Boekverslag Simone van der Vlugt

Bloedgeld

... 10 11 12 13 14 [15] 16 17 18 19 20 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem [meer]

Niveau:

3VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1822

Opvragingen:

1

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 2 uit 5 (31 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Simone van der Vlugt

Laatst gewijzigd op 30 maart 2005

Het nieuwe slot van het verhaal Bloedgeld

’s Middags staat Lutske voor het imposante huis van de burgermeester. Ze bestijgt het bordes en laat de bronzen klopper op de deur vallen. De meid doet open en gaat haar voor naar de pronkkamer aan de straatkant van het huis.
‘Wacht u hier’ zegt ze. ‘De burgermeester komt zo.’
Lutske knikt en kijkt om zich heen. Ze ziet vitrinekasten vol porselein en zilver, schilderijen met gouden lijsten en behang van goudleer. Ze loopt naar het hoge raam en kijkt op de gracht neer. Haar gedachten zijn bij Reinout.
‘Vrouwe Bicker!’ De burgermeester komt binnen en wijst haar een stoel. ‘Gaat u toch zitten. Vertelt u mij eens: wat wilde u mij vertellen over de zaak van Veghel?’
‘Eigenlijk wou ik u om een verzoek vragen. Zelf heb ik ooit eens een meneer van Veghel gekend en ik vroeg me af of ik van Veghel even zou mogen zien om te weten of het dezelfde man is. Stelt u voor dat ik een crimineel in mijn vriendenkring zou hebben.’
‘Ik snap dat u graag meneer van Veghel zou willen zien, maar u moet begrijpen dat, dat heel erg moeilijk gaat. Ik zou voor u wel een verzoek kunnen indienen bij de schepenen, maar dat is dan ook alles. U moet begrijpen dat we met een grote crimineel te maken hebben. Het is zeer moeilijk.’
‘Ik zou het heel erg op prijs stellen als u een verzoek zou willen indienen bij de schepenen.’, zegt Lutske.
Lutske geeft meneer de Graeff een hand, en wordt uitgelaten door de meid.

Als Lutske terug komt van de burgermeester en de winkel binnenloopt ziet Wijnant dat er iets is gebeurt.
‘En hoe ging het?’ zegt Wijnant.
‘Niet zo goed, ze kunnen alleen een verzoek in dienen bij de schepenen. Nu maar hopen dat ze mijn verzoek inwilligen.
‘Nou dat gebeurt niet zo gauw. Ik denk dat we een andere manier moeten vinden om Reinout te zien of vrij te spreken.’
‘Maar wat dan?’
‘Er zijn toch genoeg getuigen die hem kunnen vrij pleiten?’
‘Ja, er zijn er genoeg maar waar vinden wij die nou?’
‘Nou toen jullie onze boot overnamen, besloten David en ik om met de boot van Reinout mee te gaan. Een vriend van David ging terug naar Nederland en vertelde ons dat hij weer in Amsterdam ging wonen. Hij moet hier dus nog ergens zijn.’
‘Dat zou geweldig zijn, maar waar vinden we hem dan?’
‘Het enige dat ik nog van hem weet, is dat hij vaak bij Rode Barbara kwam. Ik kan wel aan Rode Barbara vragen of ze Ewout Ruyt misschien kent.’
‘Lutske, dat is echt een geweldig idee. Maar ik denk dat je nog even moet wachten tot morgen. Het is al laat.’

Lutske en Wijnant gaan naar huis en stappen meteen in hun bedstee. Als het ochtendlicht door het raam sijpelt, komt Lutske haar bedstee uit. Ze trekt één van haar mooiste rokken aan en gaat naar Rode Barbara toe.
Als ze daar binnenkomt kijkt Rode Barbara haar vreemd aan.
‘Kind wat zie jij er mooi uit. Gingen de tochten op de V.O.C –schepen zo goed? Ik kan het haast niet geloven dat jij het bent.’
‘Nou ik ben na een lange tocht op zee overgestapt op De Draeck. Daar zat van Veghel ook op en toen David stierf, werd ik na een tijdje ontdekt door de bemanning. Reinout heeft me de hele tijd in bescherming genomen. En toen ik genoeg van de zee had, ben ik in Amsterdam gaan wonen met mijn deel van de buit.’
‘Maar was het niet gevaarlijk op zee als vrouw?’
‘Heel gevaarlijk maar David heeft me altijd beschermd en toen hij was overleden heeft Reinout me in bescherming genomen.’
‘Je zult niet geloven hoe blij ik ben om jou te zien. Ik dacht dat je de zeereis niet had overleefd.’
‘Gelukkig niet. Maar ik kom eigenlijk om iets te vragen.’
‘Je kunt alles aan mij vragen. Vertel !’
‘Nou nu Reinout van Veghel in het gevang zit, wil ik proberen hem vrij te spreken. Maar mij zal dat nooit lukken. Ik kom je daarom vragen of jij misschien een Ewout Ruyt kent?’
‘Ja, hij komt hier vaak voor de hoeren. Hij woont als het goed is aan de Monnikenstraat, als je richting de Nieuwe Markt gaat.’
‘Heel erg bedankt Rode Barbara, en het was me een genoegen om je weer terug te zien.’
‘Voor mij geldt hetzelfde.’
Lutske besluit om niet meteen naar Ewout te gaan. Ze werkt de rest van de dag nog in de winkel en als het avond begint te worden, gaat ze naar huis naar haar bedstee.
Als Lutske de volgende dag wakker wordt, besluit ze eerst even in de winkel te gaan werken en dan naar Ewout te gaan.
‘Nou Lutske ik wil je alvast geluk wensen voor vanmiddag. Ik hoop dat het lukt, voor ons en Reinout.’, zegt Wijnant.
‘Ik ook.’

Als het middaguur begint te naderen gaat Lutske naar huis en kleedt zich om. Als ze klaar is, loopt ze naar de Monnikenstraat. Aangekomen in de Monnikenstraat belt Lutske aan bij het eerste huis van de straat. Er doet een oude vrouw open.
‘Waar kan ik u mee helpen mevrouw?’ zegt de oude vrouw tegen Lutske.
‘Nou misschien kunt u mij vertellen in welk huis Ewout Ruyt woont?’
‘Nou als het goed is woont hij in het eerste huis aan de rechter kant als je bij de kruising komt. Maar het zal me niks verbazen dat hij weg is naar Rode Barbara voor een bezoek aan de hoeren. Maar u kunt het altijd proberen.’

Lutske bedankt de vrouw en de oude vrouw doet gauw de deur dicht en gaat naar binnen. Als Lutske aan gekomen is bij de kruising kijkt ze eerst een beetje in het rond. Nu even kijken welk huis die oude vrouw bedoelde. Lutske loopt naar het huis met de rode ramen. Ze klopt op de deur. Na even wachten doet er iemand open. Het is Ewout.
‘Waar kan ik u mee helpen?’ zegt Ewout. Hij herkent Lutske niet omdat ze destijds bekend stond als Thijs het broertje van David.
‘Nou ik zou u graag iets willen vragen.
‘Ik heb gehoord dat u op de Eenhoorn heeft gezeten. Klopt dat?’
‘Ja dat klopt.’
‘U schip is toen toch overgenomen door meneer van Veghel?’
‘Ja, dat klopt. Als het goed is zit hij nu toch in het gevang?’
‘Ja, dat klopt en nu hebben wij uw hulp nodig. Mijn broer David is onlangs overleden. Hij vertelde mij over de dingen die hij had mee gemaakt op zee. Hij vertelde dat u niet met meneer van Veghel bent mee gegaan, maar terug gegaan naar Nederland. Hij wou graag dat u voor de schepenen wou verklaren dat van Veghel geen crimineel is en iedereen eerlijk heeft behandeld. Zou u willen getuigen voor meneer van Veghel?.’
‘Ik wil dat graag doen want ik weet dat hij een goede vent is. Maar daar moet wel iets tegenover staan.’
‘Ik zou u daarvoor graag 6 stuivers willen geven, meer heb ik niet.’
‘Daar ga ik mee akkoord. Wanneer moet ik voor de schepenen komen?’
‘Aanstaande vrijdag om 12 uur moet u voor de schepenen komen. Ik neem aan dat u er op tijd zult zijn.’
‘Ik zal er zijn. Tot dan.’
Lutske belooft Ewout het geld te geven nadat hij voor de schepenen is geweest.
Als Lutske terug komt van Ewout wacht Wijnant haar al op. Hij is zo nieuwsgierig en vraagt meteen: ‘Hoe ging het Lutske?’
‘Het ging heel goed. Hij ging met het geld akkoord, hij komt aanstaande vrijdag om 12 uur voor de schepenen.’
‘Nou dat heb je goed geregeld en nu maar hopen dat alles goed gaat.’

Lutske kan bijna niet wachten totdat het vrijdag is. Ze is zo benieuwd hoe Reinout eruit ziet en wat hij wel niet zal zeggen. En of het überhaupt zal lukken. Lutske kan donderdagavond niet in slaap komen. Ze ligt de hele avond te woelen in haar bedstee. Als het ochtendlicht al door de ramen komt, besluit Lutske om haar bedstee te . Ze werkt eerst nog even in de winkel met Wijnant, maar als het 11 uur is, sluiten ze de winkel. Wijnant en Lutske gaan naar huis en kleden zich om. Ze lopen samen naar het stadhuis op de Dam. Als ze daar zijn aangekomen, staat het plein vol met mensen die hopen dat ze het stadhuis kunnen binnenkomen om iets mee te krijgen van het proces van Reinout. Als ze het stadhuis binnenkomen staat Ewout er al. Hij ziet Lutske aankomen. Lutske verteld hem hoe hij het verhaal ongeveer moet brengen.

In de zaal van de Vierschaar staat Reinout tegenover de schepenen en luistert naar de beschuldigingen die op de afgemeten toon tegen hem worden geuit. Tussen de schepenen zit niemand van wie een piraat een milde straf kan verwachten. Als Reinout de zaal rond kijkt, ziet hij tot zijn verbazing Lutske en Wijnant. Maar wie zit daar naast Lutske? Reinout voelt zich plotseling steeds minder goed. Hij verwacht dat die man naast Lutske vast wel met haar is getrouwd.
Als de zitting begint, wordt er als eerste een getuige naar voren geroepen. Tot Reinout’s verbazing is dat de man die naast Lutske zit.
De schepenen beginnen eerst met het ondervragen van Reinout. Reinout ontkent alles. Het enige wat hij toegeeft, is dat hij wel beschuldigd kan worden van diefstal maar meer niet.
Lutske en Wijnant kijken vol spanning toe. Als de schepenen klaar zijn met Reinout is Ewout aan de beurt.
Ewout vertelt de schepenen dat Reinout hen goed heeft behandeld en dat ze weg mochten gaan wanneer ze dat wilden. Hij vertelt dat tijdens het enteren van schepen de bemanning van Reinout bijna geen geweld heeft gebruikt en dat niemand werd mishandeld. De lieden op de gekaapte schepen mochten kiezen of ze met hem mee wilden varen. Ook zij kregen indien ze bleven een eerlijk deel van de buit. Als ze niet mee wilden varen, konden ze met een bootje terug varen naar hun vaderland.
De schepenen zijn niet gelukkig met deze getuige van Reinout. Na lang beraad besluiten de schepenen dat Reinout vrij mag worden gelaten. Toch moet hij nog eerst een nacht in de cel doorbrengen. Reinout gaat hiermee akkoord en de zitting is afgelopen.
Na de zitting geeft Lutske de 6 stuivers aan Ewout die haar daar erg dankbaar voor is. Als Lutske de stuivers aan Ewout heeft gegeven, loopt ze naar Wijnant toe.
‘Dat ging goed hè?’ zegt Wijnant.
‘Ja heel erg goed. Ik kan niet wachten tot het morgen is en we hem van dichtbij kunnen zien.’
‘Ik kan ook niet wachten, maar zullen we toch maar naar de winkel gaan.’
‘Dat is een goed idee.’
Als het 5 uur is sluiten Wijnant en Lutske de winkel. Lutske gaat naar haar huis aan de Lauriergracht. Als Lutske ’s avonds haar bedstee instapt, weet ze zeker dat ze vannacht beter zal slapen omdat ze morgen Reinout weer zal zien.
De volgende ochtend lopen Lutske en Wijnant samen naar het stadhuis op de Dam. Als ze het stadhuis binnenlopen, zien ze dat Reinout al op hen wacht.
Wijnant en Lutske lopen de kamer binnen.
‘Welkom thuis, oude vriend’, zegt Wijnant.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.