Info over dit verslag

Geschreven door:

Kees van der Pol [meer]

Niveau:

Docent

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

3586

Opvragingen:

7

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (7 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Marion Bloem

Laatst gewijzigd op 13 juli 2005

Gebruikte uitgave
De eerste druk van deze roman van Marion Bloem verscheen in september 1993. Voor dit boekverslag is gebruik gemaakt van de tweede, ingenaaide druk die eveneens in september 1993 verscheen bij de uitgeverij De Arbeiderspers te Amsterdam. De roman telt 217 bladzijden. Op de paars getinte voorkant staat een afbeelding van Marion Bloem zelf waarop vier vrouwen (enkele gedeeltelijk ontbloot) en een witte afbeelding van een dier (een kaketoe?) te ontdekken zijn.

Genre
“De leugen van de kaketoe” is een psychologische roman met autobiografische elementen die voornamelijk gaat over de ontwikkeling van een Indische vrouw die tussen twee culturen leeft. Ook haar relaties met mannen en haar eigen beleving van seksualiteit vormen de inhoud van deze roman.

Motto en opdracht
Het boek heeft geen motto en ook is het aan niemand opgedragen.

Afrader/aanrader
Ik vind het geen gemakkelijk boek om te lezen. Het is nogal verwarrend van opbouw in de vorm van een brief die aan een oma wordt geschreven. De schrijfstijl van Bloem is vrij associatief, waardoor het verhaal van de hak op de tak springt. Dat maakt het lezen van de roman niet gemakkelijk. Ik denk dan ook dat het lezen voorbehouden is aan geroutineerde lezers en het niveau is zeker te moeilijk en daardoor onaantrekkelijk voor leerlingen van het vmbo. Verder kan ik me nauwelijks voorstellen dat jongens het boek zullen uitlezen. Het is kortom geschikt voor vrouwelijke eindexamenkandidaten van het vwo.

De titelverklaring
Op blz. 177 van de roman staat een vrijwel letterlijke verwijzing naar de titel. Melanie antwoordt tegen de man die haar de kaketoe geschonken heeft op zijn vraag of hij eindelijk al praat: ”Ja, da’s waar, hij heeft voor het eerst gelogen.”
De kaketoe speelt als verhaalmotief een belangrijke rol in de roman. In haar jeugd kreeg tante Manda van haar oom Didi een kaketoe, die “I love you” had leren zeggen. Het was zijn bruiloftsgeschenk, waarmee hij haar als het ware vastlegde. Later krijgt Melanie van haar Vlaamse minnaar Neo de Pauw eveneens een kaketoe. Aan het einde van de roman vertelt haar zoon dat hij eindelijk praat: hij heeft: “Ik hou van jou” gezegd. Waarschijnlijk is het dus na alle omzwervingen dezelfde kaketoe als die oom Didi aan tante Manda had geschonken.

In de wereldliteratuur staat een kaketoe echter symbool voor de clitoris. Melanie die dit verhaal van haar echtgenoot Mees hoort (hij studeert antropologie), noemt haar witte kaketoe dan ook Kaseka, wat clitoris betekent. Aan het einde van de roman kan de kaketoe “Ik hou van jou” zeggen.

Wat de diepere betekenis van de titel betreft, slaat de “leugen” van de kaketoe op het gegeven dat het sprookje van een lang en gelukkig leven, van de ontmoeting van het meisje met de prins op het witte paard op een algemene leugen van het leven berust. (zie interview via Literom van Karel Osstyn met Marion Bloem.)
Van de ene dag op de andere wordt Melanie Fleury genezen van haar liefde voor Neo de Pauw wanneer ze merkt dat hij weer naar andere sexy vrouwen in Bangkok kijkt. Het is de ontkenning van het gegeven dat je bestaat door de aanwezigheid van de ander. De ander heeft echter macht over je. Niet voor niets loopt ze ook college bij de workshop “Seksualiteit en macht.” De “leugen van de kaketoe” is de biecht die ze aan haar oma wil schrijven. Maar eigenlijk schrijft ze voor zichzelf om het probleem van het leven, het probleem van de liefde en het probleem van het verlangen dat ze steevast in het boek “het lint” noemt te overwinnen. Daarom vindt haar zoon jaren later het manuscript van haar terug. Ze heeft het nooit aan haar oma opgestuurd. Ze had immers een autobiografie voor zichzelf willen schrijven.

Verhaalopbouw
De roman heeft de vorm van een lange brief die de veertigjarige hoofdpersoon schrijft aan haar negentigjarige oma, die dementeert en bij wie de geschreven autobiografische gegevens dus vrij veilig zijn. Er zijn in deze brief twaalf hoofdstukken die Romeins genummerd maar ongetiteld aan de lezer worden gepresenteerd.
In het begin is alles nog erg onduidelijk. Ook in de schrijfstijl springt Melanie (dus Bloem) van de hak op de tak door veel gebeurtenissen door middel van associaties aan elkaar te koppelen. Dat maakt het lezen moeilijk en in zekere zin ook gekunsteld. Daarnaast is het niet aannemelijk dat de plot van het verhaal in een 217 pagina’s tellende roman /brief aan haar oma wordt verteld. Dat is toch min of meer een gekunstelde literaire vorm. Het boek vormt met het eerder verschenen “Geen gewoon Indisch meisje” en “Vaders van betekenis” een soort trilogie over haar afkomst. Werd in het laatste boek min of meer de positie van de Indische vaders verhaald, in “De leugen van de kaketoe” gaat het meer om de vrouwen die in het verleden van de hoofdpersoon een belangrijke rol hebben gespeeld.

Als geheel is de constructie caleidoscopisch te noemen. Het is daardoor geen gemakkelijke roman om te lezen en je bent als lezer snel de draad kwijt. Het boek heeft een opening in handeling: het moment van het schrijven van de brief en in zekere zin kun je ook van een gesloten einde spreken, omdat Melanie besloten heeft om de brief nooit naar haar oma op te sturen. Ze heeft het verhaal slechts geschreven om zelf achter de waarheid van het leven en de liefde te komen. Het leven en de liefde die zich als een leugen voordoen: de prins op het witte paard bestaat niet.

Perspectief
Het verhaal kent een ik-verteller: het is de veertigjarige schrijfster Melanie (Meisje) Fleury. Erg veel fantasie behoeft de lezer niet te hebben om hierin een Franse verbastering te zien van de naam Marion Bloem. Ook haar aanspreekvorm “Meisje” verwijst naar Bloem zelf in de debuutroman “Geen gewoon Indisch meisje”. Op het moment dat de roman naar de pers ging, was de in 1952 geboren Bloem zelf veertig jaar. Ook in de werkelijkheid is zij de tweede dochter van Indische ouders. Het boek lijkt dan ook een literaire autobiografie over de ontwikkeling van de schrijfster van meisje tot vrouw.

Thematiek
De thematiek van Marion Bloem is sinds haar debuutroman niet veel gewijzigd. Ze herhaalt zich sinds “Geen gewoon Indisch meisje “ vaak. Ook hier is weer sprake van de vrouw tussen twee culturen. Het Indische meisje dat zich zo keurig moet gedragen en het Nederlandse meisje dat door alle omstandigheden van de zestiger jaren en daarna een ander beeld van de moderne vrouw heeft. De ontwikkeling van meisje tot vrouw is dan ook zeker één van de belangrijkste thema’s in deze roman. Haar moeder probeert haar kort te houden: dat is nu eenmaal gepast voor Indische meisjes, maar Melanie wil niet aan dat beeld voldoen. Ze is een westers meisje en in tegenstelling tot wat haar moeder wil, stort ze zich wel in de armen van de mannen.
Hierin neemt de seksualiteit een belangrijke rol in. De kaketoe staat immers symbool voor de clitoris en in de roman leert Melanie de betekenis van dit orgaan kennen in relatie tot haar eigen seksualiteit en met die van de mannen met wie ze een relatie heeft.
Niets voor niets maakt Melanie de rekening op als ze veertig jaar is. Halverwege het leven is het van belang terug te kijken op de elementen die een rol hebben gespeeld in je leven. Ze probeert de balans op te maken tussen jeugdherinneringen, haar stabiele huwelijk, haar seksuele relaties en haar opvoeding. Aan het einde van de roman merkt ze op dat ze opgevoed is door een groot aantal belangrijke vrouwen in haar leven: o.a. oma Charlotte aan wie ze de brief schrijft, haar moeder Emma die haar op een andere manier wil opvoeden dan Melanie zelf wil en de tantes Manda en Jossa die min of meer vriendinnen voor haar zijn en tegen wie ze de geheimen kan vertellen.

Toch spelen ook mannen een belangrijke rol in haar leven. Naast de stabiele factor in haar bestaan (Mees) stort Melanie zich in de armen van veel mannen: ze zoekt naar het lintgevoel dat in haar jeugd opgewekt is. In de roman worden wel meer dan twintig mannen genoemd met wie ze een relatie heeft gehad, van wie de belangrijkste de Vlaamse boekenverzamelaar Neo de Pauw, David de hoogleraar seksualiteit, een jonge Hongaarse dichter en de Braziliaanse jonge minnaar op het strand zijn.

Eigenlijk is de boodschap van de roman dat het hele leven berust op een machtsstrijd. Een machtsstrijd tussen culturen maar ook een machtsstrijd tussen mannen en vrouwen. Het yin tegenover het yang.
De literair-historische motieven die een rol spelen zijn liefde, seksualiteit, overspel, omgang tussen twee culturen, het verschil in normen en waarden in culturen, maar ook tussen generaties.

Verhaalmotieven in “engere zin” zijn in deze roman ook te vinden: door het hele boek loopt de rode draad van de kaketoe (als symbool van de seksualiteit). Ze noemt kaketoe niet voor niets Kasesa, wat clitoris betekent. Symbolisch zijn dan ook de passages waarin beschreven wordt wanneer de kaketoe wel of niet uit het kooitje wil.
Een tweede verhaalmotief is het gegeven van “het lint”, het fysieke verlangen naar de seksualiteit dat in de jeugd is gewekt en dat door Melanie steeds moet worden gestild.

Samenvatting van de inhoud
De 40-jarige hoofdpersoon Melanie Fleury schrijft een brief aan brief haar 90-jarige grootmoeder Charlotte. Eigenlijk wil ze een autobiografie schrijven, maar telkens begint ze aan een brief aan haar oma. Die dementeert en de gegevens die ze vertelt, zijn dan ook veilig. Ze geeft meteen al prijs dat ze een groot aantal minnaars heeft gehad. Een brief aan haar moeder of aan haar echtgenoot zou dan ook inhouden dat ze zich zou moeten schamen voor dingen waarvoor ze zich eigenlijk nooit geschaamd had. Ze wil een autobiografie schrijven niet om zichzelf te koesteren, maar om zichzelf te vergeten (blz. 14). Een jonge dichter die met haar de liefde bedreef, had al eens gezegd: “Je leeft niet, je bent alleen maar bezig met het schrijven van je autobiografie.”

In het tweede hoofdstuk stelt Melanie dat ze de autobiografie met het leven van haar grootmoeder had willen beginnen. Haar man had om haar moeten schaken. Hermanus van Maldegem moest met de vader van Charlotte schaak spelen om gedaan te krijgen dat ze met hem kon trouwen. Het zijn natuurlijk verhalen die Melanie via de overlevering had gehoord. Ook de dochter van Charlotte, Melanies tante Manda, was op een dergelijke manier aan de man gekomen. De acht jaar oudere oom Didi had altijd een oogje op haar gehad, maar toen de oorlog uitbrak, werd hij opgeroepen voor het leger en hij gebruikte een kaketoe als bruidscadeau voor zijn aanstaande vrouw. Hermanus accepteerde het cadeau en beloofde zijn dochter Manda voor hem te bewaren. Emma, de moeder van Melanie, was altijd veel rustiger dan haar zus Manda. Die laatste bruiste van het leven en Emma toonde altijd meer zelf beheersing. Daardoor werd Melanie altijd met meer schroom en schaamte opgevoed. Emma probeerde haar dochter veel meer te drillen. Melanie houdt er echter minnaars op na. Soms is de minnaar net weg als ze weer met haar echtgenoot en ouders opgescheept zit. Aan het einde van het tweede hoofdstuk vertelt haar moeder een verhaal dat haar jongste zusje Eva haar vader in bed betrapt had met een meisje.

In het derde hoofdstuk spreekt Melanie haar verbazing uit tegenover oma Charlotte dat haar kinderen zo verschillend zijn. Haar tante Eva heeft ze nauwelijks gekend, omdat die naar Australië was geëmigreerd. Haar tante Jossa was altijd min of meer een vriendin gebleven en minder een tante voor haar geweest. Die had haar leren dansen. Tante Manda bleek de passie zelf te zijn en de moeder van Melanie eiste altijd veel van haar kinderen op school; van haar mochten ze geen make-up gebruiken; ze moesten altijd op tijd thuis zijn. Toen ze drie was, kreeg Melanie kinderverlamming, maar gelukkig waren de doktoren er op tijd bij. De tantes noemden Melanie ook vaak Meisje.
Melanie denkt dat ze met haar echtgenoot Mees getrouwd is, omdat hij zo op haar moeder lijkt. Ook hij verovert via haar vader Melanie door zijn voorliefde voor voetballen. Hij kijkt als student met zijn a.s schoonvader. In dit hoofdstuk vertelt Melanie ook van de bibliofiele uitgave van een boek met een kaketoe dat ze van een galerie-eigenaar krijgt.

In het vierde hoofdstuk komt het motief van de kaketoe opnieuw terug. Mees is bezig met een antropologisch verhaal over een kaketoe die symbool staat voor een clitoris. Melanie heeft net dromen uit haar jeugd over een kaketoe op haar tekstverwerker gezet en het toeval wordt compleet als die dag een witte kaketoe wordt thuisbezorgd als geschenk van de onbekende galeriehouder. Ze noemt het beest Kasesa (= clitoris) In de associatieve schrijfstijl die Melanie hanteert, beschrijft ze nu de ontdekking van haar eigen clitoris en het gevoel van genot dat daarmee gepaard gaat. Het geeft een gevoel van opgewondenheid dat door Melanie het lint dat door haar lichaam trekt, wordt genoemd. In een soort flashback beschrijft ze dat haar moeder haar een gevoel van schaamte had bijgebracht voor lichamelijke gevoelens. Melanie heeft dus na enige tijd omgaan met mannen het gevoel van het lint ontdekt. In dit hoofdstuk verhaalt ze ook van de eerste brief die ze van de schenker van de kaketoe heeft gekregen. De man heet Neo de Pauw, is een Vlaming. Wie goed tussen de regels doorleest, ziet dat hij verliefd op haar is. Hij komt haar korte tijd later ook opzoeken en eigenlijk smeekt ze hem in gedachten dat hij aanraakt. In een flashback denkt ze terug aan de gevoelens die ze had toen ze met haar zusje Lotte lepeltjesgewijs bij elkaar in bed lagen. En aan het opgewonden gevoel dat ze kreeg als ze kinderen uit haar jeugd zag plassen en poepen. In een van de laatste zinnen uit dit hoofdstuk geeft Melanie aan dat “ze blind, gulzig, onbetrouwbaar, nietsontziend, ongeduldig en meedogenloos is.”, als ze begeert. (blz. 84)
In dit hoofdstuk wordt dus heel veel verteld over de seksuele bewustwording van Melanie en haar ontdekking van lichamelijk genot (het lint).

In de volgende hoofdstukken wordt meer verteld over de verhouding tussen Melanie en haar tantes. Vooral met tante Jossa kan ze goed opschieten. Ze is altijd vrolijk, hoewel ze heel erg klein gebleven is en geen echtgenoot heeft kunnen vinden. Melanie viert haar 40e verjaardag maar haar nieuwe vriend Neo de Pauw is er niet bij en dat vindt ze eigenlijk heel vervelend. Ze had hem wel geïntroduceerd op het feest van tante Jossa toen die zeventig werd en iedereen vond hem heel erg aardig. Het is een charmeur en hij weet zelfs tante Jossa voor zich te winnen. Neo is in feite erg lelijk en het is de eerste lelijke man op wie Melanie verliefd is. Teruggekomen van het feest van tante Jossa gaat hij mee naar haar huis en Mees gaat douchen. Het komt bijna tot seks met Neo, maar ze durven het op dat moment nog niet. Melanie heeft ook een goede verstandhouding met tante Manda: ze vertelt aan haar dingen die ze aan niemand anders kan vertellen. Over vriendjes, over zoenen en over seks. Mees was de eerste jongen met wie ze seks had. Tante Manda vertelt dat Melanies moeder altijd anders met jongens is omgegaan. Ze stelde zich altijd heel preuts op.
Die houding heeft ze ook altijd op haar dochters willen overbrengen: ze werden door haar heel kort gehouden. Ze had graag gewild dat haar dochters als maagd het huwelijk zouden zijn ingegaan.

Intussen worden in de hoofdstukken van de brief steeds passages uit het verleden afgewisseld met passages uit het heden van de veertigjarige vertelster. Zo nodigt Neo Melanie uit om op reis met hem te gaan. Voor de vorm nodigt hij Mees ook uit om mee te gaan, zodat die zijn studieonderwerp kan afmaken. Hij wil naar de eilanden waar de ouders van Melanie vandaan komen. Hoewel ze seks met andere mannen heeft gehad, beweert Melanie dat ze haar Mees eigenlijk nooit ontrouw is geweest. Zo vertelt ze van haar seksavontuur met een Braziliaanse jongen Fernando, die haar begeerte (het lint dat door haar lichaam trekt) had opgewekt. Korte tijd daarna trouwen Mees en Melanie, omdat Melanie een kind verwacht. Melanie ontdekt ook erotische brieven van een vrouw die aan Mees gericht zijn. Omdat ze daarover verdrietig is, zoekt ze troost bij ene Michiel, maar ook van hem beweert ze dat ze Mees nooit ontrouw is geweest. Ze gaat colleges lopen en volgt een module seks en macht. Op die manier leert ze David de hoogleraar kennen en ook met hem begint ze een relatie. Aan het einde van hoofdstuk VII noemt ze wel meer dan twintig mannen met wie ze iets heeft gehad.

Er staan interessante zaken te gebeuren: haar moeder geeft later aan dat ze haar kinderen heeft geslagen, omdat ze in haar kinderen eigenlijk haar man had willen treffen. Die was ook gewelddadig tegen haar, maar ze kon hem fysiek niet de baas. Melanie zegt op een dag tegen haar moeder dat ze haar haat.

Intussen heeft Melanie ook de vrouw van Neo ontmoet. Ze heet Lieve en eigenlijk is Melanie een soort jaloers op de vertrouwdheid waarmee de echtelieden met elkaar omgaan. Ze bezoeken o.a. een museum van de Eerste Wereldoorlog en Neo probeert steeds contact met Melanie te leggen. Onderweg terug in de auto zitten Neo en Melanie achter in de auto en onder de plaid die over hun knieën ligt, zijn ze met elkaar aan het friemelen.

Dan komt er ineens weer een passage waarin Melanie verhaalt over erotisch opwindende brieven die Mees en zij aan elkaar geschreven hebben, kort nadat ze met de Braziliaanse Fernando seks had gehad.

Ze bezoekt met haar moeder Indonesië en de tweede week komt haar moeder ook wat los. Ze bekent dat ze vroeger ook verliefde gevoelens voor een andere man heeft gekoesterd. In de ogen van haar moeder herkende ze op dat moment “het lint”.
Ook Neo wil nog steeds met Melanie op reis en zorgt ervoor dat Mees eigenlijk niet mee kan. Ze gaan naar Bangkok en daar krijgt ze eigenlijk een afknapper van Neo. Hij is namelijk seksueel geïnteresseerd in de vrouwen die hij daar ziet. Ze gaan terug naar huis en ze legt tegenover Mees verantwoording af waarom ze teruggekomen is. Ze verzint er heel wat bij: het was ook zo’n gedoe met de kaketoe, die ze hadden meegenomen. Eigenlijk ziet ze op dat moment in dat de volmaakte minnaar niet bestaat. Dat er altijd iets onvolmaakt zal blijven in de relatie tussen mannen en vrouwen. “Het is de leugen van de kaketoe.” In het twaalfde hoofdstuk geeft Melanie ook dat er een heleboel vrouwen zijn geweest in haar leven die haar gevormd hebben: oma Charlotte, haar moeder Emma en de tantes Jossa en Manda. Op haar 40e verjaardag zijn er daarom wel tachtig vrouwen op het feest.

Neo gaat in principe weer terug naar zijn vrouw Lieve. Die heeft na terugkomst uit Bangkok foto’s ontwikkeld die ze met de zelfontspanner hadden gemaakt en ze was er achter gekomen dat er meer was dan vriendschap. Neo wil niet van zijn vrouw scheiden, omdat hij dan zijn vijf dochters niet meer kan zien. Kort daarna heeft Melanie alweer een affaire met een jonge Hongaarse dichter in Boedapest en weet ze dat het geval van het lint niet ophoudt te bestaan.
Bij terugkomst in Nederland zegt haar zoon dat de kaketoe wel kan praten. Hij zegt: “Ik hou van jou.”, waarmee de lijn naar de kaketoe van tante Manda en oom Didi is voltooid. Die zei immers: “I love you.”

De brief aan oma wordt echter nooit verstuurd want in het laatste deel van het laatste hoofdstuk vindt de zoon de brief onder een stapel andere papieren. Hij vraagt aan zijn moeder die inmiddels als een oma wordt voorgesteld of zij zich die brief nog kan herinneren. Hij vraagt of alles waar is wat er in de brief aan oma staat, maar ze ontkent het. Ze werkte altijd op de tekstverwerker en niet met de hand. Ze herhaalt de zinnen die haar oma zei, als er stofdeeltjes in de lucht dansten. “Net zonnevlekjes.”

Recensies
Via Literom zijn nog enkele recensies verkrijgbaar.
Een belangrijk interview met de schrijfster is in De Standaard van 11 september 1993 door Karel Osstyn gepubliceerd onder de titel “Kind van twee culturen”. Hierin legt Marion Bloem ze uit wat ze met de roman bedoelt. I
In de diverse recensies die bewaard zijn gebleven, wordt de roman enerzijds hemelhoog geprezen als een prachtige roman, anderzijds afgekraakt als een vrijwel onleesbaar verhaal.

Over de schrijfster
Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem als tweede dochter van Indonesische ouders (die in 1950 naar Nederland waren gekomen) Anderhalf jaar lang verhuisden ze van pension naar pension tot ze een huis in Soesterberg vonden. Marion ging naar een katholieke lagere school, koos daarna een gymnasiumopleiding, maar verruilde de meisjesschool voor een gemengde HBS. In 1971 ging ze psychologie studeren in Utrecht; in 1976 studeerde ze af.
In 1971 trouwde ze met dokter Ivan Wolffers en in 1973 werd hun zoon Kaja geboren. Op vijftienjarige leeftijd publiceert ze haar eerste korte verhaal 'Zwijgen als het graf'. In 1978 verscheen haar eerste jeugdboek 'Waar schuil je als het regent'. Vanaf dat jaar ging ze ook films maken. Ze regisseerde o.a. Screentest. Haar 'Het land van mijn ouders’ was de eerste Nederlandse documentaire over Indische Nederlanders die in de onafhankelijkheidsoorlog voor een vaderland hadden gevochten dat ze niet kenden en zich in Nederland onbegrepen voelden.
Andere bekende romans van haar zijn:
Geen gewoon Indisch meisje,(1983)
Lange reizen korte liefdes, (1987)
Vaders van betekenis,(1989)
Mooie meisjesmond (1997)
Games4girls (2001)
De V van Venus (2004
)
Informatie over haar kun je vinden op haar eigen website Marion Bloem

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.