
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Jeroen Brouwers – Winterlicht: een vergeetboek
Brouwers, Jeroen, Winterlicht: een vergeetboek. Amsterdam 19921 (oorspr. Uitgave 1984)
224 pagina’s. Datum leesverslag: februari 2005
Mijn eerste reacties
Ik ben overdonderd. Nog nooit las ik zo’n goed boek. Misschien vinden anderen dit middelmatige rommel, of zien ze het boek niet staan in de bibliotheek; overschaduwd door Bezonken rood. Dat boek heb ik nog niet gelezen, maar tot die tijd staat Winterlicht bovenaan mijn Eindbalans.
Winterlicht is een boek met een hoofdpersoon met wie ik mij daadwerkelijk kan identificeren. Soms was de herkenning gewoon pijnlijk. Neem dit stukje:
“Dat licht en die stank waren inherent aan de stiekemheid en het besef van verbodenheid waarmee schooljongens, ook ikzelf, ik het diepste geniep en vervuld van schaamte en angst voor ontdekking en misprijzing door opvoeders en huisgenoten, toegaven aan hun hoe zal ik het zeggen, prille artistieke neigingen”
Dit is, tussen haakjes, een vrij korte zin vergeleken met de rest van de roman. Niet dat dat me deerde – ik geniet van de stijl van Jeroen Brouwers: zoals hij schrijft zou ik willen schrijven.
Maar om terug te komen op de ‘herkenning’; Brouwers beschrijft hier precies de jongen die ik ben. Ik zal nooit een schrijver worden (zeker niet na de ontmoediging die dit boek is) maar ik heb het wel geprobeerd en na één alinea kwam ik tot de conclusie dat ik volkomen talentloos ben. Ook dit schrijft Brouwers in dit boek; hoe hij walgt van huisvrouwen die beweren ‘schrijven leuk te vinden om te doen’ of om ‘lekker artistiek bezig te zijn’. Schrijven is een hel, zegt Brouwers. En ik geloof hem.
Samenvatting
De hoofdpersoon (een anonieme schrijver) is lector bij een uitgeverij. Hij krijgt elk jaar duizenden manuscripten binnen, waarvan er met ene beetje geluk twee of drie ‘niet slecht’ te noemen zijn. Eén zo’n ‘niet slecht’ manuscript is Onverhoorde gebeden van ene Jacob Voorlandt. Jacob blijkt geen jong talent, maar een oude rot in het vak. Hij is bang; bang te zullen sterven voor hij een echt meesterwerk op de wereld heeft gezet. Hij zuipt de ganse dag jenever, schrijft weinig om het lijf hebbende columns en probeert een goede roman te produceren; dat ene meesterwerk. Dat wil niet erg lukken, en de desillusie beheerst zijn leven. Hij vertelt de hoofdpersoon (de verteller van het verhaal) over de kwellingen van het schrijversschap, en over zijn mislukte leven. De verteller merkt dat Jacob precies dezelfde persoon is als hij, alleen zo oud als zijn vader. Jacob inspireert hem zelf weer te gaan schrijven (uitgevers en lectors zijn immers mislukte schrijvers… zo ook de hoofdpersoon). Terwijl de verteller veel bij Jacob is, in verband met het uitbrengen van Onverhoorde Gebeden, gaat Jacob steeds verder achteruit. Hij zuipt zich dagelijks helemaal klem. Hij vrolijkt op als hij een brief krijgt van een vrouwelijke fan, die helemaal weg is van Onverhoorde gebeden. Hij gaat haar op zoeken, samen met de verteller. Als de een prostitué blijkt te zijn, die bovendien al zijn boeken boven zijn hoofd versnippert, stort hij in. Daarna komt Jacob in een tehuis terecht, waar hij de rest van zijn dagen roemloos en drankloos zal slijten. De hoofdpersoon verliest het contact met Jacob, en vergeet hem. Hij herinnert hem zich pas weer als hij zijn overlijdensadvertentie leest. Om hem de eer te geven die hem toekomt, schrijft de verteller een requiem voor Jacob Voorlandt; Winterlicht.
Persoonsbeschrijving van de verteller
Ik heb een hele tijd getwijfeld over wie ik deze persoonsbeschrijving zou maken; over de anonieme verteller of over Jacob Voorlandt. Maar eigenlijk maakt het helemaal niets uit. De verteller zegt het zelf al: Jacob Voorlandt is een personage in wie hij zich kan inleven. Lange tijd heb ik tijdens het lezen zelfs gedacht dat de verteller Jacob Voorlandt wàs, maar dat is niet zo. Ze hebben wel eenzelfde karakter, en eenzelfde roeping: schrijven.
De anonieme schrijver is aan het begin van het verhaal lector bij een uitgeverij. Dag in, dag uit leest hij manuscripten van hoopvolle jonge schrijvers. Twee of drie op een dag. Hij heeft er duizenden gelezen, maar er waren er maar een paar bij die ‘niet erg slecht’ waren. Dit benadrukt de verteller: de allerslechtste romans die een lezer te lezen krijgt; de romans die tot de grond worden afgefikt door critici, die romans zijn nog altijd beter dan het gros van de manuscripten die een lector moet lezen.
Hij wordt dus overstelpt met talentloze rommel, zoals hij die zelf ooit ook schreef. Want hij weet wat het is; een jaar lang zwoegen op een werk, om het vervolgens van de uitgeverij per post teruggestuurd te krijgen met Standaardbrief A (“Zeer tot onze spijt moeten wij u meedelen…”). Volgens de verteller zijn alle uitgevers mislukte schrijvers. Ze proberen mee te liften op het succes van échte schrijvers; ze proberen om toch een klein beetje deel uit te maken van het succes dat voor hen nooit was weggelegd.
De verteller benadrukt ook keer op keer dat schrijven niet leuk is. Hij heeft een bloedhekel aan huisvrouwtjes of jongemannen die manuscripten insturen (talentloze bagger) en erbij zetten dat ze ervan genoten hebben om het te schrijven, omdat ze schrijven ‘leuk om te doen’ vinden en omdat ze ervan houden om ‘lekker artistiek bezig te zijn’. Hij walgt ervan… schrijven is een hel en het is verschrikkelijk moeilijk. Schrijver ben je fulltime of je bent het helemaal niet. En hij is het niet; hij heeft het schrijven opgegeven na zijn zoveelste Standaardbrief A en is lector bij een uitgever geworden.
Aan het eind van het verhaal is de verteller weer aan het schrijven geslagen… hij heeft een heleboel romans geschreven waarvan en diverse zijn uitgebracht, maar waarvan er geen een de middelmaat ontsteeg. Dat ene meesterwerk blijft uit, en de verteller ziet zichzelf al net zo eindigen als Jacob Voorlandt… door alles en iedereen vergeten. Hij schrijft momenteel aan een requiem voor Jacob Voorlandt; zodat dit genie dat nooit erkenning kreeg voor zijn werk (alleen een ridderlintje van de allerlaagste orde) toch nog een beetje wordt vereeuwigd. Een requiem waar dit verslag over handelt.
Hij heeft inmiddels een behoorlijke leeftijd bereikt… 43 jaren oud is de verteller. Over de helft dus, zegt hij zelf. En dan heeft hem aan het denken gezet… wat heeft hij nou eigenlijk bereikt in zijn leven? Hij is doodsbang om vergeten te worden, om de wereld te verlaten en om als een wolk te verdampen en niets achter te laten. Een wolk is volgens de verteller (en volgens Jacob) het allervergankelijkste; het ene moment is hij er, en het volgende moment ziet hij er volkomen anders uit en is iedereen alweer vergeten hoe hij eruit heeft gezien. De verteller is bang dat met hem hetzelfde zal gebeuren… dat de mensen hem na zijn dood vergeten en dat hij voor niets heeft geleefd.
De haast heeft hem overvallen… de verteller heeft haast. Ongelofelijke haast. Hij is zoals gezegd over de helft van zijn leven, maar er bestaat van hem nog geen meesterwerk. Er bestaat nog geen “bewijs dat hij ‘bestaan’ heeft”. Als hij sterft, dan zal hij vergeten worden. Net als Jacob Voorlandt. Haastig schrijft hij dus elke dag, in een poging de middelmaat te ontstijgen. Hij droomt zelfs van ongeschreven boeken; die dromen noteert hij waarna hij er boeken omheen schrijft. Zijn schrijverschap is dus met recht een fulltime baan te noemen.
Ook Winterlicht bevat allerlei dromen, die door het verhaal zijn verweven. Omdat de verteller zijn dromen opschrijft in zijn boeken, en dit een boek is van zijn hand, waarin hij schrijft over hoe hij boeken schrijft (volgt u het nog?) is het soms niet meer duidelijk wat er nou gedroomd is en wat niet. (‘En de prijs voor meest warrige zin van het jaar gaat naar…’) De verteller lijkt het zelf ook niet meer te weten; de herinneringen aan Jacob Voorlandt zijn al sterk vervaagd. Hij haalt de geschiedenis en de dromen door elkaar, en zet een vertekend beeld neer van Jacob (zoals hij zelf zegt: ‘ik zet een beeld neer van Jacob Voorlandt, zoals ik hem mij herinner’)
Over zijn vrouw vertelt de anonieme schrijver niets; alleen dat zij zich ’s nachts, als hij aan zijn dromennotities zit te schrijven, af en toe omdraait en zegt dat hij het licht uit moet doen. En dat hij het een verschrikkelijk wijf vindt, maar waarom vertelt hij niet eens. Dat is volgens mij geen toeval; de liefde kan hem niet zoveel schelen. Hij leeft net als Jacob in de ban van het schrijversschap… zijn leven staat in het teken van de literatuur. En zijn dood ook.
Hoe kan het dat de anonieme schrijver zijn lectorbaantje bij de uitgever opgeeft (en daarmee de zekerheid van een vast inkomen en een rustig leventje) en zich weer aan het schrijven wijdt? Zonder twijfel komt het door Jacob Voorlandt. Jacob heeft de verteller ertoe aangezet de pen weer op te pakken, al deed hij dat zelden expliciet. Ik denk dat Jacob als schrikbeeld heeft gediend: dit gebeurt er nou met een schrijver die geen meesterwerk op de wereld kan zetten: hij sterft in zijn eigen kots en wordt ogenblikkelijk door iedereen vergeten. Hij sterft ongelukkig, vooral ongelukkig met zichzelf. Een schrijver zonder meesterwerk is een totale mislukking als mens.
Thema
Volgens een alinea van de hand van de fictieve schrijver handelt Winterlicht over de grote driehoek van het leven van een schrijver: Liefde, Literatuur en Dood. Ik zou die drie willen verenigen in één thema: de angst vergeten te worden. Dat gaat ten koste van de Liefde; de schrijver zet zijn leven in het teken van Literatuur om na zijn Dood niet vergeten te worden, en dat gaat ten koste van de Liefde.
Het is de rode draad door het verhaal, en het is de emotie die zowel de verteller als Jacob Voorlandt beheerst. Ze moeten iets op de wereld zetten, waardoor ze worden vereeuwigd. Ik heb het in de persoonsbeschrijving al duidelijk uitgelegd, dunkt me. Overigens getuigt de ondertitel van het boek (‘een vergeetboek’) van nogal wat zelfspot van Brouwers over het onderwerp.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.