Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 3VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1720 |
Opvragingen: | 9 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (7 stemmen)
Titels van Jostein Gaarder
De wereld van Sofie (13) 1994 Door een spiegel, in raadselen (4) 1996 Het geheim van de kaarten (7) 1995 Het mysterie (1) 1998 Het sinaasappelmeisje (3) 2003
Laatst gewijzigd op 1 juni 2005
GEGEVENS
Datum: 15 december 2003
Auteur: Jostein Gaarder
Titel: Het Geheim van de Kaarten
Oorspronkelijke titel: Kabalmysteriet
Vertaald uit het Noors door: Lucy Pijttersen
Pagina’s: 324
Uitgever: Houtekiet/Fontein
Jaar van uitgave: 1990
Genre: fantasie, avontuur, filosofie
INHOUD
Gebeurtenissen
Het gaat over een jongen uit Noorwegen, die Hans Thomas heet. Bij de geboorte is de moeder weggegaan om ‘zichzelf te vinden.’ Samen trekt hij met z’n vader naar Griekenland om haar te gaan zoeken. Onderweg praat hij veel met z’n vader, die heel goed kan filosoferen, over ‘het leven’.
In het Zwitserse dorpje Dorf, krijgt Hans Thomas een magisch boekje in bezit bij het kopen van broodjes bij de plaatselijke bakker. In het magische boekje staat in zeer kleine letters een verhaal over een geheimzinnig eiland met levende speelkaarten, vertelt door bakker Albert aan zijn zoon Ludwig. Albert verhaalt over Bakker Hans die na een schipbreuk op het magische eiland terechtkomt. Hij ontmoet daar Frode. Frode leeft hier al jaren en uit verveling begint hij met zijn patiencekaarten te praten. Die ontsnappen uit zijn geest en worden levende speelkaarten. Deze speelkaarten drinken een toverachtig drankje die hen een tintelend gevoel van binnen geeft, maar waardoor ze ook het verstand verliezen. Alleen de joker heeft nog een heldere geest. Als de speelkaarten er via Joker achter komen dat ze verzinsels zijn van Frode, willen ze Frode vermoorden. Maar Frode is al gestorven. Hans vlucht samen met de Joker weg van het eiland. Tijdens hun vlucht gaat het eiland van binnenuit stuk waarna de speelkaarten weer gewoon speelkaarten worden en hun ‘leven’ verliezen. Bij aankomst aan wal verdwijnt Joker en wordt Hans bakker in Dorf, de plaats waar Hans Thomas het magische boekje in handen krijgt.
Uiteindelijk vinden Hans Thomas en zijn vader hun moeder en ontrafelt hij het geheim van de kaarten. Gedrieën keren ze terug naar Noorwegen.
Personen
Hoofdpersoon:
Hans Thomas: een nieuwsgierige en slimme jongen die in aanraking komt met een filosofisch verhaal en te weten komt wat dat met hem te maken heeft.
Bijpersonen:
Pa: die als moffenjong opgroeide en later als scheepsjongen naar zee ging. Hij kwam terug en hij en zijn vrouw kregen Hans Thomas. Pa is erg geïnteresseerd in filosofie.
Mama: die de weg kwijt is geraakt in de modewereld en naar wie Pa en Hans Thomas op zoek gaan in Athene.
Frode: die in 1790 schipbreuk leed ton hij met een grote lading zilver op weg was van Mexico naar Spanje en die zo sterk over de speelkaarten fantaseerde dat ze tot leven kwamen.
Bakker Hans: die als matroos in 1842 schipbreuk leed en op het magische eiland aanspoelde. Later vestigde hij zich als bakker in het Zwitserse Dorf.
Albert: die het verhaal over het magische eiland van bakker Hans hoorde en die later het geheim moest bewaren.
Bakker Ludwig: die Hans Thomas vier broodjes geeft waar het broodboekje in verstopt zit.
52 speelkaarten: die door Frode’s fantasie tot leven komen en met wie Bakker Hans een groot avontuur beleeft.
Joker: die in tegenstelling tot de andere speelkaarten verstand heeft en het lot doorziet.
Plaats
In het boek komen verschillende plaatsen voor waar het verhaal zich afspeelt. Hans Thomas, zijn vader en zijn moeder komen oorspronkelijk uit Noorwegen. De laatst genoemde is weggelopen naar Griekenland. Op de zoektocht van Hans Thomas en zijn vader rijden ze door Zwitserland, waar de jongen van een mysterieuze man een boekje met een verhaal erin geschreven krijgt. Het gevolg is dat het verhaal zich herhaaldelijk verplaatst naar een eiland, waar levende kaarten rondlopen.
Tijd
Het verhaal moet zich in ieder geval afspelen rond 1990 of 1995: de vader van Hans Thomas is rond de Tweede Wereldoorlog geboren en heeft ook nog een lange tijd op zee rondgezworven, voordat hij een gezin stichtte. Daarnaast wordt in het boek verwezen naar een bezoek aan Legoland, een relatief recent gebouwd attractiepark.
De verteltijd is even lang als de vertelde tijd; het boek is in het ik-perspectief geschreven zodat de hoofdpersoon alles op hetzelfde moment meemaakt als toen het gebeurde, er is in het boek niks samengevat. Het boek begint met: “Het is 6 jaar geleden dat…”, dus er zit een soort van tijdsprong in, want de rest is in de verleden tijd geschreven. Het boek is niet geheel in chronologisch volgorde geschreven, slechts in één van de twee verhaallijnen (grof gezien de 2e verhaallijn, de zoektocht naar Hans Thomas zijn moeder), volgen de gebeurtenissen elkaar chronologisch op. Bij de belangrijkste lijn worden de avonturen op het magische eiland door middel van flashbacks en ‘letterlijke verhalen vertellingen’(namelijk het lezen uit het boekje) verteld. Later komen de verhaallijnen samen, waarbij ze de chronologische volgorde aannemen.
Begin
Het verhaal begint met een korte inleiding, waarin de hoofdpersoon de gebeurtenissen in het boek overdenkt, waaronder de verbanden tussen de zoektocht naar zijn moeder en de gebeurtenissen op het magische eiland met de levende kaarten. Hierna wordt meteen een tijdsprong gemaakt van 6 jaar, zodat het verhaal begint in het verleden.
Probleem en Afloop
In feite zijn er twee belangrijke problemen, namelijk:
•Het vinden van de moeder van Hans Thomas.
•Het ontrafelen van Het mysterie (namelijk het geheim van de kaarten), waarop hij duikt tijdens de zoektocht.
Beide problemen lopen goed af: Hans Thomas vind zijn moeder terug en Het mysterie van de kaarten wordt opgelost. Het boek, dat niet geheel realistisch is vanwege de levende speelkaarten, loopt af met een vraag. Het boek heeft dus min of meer een open einde, omdat je niet te weten komt hoe het verder met
Hans Thomas afloopt.
Perspectief
Het perspectief is de hele tijd hetzelfde, namelijk dat de hoofdpersoon Hans Thomas vertelt, een ik-perspectief dus.
Alleen als hij leest in zijn geheime boekje (ook wel het broodboekje) dan wordt er natuurlijk door een ander vertelt, afwisselend door bakker Albert en bakker Hans.
Verklaring van de titel
De titel: “Het Geheim van de Kaarten” heeft eigenlijk geen diepere betekenis, het spreekt wel voor zich: Hans Thomas leest in een geheim boekje waarin op een eiland speelkaarten leven en een geheim met zich meedragen.
THEMA
Het belangrijkste in het boek is de zoektocht naar de moeder en ook in de speelkaarten en het broodboekje betreft het een zoektocht naar andere familieleden en hun raadselachtige verleden. Het thema is dus als volgt te formuleren:
“Een filosofische zoektocht naar oude familiebanden.”
BEOORDELING
Het is een schitterend boek. Ontzettend gecompliceerd. Daarom is het ook zo knap van de schrijver, er lopen immers twee verhalen door elkaar, die met elkaar in verband staan en op het eind vloeiend bij elkaar samenkomen.
- Je voelt je zeer betrokken tijdens het lezen. Dit is mede dankzij het ik-perspectief waardoor je de hoofdpersoon uitstekend leert kennen. Daarom leef je mee met het hoofdpersoon en weet je ook net zoveel als hij, zodat het tot op het laatst een mysterie blijft. Door de goede landschapsbeschrijvingen kun je je ook daarin goed inleven. Bijvoorbeeld:
“Het karrenpad werd al gauw omgeven door hoge loofbomen. De felle middagzon leek vonken te schieten op de bladeren van de bomen. Op een open plek in het loofbos werd een houten huis zichtbaar.”
Met een beetje inlevingsvermogen loop je al snel zelf op dat karrenpad.
- Het verhaal is niet echt realistisch. Dankzij de speelkaarten die tot leven komen zou je het in principe kunnen vergelijken met een sprookje. Daardoor sprak het ons wel aan. Het is dan misschien niet al te realistisch, het is wel geloofwaardig doordat alles zo goed klopt. De losse stukken van het verhaal passen precies en de lezer ervaart dat ook goed. En ook het eerder genoemde inlevingsvermogen zorgt ervoor dat het geloofwaardig overkomt.
- De opbouw van het verhaal is heel logisch, maar is ook vaak verrassend. Er wordt immers een reis beschreven en dan is het vrij logisch hoe de gebeurtenissen elkaar opvolgen. Maar door de tussenkomst van fictieve dingen (zoals een loep ontvangen van een dwerg) sta je toch voor verrassingen. Zeker als ook het geheimzinnige ‘broodboekje’ ten tonele verschijnt. Vervolgens bestaat het verhaal uit: lezen uit het broodboekje, een korte ‘overdenking’, het reizen met Pa, en weer het lezen uit het broodboekje. Als ze mama gevonden hebben, heeft Hans Thomas het broodboekje ook uit en leert Hans Thomas het boekje begrijpen. Hij legt dan de juiste verbanden tussen zichzelf en het boekje en dat is prachtig om te lezen, die ‘ontknoping’. Alles wordt pas op het eind duidelijk, waardoor de spanning tot op het laatst aanwezig is.
- Zoals al lichtelijk verklapt is het verhaal verfrissend origineel. Zo ook de structuur. Allereerst is het verhaal op te delen in vier grove structuren: schoppen, klaver, (joker,) ruiten en harten. De ‘thema’s’ van de kaarten dus. Deze zijn ieder voor zich weer opgedeeld in: aas, één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, boer, vrouw en heer; vergelijkbaar met hoofdstukken.
Op het eiland is de gedachte achter de speelkaarten ook heel origineel. Zo wordt het verband gelegd tussen de weken en seizoenen van een jaar en de speelkaarten. Ook wordt aan de speelkaarten een karakter gegeven..
De schoppen zijn mannen en houthakkers van beroep. Ze zijn nors en onvriendelijk. Bij hen hoort de winter.
De klavers zijn ook mannen en boeren van beroep. Zij zijn vriendelijker, maar ook dommer. Bij hen hoort de lente.
De harten zijn vrouwen en bakkers van beroep. Zij zijn mollig en zeer behulpzaam. Bij hen hoort de zomer.
De ruiten zijn ook vrouwen en glasblazers van beroep. Zij zijn aantrekkelijk en knap, maar zeggen niet veel. Bij hen hoort de herfst.
Die verbanden zijn leuk gevonden en boeiend om te lezen. Je gaat er zelf ook van fantaseren.
- De stijl is leuk. Niet te veel dialogen, maar ze zijn er wel. Er wordt modern taalgebruik gebruikt en mooie vergelijkingen. Het is dus fijn om te lezen. Ook omdat het duidelijk is wanneer er in het broodboekje gelezen wordt: er wordt dan gebruikgemaakt van een kleiner lettertype. Het leest dus vloeiend en vlot. Dat is natuurlijk bevorderlijk voor de beoordeling.
Door de aanwezigheid van de interessante filosofische dialogen en historische verhalen zit er ook een heel lichte educatieve draai aan. Daar wordt men alleen maar slimmer van en het is nog interessant ook.
Al met al is te zeggen dat het een fantastisch boek is. Je blijft lezen. Het houdt je vast en spoort je aan tot nadenken.
Het houdt je bezig van begin tot eind én daarna! Geweldig, dat je zo in de ban kunt zijn van een boek. De achterliggende gedachten inspireren je: je wordt helemaal ‘ingesponnen’ in het kleurrijke weefsel van de fantasieën van Jostein Gaarder.
Kortom, een echte aanrader!
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen