brengen. Op de website van Quote ontwikkelde zich namelijk in de weken erna een felle discussie tussen voor- en tegenstanders van de roman.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.