Scholieren.com vernieuwd! Kun je niet wennen? Oude site.

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

3 april 2005

Niveau:

1 vmbo

Taal:

Nederlands

Woorden:

2540

Opvragingen:

10326 (4 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (112 stemmen)


iets winnen?
We hebben 5 exemplaren van Road To Revolution, de nieuwe live dvd van Linkin Park, om weg te geven!

1.
A. De titel van het boek is: Kruistocht in Spijkerbroek.
B. Het boek is geschreven door: Thea Beckman.
C. Het boek is verschenen in het jaar: 1973.
D. De uitgever is: Lemniscaat.
E. De eerste druk was in: 1973.

2.
A. De flaptekst: De zestienjarige Dolf uit Amstelveen geeft zich op als proefkonijn: jij zal door een marerie-transmitter teruggeflitst worden naar de Middeleeuwen om daar één middag een kijkje te nemen. Maar door een foute berekening komt hij in het jaar1212 terecht in een Kinderkruistocht die net uit Keulen is vertrokken en niet op het riddertoernooi in Montgevray in Midden-Frankrijk dat hij zo graag wilde bijwonen. Verbijsterd ziet hij duizenden gelovige-en vooral goedgelovige-kinderen , aan wie wonderen zij beloofd, zingend aan hem voorbijtrekken. Zij zijn van plan met hun blote handen het Heilige Land van de Saracenen te bevrijden. Om vijf uur diezelfde middag moet Dolf weer op de afgesproken plek staan om teruggeflitst te worden naar de twintigste eeuw – ten minste, als er niets fout gaat
B. De titel slaat op Dolf die per ongeluk in het jaar 1212 terecht komt en dan in zijn spijkerbroek een kruistocht mee maakt.

3.
A. de hoofdfiguren: Dolf, Mariecke, Leonardo, Nicolaas
Ø Dolf, ook wel Rudolf genoemd, Wega. Hij is erg avontuurlijk, want hij gaat terug in de tijd. Ook is hij een leidend type. Dit blijkt onder andere uit dat hij de leiding voor een deel op zich neemt en dat de meeste kinderen naar hem luisteren. Verantwoordelijk is hij ook. Als hij met de kruistocht meegaat voelt hij zich gedwongen om de kinderen veilig naar Jeruzalem te brengen. Verder is het ook een rustige jongen met veel respect voor andere. Hij zelf gelooft niet in het doel van heel die kruistocht, maar hij blijft bij die kinderen en leeft met hen mee.
Hij is vrij grote jongen met blond haar en blauwe ogen. Hij is flink gebouwd. Hij is snel ongerust en verder ook een lieve jongen. Hij draagt een spijkerbroek (vandaar ook de titel). Als hij net in die tijd komt draag hij ook een dikke winterjas en stevige berg- schoenen
Ø Mariecke, een meisje van een jaar of acht negen. Een weesje dat haar in Keulen had aangesloten bij de kinderkruistocht in de hoop om het heilige land te bevrijden. Ze is erg naïef en gelovig en kan nog niet veel want ze heeft nog nooit iets geleerd. Maar toch hield Dolf van haar. Zij hield ook erg veel van Dolf ze zou hem nooit in de steek laten. Mariecke leert wel snel bij. Ze is mager en heeft donkerblond haar en grote grijze ogen. Haar beentjes zijn zo dun dat het lijkt dat ze haar gewichtje niet eens kan dragen. Later helpt ze overal waar hulp nodig is.
Ø Leonardo, Dolf's rechter hand, een slimme student uit Pizza. Hij is sluw, sarcastisch en behulpzaam. Hij is voor Dolf een grote steun en hij is er altijd als ze hem nodig hebben. Hij hielp iedereen, heeft het erg druk, maar vindt altijd de tijd om met de kinderen te spelen. Hij is een echte hulp. Leonardo heeft lange, donkere haren, mooie bruine ogen en een gebruinde huid. Hij draagt een groen overkleed met een leren riem om zijn middel met een dolk aan, bruine laarzen en een hoed. Hij is de leider van de knokploeg en draagt altijd z’n knuppel bij zich. En ook zijn trouwe ezeltje was er altijd bij.
Ø Nicolaas, een simpele, goedgelovige, domme, naïeve herdersjongen die “een verschijning van de engelen” gezien had. Zijn opdracht was de kinderen naar het heilige land te leiden. Nicolaas was zo gelovig dat hij zich niet bekommerde over de kinderen. Nee dat deed God wel. Hij was heel de tijd bezig met god en bidden. Hij was zo dom en naïef dat hij ergerlijk was. Hij had lange blonde krullen en hij droeg een wit kleed, hij was precies een engel. Nikolaas en Dolf konden absoluut niet met elkaar opschieten, ze verweten elkaar van alles.
B.
De karaktes van de hoofd personen:
Dolf: is bazig en leid iedereen
Mariecke: probeert iedereen te helpen en is erg dol op Dolf
Leonardo: is de rechter hand van Dolf en lijd de knokploeg
Nicolaas: is een domme gelovige

4.
Het verhaal speelt zich eerst af in de twintigste eeuw en als dolf is weg geflitst naar het jaar 1212, dus in de middeleeuwen, er zijn ook kruistochten. Het wordt verteld in chronologische volgorde. Je weet dat het in de 13e eeuw is omdat er vanuit de geschiedenis bekend is dat er toen kruistochten waren.

5.
Het verhaal speelt zich eerst af in het laboratorium van dr. Simiak als hij word getransporteerd komt hij in een totaal andere wereld. De mensen zijn anders en hebben ook andere kleren aan (nu zouden het vodjes zijn maar toen waren het best weg goede kleren) het waren gewoon 4 muren met een dak er op, maar de mensen toen vonden het al heel wat. Ze kwamen onderweg ook een stad tegen (Spiers, de stad zag er niet zo uit, maar kan er zo uit hebben gezien) een grote stads muur en veel huizen(die snel in de vik vliegen, dat gebeurt ook in het verhaal!!!!) in het begin en veel meer in het boek einde van het boek lopen ze met de kinderen van de kruistocht veel door het bos en open velden. Ze moeten zelfs een stuk door de bergen, daar sterven veel kinderen door de kou en honger, of vallen gewoon. Als ze over de bergen zijn komen de weer in het bos en de open velden. Op het einde van het boek komen ze in Italië en zijn bij de Middellandse Zee.

6.
Dit boek kun je indelen bij de genres Historie en Avontuur. Historie omdat het
verhaal zich afspeelt in het jaar 1212. Avontuur, omdat het een heel avontuur is om met zo’n grote groep een tocht dwars door Europa te maken.

7. Samenvatting
Tijdens de regen komt er een klein meisje bij Dolf zitten en hij kan haar beschermen met zijn regenafstotende jas. De volgende ochtend als er van de stad Spiers niet veel meer over is, komen de burgers met manden voedsel en zetten het bij het kamp. Nicolaas bedankt hen hiervoor en de kinderen krijgen eten.
Ze trekken verder langs de Rijn.
Dolf wil die avond, van de groente die over was, soep maken en ging opzoek naar pannetjes en kwam bij Op en dag komt Rudolf Wega in het laboratorium van een collega van zijn vader kijken naar “de materie-transmitter”. Het is een apparaat die voorwerpen en mensen kan terugflitsen naar het verleden. Als Dolf dit ziet wil hij heel graag naar het verleden geflitst worden. De professor wil dit eerst niet omdat hij het veel te riskant vindt, maar Dolf weet hem over te halen. Hij mag een middag naar het riddertoernooi in 1212 in Montgrivay in Frankrijk. Op voorwaarde dat hij precies om 5 uur weer op de goede plek is, dat is de plek waar hij ook heen werd geflitst. Dat is op een platte steen. Als hij daar aan denkt te komen ziet hij dat een jongen door struikrovers wordt aangevallen. Hij helpt de jongen door één van de struikrovers met zijn mes te steken. Als ze zo één van de struikrovers doden slaat de andere op de vlucht. Hij leert de jongen beter. Hij heet Leonardo Fibonacci en hij om uit Pisa. Hij praat anders dan Dolf, maar Dolf kan hem toch wel vertaan als hij langzaam praat. Hij raakt met de jongen aan de praat en komt erachter dat Leonardo een student is en twee jaar in Parijs heeft gestudeerd en nu op weg is naar Bologna om daar zijn studies te voltooien. Dolf stelt zich ook voor maar zegt niet dat hij uit de twintigste eeuw komt. Als het bijna vijf uur is wil hij snel terug gaan naar de plak, maar als hij daar door een enorme stoet kinderen niet op tijd komt wordt hij dus niet teruggeflitst. Nu zit hij dus in de dertiende eeuw en besluit samen met Leonardo aan zich aan te sluiten bij de stoet van kinderen als hij hoort dat het om een kinderkruistocht gaat waar meer dan achtduizend kinderen aan mee doen. Zij zijn op weg naar het Heilige Land, om Jeruzalem van de Sarcanen te bevrijden. Nicolaas, hun leider, zal bij Genua de zee voor de kinderen laat wijken en dat ze op deze manier door de zee kunnen. Daar zullen ze, met hulp van God, de Sarcanen (Turken die op dat moment de baas waren in Jeruzalem) kunnen veroveren. Volgens Leonardo zijn ze uit Keulen vertrokken en alle kinderen –grote en kleine- die geen huis hadden of die niks meer met thuis te maken wilden hebben gingen mee om het wonder te zien en de Sarcanen te veroveren.
Als ze bij de stad Spiers aankomen sluiten de bewoners snel de poorten want zij willen niet dat al die hongerige kinderen in hun stad komen. Hun priester houdt in de stad Spiers een redevoering waarin hij zegt dat God de burgers zal straffen voor hun asociale gedrag. De burgers luisteren niet en houden de poorten dicht. Als Dolf ziet dat er een kind bijna verdrinkt redt hij het en zo redt hij nog zes kinderen. Als het ’s nachts vreselijk begint regenen en te onweren vat de kerktoren van Spiers en een paar huizen vlam. Alle burgers helpen een kampvuurtje waar hij de jongens Peter, Frank en Fredo zag. Ze gingen mee naar het kampvuurtje van de Dolf. Dolf ziet dat het in het kamp slecht geregeld is: er verdrinken weer een paar kinderen in de rivier; lang niet iedereen heeft te eten; er gaan veel kleintjes dood. Hij vindt dat daar wat aan moet gebeuren. Daarom gaat hij de volgende avond naar de tent van de leiders Nicolaas, de twee monniken en van de kinderen van edel bloed. Daar legt hij uit dat er een betere organisatie moest komen: er moesten vis-, jacht-, orde- en leerlooiersgroepen komen. Eerst vonden Nicolaas en de monniken dat niks maar als een mooi uitgedoste jongen: Carolus (de toekomstige koning van Jeruzalem) zegt dat hij het helemaal met Dolf eens is, gingen ze overstag. Zo werd de organisatie een heel stuk beter. Zo komen ze na een aantal dagen lopen in een goed georganiseerde groep in Rottweil aan. Ze laten daar een aantal hele zieke kinderen achter en Dolf laat daar 800 broden bakken in een nacht: een wonder. Als ze verder lopen komen ze een nieuw obstakel tegen: de ziekte de Schraklen dood. Er gaan een hoop kinderen dood. Gelukkig kan Dolf met zijn kennis van ziekten de ziekte overwinnen. Omdat Dolf veel wist over ziekten (zeker voor die tijd), na het wonder van de 800 broden en omdat Dolf niet Christelijk was opgevoed en zo nooit bad en God om hulp vroeg werd hij beschuldigd van ketterij. Als hij na een proces de doodstraf gekregen helpt Dom Thaddeus hem zodat de doodstraf aan hem voorbij gaat. Na een lange en gevaarlijke reis door de Alpen waar veel kleine kinderen gesneuveld waren kwamen ze aan op de Povlakte. Daar sterft de kleine koning Carolus aan een blindendarmontsteking. Als ze ook de Povlakte over zijn moeten ze nog een gebergte voor ze bij de zee zijn: de Apennijnen. Als de Apennijnen achter hen liggen en de zee voor hen stijgt de spanning. Omdat Nicolaas de zee moet laten wijken gaat hij eerst een middag vasten en bidden. Dom Anselmus ging de stad in en Dom Johannis ging naar Dolf. Hij huilde en vertelde zijn verhaal: hij en Dom Anselmus hadden hem en de kinderen bedrogen. In plaats van dat de zee zou wijken zou Dom Anselmus komen en zeggen: “In plaats van dat de zee zou wijken heeft God ons schepen gestuurd die zullen ons naar Jeruzalem brengen.” Maar dat zou niet gebeuren want in plaats van Jeruzalem zouden de schepen naar de slavenmarkt in Afrika worden gebracht. En daar zouden de kinderen voor veel geld verkocht worden. Als Dolf dit hoort brengt hij 100 kinderen naar zich toen en verteld hun wat Dom Johannis hem net verteld heeft en dat dat absoluut niet mag gebeuren. Hij zorgt dat ze de andere kinderen verbieden op de schepen te gaan. De kinderen begonnen het nieuws te vertellen. Nicolaas kwam uit zijn tent, liep naar de zee, strekte zijn, handen en er gebeurde niks. En toen kwam inderdaad Dom Anselmus om te zeggen dat God hun schepen had gestuurd. Maar in plaats van dat alle kinderen juichend naar de schepen renden verscheurden ze Dom Anselmus in stukken. Dit was eigenlijk het einde van de kruistocht maar omdat de burgers van Genua het niet goed vonden dat de kinderen op het strand bleven moesten ze verder. Dom Johannis hing met een groep kinderen terug naar Keulen. Een aantal kinderen bleven in Genua en de rest ging met Dolf verder trekken. Leonardo ging naar zijn ouders in Pisa. Dolf trok verder door Italië. Daar vindt een jongen een aluminium doosje waar een boodschap in zit voor Dolf. In die boodschap staat precies hoe laat hij weer op de plek moet zijn van het gevonden doosje. Zo wordt hij teruggeflitst naar de twintigste eeuw.

Kiesopdrachten

B4.
a Aan de linkerkant van het kaft is een berg die steil omhoog gaat, en op de achtergrond zie je een berg met een besneeuwde top.
Je ziet allemaal kinderen in slordige ouwe kleren en sommige hebben wapens er zijn ook kinderen die een kruis hebben. In het midden zie je Dolf met zijn kleren uit de eenentwintigste eeuw.
b De kaft slaat op Dolf die een kruistocht mee loopt in zijn eenentwintigste eeuwse kleren, hij heeft ook een spijkerbroek aan, en daarom heet het boek kruistocht in spijkerbroek.
c Ik vind het een hele mooie kaft, die heel mooi bij het verhaal hoort en past. Je ziet ook een beetje hoe de mensen toen leefden.
Ze lieten ook zomaar hun kinderen meelopen in de kruistocht,al waren er wel kinderen die ‘s nachts waren weggelopen zo zie je maar weer dat de ouders heel slecht voor hun kinderen zorgden.
Als ik de kaft moest maken zou ik hun niet lopend tekenen maar als de kinderen zitten en Dolf hun aan wijzigingen geeft. Dit omdat ik vind dat dat duidelijk de taak van Rolf in het verhaal was: hij gaf de leiding en deelde de aanwijzingen aan iedereen uit. Hij was het die de groep bijeenhield en de tocht leidde in z’n spijkerbroek!

C2. Roddels

Tiener zoeft terug naar het jaar 1212

Er gaat een verhaal in Nederland de ronde dat een jongen genaamd Rudolf van Amstelveen met een tijdmachine terug in de tijd is gegaan naar het jaar 1212 en heeft daar na onderzoek een kinder kruistocht mee gelopen. We hebben geprobeerd om met de jongen
Rudolf van Amstelveen te spreken maar hij mag niets los laten van de politie. Uit een uitgelekt politie onderzoek blijkt dat de jongen zich zelf als proefkonijn heeft aangeboden, Rudolf wou alleen als hij naar het jaar 1212 ging en daar een riddertoernooi mocht bijwonen. We weten niet precies waar maar we denken dat hij naar het toernooi in
Montgivray in frankrijk bedoelde. Maar er is blijkbaar iets fout gegaan en is in een kinderkruistocht terecht gekomen.
Ze hebben het vernomen doordat Rudolf er zo’n 3 maanden niet was en de jongen weigert commentaar te geven.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

zoeken
geef je mening: Jij en je geld

Wat voor geldtype ben jij?


Ik denk goed na voordat ik geld uitgeef

Ik spaar eerst voordat ik iets koop

Ik vind het best moeilijk om mijn geld uit te geven, ik spaar liever

Als ik iets wil en ik heb geen geld dan leen ik het

Wat ik heb aan geld, geef ik direct uit


Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

nieuwsbrief

Elke maand onze nieuwsbrief in je mailbox?