Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | Docent |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 4692 |
Opvragingen: | 51 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (37 stemmen)
Titels van Remco Campert
Alle dagen feest (0) 1976 Als in een droom (2) 2000 Beschreven blad (5) 2001 De Harm & Miepje Kurk story (14) 1983 De jongen met het mes (1) 1958 Een liefde in Parijs (10) 2004 Gouden dagen (1) 1990 Het gangstermeisje (2) 1965 Het leven is vurrukkulluk (32) 1961 Het onkruid en de bloem (17) 1971 Het satijnen hart (2) 2006 Het theater (1) 1979 Liefdes schijnbewegingen (11) 1963 Mijn leven's liederen (5) 1968 Ohi, hoho, bang, bang of Het lied van de vrijheid (2) 1995 Rechterschoenen (1) 1992 Somberman's actie (12) 1985 Tjeempie, of Liesje in luiletterland (15) 1968 Wie doet de koningin ? (0) 1984 Zachtjes neerkomen (0) 1989
Laatst gewijzigd op 2 augustus 2005
Gebruikte editie
Het Gangstermeisje (een roman) verscheen in 1965 bij uitgeverij De Bezige Bij te Amsterdam. Voor dit boekverslag is gebruik gemaakt van de derde druk uit januari 1966. De voorkant van de omslag is hardroze, waarop in witte letters de naam van de auteur en de titel van de roman staan afgedrukt. Op de achterkant staat een foto van Remco Campert die met zijn vrouw Lucia per vliegtuig terugkeert uit Rome waar hij besprekingen heeft gevoerd over de verfilming van de roman.
Opdracht
Het boek is opgedragen aan Lucia (de echtgenoot van Remco Campert).
Genre
Een psychologische roman over de keuze van een schrijver zijn milieu tijdelijk te ontvluchten en zich in Zuid-Frankrijk voor te bereiden op de verfilming van een roman. De roman is niet zo lastig te lezen. De bladspiegel is heel ruim en in ongeveer twee uur kan een vlotte lezer de roman uitlezen.
Titelverklaring
“Het gangstermeisje” zal de titel worden van de film die Wessel Franken en Jascha moeten maken. Vanaf het begin (de aankondiging die op de eerste bladzijde wordt gedaan) denkt Wessel na hoe hij de film moet vorm geven, hoe zo’n gangstermeisje er uit ziet en hoe ze alles in scène moeten zetten. In het begin lukt dat nog niet zo, maar als Jascha eindelijk bij hem uit Rome arriveert, lijken ze er meer en meer uit te komen. Tenslotte lijkt het script klaar en sturen ze het naar de producer. Bij het vertrek uit het Franse stadje ziet hij in zijn fantasie het gangstermeisje nog één keer en ze heft haar arm op om hem denkbeeldig neer te schieten.
Verhaalstructuur
Het boek heeft tien hoofdstukken die op twee manieren genummerd worden: met gewone cijfers en met een aantal sterren. Een vijftal hoofdstukken eindigt met een gecursiveerd gedrukt deel van een verhaal “De Bassist”. Hierin is een ikverteller, de bassist, de protagonist. Uit de hoofdtekst blijkt dat Wessel deze stukken schrijft. De hoofdstukken 1 tot en met 10 worden chronologisch weergegeven, maar in de hoofdstukken zijn steeds flashbacks opgenomen over de situatie in Amsterdam die Wessel Franken achter zich heeft gelaten.
Perspectief
De tien gewone hoofdstukken hebben een personaal perspectief. De personale verteller is de 35-jarige schrijver Wessel Franken die van Amsterdam naar Zuid-Frankrijk is “gevlucht” om aan de verfilming van een roman te werken. Maar eigenlijk is hij ook weggegaan om over zijn relatie met Leonie na te denken. We zien zijn belevenissen en zijn gedachten, gevoelens en zijn dromen. Hij schrijft mondjesmaat aan een ik-verhaal “De bassist”. Hiervan komen aan het einde van vijf hoofdstukken korte passages in de roman voor.
Het is goed dat Campert ervoor kiest om Wessel Franken een personaal perspectief mee te geven, want hij voelt zich vervreemd van zijn roots (Amsterdam) en zelfs van zijn eigen wezen. Die eenzame gevoelens projecteert Wessel weer in zijn hoofdfiguur de bassist en het is dus ook logisch dat hij die in de ikvorm laat vertellen.
Tijd en decor
De geschiedenis speelt zich af in de zestiger jaren. De in 1929 geboren Campert is in 1964 zelf 35 jaar en hij laat zijn hoofdfiguur Wessel Franken die in meer romans van hem een rol speelt, als een soort alter ego functioneren. Er zijn nogal wat parallellen te trekken tussen Wessel Franken en Campert.
Campert is de film “Het gangstermeisje” met de regisseur Frans Weisz in het Zuid-Franse Menton gaan voorbereiden. De omstandigheden die Campert beschrijft, doen inderdaad denken aan de “oudemannen-badplaats” Menton in Zuid-Frankrijk.
Het is een saaie plaats dichtbij de Italiaanse grens.
Thematiek
Wessel Franken verkeert in een midlifecrisis. Hij is Amsterdam ontvlucht en daarmee zijn tweede vrouw Leonie. Hij wil tot rust komen om een verfilming van een roman te maken. Maar hij kan het verleden niet achter zich laten: het reist met hem mee in de vorm van flashbacks en in het Zuid-Franse stadje is geen mallemoer te beleven. Zijn vrouw reist hem ook achterna in de vorm van een brief, maar hij durft die niet open te maken. Het schrijven lukt eigenlijk ook niet meer: hij zit min of meer voor een writers block. Hij voegt steeds enkele regeltjes aan zijn manuscript over de bassist toe, maar ook die hoofdfiguur leidt een armzalig en leeg bestaan. In zijn vrijwillig gekozen isolement is zijn creativiteit dus niet echt vooruitgegaan. Net zoals de schrijver zijn boek niet kan afmaken, kan de bassist die een afsplitsing van Wessel is, geen muziek meer maken: de bas blijft onder zijn bed steken.
Ook zijn dromen zijn een teken dat hij het tot nu toe niet zo goed gedaan heeft in zijn leven: aan zijn eerste vrouw Olga is hij een aantal beloftes niet nagekomen. Dan ziet hij op vakantie de Engelse Muriel: ze doet hem aan Olga denken, maar de afspraak die hij met haar in een dronken bui maakt, komt hij ook niet na. Pas later in de roman gaat hij nog een keer met haar naar bed.
Een mooi symbolisch teken is ook dat hij een boek van Danny meepikt dat La Méprise heet, wat “De vergissing” betekent. Hij heeft in het voorlaatste hoofdstuk het boek uitgelezen en hij heeft natuurlijk een grote vergissing begaan door naar Zuid-Frankrijk af te reizen. Wessel schrijft het boek toe aan de Russische schrijver Nabokov, maar het is de vraag of dat zo is. Wellicht is het een mystificatie van de schrijver.
Het gangstermeisje doodt aan het einde van het door hem en Jascha verzonnen script de vreemdeling en in zijn fantasie komt het gangstermeisje in het laatste hoofdstuk naar het perron om de revolver op hem te richten. In feite schiet ze de vreemdeling die hij was, dood. Hij was in het Zuid-Franse stadje niet meer dan een vreemdeling: hij hoort er niet thuis en hij gaat terug naar Amsterdam. De vlucht uit zijn midlifecrisis heeft niet geholpen. Terug naar huis: vgl. andere literaire midlife-mannen: Bleeker keert ook naar Amsterdam terug in “Bleekers zomer” van Mensje van Keulen.
De literair-historische motieven die het thema van de midlifecrisis ondersteunen, zijn o.a.
- escapisme (de vlucht naar Zuid-Frankrijk)
- escapisme in de literatuur (vgl. het verhaal de bassist en in de film het gangstermeisje)
- seksualiteit ( met Leonie en met Muriel)
- homoseksualiteit (tussen Danny en Max en tussen de kelner en de eigenaar van het hotel in “De Bassist”)
- het verhaal in een verhaal (het gangstermeisje en de bassist)
- alcoholgebruik (ook als middel om te vergeten)
- eenzaamheid en wanhoop
- de onbereikbare geliefde (Olga, Leonie)
- overspel ( Wessel en Muriel)
Er zijn ook nog twee duidelijke verhaalmotieven “in engere zin”:
- het brandwondje dat een voorbijganger bij hem veroorzaakt en dat lelijk gaat ontsteken; de dokter snijdt het later open. Wessel is lichamelijk gewond, net zoals hij geestelijk in een crisis verkeert. Hij verwacht dat de bevrijding zal plaatsvinden als de dokter de vinger heeft open gesneden, maar dat ervaart hij toch niet zo.
- De revolver speelt natuurlijk als een rode draad ook een rol: hij heeft hem in het huis gevonden van Danny; die wil het ding terug hebben. Wessel steelt het daarna weer terug en dan komt Max er weer om vragen. Tenslotte richt het gangstermeisje in zijn fantasie een revolver op hem.
Samenvatting van de tien hoofdstukken
Een (blz. 7-24)
De hoofdfiguur, de 35-jarige Wessel Franken, krijgt bericht uit Rome dat zijn regisseur Jascha zal langskomen in Zuid-Frankrijk waar Wessel tijdelijk verblijft. De oorspronkelijke bedoeling om een roman van Franken te verfilmen gaat voorlopig niet door en Jascha wil komen praten over de verfilming van een film over een gangstermeisje. Wessel heeft tijdelijk een huis van een kennis, Danny Quinten, gehuurd en is Amsterdam ontvlucht. Hij vraagt zich af wat een “gangstermeisje” precies inhoudt. In een flashback vertelt Wessel hoe hij enige tijd geleden afscheid genomen had van zijn vrouw Leonie, die hem naar het station had gebracht. Ze zag er uit alsof ze meteen doorging naar een feest of naar een nieuwe minnaar. Het is zijn tweede vrouw die tien jaar jonger is dan hij en bij wie hij een kind heeft. Zijn moeder had bij het afscheid gevraagd wat hij in Zuid-Frankrijk ging doen. Hij had geantwoord dat hij en Leonie het nodig hadden om tijdelijk van elkaar gescheiden te leven. Maar ja, zo was het ook met zijn eerste vrouw Olga gegaan en hij was toen niet meer bij haar teruggekeerd.
In het huis vindt hij een revolver en twee kogels. Danny Quinten belt hem op en vraagt hem te komen eten. Iedere keer als Wessel de villa verlaat, legt hij de sleutel van het huis onder een steen, zodat Jascha eventueel het huis kan binnengaan.
Twee (blz. 25-37)
Wessel leest in het saaie Zuid-Franse dorp in een café de kranten. Hij denkt nog steeds aan de opdracht hoe een gangstermeisje er uit moet zien. Als tegenhanger probeert hij het “jongensgevoel” op te roepen, dat hem bezig hield, toen hij ongeveer zeventien jaar was. Meisjes waren onbereikbaar voor hem: hij bleek keer op keer verliefd en kon blozen als een meisje. Hij fantaseert dat het gangstermeisje in een Rolls Royce zal komen voorrijden met een oude heer en dat een bebrilde vreemdeling dit allemaal gadeslaat. Het meisje is onverstoorbaar: één keer zal hij een shot van haar maken waarin ze onrustig slaapt en dat moet dan spanning wekken voor de kijker.
Hij gaat naar de bar El Rancho en ontmoet daar een dronken Brit (Peter) die bij hem wil komen zitten. Hij gaat mismoedig naar huis en tikt slechts enkele zinnen aan het verhaal “Bassist”.
(Bassist deel 1: Hij was na een schnabbel in het witte huis achtergebleven. Hij luisterde op zijn bed naar het ruisen van de zee. Daar doorheen klonken flarden van zijn eigen muziek.)
Drie (blz. 38-48)
Dit hoofdstuk begint met een beschrijving van Wessel die vertelt wat hij ziet als zijn vrouw Leonie zichzelf aan het betasten is. Een passage met een erotische lading is het gevolg. Een andere flashback betreft een herinnering aan een meisje met wie hij samen met een vriend naar een hotel afgereisd was. Wessel had teveel gedronken en op het belangrijkste moment (toen ze zouden gaan vrijen) was hij in slaap gevallen.
In Zuid-Frankrijk loopt hij op straat tegen iemand aan die een brandende sigaret in zijn hand houdt. Wessel krijgt een brandwondje: hij loopt door en thuis doet hij een pleister op het wondje.
Vier (blz. 49-64)
Ook dit hoofdstuk begint met een herinnering aan zijn middelbare schooltijd. Hij was op een dag vroeg wakker geworden om regels Homerus in zijn hoofd te stampen. De avond daarvoor had hij in de jazzclub doorgebracht met zijn vriend Maurits. Dat was een populaire jongen die meisjes versierde die niet op zijn school zaten. Hij had Wessel ook zijn uit Amerika gekregen grammofoonplaten laten zien. Maurits was een goede vriend van hem. Ze gingen naar één van zijn vriendinnetjes, Reba. Dit meisje toont zich toeschietelijk, ook voor Wessel. Ze wil met hem dansen en als Maurits haar kust, knijpt zij in Wessels hand. Dat was het moment waarop ooit zijn snelle ontroering was ontstaan, denkt Wessel. Het moment van het verlangen naar vriendschap en het begin van het besef van eenzaamheid.
Hij wordt wakker in zijn saaie dorp. Hij is 35 jaar en zit eigenlijk in een soort midlifecrisis. Hij belt zijn moeder, die blij is dat hij eindelijk contact opneemt. Hij moet goed voor zichzelf zorgen. Hij drinkt daarna in een café weer wat cognac. Als hij het café weer verlaat, klopt hij op de ramen van een caravan die langs de kade geparkeerd staat en daarna rent hij weg.
(Bassist deel 2: Hij luisterde weer naar de zee en bracht veel tijd door op zijn kamer. Eén keer per dag ging hij naar beneden om te eten. Hij zag dat de eigenaar van het hotel de ober bij zijn hand pakt. Hij ervaart het even als een gevoel van bevrijding, maar dat is snel over. Het is herfstachtig, mistig weer in het dorp aan de Noordzee waar de bassist verblijft. Het blijft allemaal erg naargeestig)
Vijf (blz. 65-82)
Max is gekomen om Wessel op te halen voor het etentje met Danny Quinten. De laatste was bang geweest dat hij anders niet zou komen. Wessel voelt zich niet zo fit: hij neemt wat pijnstillers en scheert zich. Hij blijft pijn houden aan zijn verbrande vinger. Max loopt wat te rommelen en ziet de revolver: hij zegt dat ze die al jaren kwijt zijn en vraagt hoe Wessel die gevonden heeft. Max steekt de revolver in zijn zak. Daarna rijden ze naar de villa van Danny die even buiten het stadje is gelegen. Bij het bestuderen van Danny’s boekenkast steekt hij een boek dat “La Méprise” (De vergissing) getiteld is in zijn zak. Wessel schrijft het boek toe aan Nabokov. Maar het is de vraag of dat geen mystificatie is. In het laatste hoofdstuk vertelt hij namelijk dat het verhaal op 1 april speelt. Ze drinken die avond nogal wat alcohol.
Wessel herinnert zich dat hij met Danny door de duinen fietste: zijn eigen vader was jong gestorven en hij had zich min of meer gericht op de vaderliefde van Danny. Danny begint te praten in een soort biecht van een ouder geworden man, die het allemaal niet meer zo ziet zitten. Er zijn maar weinig dingen in het leven die opwegen tegen de ellende die het leven ook veroorzaakt. Hij weet zelfs niet meer waar hij Max voor de eerste keer had ontmoet. Ze hebben blijkbaar een homofiele relatie. Wessel weet nog wel heel goed waar hij Leonie voor de eerste keer had ontmoet: gewoon op straat. Ze had nog een moeilijke periode gehad, omdat ze al een relatie had en dus een keuze moest maken. Danny weet nog wel dat hij met Wessel fietste door de duinen en bekent dat hij hem graag als pleegzoon had willen aannemen. Wessel wordt flink dronken en wordt daarna door Max weer naar zijn onderkomen gereden. In zijn ene zak zit het boek, in het andere zit de terug gepikte revolver.
Zes (blz. 83-93)
Het is nog niet zo laat als Max Wessel afzet. Hij zwerft een beetje met zijn ziel onder zijn arm en daarna loopt hij de tuin van de villa waar hij verblijft, in. Hij ziet een figuur op hem afkomen en hij pakt alvast de revolver . Peter, de Brit, die hij al eerder ontmoet heeft, maakt excuses dat hij in zijn tuin rondloopt. Ook zijn vrouw Muriel is er. Met zijn drieën zitten ze in volkomen stilte bij elkaar. In een flashback voelt Wessel zich weer een jongen. Hij denkt terug aan zijn kampeertijd toen hij ’s nachts bang was geweest om te gaan plassen. Hij was daar voor het eerst alleen met zijn angst.
Hij verlaat de tuin . Aan de overkant van de straat is een bioscoop. Hij staat stil om allerlei trefwoorden te noteren die hij later kan gebruiken in een verhaal of in een film. Ook schrijft hij de naam Olga op.
Hij denkt weer terug aan de tijd dat hij bij zijn grootvader aan een bureau zit. Hij mocht er zijn huiswerk maken als zijn opa een feuilleton schreef, terwijl de kanker hem aanvrat.
Hij denkt ook terug aan Olga die een Franse moeder had. Ze hadden toch wel leuke dingen beleefd met elkaar. Olga had dezelfde mond als Muriel. Heel mistroostig loopt hij weer naar de villa en hij merkt tot zijn schrik dat de sleutel weg is. “Eindelijk”, zegt regisseur Jascha tegen hem.
Zeven (blz. 94-124)
Jascha en Wessel wandelen over de boulevard: sinds zijn komst heeft de regisseur over de film gesproken. Hoe moeten ze het gangstermeisje vorm geven? Wessel is er niet erg bij met zijn gedachten. Er is een brief van Leonie gekomen. Hij vraagt zich af of Leonie een vermomming van Olga is. Is elke nieuwe vrouw niet een vermomming van de eerste?
Wessel is van mening dat het gangstermeisje gestalte moet krijgen via een toeschouwer: een vreemdeling. Met de toepassing van het effect van een droom waaruit je deze keer niet eens ontwaakt (het wekker-effect) Jascha vindt het wel een goed idee. Hij vindt het trouwens maar een triest stadje: een plek om dood te gaan en meer niet.
Wessel denkt aan de droom die hij vannacht heeft gehad. Hij bevond zich in een menigte die hem nauwelijks interesseerde. Tegen een muur stond zijn eerste vrouw Olga geleund: ze zag er echter heel anders uit. Hij nadert haar en denkt aan de beloftes aan haar die hij nooit is nagekomen. Hem overkomt een prachtig geluksgevoel:hij was begonnen om beloftes waar te maken. Maar toen hij wakker werd, was er de hand van Jascha die hem de brief van Leonie had toegestoken. Ze discussiëren verder over de opzet van de film die ze willen maken. Intussen raadt Jascha Wessel aan om een dokter te bezoeken voor de behandeling van zijn wond aan zijn arm. Wessel durft de brief van Leonie niet open te maken: het is de eerste brief die hij van haar ontvangt. Daarna wil hij zijn droom verder beleven. Was het eigenlijk Olga wel geweest? Hij ziet langzaam het gezicht van Olga in dat van Leonie veranderen. Is elke vrouw niet de vermomming van de eerste?
Wessel gaat inderdaad naar de dokter maar voordat hij dat doet, bezoekt hij nog een café en hij neemt er een campari. Daarmee duikt hij weer in zijn herinnering: de tijd dat hij met Leonie in een appartement in Parijs had gewoond. De conciërge had hem verteld dat er in de oorlog een Duitse officier en zijn Franse vriendin hadden gewoond. Van hen hadden ze naaktfoto’s gevonden. Ook dat zijn troosteloze foto’s geworden. De dokter snijdt in zijn vinger. Daarna voelt Wessel minder pijn, maar hij houdt er geen bevrijdend gevoel aan over, zoals hij tevoren had gedacht. Hij rijdt daarna met Jascha naar een dorpje St. Anne Ze praten over het verhaal “De bassist”. Tot zijn grote verrassing blijken ook Peter en Muriel in het dorpje rond te lopen. Ze zijn met de bus gekomen en ze gaan met zijn allen wat in een café drinken. Jascha geeft aan dat hij nog moet werken. Wessel zegt dat hij alvast kan gaan en dat hij met de bus meerijdt, terwijl hij met zijn been langs dat van Muriel strijkt.
(Bassist deel 3:De bassist begint het besef van tijd en plaats te verliezen. Hij beschrijft de troosteloze kamer van het hotel waar hij verblijft. De eerste avond heeft hij zijn bas onder het bed gelegd en hij had niet meer naar het maken van muziek getaald. Hij heeft een leeg leven. Hij voelt zich als een kleine jongen en hij is heel bang. Elke dag krijgt hij hetzelfde eten. De kelner is de enige die hij nog ziet, want de eigenaar lijkt hem vergeten te zijn. Na het eten sluit hij zich weer op in zijn kamer en begint het eenzame gevoel weer op te komen. Later probeert hij de bas onder het bed vandaan te trekken, maar halverwege kan hij hem niet verder trekken.
Acht( blz. 125-142)
Het verhaal van het gangstermeisje hebben Jascha en Wessel afgemaakt: Jascha heeft het naar producent verstuurd. Het gangstermeisje schiet aan het einde van de film de vreemdeling dood. Het blijkt een journalist te zijn.
Muriel heeft in het dorpje St. Anne met Wessel gekust en ze hebben in een dronken bui een afspraak gemaakt, maar Wessel is die niet nagekomen. Zijn gevoelens t.o.v. Leonie zijn nog steeds onduidelijk. Ze had hem ooit verweten dat hij haar niet meteen had moeten trouwen, waarna hij haar een klap had gegeven. Ze is daarna drie dagen zoek en staat dan ineens weer af te wassen, als hij thuiskomt. Ze heeft overal blauwe blekken en hij slaat haar opnieuw, maar daarna verzoenen ze zich weer.
Jascha is Muriel tegengekomen: Peter is al één dag zoek. Wessel denkt dat hij naar Nice vertrokken is. Max belt aan, want hij wil met Wessel praten.
(Bassist deel 4: Het gaat steeds troostelozer met de bassist. Aan de muur ziet hij een tekening van een hand. Verder slaapt hij slecht en kleedt hij zich alleen aan om te eten. Het is altijd hetzelfde eten. Toch veranderen er in het hotel wel enkele dingen. Er groeit een relatie tussen de eigenaar en de kelner. De jongen knielt voor de eigenaar en knoopt zijn broek los. Daarop vlucht de bassist weg.)
Negen (blz. 143-165)
Max gaat zitten en zwijgt lange tijd. Jascha werkt intussen verder. Wessel vraagt hoe het met Danny gaat en Max antwoordt dat Danny het wel met het leven gehad heeft: hij wil eigenlijk maar het liefst dood. Hij vraagt aan Wessel de revolver terug. Wessel geeft het ding terug en Max vertrekt weer naar het huis van Danny. Wessel en Jascha gaan naar het sportcafé en spelen op de flipperkast. Wessel denkt eraan dat Danny door Max nu zou kunnen worden gedood, omdat hij nu de revolver heeft. Hij krijgt het volgende beeld maar niet uit zijn kop: Danny badend in het bloed. In Jascha’s auto scheuren ze daarom naar het huis van Danny. De gordijnen zijn niet helemaal gesloten en dan kunnen ze zien dat Max en Danny gewoon op de bank zitten. Ze moeten er beiden hard om lachen. Jascha zal de volgende dag teruggaan naar Rome en Wessel zegt dat hij niet mee kan . Op de boulevard stapt Wessel uit en hij klopt aan bij de caravan van Muriel. Die knikt naar hem en doet open. Hij komt eindelijk zijn afspraak na. Ze gaan met elkaar naar bed. Voordat hij inslaapt, denkt hij dan nog een keer aan Danny en Max: een tafereel dat hem jaloers maakt. Hij vindt zichzelf een sufferd en wordt nog een paar keer wakker met het gevoel dat hem iets bedreigt.
(Bassist deel 5: De bassist gaat niet meer naar beneden. Dan staan ineens de eigenaar en de kelner voor zijn bed en ze laten een papier aan hem zien. Er staat “Telefoon” op. De bassist sluit zijn ogen en als hij ze weer opent, ligt hij in het gras voor het witte landhuis)
Tien (blz. 166-169)
Jascha is naar Rome vertrekken en Wessel beseft dat er nu niets meer aan het stadje bindt. Hij loopt nog een keer langs het huis van Peter en Muriel . Ze drinken nog een biertje en Muriel trekt een stoïcijns gezicht, dat alles en niets kan betekenen. Hij heeft een beslissing genomen en staat met een koffer op het perron dat hem naar Amsterdam zal brengen. De brief van Leonie is nog altijd dicht. Als de trein aankomt, ziet hij in zijn fantasie één ogenblik het gangstermeisje op het perron: ze lacht. Maar in haar hand houdt ze een rolver en ze heft haar hand omhoog. Is hij niet hetzelfde als de vreemdeling in de film? Dan stapt hij in de trein en pas bij het dorp Aix krijgt hij een zitplaats.
De relatie tot de film
In 1966 ging de film Het Gangstermeisje in première. In dat jaar verscheen bij de Bezige bij ook het boek “De film Het gangstermeisje”. Dat boek bevat o.a. bijdragen van Campert zelf, Jan Vrijman en Frans Weisz, de regisseur van de film. Hierin wordt de “the making of” van boek en film verteld. In het hoofdstuk “Hoe het groeide” wordt beschreven wat er in werkelijkheid is gebeurd.
Frans Weisz wilde een verfilming maken van Camperts boek “Het leven is verrukkulluk” Hij had er met Campert lang aangewerkt, maar de producer stopte er ineens mee: de film zou te duur worden. Weisz wijzigde daarom zijn plannen en wilde de nieuwe roman waaraan Campert bezig was, “Het gangstermeisje”, verfilmen. Hij werkt hieraan met Weisz in het huis van hun vriend Sem Presser in Menton. Hij verwerkt zijn eigen situatie in de roman. Campert was vaak met veel dingen tegelijk bezig: zo was hij ook bezig met een ander filmscript voor Weisz, De Bassist. Op een zeker moment besluiten ze beide verhaallijnen in elkaar te schuiven. Er zijn dus veel parallellen te trekken met de werkelijkheid. Ook een aantal autobiografische elementen heeft Campert in film en boek verwerkt. Zo is er bijvoorbeeld een overeenkomst tussen Lucia en Leonie.
Over de schrijver
Remco Campert is de zoon van de (verzets)dichter Jan Campert en de actrice Joeki Broedelet. Zijn grootvader - Johan Wouter Broedelet - was dichter, toneelschrijver en toneelrecensent. Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij drie jaar was. In andere bronnen wordt genoemd dat hij de zoon is van Jan Campert en de schrijfster Clara Eggink.
Remco Campert woonde tot zijn twaalfde afwisselend bij zijn moeder, zijn vader of zijn grootouders. In 1942 werd hij opgenomen in een pleeggezin. Hij ging naar de lagere school in Kijkduin en in Den Haag. Zijn pleegfamilie verhuisde uit Den Haag (waar de Duitsers de wijk waar ze woonden afbraken) naar Epe. De laatste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog ging hij naar de MULO in de Beekstraat in Epe.
Na de Tweede Wereldoorlog ging hij in Amsterdam bij zijn moeder wonen. Hij ging naar het gymnasium van het Amsterdams Lyceum. Met deze studie ging het mis en Remco besloot schrijver te worden. Van 1950 tot 1953 verbleef Remco Campert veel in Parijs. Hij leeft van vertalingen en het schrijven van reclameteksten. Hij zwerft ook door andere landen in Europa.
In 1951 trouwde Remco Campert met Freddie Rutgers. Haar (rijke) vader is het hier zeer mee oneens. Remco Campert debuteerde als dichter met 'Vogels vliegen toch' (1951). In 1950 was al in 50 exenplaren . uitgegeven 'Ten lessons with Timothy', geïnspireerd op de plaat van Dizzy Gillespie met dezelfde titel. Vier verzen van deze tien komen terug in 'Vogels vliegen toch'.
In 1953 komen ze terug naar Amsterdam. In 1954 gaat Freddie Rutgers samenwonen met Gerrit Kouwenaar. Remco trouwt met Fritzi ten Harmsen van der Beek. Ze wonen op het landgoed Jagtlust in Blaricum. Dit wordt een ontmoetingsplaats voor schrijvers/dichters. Dit huwelijk duurt tot 1957. In 1957 gaat Remco Campert weer terug naar Amsterdam. Hij trouwt met Lucia van den Berg. Ze krijgen een baby.
Eind jaren vijftig levert Remco Campert teksten voor een wekelijks radio-optreden van Rijk de Gooyer: 'Liggen zo uw problemen?' In 1961 debuteert Remco als romanschrijver met 'Het leven is vurrukkulluk'. In 1964 (27 mei) weigert de AVRO een programma (Literaire ontmoetingen) over Remco Campert uit te zenden vanwege een gedicht 'Niet te geloven' uit de bundel 'Dit gebeurde overal' waarin het woord 'naaien' voorkomt.. Deze bundel was vervolgens binnen de kortste keren uitverkocht. Ed Hoornik gaf uit protest de opdracht om een tv-spel te schrijven aan de AVRO terug. De VARA begon een vergelijkbaar programma (Spreken met schrijvers). Hier werd op 19 januari 1965 door Remco het gedicht 'Niet te geloven' wél werd voorgedragen.
In 1964 verhuizen ze naar Antwerpen. Hij leert hier veel Vlaamse schrijvers, o.a. Hugo Raes en Gust Gils, kennen. Na twee jaar laat hij vrouw en twee dochters achter in Antwerpen en gaat - weer - in Amsterdam wonen, dit keer met galeriehoudster Deborah Wolf. Met haar woont hij samen tot 1980. Sindsdien woont hij alleen.
In de jaren zeventig is het stil rond Remco Campert, hij komt niet of nauwelijks tot schrijven. Van 1969 tot 1979 was Remco Campert redacteur bij uitgeverij De Bezige Bij.
Remco Campert hoorde als dichter bij de 'vijftigers', hij had binnen deze groep een eigen 'geluid' met zijn gematigde, weemoedig-ironische toon. Zijn dichtwerk is vaak in spreektaal geschreven. Zijn werk heeft overeenkomsten met dat van de Franse schrijver Queneau.
Het thema van veel van zijn werk is de confrontatie tussen droom en werkelijkheid. Zijn werk is veelal autobiografisch. De jazz-muziek speelt vaak ook een rol. Melancholie en verdriet om wat in het leven allemaal mislukt, spreken overal in mee.
Als kind was 'Kees de Jongen' van Theo Thijssen zijn favoriete boek. In 'Het leven is verrukkulluk' laat hij Kees en diens vriendin Roza dan ook optreden als bejaarden.
Van 1988 tot 1995 trad Remco Campert samen met Jan Mulder in Het theater op met een literair programma. In 'Fiebelekwinten' (1994) werd een aantal teksten gebundeld die door hen in Het theater werden voorgelezen (de teksten werden vooral geselecteerd op hun hoge voorleesbaarheidsfactor).
Begin jaren negentig én in 1998 werkte Remco Campert samen met het 'Maarten Altena Ensemble' Het eerste programma heette 'Open plekken' en werd ook op de plaat gezet. Het programma van 1998 heette 'Mijlpaal Er Trilt Iets'. Het lange gedicht 'Solo' van Remco Campert stond hierin centraal. In beide programma's ging het om een combinatie van poëzie en (geïmproviseerde) muziek.
Sinds enkele jaren schrijft Camper samen met Jan Mulder om de andere dag een column in de Volkskrant (Camu).
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen