ff n studiebreak
Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Bibliografische Gegevens
Auteur: Frans Coenen
Titel: Zondagsrust
Jaar van uitgave: 1902
Uitgeverij: Uitgeverij L.J. Veen B.V., Utrecht/Antwerpen
Huidige druk: 1985
aantal pagina’s: 113
ISDN 90-204-2724-5
Samenvatting
Zondagsrust is een triest verhaal van een zondag. Hoewel traditioneel een dag van rust, brengt het kleine gezin Verhoef de dag door in een verstikkende atmosfeer van Verveling en dreigende werkloosheid. Ontspanning wordt gezocht in sterke drank. Het boek beschrijft een dag uit het leven van een (arbeiders) gezin. Het is een zondag, dus alle leden van het gezin zijn vrij. De mensen uit het gezin worden met verschillende namen aangeduid. Het gezin bestaat uit: meneer Verhoef, juffrouw Verhoef, Marietje, ze hebben ook een vogeltje. Later in het verhaal komt ook de moeder van juffrouw Verhoef. In het huis wonen ook andere gezinnen. Zij horen hen vaak maar degene waar ze het nog het meeste over hebben is de heer Frikkers.
De dag begint rustig. Iedereen ligt nog te slapen. Ze worden wakker gemaakt door de bel, waarop juffrouw Verhoef Marietje roept om de deur open te doen. Ondertussen gaat juffrouw Verhoef recht op zitten en schrikt dat het al zo laat is. Wie er aan de deur is wordt niet duidelijk. Marietje moet weer gaan slapen en juffrouw Verhoef gaat thee zetten, ook al heeft ze liever dat haar man dat voor haar doet. Hij doet namelijk niks voor haar vind ze. Marietje wil ondertussen heel graag bij haar moeder liggen. Uiteindelijk mag dat en gaat ze heel erg lief doen tegen haar moeder. Daar kan zij niet goed tegen, in het begin ging het wel goed maar als Marietje maar door blijft gaan ontvangt ze ineens een harde por. Marietje schrikt ervan en moet huilen. De morgen gaat door en de mensen op straat haasten zich naar de kerk. De vrouwen zien er allemaal heel mooi uit terwijl juffrouw Verhoef helemaal niks heeft om aan te trekken. Later moet Marietje nog gewassen worden en ook dat gaat niet echt lekker lief en zacht. Juffrouw Verhoef knijpt Marietje heel erg, en ze moet dan ook huilen. Menner Verhoef is ook niet erg tevreden. Hij zit in zijn stoel en denkt na hoe zijn leven is. Bijvoorbeeld dat hij elke dag, na een lange dag werken, hetzelfde eten krijgt. Toen was het tijd voor de koffie. Marietje moet malen en even later moet ze taartjes halen. Ondertussen denkt juffrouw Verhoef na over de tijd dat ze nog getrouwd was met meneer Van Ravensweerd, ze had het toen rijk en zag er altijd mooi uit. Toen hij overleed kwam meneer Verhoef om de hoek kijken, ze is toen met hem getrouwd. Opeens is Marietje weer terug en hijgt en zegt dat ze lang heeft moeten wachten want er stond ook zo’n rij! juffrouw Verhoef merkt hoe lang ze weg is geweest en Marietje krijgt ervan langs. Ze is vast weer blijven rondzwerven en spelen met haar vriendjes! Ze brengt de taartjes naar meneer Verhoef. En als juffrouw Verhoef later ziet dat Marietje de taartjes zit op te eten wordt juffrouw Verhoef weer heel boos! juffrouw Verhoef houd er namelijk niet van om te delen. Rond een uur of 1 moet Marietje weer wat halen, haring dit keer. Dit keer was Marietje weer heel erg snel terug. Daarna moet Marietje ook nog van alles doet. Uiteindelijk pikt zij het niet meer en gaat heel erg boos doen tegen haar moeder. Ze had net afgesproken met haar vriendje Japie. Ze zou hem vanmiddag zien en wat te spelen van hem krijgen. De middag ging langzaam verder en Marietje ging maar een boekje lezen, met de brandende vraag of ze weg mocht op haar lippen, zodat ze Japie zien kon. Uiteindelijk besloot ze maar te wachten, ze zou er toch snel uit worden gestuurd om drank te halen (een maatje). Later wordt ze inderdaad weg gestuurd om drank te halen. Ze komt chagrijnig terug, Japie had haar niks gegeven, dat mocht niet van zijn moeder! Juffrouw Verhoef en meneer Verhoef drinken de drank en worden vrolijker. Opeens gaat de bel. Het blijkt de moeder van juffrouw Verhoef te zijn. Ze weten niet goed wat ze komt doen. Ze blijkt alleen maar te komen voor de drank. En omdat ze alleen is omdat de zus van juffrouw Verhoef haar verlaten had, ze was er met een of andere vent vandoor gegaan. Ondertussen wordt Marietje er telkens weer uit gestuurd om meer drank te halen. Later vertelt de moeder van juffrouw Verhoef dat haar broer (Manus) in de gevangenis zit. Mevrouw en meneer Verhoef krijgen er ruzie over. De moeder van juffrouw Verhoef vindt namelijk dat Manus niks verkeerd gedaan heeft en meneer en juffrouw Verhoef zijn het daar niet helemaal mee eens. Ze krijgen ruzie en de moeder vertrekt. juffrouw Verhoef en meneer Verhoef zijn inmiddels aangeschoten en weer wordt Marietje weg gestuurd. Ze mag niet te lang weg blijven maar ze weet dat ze het toch wel kan doen want ze gaan toch vrijen. Juffrouw Verhoef doet zo lief mogelijk tegen haar man want ze heeft mooie oorbellen gezien die maar een riks kosten. Eerst krijgt ze het geld niet. Later voelt meneer Verhoef zich toch schuldig en hij geeft haar het geld. Hij is er echter niet blij mee. Op zijn werk gaat het namelijk ook al niet zo lekker en is hij er niet zeker van of hij er nog lang mag blijven. Zijn baas zegt hem nog geen eens goedemorgen of goedendag! Later op de avond gaan ze eten. Marietje wordt er weer op uit gestuurd om wat te halen voor het avondeten. Marietje doet erg goed haar best en helpt haar moeder goed. Later gaat ze slapen. Meneer Verhoef kruipt er ook vroeg in want hij moet morgen weer vroeg werken in de wasserette. Juffrouw Verhoef gaat nog even lekker alleen een boekje lezen, en denk ondertussen na over de oorbellen die ze morgen gaat kopen. Ze voelt zich gelukkig en rijk. Dat had ze niet verwacht naar een ochtend als die ze gehad had. Terwijl ze aan het lezen in hoort ze Marietje huilen. Ze loopt naar de bedstede toen en vraagt wat er is. Ze vertelt dat ze spijt heeft van de dingen die ze verkeerd heeft gedaan. Van haar moeder krijgt ze te horen dat ze wel gewaarschuwd wordt maar wanneer ze niet luistert, maar moet voelen.
Dan valt het hele gezin in slaap, over zes dagen zal er weer een zondag zijn!
Bron: www.scholieren.com + eigen aanvullingen
Personages
Juffrouw Verhoef/Kato Verhoef
Kato Verhoef is een hoofdpersonage in dit verhaal. Ze is ergens achter in de dertig, is getrouwd met Dirk en heeft een kind Marietje. Ze wonen in een arbeidswijk/volksbuurt in de hoofdstad Amsterdam. Over Kato wordt verteld dat ze vroeger al een keer getrouwd is geweest en uit dat huwelijk is Marietje voorgekomen. Kato is niet echt een knappe vrouw. De uiterlijke kenmerken die gegeven worden zijn bijvoorbeeld dat ze blond en vrij dik is. Ook heeft ze platte voeten en brede handen.
Citaat 1:”Zij leek op een jonge boerenvrouw met dikke platte voeten en brede handen. In haar grofgebeend, vlezig gezicht sloten de dikke lippen met een knorrig-onverschillige uitdrukking over de brede mond. Haar neus was dik en stom, met wijde holten, en de lichtgrauwe ogen daarboven hadden een zinnelijke-lokkende blik onder ’t laagbollig voorhoofd, glas omzoomd van flauwblond haar.” (pag. 12 onderaan, 13 bovenaan)
Daarnaast kunnen we over Kato zeggen dat ze voor haar huwelijk met Dirk erg verwend was. Ze had toen namelijk een rijke echtgenoot Van Ravensweerd die goed voor haar zorgde en zo nu en dan haar wat cadeautjes gaf. Dirk doet dat niet en daar voelt ze zich enigszins ongelukkig over. Dirk is een arbeider die goed op zijn centen let, hij wil bijvoorbeeld graag sparen.
Citaat 2: “We motte spare... zei-di altijd maar, voor de kwaje dagen... Alsof de dage nou niet kwaad ware! Nou ja, hij had wel effe gelijk ook: je most wat achteraf hebbe, bij ziekte ofzo, maar Jees! ‘n gezond mens wou toch ook wel ‘s wat hebbe... ‘n goed stuk klere en zo... vooral als je-n ‘t zo anders gekend heb!... En in weemoedig verleden ontsloot haar geheugen de visie van ‘t verleden: de tijd met Van Ravensweerd...” (blz. 29)
De zondag waarop dit verhaal zich afspeelt is Kato erg chagrijnig. Wanneer haar moeder een bezoekje brengt reageert ze dit ook op haar af. Wat natuurlijk op valt is de manier waarop ze haar dochter behandeld, ze slaat haar regelmatig waardoor het kind nogal onzeker wordt. Haar humeur blijft de hele dag ongeveer hetzelfde. Ze stuurt haar dochter op pad om af en toe een boodschap voor haar te doen, bijvoorbeeld drank halen. Hier verheugt ze zich dan enigszins op maar daar blijft het dan ook bij. Verder blijkt uit deze zondag dat Kato en Dirk vrij veel ruzie hebben. Met behulp van wat drank worden ze wat losser en zijn ze lief voor elkaar. Ze vraagt hem om nieuwe oorbellen en hij stemt uiteindelijk toe. Ze is tevreden. Dit verandert haar humeur en dus ook haar houding tegenover haar man en kind. Marietje voelt zich schuldig en wordt getroost door haar moeder, die een moment van geluk beleeft. Omdat er één dag in het leven van dit gezin beschreven wordt, vind ik niet dat er gesproken kan worden van een round-character omdat het om momentopnames gaat en er geen informatie is of zij daadwerkelijk een verandering doormaakt over een langere periode. Kato is dus een flat-character.
Meneer Verhoef/Dirk Verhoef
Dirk is de (tweede) echtgenoot van Kato. Hij is een arbeider in de negentiende eeuw en omdat het zondag is, heeft hij dus een rustdag. Een arbeider in die tijd verdient natuurlijk niet zoveel geld, Dirk is daar geen uitzondering op. Dirk is een lange, magere man, zijn adamsappel is altijd duidelijk zichtbaar en hij heeft erg dunne benen. Ook rookt hij graag de pijp en houdt hij wel van een drankje.
Citaat 1: “‘Pa is een nare vent, hè moeder. En-i heeft ook zulke dunne bene!...’” (pag. 16)
Citaat 2: “De vrouw ging de vaten in elkaar zetten, geholpen door ‘t kind, dat drukgedienstig om de tafel scharrelde, terwijl Verhoef -zijn vogelgezicht strak-onverschillig- boven de lamp zijn pijp aanstak.”
Aangezien Kato dit bevestigt met een stiekem lachje kunnen we opmaken dat zij zich bij de mening van haar dochter aansluit. Dirk is niet echt een aantrekkelijke man. Dirk is een rustige man die niet graag tegen zijn dominante vrouw tekeergaat maar toch wel wat woede kent. Tegen zijn schoonmoeder gaat hij ineens volledig uit zijn dak. Hij heeft ook een bemiddelende rol aangezien hij bijvoorbeeld Kato enigszins tot rust brengt wanneer zij weer een uitval heeft tegen haar kind. Dirk is een flat character omdat er ten eerste niet veel karaktereigenschappen besproken worden en daarnaast hij geen veranderingen in zijn karakter door maakt.
M’rie/ Marietje
Verhaalmotief
Kindermishandeling
Het verhaalmotief kindermishandeling speelt een belangrijke rol in Zondagsrust. Marietje wordt zowel geestelijk als lichamelijk mishandeld.
Een voorbeeld van lichamelijke mishandeling zien we duidelijk in het volgende citaat:
Citaat 1: “Daar...! daar geniepte ze ‘t kind weer! dacht Verhoef. Dat most ‘r van komme, natuurlijk... dat mens was net gek!... dán was ze zus, en ineens sloeg ze om... en haatdragend... daar was ‘t end van weg!... Het huilen hield aan, onderdrukt klagend, dan ineens uitschietend in een scherpe kreet: au! moeder!... o!... o! moeder!... Onderwijl telkens geplas van een spons, die uitgewrongen werd.
Wat was ze weer an de gang! Onder ‘t wasse door kneep ze nou ‘t kind, waar ze maar kon, zo erg dat ‘r blauwe plekken van bleve... Beest van ‘n wijf! Niet dat ‘t kind hém zoveel anging... ‘t was niet eens van hem en d’r moeder most ‘t maar wete... Maar ‘t was zo mal: telkens as hij ‘t kind een tik gaf, werd zij stinkend-nijdig en zelf geniepte ze ‘t elk ogenblik voor niks en voor alles... Vroeger sloeg ze ‘t ook... maar dat was te gehorig voor de commensaal... nou had ze er dit op gevonden... zij kneep maar... hoor ‘s!... hoor ‘s... hoor ze ‘n ‘s bezig zijn!... Het grienen werd heftiger, in versnelde hijgingen, met telkens gesmoorde gilkreetjes: au!... au!...”
(pag. 20 onderaan, 21 bovenaan)
Gedurende het verhaal wordt het kind geestelijk steeds erger mishandeld. Aan het eind van het boek staan er dan ook overtuigende citaten die dit bewijzen.
Citaat 2: “Met een paar stappen was zij aan het bed. ‘Wat mankeert jou? Grien jij zo? Waarom slaap je niet?’ Hartstochtelijk opsnikken antwoordde , en nu waarlijk ongerust, zich dieper buigend naar het kussen waar ‘t kinderhoofd in ‘t haar gewoeld, flauw-zichtbaar opschemerde, vroeg ze zachter: ‘Bê-je niet wel, zus? Voel je pijn?... Wat mankeert je dan?’ Geen antwoord en dan hijgend snikken... Maar opeens sloegen de bleke kinderarmpjes om haar hals en trokken haar hoofd omlaag op het kussen. En met fluisterstem sprak het kind in schokkende woordjes zenuwachtig haastig aan haar oor. Maar zij maakte zich los, kwam weer op uit de moeilijke houding: ‘Hei je zo’n berouw? Waarvoor? Wa’s dat voor malligheid?’
Weer hartstochtelijk gefluister, door gesnik onderbroken... ‘O... daarom! Ja... waarom doe-je-n ‘t ook?... da’s ook heel slecht van je... we waarschouwe je dikwijls genog... Maar als je niet hore wil, dan mô-je de gevolge maar afwachte... Maar ga nou maar slape... morrege is ‘t weer vergete... Nàcht zus... Nou geen gegrien meer, hoor!...’ ‘Nacht moeder... nacht... lieve... moeder!...’ nokte ‘t gebroken stemmetje.”
(pag. 108)
Marietje voelt zich erg ongelukkig maar zoekt de schuld bij haarzelf. Haar moeder kleineert haar waardoor het kind erg onzeker wordt. Dit is dus allemaal psychisch. Natuurlijk doet ze in feite niets verkeerd, maar is haar moeder haar op de verkeerde manier aan het behandelen. Hier spreken we echt van een psychische kindermishandeling waarbij haar moeder zeer overdreven op haar reageert. Kato vindt dan ook dat haar dochter fouten maakt, terwijl ze deze natuurlijk (volgens het verhaal) niet begaat. Marietje voelt zich dus continu schuldig op deze zondag voor iets wat ze niet gedaan heeft.
Tijd
Historische tijd
De historische tijd is eind negentiende eeuw/begin twintigste eeuw. Dit zien we vooral aan het begin van het boek waar het straatbeeld beschreven wordt. Op zondag zijn de straten uitgestorven staat er beschreven. Waarschijnlijk komt dit door het feit dat alle arbeiders zich thuis bevinden bij hun familie. Verder zien we ook het gebruik van melkwagens.
Citaat 1: blz. 5: “Alleen de melkwagens rammelde in de verte in ‘t kil vochtgrijze, naderen, tot hun gebolder een ogenblik aan de ingang ener straat, als voor een tunnelholte, rammelde, dan afzwakte om een hoek, en alles verging.” (pag. 5)
Wat we ook zien is dat er geslapen wordt in een bedstee, wat gebruikelijk was voor de arbeiders in de negentiende eeuw.
Citaat 2: “Een neussnikkend, onderdrukt wenen, lang uithalend, klaagde uit de gangbedstee, waarvan de deuren op een kier stonden.” (pag. 108)
Verteltijd
De verteltijd bedraagt 113 bladzijden. Er is geen hoofdstukindeling.
Vertelde tijd
Het boek begint als de familie Verhoef uit hun slaap ontwaakt.
Citaat 1: “Het bovenlijf van juffrouw Verhoef was opgespookt uit de vaalschaduwige bedmassa en opzij gekeerd, steunend op de rechterarm, wreef zij zich met de vlakke linkerhand over de ogen, gerekt en geeuwend.” (pag. 7)
Aan het einde van het boek gaan ze weer slapen
Citaat 2: “Toch ’n misselijke dag geweest vandaag, ging door haar ontmoedigend denken. En zo’n boek… och, je wilt graag wete hoe of ’t afloopt maar as je-n ’t weet ben je toch niet tevreje… Ze zijn allemaal ’t zelfde…
Zo was haar laatste doffe denken, terwijl zij voorzichtig, dat ’t bed niet te erg knarste, instapte en bijna dadelijk, zwaarademend, insliep.” (pag. 113)
Er is dus in het verhaal precies één dag verstreken, de gehele zondag, van het opstaan tot het slapen gaan.
Verwijzingen
Vooruitwijzingen en flash-backs zijn er niet, er zijn wel terugverwijzingen. Deze slaan vooral op het ‘vorige leven’ van Kato. Ze was erg gelukkig bij haar rijke en vrolijke echtgenoot die haar verwende tot zijn dood aan toe. Wanneer ze hem vergelijkt met hoe Dirk nu is, valt haar huwelijk tegen. Deze conclusie trekt ze op deze zondagmiddag.
Citaat 1: “En in een weemoedig vertederen ontsloot haar geheugen de visie van ‘t verleden: de tijd met Van Ravensweerd... Ze had ‘t toen rijk gehad... ze was toen ‘n dame... en al d’r broeke en al d’r hemde met kante en entre-deux... wat sjiek, hoor! Ze most ‘n echte dame zijn... en natuurlijk altijd handschoene, zo blank! Heel anders dan die werkpote van nou... Geen wonder! Ze voerde toch ook geen slag uit... ze zou nog geen koppie omgewasse hebben... Ze liet d’r meid poot-an spele! Ja, waar hâ-je zo’n meid anders voor? En dan had ze ook dikwijls genoeg te stelle met ‘t kind, met Marietje en met Raaf zelf, as-i z’n dronke bui had...” (pag. 29)
Chronologie
Het verhaal wordt chronologisch verteld. Er wordt een compleet logische tijdvolgorde gevolgd, de gebeurtenissen verschijnen in het boek in dezelfde volgorde als waarin ze in het echt verschenen zouden zijn.
Ab ovo - In medias res
Het verhaal wordt ab ovo verteld. De omgeving wordt beschreven en daarna ontwaken in feite de personages en dag begint. Je kruipt als het ware in hun leventje. Alles wat zij op dat moment beleven, beleef je als lezer van het verhaal ook.
Ruimte
Fysische ruimte
Het verhaal speelt zich eigenlijk af in één ruimte. Soms gaat bijvoorbeeld Marietje wel wat boodschappen halen en wordt er een beeld gegeven van de straten (vooral het slechte najaarsweer) maar de actie is als het ware in het huis van de familie Verhoef zelf. Deze functioneert als coulisseruimte en speelt geen extra rol in het verhaal.
Er staat onder andere een grote tafel en er is een wandtafeltje. Ook is er een zogenaamde rechtbank. Er zijn twee slaapplaatsen, één voor Dirk en Kato en één voor Marietje.
Citaat 1: “Terwijl Verhoef in ‘t lichtbleek keukentje schuierde aan de laarzen, schuierde volhardend met krachtige aanzet, zijn bovenlijf meeschokkend, bikte hij telkens heimelijk terzij naar zijn vrouw, die met koffiezetten bezig, nog altijd in haar onderrok stond, haar dikke spierarmen, ongewoon wit tegen ‘t vuurrood onderlijfje in hun strekking, opgaan, neergaan bij ‘t hanteren der dingen op ‘t wandtafeltje.” (pag. 27)
Citaat 2: “Dus zei ze enkel maar kortaf: ‘M’rietje, krijg ’s de lucifers van achter, op de rechtbank staat ’n dosie...’”).
Het najaarsweer speelt dus ook een grote rol. Het gezin is zich bewust van het slechte weer wat ook een rede kan zijn voor het feit dat ze veelal binnen blijven deze zondag. Belangrijker dan het interieur is het slechte weer.
Citaat 3: “Zo, terwijl haar ogen naar buiten keken, in ’t schrei-bleke buiten, van grauwe regenlucht en vocht-zwarte takken, waarachter gelaten de overkanthuizen opstonden, nam zij telkens ene lange slurp van de hete koffie, die zij klok-slikkend omlaag spoelde.” (pag. 28)
Psychische ruimte
Het weer buiten laat in feite zien hoe het humeur binnen het huis is: slecht. Ze maken de hele dag ruzie, ook met de moeder van Kato.
Citaat 4: “Zo denkend door ‘t gangetje, kwam ze bij Verhoef ‘t kamertje binnen en de zak op tafel gooiend, zei ze nestig: ‘Hier benne de taartjes, pa... maar u mag t’r niet ankomme voor moeder d’r is, het ze gezeid.’” (pag. 36)
Zintuiglijke ruimte
Het enige zintuiglijke aan de ruimte is dat Dirk zo af en toe naar buiten kijkt, naar het slechte weer, waar zijn humeur niet beter van wordt. Verder is er natuurlijk sprake van een coulisseruimte waarin zintuiglijke interpretaties niet of nauwelijks voor komen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.