Geschreven door:

Kees van der Pol [meer]

Datum ingestuurd:

10 mei 2005

Niveau:

Docent

Taal:

Nederlands

Woorden:

4903

Opvragingen:

3664 (10 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (29 stemmen)

Titel:

De bloemen van Oscar Kristelijn

Auteur:

Siebelink, Jan

Jaar van uitgave:

1998

Moeilijkheidsgraad:


vmbo/havo/vwo

Thema:

Eenzaamheid & Isolement, Liefdesrelatie: problemen, School- en Studentenleven

Jan Siebelink – De bloemen van Oscar Kristelijn (1998)

Gebruikte editie
De eerste druk van de roman verscheen in 1998. Deze druk is ook gebruikt. De roman werd uitgegeven bij Meulenhoff te Amsterdam. De voorkant is eenvoudig: voor drie witte blokken staat een kleine mansfiguur afgebeeld. In rode letters wordt de titel weergegeven. Op de achterkant staat de flaptekst met een foto van de auteur. Het boek telt 223 bladzijden.

Genre
Het boek is eigenlijk een verhalenbundel met Oscar Kristelijn als belangrijkste personage.

Motto
Het was zomerdag
De doodstille straat lag
te blakeren in de zon
Een man kwam de hoek om.
Er speelde in de verte op de stoep
een groep kinderen, maar die groep
betekende niet veel,
maakte integendeel
dat de straat nog verlatener scheen.
De zon had het rijk alleen.


Het zijn de beginregels van het beroemde gedicht “Het uur U” van Martinus Nijhoff. Het is niet duidelijk waarom Siebelink dit motto gebruikt. In het gedicht van Nijhoff is de komst van de man in de straat een belangrijke gebeurtenis. Maar Oscar Kristelijn kan toch niet echt worden vergeleken met de man in het gedicht.

Opbouw van het boek
Het boek is eigenlijk een verhalenbundel rondom de persoon van Oscar Kristelijn. Het zijn volgens de verantwoording achter in het boek allemaal verhalen die verschenen zijn tussen december 1976 en 1997. In het boek zijn 12 getitelde verhalen opgenomen. Tien ervan hebben een titel met slechts één woord. Het langste verhaal is 37 bladzijden (Manege) en het kortste (Wedergeboorte) telt slechts 6 pagina’s.
Er zijn in deze bundel 11 verhalen met een ik-verteller Oscar Kristelijn. Een verhaal past helemaal niet in de bundel (“Christusstand”) Dit verhaal heeft een alleswetende verteller en bevat verder ook geen autobiografische elementen en heeft niets met Oscar te maken. De schrijver had er beter aangedaan dit verhaal niet in deze bundel op te nemen. Het heeft een andere verteller en een andere inhoud. Het is bovendien veel eerder geschreven dan de andere verhalen. De uitgever had dit moeten voorkomen.

Titelverklaring
Meestal wordt in een verhalenbundel de titel van één verhaal verkoren als titel van de bundel. Maar dat is hier niet het geval. De titel “De bloemen van Oscar Kristelijn”geeft echter wel de situatie van de hoofdfiguur weer. Oscar was docent aan een scholengemeenschap (laatste verhaal van de bundel “Laatste schooldag”) Hij was echter onverwacht bloemenkoopman geworden. In die hoedanigheid beleeft hij een aantal avonturen. ( o.a. Roversbende). Maar een aantal verhalen gaat ook terug naar de jeugd van Oscar. Zijn vader had een kwekerij en hij moest daarin veel werk verzetten. De titel geeft dus aan dat bloemen het leven van de hoofdfiguur wel bepaald hebben: in zijn jeugd en in zijn latere loopbaan. Een aantal verhalen behandelen ook nog de school als thema: Brood voor De Vallei en Burcht.

Aanrader/afrader?
Wie de bundel “Laatste schooldag”heeft gelezen en dit een leuk boek vond, kan zich ook weer storten op deze bundel, die hij zelf een verhalencyclus heeft genoemd. Ook nu komt het schoolleven weer uitgebreid aan bod, evenals de jeugd van Oscar (=Siebelink) Siebelink is echter een begenadigd verteller en hij laat zich gemakkelijk lezen. De verhaalopbouw is niet al te lastig (vaak een flashback) en hij vertelt vaak in de ik-vorm. Wie echter iets heel anders wil lezen, kan zich beter op een ander werk van de schrijver richten. (bijvoorbeeld de roman “Vera”.)

De bundel in relatie met ander werk van Siebelink
De thema’s van de meeste verhalen uit deze bundel komen ook terug in andere boeken van Siebelink. Soms worden de passages vrijwel letterlijk weergegeven zoals ze in andere werken staan. In de verhalen “Manege”en “Heilig Avondmaal” komen de gehanteerde thema’s vrijwel letterlijk terug in Siebelinks prachtige roman van 2005 “Knielen op een bed violen”. En in het eerstgenoemde verhaal is de situatie van de manege/sporthal al jaren eerder onderwerp van het schrijven geweest in de roman “ De herfst zal schitterend zijn” De bloemenkwekerij van zijn vader was natuurlijk al eerder een thema in de bundel “Nachtschade”, waarin vooral het prachtige verhaal “Witte chrysanten” kan worden genoemd. In de familieroman “De overkant van de rivier” komt het godsdienstige motief van de zwaar gereformeerden tegenover de betrekkelijk lichte hervormden aan de orde.
Andere motieven als de frauduleuze vervalsing van repetities en de verwijdering van school van Oscar zijn terug te vinden in “En joeg de vossen door het staande koren”. Het verhaal “Eten-vreten” verwijst naar de eerder gepubliceerde novelle “Ereprijs” dat weer het laatste verhaal in de bundel “Laatste schooldag” vormt. De rector die een liefje erop na houdt (Brood voor De Vallei en Burcht) was eerder het thema in “Schaduwen in de middag”. Zo herhaalt Siebelink zich in de meeste werken: voor een kenner van zijn werk dus heel herkenbaar. Maar niet iedere lezer is van dergelijke schrijftrucs en herhalingen gecharmeerd.

Algehele thematiek van de bundel, decor en tijd..
In deze bundel komen de drie belangrijkste motieven in het werk van Siebelink terug.
Zijn jeugd in Arnhem/Velp: hij is opgegroeid in het christelijke tuindersgezin. Het kende armoede, maar de onderlinge band was heel hecht. In deze bundel zijn het de verhalen “Erfenis” en “Manege” waarin dit thema wordt uitgewerkt.
Een tweede herkenbaar motief is de godsdienstwaanzin van Siebelinks vader. Nadat hij God in een visioen heeft gezien, draait hij helemaal door en koopt hij antiquarische boeken van de christelijke colporteurs, waarmee hij zijn gezin financieel tekort doet. In de bundel keert dit motief terug in de verhalen: “Visioen”, “Wedergeboorte” en “Heilig Avondmaal.”
Een derde motief is het schoolleven. Siebelink is zelf docent Frans aan een middelbare school geweest en veel romans en verhalenbundels spelen op zo’n soort school. Dit motief zien we terug in de verhalen “Roversbende”, “Eten-vreten”, “Brood voor De Vallei” en “Burcht”
Buiten de algemene thematiek vallen de verhalen: “Eksters” en “Bastaard”.
Geheel buiten de autobiografische motieven en daarmee volgens mij niet passend in de bundel is het verhaal “Christusstand.”
Het decor waarin de verhalen zich afspelen is onveranderd bij Siebelink Arnhem en Velp. Siebelink is hier geboren en veel herkenbare elementen van de stad vinden we in de verhalen terug. (bijv. de trolleybussen in de stad Arnhem)
De tijd waarin de verhalen zich afspelen,varieert nogal. Er worden verhalen verteld over de jonge Oscar en zijn jeugd en er zijn verhalen over Oscar als docent. Tenslotte zijn er nog verhalen van Oscar als bloemenkoopman. Uit drie fases van zijn leven worden dus anekdotes verteld.

Samenvatting van de inhoud van de verhalen

Roversbende
In dit eerste verhaal wordt verteld over het afscheid van Oscar Kristelijn als docent aan De Vallei, de middelbare school waaraan hij docent is. Omdat de schooldirectie bij een conflict de zijde van de leerlingen kiest (en achterafgezien ten onrechte) staat zijn besluit vast en verlaat hij de school. Hij wordt bloemenkoopman. Zijn vrouw verlaat hem; ze heeft het al een tijdje met de tekendocent gehouden. Zijn zoon Sander blijft bij hem, totdat hij in Rotterdam gaat studeren. Op een kennismakingsdag ergert Oscar zich geweldig aan de studenten van de vereniging waarvan Sander lid is. Ze zijn hautain en gedragen zich als een roversbende. Sander schaamt zich voor zijn vader en laat een tijdje niets van zich horen. Totdat er opnieuw een Pa-Zonendagkomt en van Oscar wordt verwacht wordt erbij te zijn. Oscar gaat er heen en ergert zich opnieuw aan de studenten en de voorzitter van de club. Zo moet hij zijn hand van de zetel van de president halen en wanneer hij dat opzettelijk niet doet, ontstaat er een enorme vechtpartij. Sander wordt dan als lid geweerd van de club. In een café drinken ze nog wat samen. Sander weet dat het incident hem later zeker nog zal worden verweten. Zelfs tot in het maatschappelijk leven zal het hem blijven achtervolgen.
De motieven in dit verhaal zijn: verandering van baan, bedrog, scheiding, vader-zoonverhouding, schaamte voor je afkomst, zoeken naar de zin van je bestaan..
Vertelwijze: chronologisch
Perspectief: ik-verteller (Oscar Kristelijn op middelbare leeftijd)

Erfenis
Dit verhaal gaat over de kleine Oscar. Ze gaan bij opa op bezoek, die jarig is. Deze keer gaan ze wat vroeger dan anders, want opa heeft een belangrijke mededeling te doen. Oscars vader is een eenvoudige en arme bloemenkweker, terwijl zijn broers letterlijk en figuurlijk goed geboerd hebben. Ze verwachten dat hij een mededeling doet over de erfenis.
Vader en moeder hebben ideeën over de hoogte van de erfenis en geven het geld in gedachten al uit. Op de boerderij ziet Oscar eerst nog hoe een stier op een koe wordt gezet om die te bevruchten en hij merkt dat hij bij het zien daarvan een harde plasser krijgt. Maar wanneer opa een belangrijke mededeling wil doen, doet die melding van het feit dat hij zijn boerderij nalaat aan een broer van Oscars vader en dat daar niets tegen in te brengen is. De teleurstelling is groot bij de vader van Oscar, maar veel durven zijn ouders niet tegen zijn opa in te brengen. Oscar zelf neemt wraak op zijn opa: samen met een onuitstaanbaar neefje gaan ze naar de kippenschuur en gooien met stenen alle kippen dood. Ook hiervan krijgt Oscar weer een erectie. Als na het eten opa en zijn kinderen een rondwandeling over de boerderij maken, zien ze de dode kippen en dan komen de volwassenen dreigend in zijn richting.
Het thema van het verhaal is: wraak (Oscar neemt wraak op zijn norse opa, omdat die de erfenis van de boerderij niet eerlijk verdeelt, maar aan een van zijn kinderen schenkt) Een motief is de ontluikende seksualiteit bij Oscar.
Vertelwijze: chronologisch
Perspectief: ik-verteller (de jonge Oscar Kristelijn)

Visioen
In dit verhaal vertelt Oscar over zijn jeugd en de kwekerij van zijn vader. De kwekerij loopt niet goed en het blijft steeds maar moeilijk om het hoofd boven water te houden. In dit verhaal ziet Oscar zijn vader een keer op de grond liggen: hij heeft God in een visioen gezien en is daarna heel erg veranderd. Hij sluit zich bij een zeer gereformeerde sekte. Hij gaat zelfs naar bijeenkomsten waar hij moet getuigen van zijn visioenen. Een keer mag Oscar mee. Hij ontmoet daar een meisje en samen gaan ze terwijl hun vaders aan het Heilig Avondmaal deelnemen de omgeving verkennen. Oscar beschikt over een mes en het meisje blijkt opeens gewond te zijn: ze bloedt heel erg in haar buik. Oscar denkt dat hij haar buik voor het leven heeft geopend: later hoort hij dat ze maar liefst zeventien kinderen heeft gekregen.
Vertelwijze: chronologisch
Perspectief: ik-verteller (de jonge Oscar Kristelijn)
Het thema is de godsdienstwaanzin van zijn vader. In 2005 schrijft Siebelink daarover een complete roman: “Knielen op een bed violen”. Ook in die roman wordt dit thema volledig uitgewerkt. Dit verhaal zou als een hoofdstuk in die roman kunnen voorkomen. Het jongetje Oscar is in dit verhaal het enige familielid dat zijn gelovige vader nog een beetje kan begrijpen. Zijn veel realistischer ingestelde moeder kan de vader helemaal niet volgen, maar blijft wel van hem houden.

Manege
In dit langste verhaal in de bundel wordt voortgeborduurd op het vorige verhaal. De buurman van de kwekerij (Berkhof) doet een aanbod aan Kristelijn om een stuk grond aan hem te verkopen, opdat hij een manege kan bouwen voor zijn dochters. Kristelijn wijst het fanatiek af: het is hun eigen grond waaraan hij herinneringen heeft, ondanks het feit dat de buurman drie keer de waarde van de grond wil betalen. Het gaat echter steeds slechter met de kwekerij: er wordt nauwelijks iets verkocht: de klanten lopen op de koopjes. (een mooie anekdote is de passage met de NSB-weduwe Rost van Tonningen, die Oscar naar de kwekerij weet te lokken, maar slechts voor 40 cent koopt) Een tweede oorzaak van de slechte financiële situatie is dat Kristelijn steeds wordt bezocht door colporteurs van zijn kerkgenootschap die hem voor veel geld antiquarische christelijke boeken verkopen. Op den duur kan de vader dit niet meer betalen. Dan schiet Oscar te hulp: eerst van zijn zelfverdiende centen van een krantenwijk. Later omdat hij voor veel geld de repetitieopgaven van een klasgenoot stiekem verbetert, door in de school in te breken. Dat loopt een keer mis, wanneer die vriend hem verraadt. Hij wordt meteen van school verwijderd. (Dit motief heeft Siebelink al eerder verteld in “En joeg de vossen door het staande koren”.) Wanneer hun huisbaas aankondigt het woonhuis te willen verkopen en hun het eerste recht van kopen aanbiedt, moeten ze noodgedwongen ingaan op het aanbod van Berkhof. Hij wil nog steeds het drievoudige betalen, maar wil ook het toegangslaantje erbij. Hij gaat bouwen en hij blijkt helemaal geen manege voor zijn dochters maar een tennishal voor de Arnhemse Tennisclub te bouwen. Dat bezorgt nogal wat overlast. (Reeds eerder beschreven in de roman “De herfst zal schitterend zijn.”) Intussen blijft de ellende voor Kristelijn doorgaan. Hij krijgt ook reuma, waardoor hij steeds minder kan werken, hij blijft zijn kerkgenootschap bezoeken en hij blijft dure boeken kopen. Tenslotte wordt besloten de tuin te saneren. De gemeente geeft hem tot zijn AOW een kleine vergoeding. Aan het einde van het verhaal is Kristelijn erg ziek.
Deze hele passage komt ook voor in de nieuwste roman “Knielen op een bed violen”uit 2005. Daarin is alleen de manege/sporthal vervangen door een subtropisch zwemparadijs.
Vertelwijze: chronologisch
Perspectief: ik-verteller (de jonge Oscar Kristelijn)
Motieven: de ondergang van de kwekerij, de godsdienstwaanzin van zijn vader, de fraude op school, verraad, de verwijdering van school, de ziekte van zijn vader.

Bastaard
Oscar Kristelijn krijgt een rouwkaart van zijn neef Godfried. Een wat zonderlinge jonge man die echter in zijn leven veel geld heeft verdiend. Oscar denkt in flashbacks aan hem terug. Hij verdiende o.a. zijn geld met zijn werkzaamheden als magnetiseur. Hij bezat het vermogen om pijnen weg te nemen. Zijn vader, Oom Willem, was eveneens een zonderlinge figuur en van hem werd verteld dat hij een bastaardkind had verwekt. Oscar heeft als kind zijn oom eens gezien toen hij een envelop overhandigde aan een jongetje op straat. Dit jongetje staat jaren later voor zijn deur. Op het sterfbed van zijn moeder heeft hij vernomen wie zijn vader was en dat blijkt inderdaad zijn oom te zijn. Hij geeft het adres van zijn neef door en als hij een keer bij die neef Godfried op bezoek is, komt ook die bastaardzoon aanbellen. Hij wordt van de deur gevloekt. Oscar heeft hem daarna nooit meer gezien. Hij bezoekt vervolgens de begrafenis van zijn neef.
Vertelwijze: niet-chronologisch (flash back over de neef)
Perspectief: ik-verteller Oscar Kristelijn (als volwassene die terugblikt)
Thema: de bastaardzoon van zijn oom en de manier waarop diens zoon ermee omgaat.

Eksters
Een kort verhaal waarin Oscar zijn zonderlinge oom bezoekt die teruggetrokken op een boerderij woont. Hij vindt het altijd erg prettig om bij die oom te zijn, totdat hij van zijn godsvruchtige oom merkt dat hij de eksters die de stilte verstoren met een lokekster vangt en ze vervolgens de nek omdraait. Als hij vertrekt, ziet hij een waslijn met dode eksters die allemaal door de oom om het leven zijn gebracht.
Verhaalopbouw: chronologisch verhaal
Perspectief: Oscar Kristelijn (als puber)
Thema: desillusie (Van Oscar) over de opvattingen van zijn oom.

Christusstand
Dit verhaal past eigenlijk niet in de bundel. Het gaat namelijk over ene mijnheer Savelkous, die heel erg sterk in zijn handen is. Hij is bovendien doof en bejaard. In dit niet-chronologische verhaal wordt hij aan het begin door een jonge vrouw opgehaald uit zijn bejaardentehuis. Hij moet dienen als klapvee bij een kerst-in waarop vrijwel niemand is afgekomen. Er wordt verteld over zijn sterke handen: hij kan een glazen vaas in elkaar knijpen. Savelkous is een eenzame figuur. Hij heeft op de grote vaart gevaren en heeft zijn liefdesleven meestal laten bepalen door hoeren in havensteden. Hij verstaat dan ook dat hij naar een “bordeel” mag in plaats van naar het “toneel” . Wanneer hij in de aula van de school De Vallei komt, zijn er nog meer bejaarden en daklozen en allochtonen opgetrommeld. De voorstelling wordt in de gymzaal opgevoerd. Wanneer hij de gymzaal betreedt, deinst hij terug onder de ringen in de zaal. Hij wordt op de eerste rijgezet naast een fragiel blind vrouwtje. Tijdens de voorstelling krijgt hij een flashback over zijn jeugd. Hij was een goed turner en bij een opvoering kon hij de Christusstand (beide armen zijwaarts gestrekt hangend in de ringen) uitvoeren. Na afloop van het toernooi had een meisje Saskia hem gevraagd de oefening nog eens te doen. Naïef als hij was had hij het voor haar en haar vriendinnen nog een keer gedaan, maar de meisjes hadden zijn broek uitgetrokken, waardoor hij poedelnaakt (als een echte Christus) in de ringen hing. Ook het adres van Saskia in Almelo bleek onjuist te zijn geweest. Nu hij dit herbeleeft, komt de haat terug in zijn leven. Hij omklemt de hals van het blinde vrouwtje naast hem, begint die dicht te knijpen en op Tweede Kerstdag helpt hij haar een heel eind op weg naar de hemel.
Vertelwijze: niet-chronologisch
Perspectief: auctoriale verteller (we leren een aantal personen ook van binnenuit kennen)
Thema van het verhaal: wraak over iets wat in het verleden is aangedaan. Motieven daarbij zijn haat, schaamte (voor zijn naakte lichaam aan de ringen) en eenzaamheid (waarvan ook de doofheid versterkt door de tijdfactor het Kerstfeest een symbolisch element is)

Eten-vreten
Zittend op een terras hoort Oscar een Marokkaanse vrouw ineens de termen “eten-vreten”gebruiken. Hij herkent haar, maar spreekt haar niet aan. Zijn gedachten gaan terug naar de episode waarvan hij haar kent. Hij werd jaren daarvoor opgebeld door zijn vriend cabaretier Hans D.(orrestein) die weer eens aankondigde zelfmoord te willen plegen uit eenzaamheid. Oscar spoedt zich naar zijn vriend, maar in diens flat is er een fikse herrie vanwege een Marokkaanse vrouw die door haar Hollandse vriend het huis wordt uitgezet. Dan ziet hij ook Hans, levend en wel. Ze besluiten met de vrouw wat te gaan drinken in de binnenstad van E.
Daar vertelt Oscar om de boel wat op te leuken een anekdote over zijn school. Hij was gevraagd een novelle ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de school te schrijven. De rector was eerst erg enthousiast geweest, maar nadat twee collega’s het verhaal hadden afgekeurd omdat het te seksistisch was en dat niet in het imago van de school paste, durfde de rector niet goed door te zetten. Het verhaal “Ereprijs” maakt weinig kans meer te worden gepubliceerd. Het Marokkaanse meisje is inmiddels in slaap gevallen. Hans en Oscar besluiten langs de school De Vallei te rijden en de commissieleden die het besluit moeten nemen te bespieden. Het is natuurlijk gênant, als ze daarbij ontdekt worden. Ze gaan met de staart tussen de benen weg. Thuisgekomen bij de flat van Hans zien ze dat de Hollandse vriend van het Marokkaanse meisje hen staat op te wachten.
Verhaalopbouw: niet-chronologisch (een grote flashback)
Perspectief:ik-verteller (Oscar Kristelijn als volwassene)
Thema: het niet gepubliceerde verhaal.
Motieven: zelfmoordpoging Hans Dorrestein, eenzaamheid, emancipatie van allochtonen.

Brood voor De Vallei
Oscar Kristelijn wordt als docent Frans in de vakantie aangenomen door de rector. Hij kan erg goed met deze jonge man opschieten en geldt als zijn vertrouweling. Zelf doet hij het ook goed op school en de rector maakt hem begeleider van de leerlingenvereniging. In die functie weet hij Herman Brood naar de school te lokken. Na het concert krijgt hij een schilderij van Brood, die altijd na een concert zijn emoties afreageert. Het is een cadeau aan de school, maar de lerares kunstvakken tevens galeriehoudster Saskia Ottenvanger wil het graag hebben. Oscar zorgt er echter goed voor dat het niet wordt weggegeven. Saskia neemt echter steeds meer zijn plek in als vertrouweling van de rector:er wordt gefluisterd in school dat ze een verhouding hebben. Wanneer hij bij toeval in een kunstgalerie in een Overijssels dorp is, ziet hij dat Broods schilderij door S.Ottenvanger wordt aangeboden voor 10.000 gulden. Oscar belt zijn rector en die laat het schilderij weer terughalen naar school. Maar zijn plek als vertrouweling is hij nu definitief kwijt. In het kerstnummer met als thema sprookjes schrijft Oscar een sprookje over een koning die in de macht is van een fatale vrouw. Het ligt er natuurlijk duimendik bovenop wat hij hiermee bedoelt. Direct na de vakantie houdt de rector een vlammende toespraak waarmee hij Oscar vernietigend toespreekt. Het personeel houdt zijn mond, maar het is duidelijk dat het met Oscar op school is gedaan. Alleen de verlegen docent Tim Paulides die geen orde kan houden en daarmee een sukkel in de school is, kiest zijn zijde.
Verhaalopbouw: chronologisch
Perspectief: ik-verteller (Oscar Kristelijn als docent aan De Vallei)
Thema: verraden vriendschap
Motieven: een verboden relatie op school, diefstal (van het schilderij)

Burcht
Dit verhaal is een vervolg op het vorige. De Vallei wordt afgebroken en tijdelijk in een kazerne gevestigd. In de geschiedenissectie komt een prachtig jong meisje Sarah dat net afgestudeerd het hart van Tim Paulides op hol brengt. En hij had al twee hartinfarcten doorstaan. Ze trouwt echter spoedig daarna om nog sneller te scheiden en het met een andere
docent aan te leggen. Allemaal tot groot verdriet van Tim. Beide mensen (Sarah en de aan haar verbonden docent) doen daarna veel om het leven van Tim nog onaangenamer te maken. Ze wordt sectiehoofd en probeert hem uit de eindexamenklas te krijgen o.a. door een actie te starten onder de leerlingen. Ook strooien ze na een discofeest foutieve praatjes over Paulides rond. Met haar lieve gezichtje maar haar sluwe streken maakt ze Trim het leven zuur. Die kan er op een dag niet meer tegen en in mei van dat jaar krijgt hij zijn volgende ditmaal fatale hartinfarct. De weg van de examenklassen voor Sarah komt vrij. Oscar die het verhaal vertelt als een ik-verteller met een getuigenfunctie bezoekt in het half gesloopte oude schoolgebouw nog steeds zijn kelder. Daar staat ook nog steeds het schilderij van Herman Brood. Op een avond hoort Oscar dat de rector en Saskia Ottenvanger in de kelder van de gesloopte school rondspoken. De deur waait door de wind dicht en Oscar sluipt erheen om hem op slot te draaien. Hij hoort Saskia gillen en hem smeken om de deur open te maken. Maar hij verlaat het schoolgebouw zonder daarop in te gaan.
Verhaalopbouw: chronologisch
Perspectief: ik-verteller (Oscar Kristelijn als docent aan De Vallei)
Thema: verraad (Sarah pleegt verraad ten opzichte van Tim Paulides, nadat ze eenmaal aangesteld als docente is) en wraak (Oscar neemt wraak op Saskia die hem immers in het vorige verhaal van zijn vriendschap met de rector heeft beroofd)

Heilig Avondmaal
Oscar Kristelijn verwacht bezoek van zijn zoon Sander. Het is 23 augustus: de sterfdag van zijn vader. In een lange flashback denkt hij terug aan die laatste dagen van zijn vader. Hij had geen reuma zoals aanvankelijk was verondersteld, maar kanker. Hij kan niet veel meer en wordt thuis verpleegd. Maar nu komen de broeders van de christelijke gemeente waarvan Kristelijn lid is hem “ondersteunen” Er is eigenlijk geen plaats meer aan het bed voor moeder en zoon. Een en ander culmineert in de organisatie van het Heilig Avondmaal vlak voor de dood van Kristelijn. De broeders maken het hem zo moeilijk hieraan deel te nemen, want je moet uiterst zondeloos hebben geleefd, anders wordt je niet aan de tafel toegelaten. De doodzieke Kristelijn durft niet deel te nemen tot grote woede van zijn moeder. Tenslotte sterft zijn vader heel verdrietig, eenzaam en somber. Dit verhaal keert later grotendeels terug in een van de laatste hoofdstukken van de roman “Knielen op een bed violen”(2005)
Verhaalopbouw: niet-chronologisch (het is een grote flashback)
Perspectief: ik-verteller (Oskar Kristelijn als volwassene, die terugkijkt op de sterfdag van zijn vader)
Thema: de godsdienstwaanzin van de leden van de gemeenschap waarvan vader Kristelijn deel uitmaakt. Motieven: de moeizame laatste dagen van zijn dood, de dubbele vader-zoonverhouding (Oscars vader t.o.v. Oscar en Sander t.o.v. Oscar)

Wedergeboorte
Eigenlijk is dit het vervolg op het voorgaande verhaal. Oscar en Sander bezoeken na het graf van Oscars vader ook de vorige tuinderij. Er staat een sporthal. Als ze op het terrein lopen, worden ze aangesproken door een man met een kruiwagen. Eerst denkt Oscar dat hij een reïncarnatie van zijn vader ziet. Hij wil hen wegsturen, maar als ze vertellen wie ze zijn, mogen ze in de sporthal lijken. Oscar kijkt zijn ogen uit, waar eerste tennisbanen lagen, heeft de man, de nieuwe eigenaar, een inheemse tuin aangelegd. Er lag namelijk een servituut op de bestemming. (tuinderij) De man heeft eigenlijk alles zo veel mogelijk in de oude staat hersteld en verbouwt zelfs dezelfde planten als Oscars vader. Hij doet dat niet eens voor de verkoop maar min of meer als hobby. Oscar is er heel blij mee. Het maakt de vernedering goed die de vorige buurman Berkhof hun ooit heeft aangedaan. Aangezien de ter ziele gegane kwekerij in het werk van Siebelink altijd symbool heeft gestaan voor “het verloren paradijs”, is er in dit laatste verhaal dus sprake van een wedergeboorte.
Verhaalopbouw: chronologisch
Perspectief: ik-verteller (Oscar als volwassene)
Thema: “Alles komt toch weer goed”. (Paradise regained)

Over de schrijver Siebelink
(Bron: Jan Siebelink

Op 13 februari 1938 ben ik geboren te Velp . Na een jaar verhuisden mijn ouders naar Bergweg 17, waar mijn vader een kleine bloemisterij begonnen was. Ik groeide op in een godsdienstig ‘zwaar’ milieu. Mijn vader, na een hemels visioen, had zich aangesloten bij een streng orthodoxe groepering. Omdat hij de christelijke school te licht vond, bezocht ik de Openbare Lagere school 1, aan de Jan Luykenlaan. Kinderen uit dit protestantse middenstandsmilieu behoorden het verder te schoppen dan hun ouders. Via de ulo kwam ik op de kweekschool, werd onderwijzer in Laag-Soeren, en studeerde in mijn vrije tijd Franse taal- en letterkunde. Tijdens die studie kwam ik in aanraking met de Franse auteur van Nederlandse afkomst J.-K. Huysmans. Zijn decadente roman A rebours maakte door zijn verblindende stijl, religieuze preoccupatie en verheerlijking van het kwaad een verpletterende indruk op mij. Ik heb het boek vertaald onder de titel Tegen de keer. Op de avond van de dag dat ik de vertaling inleverde, schreef ik in de huiskamer van mijn moeder, op de plaats waar mijn vader was overleden, mijn eerste verhaal: ‘Witte chrysanten’. Daarin wordt op subtiele wijze door de zoon wraak genomen op de bloemenwinkelier die de vader had vernederd. Met vier andere verhalen vormde dit mijn debuut Nachtschade (1975). Het boek viel op omdat het door zijn zwartromantische motieven als verval, dood. religie, afstand nam van het anekdotische realisme dat toen in de Nederlandse letteren heerste. Voor zover ik een bewuste bedoeling had, wilde ik een naadloze verbinding tot stand brengen tussen het Hollandse realisme en de Franse literatuur uit het 19e-eeuwse fin-de-siècle. Over Nachtschade schreef Jan Geurt Gaarlandt in Vrij Nederland: ‘Als er zoiets bestaat als een volmaakt verhaal, dan is dat “Witte chrysanten” ’.

Een aantal nauwelijks opvallende gebeurtenissen en feiten uit de werkelijkheid door de verbeelding en de betovering van de stijl tot iets groots transformeren – dàt is voor mij literatuur. In mijn romans en verhalen gaat het altijd om gewone mensen, maar door intens licht op hen te laten vallen, komen ze los van de werkelijkheid en worden tot raadselachtige personages. Literatuur hoort mensen bijzonder te maken.

In dat oerverhaal Witte chrysanten zitten reeds alle motieven die ik later in mijn grote romans De herfst zal schitterend zijn (1980), En joeg de vossen door het staande koren (1982), De overkant van de rivier (1990), zal uitwerken. Geleidelijk aan werd duidelijk wat die steeds terugkerende motieven waren: de kwekerij die steeds meer het beeld zou worden van het verloren paradijs, het duistere geloof van de vader dat, hoe exact en liefdevol beschreven, nooit begrepen zal worden, het middelbaar onderwijs, de sociale rangorde in een ogenschijnlijk genivelleerde samenleving en bovenal de jeugdjaren in het land van herkomst: Velp en omstreken.

In de loop der jaren behield ik van de decadente thematiek alleen de verfijnde waarneming en mijn gevoel voor een broeierige atmosfeer over. Het leven op een school staat al centraal in mijn eerste roman Een lust voor het oog (1977). Ik verwierf mij er een plaats mee naast Bordewijk die mij inspireerde bij de naamgeving van de personages. De ontwikkeling van het schoolthema (van Mammoetwet tot en met studiehuis) is ook interessant omdat zij mijn groei aangeeft van gekwelde dandy (in Een lust voor het oog) tot bezonnen commentator en scherp waarnemer (in Laatste schooldag, 1994).

Vanaf mijn eerste boek is het altijd mijn wens geweest om als mannelijk auteur een klassieke romanheldin te scheppen. De wereldreizen in mijn jongste jeugd gingen allemaal naar ‘De overkant van de rivier’, naar Lathum en Duiven, geboorteplaatsen van mijn ouders en voorouders. In De overkant van de rivier, die bijna een eeuw omspant, beschrijf ik het leven van een sterke vrouw, van Hanna Innemee. Zij, eenvoudig boerenmeisje, komt terecht in een situatie die het uiterste van haar vergt. Ze slaagt erin het hoofd boven water te houden
In de roman Vera maak ik opnieuw een vrouw tot hoofdfiguur. Nu is het een Haagse, uit de gegoede middenklasse. Opnieuw een krachtige vrouw. Ik geloof dat de vrouw sterker is dan de man, dat zij een groter reservoir aan kracht bezit dan de man om de wereld aan te kunnnen. Ik denk ook, – ik besef dat mijn bewering gewaagd is – dat vooral mannelijke auteurs in staat zijn om onuitwisbare vrouwenfiguren te scheppen. In de literatuur zijn er vele voorbeelden: Madame Bovary van Flaubert, Eline Vere van Couperus, Ina Damman van Vestdijk. waarom zouden mannen dat beter kunnen? Misschien omdat zij meer oog hebben voor het raadsel van de vrouw. Een vrouwelijk auteur wil haar heldin helemaal transparant maken. Een mannelijk auteur zal het raadsel heel willen laten.

De laatste tijd rezen er problemen bij mijn uitgever. Vele auteurs vertrokken. Ik ging naar De Bezige Bij, waar ik mij direct thuis voelde en waar inmiddels een historische roman over Margaretha van Parma (Margaretha) (2002) en Eerlijke mannen op de fiets (2002) zijn verschenen. In januari 2005 is Knielen op een bed violen verschenen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken

a d v e r t e n t i e

Iets met aardrijkskunde studeren?


Oriënteer je dan goed want elke opleiding heeft z'n eigen specialisme. Heb je in A'dam of Utrecht nog niet de juiste opleiding gevonden? Kijk dan ook bij Wageningen University. Daar combineer je aardrijkskunde met technologie of economie. Bijvoorbeeld: hoe kun je de zeewering versterken tegen overstromingen? Je doet dus meer met aardrijkskunde.

a d v e r t e n t i e

Als je wilt weten wat je in Nijmegen kunt studeren, kom dan op zaterdag 7 november naar de Bachelor voorlichtingsdag van de Radboud Universiteit Nijmegen. Maak kennis met onze opleidingen en krijg een indruk van de sfeer op de campus. Meld je aan via de site.



Charlot had hartkloppingen voor haar interview met Carry Slee. Lees het interview hier en win een gesigneerd boek!

geef je mening: Ontbijt

Het is de week van het Nationaal Schoolontbijt. Ontbijt jij nog iedere ochtend?


Tullijk!

Meestal wel.

Eigenlijk nooit.


» resultaten poll