Info over dit verslag

Geschreven door:

Yoeri

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1022

Opvragingen:

17

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (111 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Erich Kastner

Laatst gewijzigd op 21 juni 2005

Hoofdstuk 1: De Kästners en de Augustiens

De voorouders van Erich hadden 11 kinderen, 5 kinderen zijn er dood, 2 kinderen zijn meubelmakers geworden, 1 smid en zijn vader Emiel is lederbewerker geworden. Haar moeder heet Ida Augustien en ze woonde in de Saksen. De (voor)ouders van Ida waren bakkers, maar toen er niet genoeg geld meer te verdienen was werden ze paardenhandelaren. Opa Augustien was smid en een paardhandelaar. 2 zonen van hem werden door het verhandelen van paarden miljonair.

Hoofdstuk 2: De kleine Ida en haar broers

Mijn moeder Ida woonde op een boerderij, als ze naar school ging moest ze naar een ander dorp omdat in het dorp waar Ida woonde geen school was. Het enige wat ze kregen op school was: rekenen, lezen en schrijven. Ida ging graag naar school omdat ze graag wilde leren. Haar 3 broers, Robert, Franz en Paul vonden school verloren tijd. De 3 jongens vertrokken wel elke dag naar school maar spijbelden. Ze hadden namelijk een konijnenhandel opgezet om geld te verdienen. Liever hadden ze in paarden willen handelen maar die waren te groot om te verstoppen. De konijnenhandel was zo groot geworden dat opa ervan hoorde, hij was er niet trots op. De 3 jongens kregen slagen van mijn opa omdat hij er niet mee eens was.

Hoofdstuk 3: De vroegere konijnhandelaren

Toen de 3 zonen groter werden wilden ze paardhandelaar worden maar daar hadden ze geen geld voor en dus daarom werden ze slager omdat mijn opa dat wilde. Franz en Paul hadden een eigen slagerij tegenover elkaar. Toen ze genoeg geld verdiend hadden konden ze een paard gaan kopen. Dat paard verkochten ze weer met winst en zo was de handel ontstaan.
Paul en Franz dachten alleen maar aan de paardenhandel, voor de familie nauwelijks ze geen tijd. Toen mijn opa stierf maakten ze daar tijd voor vrij. Ze maakten alleen maar tijd vrij voor familie gebeurtenissen.

Hoofdstuk 4: Het paardenhotel

Oom Paul handelde alleen maar in kostbare paarden. Kort daarna werd hij koninklijk hofleverancier. Oom Franz, een onvriendelijke en norse man, handelde in werkpaarden. Ik was het liefst bij oom Franz.
In de stallen van ome Franz was plaats voor ongeveer 30 paarden. Ze werden goed verzorgd door de knechten. Soms werd een paard ziek en ging ie dood. Dat was verloren geld.

Hoofdstuk 5: Oom Franz en tante Lina

In het huis van oom Franz was Frieda het dienstmeisje, zij kookte, waste, en hield de woning schoon. De vrouw van Franz heette Lina. Zij was Directrice geworden in de zaak bij haar man en deed alle geldzaken. Bij haar haalde de knechten elke week hun loon. Tante Lina ging telkens naar de bank als Franz het nodig had om paarden te kopen. Later als ze in de Villa woonden haalde ik het geld.

Hoofdstuk 6: De heer van de paarden wordt miljonair

Als oom Franz terug kwam van de paardenmarkten en de nieuwe paarden op stal waren, moesten deze paarden goed uitrusten en eten en drinken. Een paar dagen later kwamen de klanten. Als de klanten er waren werden de paarden 1 voor 1 getoond. Als een paard verkocht werd schreef tante Lina op wie het paard gekocht had en voor hoeveel. Het geld werd goed opgeborgen en zo werd oom Franz miljonair.

Hoofdstuk 7: Oom Franz moet een villa kopen

De mensen die in de staat van Franz woonden zeiden dat als je zo rijk was dat je dan een kasteel moest kopen. Oom Franz was hier niet mee eens, omdat hij toch nooit thuis was.
Maar hij gaf toch toe en kocht een grote villa aan de Antonstrasse.

Hoofdstuk 8: Op de tuinmuur

Ik (Erich) zat het liefst op de tuinmuur te kijken naar het voorbij komende verkeer. Soms ging ik voor Frieda (het dienstmeisje) boodschappen doen, dan haalde ik suiker, aardappelen en de rest wat ze nodig had

Hoofdstuk 9: De heer en zijn slaven

Graag gingen wij s’avonds naar de villa als oom Franz op reis was, dan was tante Lina blij dat wij samen in de woonkamer het avondeten op konden eten. Ze kon heerlijke belegde broodjes maken. Ongezellig waren de avonden als oom Franz niet op reis was. Hij zat dan in de kroeg
en kon plotseling thuiskomen, wij zaten dan in de keuken ipv. de huiskamer. Tante Lina was bang en maakte ons onrustig. Zou hij thuiskomen? Als Franz thuiskwam ging hij naar de woonkamer en riep: VROUW SIGAREN ! Tante Lina, Frieda en Dora moesten zo snel mogelijk zijn sigaren brengen. Hij gebruikte de vrouwen als ‘slavinnen ’

Hoofdstuk 10: De leeuw brult

Als oom Franz soms thuis was vroeg hij soms vriendelijk of er iemand anders in huis was.
Als tante Lina zei: ja het zijn de Kästners en die zijn in de keuken. Oom Franz werd toen heel boos, liep naar de keuken en brulde dat de Kästners in de woonkamer moesten komen zitten en riep tegen de dienstmeisjes: wijn sigaren en eten!. Toen begon oom Franz te vertellen over de konijnenhandel van vroeger. Hoe bozer mijn moeder werd des te vrolijker werd oom Franz.

Hoofdstuk 11: Een leeuwin en een leeuw

Toen mijn tante niet goed ter been meer was ging ik na de grote paardenverkoop naar de bank om het geld te brengen. Ik wist precies hoeveel geld ik weg bracht en de berekeningen die maakte klopten altijd. 1 keer kwam mijn tante 200 mark tekort en sprak daar met oom Franz over. De dief moest gevonden worden. Een dienstmeisje of ik. Ik kreeg de schuld, mijn moeder was erg boos dat ik de schuld kreeg. Maar een paar dagen later vond tante Lina het geld weer. Mijn oom kwam zijn verontschuldiging aanbieden. Deze werden door mijn moeder en mij aanvaard.

Hoofdstuk 12: Wat voor nut heeft veel geld

Ik mocht weer geld naar de bank brengen. De tuinman vroeg zich af wat oom Frans met het geld moest doen. Hij kan toch geen geld uitgeven als hij dood is. De tuinman kon het weten want hij was vroeger tuinman op een kerkhof. In 1920 verloor oom Franz al zijn geld, maar werd later toch weer een rijke man. Toen was het plotseling over met hem, hij viel om als een boom en was dood. Hij had geleefd zoals hij gewild had.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.