Info over dit verslag

Geschreven door:

Noortje [meer]

Niveau:

3VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

3002

Opvragingen:

9

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (41 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Annika Thor

Laatst gewijzigd op 4 april 2005

1. De titel van het boek is Een eiland in zee
2. De schrijfster is Annika Thor
3. Het is geschreven in 1996. Ik gebruik de derde druk.
4. De uitgever is Lemniscaat b.v. Rotterdam.

Achter in het leesverslag vindt u een fragment uit het boek. Ik heb dit fragment gekozen, omdat ik heel goed begrijp hoe Steffi zich voelt. Ik zou het ook niet kunnen verdragen als mijn zusje lekker in het water aan het spelen is, in een mooi badpak, terwijl ik alleen een stokoud damesbadpak tot mijn beschikking heb, waarin ik niet wil zwemmen. Ik vind dit eigenlijk best zielig voor Steffi.

5. Annika Thor werd in 1950 geboren en groeide op in een joods gezin in Gothenburg (Zweden). Momenteel woont ze in Stockholm. Ze werkte eerst bij een bibliotheek en bij een culturele instelling, daarna deed ze tien jaar lang als freelance journaliste verslag over film, media en jongerencultuur in diverse kranten en tijdschriften. Ze schreef ook zelf toneelstukken en filmscripts.
Een eiland in zee is het eerste deel in de serie over de zusjes Steffi en Nelli. Daarna volgen De lelievijver, De donkere diepte, en Op open water. (de boeken kunnen ook los van elkaar gelezen worden)
Ze heeft ook nog Waarheid, durven of doen geschreven. Dit boek staat los van de serie over Steffi en Nelli.

6. Het is een psychische roman. Eigenlijk zou je zeggen dat het een oorlogsroman is, omdat het ook over de oorlog gaat. Maar de oorlog is, speelt op de achtergrond mee. Het is een psychische roman, want het verhaal gaat eigenlijk over een deel van Steffi´s jeugd. Hoe zij opgroeit, wat zij denkt en voelt. Dat wordt ook beschreven, nadat Steffi gedoopt is. Ze voelt zich schuldig, omdat ze joods is en denkt er over na, wat haar ouders hiervan zullen vinden.

7. Een van de thema’s is verhouding tot (pleeg)ouders en kind. Steffi is samen met haar zusje gevlucht vanuit Wenen naar Zweden. Daar gaat ze naar een pleeggezin. Oom Evert is altijd aardig, maar tante Märta is best streng. Aan het einde van het boek doet tante Märta aardiger.
Het andere thema is groeiende vriendschap. Als Steffi genoeg Zweeds spreekt moet ze naar school. Daar heeft ze geen vriendinnen. Ze wordt juist gepest. Later in het boek gebeurt er iets waardoor het pesten stopt en Steffi uiteindelijk toch een goede vriendin krijgt.
Ook een thema is oorlog. De oorlog speelt op de achtergrond mee. Daar wordt het verhaal mede door gevormd.

8. De hoofdpersoon uit het boek heet Stephanie Steiner. Maar ze wordt door iedereen Steffi genoemd. Het is een karakter. Ze is best stil, maar ze zet wel door. Als ze fietsen wil leren lukt dit niet, maar ze wil het toch leren. Ze is intelligent. Op school gaat het goed, ondanks dat ze nog niet zo heel goed Zweeds spreekt. En zoals ze doet, zo is ze niet. Steffi is joods. Maar van tante Märta moet ze mee naar een christelijke kerk, waar ze in Jezus geloven. Steffi gaat wel mee, maar eigenlijk wil ze dit niet.
Ze denkt over veel dingen na en ze is bezorgd om Nelli, want voordat ze naar Zweden gingen, heeft Steffi haar ouders belooft voor Nelli te zorgen. Maar Nelli wil haar ouders vergeten. Hier zit Steffi heel erg mee.

9. Steffi´s vader en moeder zijn niet mee naar Zweden. Steffi houdt contact met ze door middel van brieven. In die brieven aan haar ouder schrijft ze niet hoe moeilijk ze het heeft, maar ze laat haar ouders in de waan dat ze heel gelukkig is in Zweden. Dit doet ze, omdat haar ouders het heel moeilijk hebben.
Tante Märta is Steffi’s pleegmoeder. Zij is streng maar rechtvaardig. Ze is zeer gelovig.
Oom Evert is Steffi’s pleegvader. Hij is erg aardig en goedgeefs. Hij is niet vaak thuis omdat hij visser is en daarvoor vaart hij op zee.
Nelli is Steff’s zusje. Zij is niet zo stil als Steffi. Ze gaat onbezorgd door het leven. Ze is zeer populair op school.
Tante Alma is Nelli’s pleegmoeder. Zij is een nicht van tante Märta. Ze is erg aardig.
Vera is een klasgenoot van Steffi. Ze is erg slordig. Ze is goed in het imiteren van mensen.
Britta is ook een klasgenoot van Steffi. Zij gaat ook net als Steffi naar de zondagsschool. Als Steffi nieuw is op school is dat haar vriendin.
Sylvia is ook een klasgenoot van Steffi. Zij is erg verwaand. Ze is de leidster van een groepje meiden uit de klas.

10. Tussen tante Märta en Steffi is de verhouding niet zo goed. Tante Märta is best streng voor Steffi, ze praat nooit eens gezellig met Steffi en ze legt nooit is een arm om haar heen. Later in het boek wordt deze verhouding beter, omdat je er dan achter komt, waarom tante Märta zo streng is. Aan het einde van deze serie boeken is deze zelfs goed.
Tussen oom Evert en Steffi klikt het erg goed. Oom Evert praat in tegenstelling tot tante Märta wel veel met Steffi. Steffi voelt zich bij oom Evert meer op haar gemak dan bij tante Märta. Maar omdat oom Evert visser is, is hij heel vaak weg, waardoor Steffi maar weinig met hem kan praten.
Met Steffi en Nelli gaat het steeds minder goed, doordat Nelli minder goed luistert naar wat Steffi zegt. Terwijl Steffi voor Nelli moet zorgen. Tante Alma heeft veel invloed op Steffi.
Als Steffi nieuw is op het eiland, komt ze Vera tegen. Die doet dan nog heel aardig tegen haar. Maar als ze op school Lucia (feest van de lichtkoningin) gaan vieren, en Steffi voorstelt dat Vera de Lucia moet zijn in plaats van Sylvia, krijgen ze ruzie. Aan het eind van het boek komt dit toch nog goed, en worden ze vriendinnen.
Britta zit bij Steffi op de zondagsschool. Zij gelooft wel in Jezus (Steffi niet). Hierdoor zijn ze wel vriendinnen, maar diep in haar hart vind Steffi helemaal niet zo leuk. Ze doet wel aardig tegen haar, maar alleen omdat ze anders helemaal geen vriendin heeft.
Sylvia pest Steffi omdat ze uit Wenen komt. Omdat Steffi nog niet genoeg Zweeds spreekt, kan ze niet goed voor zichzelf opkomen en gaat ze erg gebukt onder het gepest.

11. Het verhaal speelt zich af op en eiland in zee. Daar is het boek onder andere naar ‘vernoemd’. Ik denk ook dat de schrijfster deze titel heeft gekozen, omdat Steffi zich vaak erg eenzaam voelt. Net als een eiland dat midden in zee ligt. De titel had dus eigenlijk ook eenzaam kunnen zijn.

12. Steffi en Nelli moeten met de trein naar Gothenburg, want in Oostenrijk is het oorlog. Kinderen worden opgevangen in Zweden.
Daar worden ze uit elkaar gehaald, Nelli gaat naar tante Alma en Steffi naar tante Märta.. Steffi kan Nelli wel elke dag opzoeken. Tante Alma geeft Nelli een mooi badpak maar Steffi krijgt van Märta een heel oud gebreid badpak, daardoor wil Steffi niet zwemmen.
Een paar dagen na aankomst maakt Steffi kennis met oom Evert. Maar die gaat na twee dagen al weer weg. Weer een paar dagen later moeten Steffi en Nelli mee naar de kerk. Daar laten ze zich dopen, Steffi voelt zich hier schuldig over omdat ze joods is.
Na een paar maanden gaan Steffi en Nelli naar school. Nelli maakte meteen vrienden en is meteen populair in haar klas. Maar Steffi die in de zesde (dat is de laatste klas) zit, maakt moeilijker vrienden. Ze heeft Britta wel als vriendin, maar ze wil liever bij de ‘oudere’ horen en niet steeds in de pauze springtouwen. Maar in dat oudere groepje zit Sylvia die iedereen tegen Steffi opstookt. Vera, die ook in dat groepje zit, lijkt haar heel aardig, maar die loopt met Sylvia mee. Als Vera wel alleen is, doet ze wel heel aardig.
Het is winter. Steffi’s vader heeft aan Steffi gevraagd om hij en Steffi’s moeder niet naar Steffi en Nelli toe kunnen komen. Na veel ´heen- en- weer gebel´ met het hulpcomité kan dit niet. Steffi heeft gehoord, dat je over het ijs naar het vaste land kan lopen. Dit gaat ze doen, omdat ze zelf met de mensen van het hulpcomité wil praten. Dit mislukt.
De school is bijna afgelopen. Steffi kan naar de middelbare school maar dat mag niet. Tante Märta en oom Evert hebben niet genoeg geld.
In de zomer verhuren de meeste mensen hun huis aan zomergasten, zelf slapen ze dan in de keuken of op zolder. De zomergasten die bij Steffi in huis komen hebben een hond en die laat ze wel eens uit dan gaat ze meestal even langs de winkel om even boodschappen te doen. Op een keer toen ze met Putte (zo heet de hond) uit was, kwam ze bij de winkel en daar zat Sylvia met een jongen (de zoon van Sylvia’s zomergasten). Steffi maakte Putte vast en ging de winkel binnen. Maar toen ze buiten kwam waren ze Putte aan het bekogelen met stenen en ze schopten hem. Steffi pakte Putte en schopte de jongen, want hij liet Putte niet los. Putte beet een stuk uit zijn broek en Putte rende weg naar huis. De jongen riep “vuil jodenjong” naar Steffi, en Steffi sloeg hem in zijn gezicht. Toen wilde ze weglopen, omdat ze bang was dat tante Märta boos op haar zou worden. Toen ze thuis kwam zei tante Märta dat ze alles al wist over wat er gebeurd was en de volgende ochtend gingen ze naar die zomergasten. Steffi dacht dat ze flink op haar kop zou krijgen maar het was andersom. Want Vera had alles gezien en had alles aan tante Märta verteld. Daardoor tante was Märta woedend op jongen. Ze ging naar hem toe en doet een goed woordje voor Steffi. Steffi en Vera worden vriendinnen en Steffi mag toch naar de middelbare school doordat de zomergasten een goed woordje voor haar hebben gedaan.

13.
a) De schrijfster werkt chronologisch. Als Steffi en Nelli aankomen op het eiland is het zomer. Later, midden in het boek, is het winter, aan het einde van het boek is het weer zomer.
Eerst is het Kerst, later in het boek is het Pasen.
b) Het verhaal duurt een jaar. Aan het begin is het zomer. Dan volgen Kerst (ondertussen is het al winter) en Pasen. Aan het einde van het verhaal is het weer zomer.

14. Het verhaal is verteld in de personale vertelsituatie. Van Steffi weet je wat ze denkt en voelt. Aan de hand van wat zij doet is het verhaal geschreven.
Bewijs 1, blz. 36: De deken is een klein eilandje, waar zij helemaal alleen is.
Bewijs 2, blz. 62: Heel langzaam dringt het tot Steffi door dat de tantes deken dat Jezus hen aan het huilen heeft gemaakt, en niet de muziek.

15.
Onderwerp
a) Het onderwerp spreekt me erg aan. Vooral omdat het een heel andere kant laat zien van de tweede wereldoorlog. Dit boek heeft niet het hoofdthema oorlog. Ik heb al meer boeken over de tweede wereldoorlog gelezen, maar die hadden oorlog echt als hoofdthema.
b) Ja, ik heb iets geleerd uit het boek. Namelijk dat mensen soms dingen doen die ze helemaal niet willen, zonder dat je dat merkt. Daardoor kun je mensen onterecht onaardig gaan vinden.
c) Uit het boek blijkt niet welke mening de schrijfster heeft over het thema van het boek. Maar gezien haar joodse achtergrond, ben je geneigd te denken dat ze heeft geschreven vanuit het standpunt van Steffi.
d) Ik vind dat de schrijfster overal genoeg aandacht aan heeft gegeven. Ze heeft het probleem van de hoofdpersoon niet overdreven, maar ook niet te weinig aandacht gegeven. Ze heeft niet, zoals in de boeken van Carry Slee, het probleem eerst breed uitgemeten, en het daarna abrupt laten eindigen.

Gebeurtenissen
a) Het boek bevat genoeg gebeurtenissen om te blijven boeien. Dat komt, omdat er over een gebeurtenis niet te lang over wordt geschreven
b) Dit zijn mijn keuzes: spannend, boeiend, geloofwaardig. Toen Steffi zelf over het ijs naar Hjuvik wilde lopen om de dames van het hulpcomité om hulp te vragen, verdwaalde ze bijna. Dat vond ik erg spannend. Het verhaal boeit me, omdat dit boek een heel andere kant laat zien van oorlog. Ik vind het ook erg geloofwaardig geschreven, alsof je er zelf bij bent.
c) Als Steffi op het eiland aankomt is het zomer. De eerste dag dat ze er is, gaat ze zwemmen, samen met Nelli en tante Alma met haar kinderen. Nelli heeft van tante Alma een badpak gekregen. Steffi krijgt van tante Märta een oud gebreid wollen damesbadpak. Dat vond ik zó rot voor Steffi.

Personen (personages)
a) Nee, de persoon is geen heldin waarop ik zou willen lijken. Ten eerste is de hoofdpersoon geen heldin. Ze maakt juist erge dingen mee. Ik zou qua karakter best op haar willen lijken. Onder andere omdat de hoofdpersoon erg intelligent is.
b) Van Steffi (hoofdpersoon) kom je het meest te weten. Dat komt doordat je weet wat haar gedachten zijn. Hierdoor kun je ook meer met de personen meeleven.
c) De manier waarop de hoofdpersoon haar probleem probeert op te lossen vind begrijpelijk. Ik zou het zelf anders doen. Ik zou iemand zoeken om erover te praten, en het probleem op te lossen.
d) De normen van de hoofdpersoon, zijn gelijk aan de wet en de tien geboden van de bijbel. Verder komt dit onderwerp niet aan de orde in het boek.

Bouw
a) Ik vind de bouw van het verhaal erg goed. Alles hangt goed samen. Tante Märta vond ik aan het begin van het verhaal een streng mens. Aan het einde blijkt dat ze zo streng was, omdat ze Steffi hetzelfde wilde hebben als haar overleden dochter Anna-Lisa. Daardoor vind ik het boek boeiender interessanter.
b) Er zitten heel weinig terugblikken in het verhaal. Alleen dat Steffi terugdenkt aan vroeger, toen ze nog bij haar ouders was. Dit vind ik goed.
c) Het boek heeft een gesloten maar toch open einde. Het boek wordt goed afgesloten, door alle gebeurtenissen goed af te ronden. Met als laatste gebeurtenis dat ze toch de mogelijkheid krijgt om naar de middelbare school te gaan. Het einde blijft ook open, doordat je niet weet hoe het met Steffi’s ouders is en of Steffi en Nelli hen ooit weer zal zien.

Taalgebruik
a) Nee, het is juist in een makkelijke/begrijpelijke vorm geschreven.
b) Ik vind het taalgebruik goed en netjes. Er worden geen vloeken in gebruikt en het is ook niet te simpel.
c) Ik vind dat de taal goed past bij de personages en het onderwerp. Er wordt beschreven wat Steffi denkt, dit is niet in moeilijke woorden gedaan, maar met woorden waarover een twaalfjarig kind beschikt. Het past ook bij het onderwerp. Het gaat soms ook over het geloof, dat wordt niet overdreven en er wordt ook niet gevloekt.

16. De recensent vertelt het verhaal nog een keer na een geeft tegelijkertijd zijn mening. Hij vertelt hoe de hoofdpersonen Steffi en Nelli in Zweden terechtkomen.
Steffi komt bij de koele en strenge tante Märta en Nelli bij de hartelijke tante Alma. Alles wordt verteld uit het gezichtspunt van Steffi. De schrijver vindt dat het verhaal niet gedateerd is en dat kinderen die het lezen zich makkelijk maken met de gevoelens van eenzaamheid en verwarring identificeren. Dat vindt hij goed van Annika Thor, die het drama van de oorlog tot het kleine drama van Steffi en Nelli tot uitdrukking weet te brengen.
Alles wat Steffi in Zweden aantreft staat er in contrast met het leven in Wenen. Dat versterkt het gevoel van eenzaamheid.
De recensent vertelt over de omgeving, haar verhouding met tante Märta en de slechte aansluiting bij de kinderen op school.
Ook vindt hij dat de sfeer- en karaktertekening aanvankelijk zwart-wit zijn, maar gaandeweg steeds genuanceerder wordt. Want, zo zegt hij, het proces van gewenning dat Steffi doormakt loopt daar mooi in de pas mee.
Haar verhouding met tante Märta wordt steeds beter.
Voor tante Märta is geen moeite teveel om haar ouders naar Zweden te krijgen.
Tante Alma geeft niet thuis als Steffi haar om hulp vraagt, maar daardoor groeien Steffi en tante Märta juist naar elkaar toe. Steffi hoort ook dat tante Märta zelf een dochter heeft gehad, die op haar twaalfde is overleden. Ook daardoor gaat ze tante Märta steeds beter begrijpen.
En als Steffi slachtoffer wordt van antisemitisch getinte pesterijen neemt tante Märta het geweldig voor Steffi op en noemt haar zelfs “mijn kind”.
De recensent vindt het een goed boek vanwege de voortreffelijke dialogen en scènewisselingen. Ook vindt hij dat Annika Thor nergens sentimenteel wordt.
Hij vindt het boek spannend en avontuurlijk en dat tenslotte toch opgewekt stemt. Hij denkt dat kinderen dat haarfijn aanvoelen. Het boek is in Duitsland bekroond met de Deutsche Jugend Literatur Preis en het zou hem niet verbazen als het in Nederland ook bekroond zou worden.

Ik vind het een erg goede recensie. Ik vind dat de recensent de inhoud van het boek goed navertelt. Ook heel goed hoe hij er soms citaten bij haalt. Hij verwoordt goed hoe de verhouding tussen Steffi en tante Märta is, en hoe die steeds beter wordt.
Ik ben het dan ook met de recensie eens.

17. Ik heb gekozen voor opdracht 4.

Hardinxveld-Giessendam, 25 oktober 2004

Beste Steffi,

Hoe gaat het nu met je? Heb je nu vakantie, of zit je alweer op school? Wat fijn dat je toch naar de middelbare school mocht. Zo kun je toch dokter worden, net als je vader.
Hoe is het afgelopen na die ruzie met de zomergasten van de winkelier? Pest Sylvia je daardoor nog steeds? Ik hoop voor je van niet. Ik vraag me alleen af, waarom je dit niet aan iemand hebt verteld. Je had het toch tegen oom Evert kunnen zeggen? Dat had ik waarschijnlijk wel gedaan. Dan had ik samen met hem een oplossing gezocht. Bijvoorbeeld samen naar de juf gaan, en het probleem aan haar voorleggen of samen met oom Evert naar Sylvia gaan en aan haar vragen of ze op wil houden. Dan had het pesten misschien eerder opgehouden.
Hoe gaat het met Nelli? Kun je het nog wel met haar vinden? En hoe is het met tante Märta, doet ze al wat aardiger, dan toen je voor het eerst op het eiland was?
Ik hoop voor je dat je je ouders ooit weer zal zien. En dat je met hen in Amerika zult komen.

Groeten,

[NAAM]

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.