
|
Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 7 april 2005 |
Niveau: | Docent |
Taal: | |
Woorden: | 3643 |
Opvragingen: | 3411 (30 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Schaduwen in de middag |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 1987 |
Aantal pagina's: | 143 |
Moeilijkheidsgraad: |
|
Thema: | School- en Studentenleven, Midlifecrisis, Liefdesrelatie: problemen |
Auteur: | |
Geslacht: | man |
Nationaliteit: | Nederlands |
Geboren: | 13 februari 1938 |
Informatie: | http://www.jansiebelink.nl/ http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Siebelink |
Populaire titels: |
|

Jan Siebelink – Schaduwen in de middag (1987)
Gebruikte editie
De eerste druk van de roman verscheen in 1987. Deze druk is ook gebruikt. De roman werd uitgegeven bij Meulenhoff te Amsterdam. De voorkant is simpel: in een grijs kader staat de titel in oranje letters afgedrukt. Aan de onderkant van het voorblad is een brede oranje balk. Op de achterkant staat een foto van de auteur met de flaptekst. De roman telt 143 bladzijden.
Genre
“Schaduwen in de middag”, is een psychologische roman. Het gaat meer om de innerlijke menselijke gevoelens en de relaties tussen mensen onderling dan om de vertelling van dramatische of spannende gebeurtenissen.
Opdracht
Het boek is opgedragen aan Anneleen, Jeroen en Janneke.
Motto
Siebelink gebruikt graag Franse motto’s: hij heeft namelijk Frans gestudeerd en is lang docent Frans in het voortgezet onderwijs geweest. In de roman is het motto: “Quand partons-nous vers le bonheur?” van de schrijver Baudelaire. De letterlijke vertaling “Wanneer vertrekken we naar het geluk?” geeft wel de richting van de thematiek aan. De hoofdfiguur Rogier Woerlee, staat op een cruciaal punt in zijn leven. Hij kan een gelukkig leven leiden met een leuke vrouw en kinderen en een belangrijke baan, maar hij vraagt zich af of hij wel zo gelukkig is en of hij niet naar zijn vriendin Yvonne in Zwitserland moet vertrekken.
Opbouw van de roman
De roman telt 143 bladzijden en is verdeeld over 44 korte en ongetitelde hoofdstukken. De gemiddelde lengte van de hoofdstukken is vier bladzijden. De kortste zijn twee pagina’s. De roman wordt niet chronologisch verteld: er zijn nogal wat flashbacks: vrijwel allemaal zijn het herinneringen van Rogier aan zijn jeugd en aan zijn kennismaking met Yvonne, zijn buitenechtelijke vriendin.
Begin en einde
Het boek heeft een opening in handeling: het verhaal begint ergens meteen middenin: 1987.
De roman heeft ook een open einde: we weten als lezer niet goed wat er met Rogier Woerlee verder zal gebeuren? In de laatste hoofdstukken is hij van plan om naar zijn vriendin Yvonne in Zwitserland te gaan, maar hij eindigt zijn verhaal op het toilet van een café waarop hij niet lekker geworden is. Het wordt aan de lezer niet bekend gemaakt of hij nog naar Yvonne vertrekt en hoe de ellende op zijn school afloopt. Als je naar de recensies uit 1987 kijkt, blijkt dat diverse recensenten er een andere afloop in gelezen hebben:
- een recensent denkt dat Rogier aan het einde van de roman aan een hartinfarct sterft
- een ander denkt dat hij op weg is naar Zwitserland waar zijn vriendin woont en dat hij in gedachten verzonken tegen de vangrail rijdt en bijkomt in een wegrestaurant
- een derde beweert dat hij in een flauwte krijgt en bijgebracht wordt in een toilet van een restaurant
Titelverklaring
De titel van dit boek verwijst naar de midlifecrisis waarin Rogier Woerlee zich bevindt. Op de dag dat hij naar school vertrekt, wil zijn auto al niet starten en ook op school verlopen de dingen anders dan hij zou willen. Hij verlaat de school en bezint zich in een café in zijn stad op de dingen van het leven. Het begint in de roman in de namiddag te regenen. Deze weersomstandigheden zijn symbolisch voor de fase waarin Rogier zich bevindt. Hij heeft het maatschappelijk best gemaakt (is rector van een school) maar de angsten over zijn fysieke toestand en zijn twijfel aan zijn leiderschap nemen op een dag de overhand. Hij is bijna vijftig jaar en hij vraagt zich af of hij niet de boel de boel moet laten en naar zijn vriendin in Frankrijk moet vertrekken. De term ‘middag’ staat symbool voor de leeftijdsfase van de midlifecrisis en de schaduwen die na het zonnige begin van de dag in de middag overheersen zijn de problemen waarmee Rogier wordt geconfronteerd, waardoor hij steeds onzekerder in het leven komt te staan.
Perspectief
Dit boek wordt vrijwel geheel vanuit het perspectief van Rogier Woerlee verteld. Het vreemde is wel dat er steeds wisselingen in het perspectief zijn wat de vorm betreft. Enkele stukken worden in de ikvorm verteld, maar een groot aantal hoofdstukken wordt ook vanuit het personaal perspectief aan de lezer meegedeeld. Het komt zelfs enkele keren voor dat tijdens het hoofdstuk van de 1e persoon enkelvoud wordt overgeschakeld naar de 3e persoon enkelvoud. Rogier neemt dan als het ware afstand van zichzelf en bekijkt zichzelf als een vreemd personage. Het is een kenmerkende vertelstijl voor een hoofdpersoon die in verwarring is en eigenlijk niet goed weet wat hij met de rest van zijn leven moet aanvangen. In een van de slothoofdstukken verschuift het perspectief ook een keer naar Clara zijn vrouw, die op dat moment op het terras zit van het café waarbinnen Rogier zijn whisky’s drinkt. Het geeft de lezer een beeld hoe zij over de situatie denkt. Rogier denkt dat zij niet weet dat hij ene vriendin heeft, maar ze laat merken dat ze er wel van op de hoogte is.
Tijd en decor
Het is een eigentijdse roman die zich afspeelt in de tijd waarin hij geschreven is. De meest concrete aanwijzing daarvoor is aan het einde van de roman. Rogier zit in een café en in de late middag komen er studenten binnen die aan de boemel gaan. Op blz. 135 denkt Rogier: “de eerstejaars student anno 1987 is weer even onhandig als hij”.
De vertelde tijd is één schooldag in 1987. De verteltijd is 143 bladzijden: in ongeveer drie uur kan de roman gelezen worden.
Het decor (de zgn. topografische ruimte) is ook vrij duidelijk: de stad Arnhem is de ruimte waarin alles zich afspeelt. Heel concreet wordt dat niet vermeld, maar uit de gegevens die Siebelink terloops vermeldt, kan de stad Arnhem wel geconcludeerd worden. Er rijden trolleybussen (dit zijn bussen met een elektrische geleiding en Arnhem is een van weinige steden in Nederland die dit systeem kennen). Er is een safaripark in de buurt (Burgers Bush) en wanneer Rogier erover denkt om naar Yvonne te vertrekken spreekt hij over de fly-over van het Velperbroekcircuit waarover hij zal moeten rijden. Ook andere namen van straten ed. wijzen naar de stad Arnhem. Siebelink laat veel van zijn romans in deze stad afspelen: hij is zelf in het nabijgelegen Velp geboren.
Thematiek
Ook in deze roman gaat een hoofdpersoon van zijn roman op zoek naar zichzelf: Rogier Woerlee is onzeker over zijn capaciteiten, hoewel hij een goede maatschappelijke betrekking heeft kunnen vinden door er zelf hard voor te knokken. Hij is rector op de school waarvan hij vroeger als leerling is verwijderd. Dat nu zou menig mens sterken in zijn zelfvertrouwen, maar niet Rogier Woerlee. Hij heeft een rijke en zeker aantrekkelijke vrouw, die voor hem gekozen heeft tegen de wil van haar ouders in, hij heeft leuke kinderen en als klap op de vuurpijl heeft hij ook nog een twintigjarige vriendin Yvonne. Toch is hij zeer onzeker in zijn bestaan: hij twijfelt aan zijn fysieke vermogen: slikt pillen maar merkt dat hij lichamelijk steeds minder kan. Ook op school twijfelt hij aan zijn leiderscapaciteiten, terwijl de docenten hem toch niet onaardig vinden. Op de dag van het verhaal wordt hij geheel ontdaan door de melding van een vernield merkjack en door de onderlinge ruzies van docenten. Nu hoeft een rector van een grote scholengemeenschap van dat soort probleempjes niet in de stress te schieten: er zijn grotere problemen op een school te bedenken. Hij verlaat de school en begint te twijfelen aan het nut van zijn bestaan. Het zijn de typische kenmerken van de midlifecrisis waarin hij zich bevindt. Hij bedrinkt zich in een café aan de whisky, fantaseert dat hij toch maar de tocht naar Zwitserland zal maken. Hij vraagt zich af of zijn kinderen hem wel aardig gevonden hebben, etc. De desillusie van de hoofdpersoon komt heel vaak in het werk van Siebelink voor. (vgl. de roman “De herfst zal schitterend zijn”) Zeker in de romans van de tachtiger jaren werkt Siebelink dit thema nogal eens uit. De hoofdfiguur heeft bijna altijd last van minderwaardigheidsgevoelens die hij vanuit zijn jeugd meedraagt. Hij reageert daar vaak op twee verschillende manieren op: soms neemt hij wraak op degene die het leed veroorzaakt heeft, aan de andere kant probeert hij andere mensen ter wille te zijn om zo aardig mogelijk gevonden te worden. Maar meestal wordt die schone schijn in de roman doorgeprikt en komt de desillusie weer naar voren. Meestal hanteert Siebelink het thema in combinatie met de motieven: moeizame jeugd, problemen met het geloof, overspel in een meestal niet te slecht huwelijk.
Symboliek in de roman
In de roman bezoekt hij in een flashback de film “Les choses de la vie” (de dingen van het leven.) Een man op een kruispunt in zijn leven denkt tijdens een autorit na over zijn bestaan met een leuke vrouw en een vriendin. In gedachten veroorzaakt hij een auto-ongeluk. Hij bezoekt de film samen met zijn vrouw Clara. Het bezoek is natuurlijk niet toevallig, maar symbolisch voor het leven van Rogier. In het op een na laatste hoofdstuk beschrijft hij zo’n reis naar Zwitserland die tegen de vangrail eindigt. Ook Rogier staat op een kruispunt in zijn leven. Ik interpreteer het hoofdstuk alleen als een dagdroom (veroorzaakt door de whisky’s?) van Rogier. In het hoofdstuk erna wordt hij namelijk onwel op het toilet.
De samenvatting van de roman
Romans van Siebelink laten zich moeilijk samenvatten. Op zich gebeurt er in de romans in deze periode van zijn schrijversschap niet zo veel: het gaat meer om de psychologie van de personages. De gebeurtenissen in het heden worden altijd onderbroken door de gebeurtenissen in het verleden. In deze roman is dat vooral de jeugd van Rogier over zijn vader die een kwekerij had, over zijn gezin bijv. op vakantie en over zijn kennismaking met zijn vriendin Yvonne.
Het heden gaat in deze roman over een schooldag in het leven van de hoofdpersoon Rogier Woerlee. Hij is rector aan het Maarten Luther College in Arnhem. Hij woont in een van de mooiste huizen van de stad: oud en door hemzelf gerenoveerd: De Goede Reede. Als hij opstaat, liggen zijn vitaminepillen al klaar. Op de ochtend van het verhaal wil zijn prachtige, oude Citroën DS 1968 (het bekende snoekmodel) niet starten. Het is een kink in de kabel en hij moet op een monteur wachten: de ideale gelegenheid om herinneringen op te halen voor de lezer. Toevallig is het die dag de sterfdag van zijn moeder en een flashback wordt daaraan gewijd. De monteur van de garage komt even later en de auto start vrijwel meteen. Op school heeft zijn secretaresse ervoor gezorgd dat de lopende dagelijkse dingen gewoon gedaan zijn. Hij heeft een prima, wat oudere secretaresse, die goed voor hem zorgt. Wanneer hij op school arriveert, zijn er twee dingen die voor hem heel vervelend zijn. De laatste tijd is er op school nogal wat gestolen en vandaag is er een heel duur merkjack vernield. De dader ligt natuurlijk op het kerkhof en een oproep door de intercom heeft geen succes. De school staat op het punt zijn tiende lustrum te vieren en de volgende dag moet Rogier daarbij een toespraak houden. Hij heeft een nogal saaie en strenge conrector Zeewüster, die hem bestookt met notities o.a. over de identiteit van de school en over strengere maatregelen die hij wenst te nemen.
Als tweede probleem bereikt hem die dag ook het docentenboek waarin collega’s elkaar afvallen over een spelfout die in één van de berichten staat. Hij kan daar niet goed tegen en hij verlaat de school. Hij zwerft door de stad en komt terecht in een café waarin hij met wat stamgasten whisky drinkt. Hij gaat na een poosje weer terug, leidt nog een personeelsvergadering. Maar hij ervaart de sfeer op die dag op school als naar en hij weet ook geen directe oplossing voor het vernielde jack: de ouders zullen die middag op school komen. Hij is daarnaast danig onder de indruk van de opmerkingen in het docentenboek en gaat voor een tweede keer naar de binnenstad.
Hij treft er dezelfde stamgasten aan, blijft whisky drinken en ze spelen met dobbelstenen een spelletje blufpoker. Grappig en symbolisch is wel dat hij op een bepaald moment “vijf vrouwen” doorgeeft. In zijn leven hebben ook vijf vrouwen een rol van betekenis gespeeld: zijn moeder, zijn vrouw Clara, zijn dochter Sandra, zijn vriendin Yvonne en een meisje op de camping op wie hij verliefd was.
Op een zeker moment komt zijn vrouw Clara (die een vastberaden indruk maakt en zeker als een knappe vrouw met donkerrood haar wordt beschreven) op het terras zitten van het café waar hij ook zit. Ze heeft boodschappen gedaan: een overhemd voor hem gekocht.
Op dat moment overpeinst hij zijn levenssituatie. Hij voelt zich onzeker, een houding die hij meegenomen heeft uit zijn jeugd. Zo moest hij bijvoorbeeld altijd geld gaan halen bij een bloemist aan wie zijn vader geleverd had, maar iedere keer werd hij weer met lege handen teruggestuurd. Ook de ouders van zijn vrouw Clara zagen hem eigenlijk niet zitten, maar hij heeft zich opgewerkt tot rector. Hij weet echter niet of hij dat werk wel goed doet. Hij denkt erover om naar Yvonne te vertrekken. Hij heeft haar die dag een aantal keren gebeld, maar geen contact met haar gekregen en in zekere zin is hij ook onzeker over haar relatie met haar. Wanneer hij de boel achterlaat, hoeft hij zich verder geen zorgen meer te maken om de school en zijn huwelijk. In zijn fantasie gaat hij ook op weg en krijgt hij een auto-ongeluk. De gelijkenis met de film “Les choses de la vie”die hij een keer met zijn vrouw Clara heeft gezien, is wel erg treffend. Maar in werkelijkheid is hij het toilet van het café binnengelopen en gaat hij onderuit (te veel whisky of een aanval van zijn hart ) Hij wil niet dat er een dokter wordt gebeld. Hij denkt na over Clara, zijn leven……
“Als hij aan haar denkt, ziet hij de trage drift van de wolken, die van heel ver op elkaar toedrijven, dicht tegen de hemel….”(slotzin.) Het is aannemelijk dat hij door een hartinfarct is getroffen: er is al eerder in de roman op gezinspeeld en ook de symptomen lijken er op. Of je uit het laatste woord van de roman (“hemel”) kunt concluderen dat hij daar sterft, gaat mij iets te ver. Grappig is wel dat door recensenten dit open einde heel verschillend wordt geïnterpreteerd.
De flash backs gaan voornamelijk over zijn relatie met Yvonne. Enige tijd geleden heeft hij haar ontmoet, toen ze met haar ouders zat te eten in visrestaurant Van der Toon in Scheveningen. Zij was hem direct opgevallen en hij had alles in het werk gesteld om haar te kunnen ontmoeten zonder dat haar ouders het merkten. Het was gelukt en vanaf dat moment hebben ze een relatie. Op de dag van het verhaal verblijft ze in St. Imier (Zwitserland) en Rogier vraagt zich af of hij er niet verstandig aan doet om naar haar toe te gaan en de problemen op school op die manier achter zich te laten.
Een reeks andere flashbacks gaat over zijn jeugd. Zijn vader had een kwekerij en een van de bloemisten aan wie hij leverde, weigerde categorisch te betalen. De kleine Rogier werd er keer op keer op uitgestuurd om geld te halen. Dat was heel gênant. Later op school begon hij te stelen en hij werd van school verwijderd: nota bene van dezelfde school waarvan hij nu rector was. De ouders van Clara zagen hem eigenlijk niet zitten: hij was beneden hun stand, maar hij had zich flink opgewerkt door in de avonduren te studeren en zijn akte Frans te halen. Deze motieven komen ook voor in ander autobiografisch getint werk van Siebelink: “En joeg de vossen door het staande koren” (1984) en het recent verschenen “Knielen op een bed violen”. (2005)
Af en toe denkt de vijftiger ook terug aan zijn relatie met de kinderen die al het huis uit zijn, de vakanties van vroeger. Op een van de vakanties was een tienermeisje van de Franse camping waar hij verbleef, verliefd op hem geworden en hij was er min of meer op ingegaan.
Een van de flashbacks gaat ook over het afslachten van zijn hond Vitesse door inbrekers die overigens weinig waardevols hebben weggehaald.
Recensies en waardering
Over het algemeen wordt de roman van Siebelink vrij positief beschreven in de zeven recensies die op Literom verkrijgbaar zijn. De roman wordt gezien als een typische roman van Siebelink, met zijn voor hem karakteristieke verteltrant met flashbacks en perspectief. Herhaaldelijk komen ook dezelfde motieven in het werk van Siebelink voor: hoofdfiguren die op zoek zijn naar zichzelf, gedesillusioneerd zijn in het leven, onzeker over hun bestaan, terwijl ze nochtans weinig reden hebben tot klagen: goede baan, leuke vrouw en kinderen, mooi huis. Toch is de roman een van de minder bekende romans van Siebelink gebleven.
Over de schrijver Jan Siebelink
(Bron: Jan Siebelink)
“Op 13 februari 1938 ben ik geboren te Velp. Na een jaar verhuisden mijn ouders naar Bergweg 17, waar mijn vader een kleine bloemisterij begonnen was. Ik groeide op in een godsdienstig ‘zwaar’ milieu. Mijn vader, na een hemels visioen, had zich aangesloten bij een streng orthodoxe groepering. Omdat hij de christelijke school te licht vond, bezocht ik de Openbare Lagere school 1, aan de Jan Luykenlaan. Kinderen uit dit protestantse middenstandsmilieu behoorden het verder te schoppen dan hun ouders. Via de ulo kwam ik op de kweekschool, werd onderwijzer in Laag-Soeren, en studeerde in mijn vrije tijd Franse taal- en letterkunde. Tijdens die studie kwam ik in aanraking met de Franse auteur van Nederlandse afkomst J.-K. Huysmans. Zijn decadente roman A rebours maakte door zijn verblindende stijl, religieuze preoccupatie en verheerlijking van het kwaad een verpletterende indruk op mij. Ik heb het boek vertaald onder de titel Tegen de keer. Op de avond van de dag dat ik de vertaling inleverde, schreef ik in de huiskamer van mijn moeder, op de plaats waar mijn vader was overleden, mijn eerste verhaal: ‘Witte chrysanten’. Daarin wordt op subtiele wijze door de zoon wraak genomen op de bloemenwinkelier die de vader had vernederd. Met vier andere verhalen vormde dit mijn debuut Nachtschade (1975). Het boek viel op omdat het door zijn zwartromantische motieven als verval, dood. religie, afstand nam van het anekdotische realisme dat toen in de Nederlandse letteren heerste. Voor zover ik een bewuste bedoeling had, wilde ik een naadloze verbinding tot stand brengen tussen het Hollandse realisme en de Franse literatuur uit het 19e-eeuwse fin-de-siècle. Over Nachtschade schreef Jan Geurt Gaarlandt in Vrij Nederland: ‘Als er zoiets bestaat als een volmaakt verhaal, dan is dat “Witte chrysanten” ’.
Een aantal nauwelijks opvallende gebeurtenissen en feiten uit de werkelijkheid door de verbeelding en de betovering van de stijl tot iets groots transformeren – dàt is voor mij literatuur. In mijn romans en verhalen gaat het altijd om gewone mensen, maar door intens licht op hen te laten vallen, komen ze los van de werkelijkheid en worden tot raadselachtige personages. Literatuur hoort mensen bijzonder te maken.
In dat oerverhaal ‘Witte chrysanten’ zitten reeds alle motieven die ik later in mijn grote romans De herfst zal schitterend zijn (1980), En joeg de vossen door het staande koren (1982), De overkant van de rivier (1990), zal uitwerken. Geleidelijk aan werd duidelijk wat die steeds terugkerende motieven waren: de kwekerij die steeds meer het beeld zou worden van het verloren paradijs, het duistere geloof van de vader dat, hoe exact en liefdevol beschreven, nooit begrepen zal worden, het middelbaar onderwijs, de sociale rangorde in een ogenschijnlijk genivelleerde samenleving en bovenal de jeugdjaren in het land van herkomst: Velp en omstreken.
In de loop der jaren behield ik van de decadente thematiek alleen de verfijnde waarneming en mijn gevoel voor een broeierige atmosfeer over. Het leven op een school staat al centraal in mijn eerste roman ‘Een lust voor het oog’ (1977). Ik verwierf mij er een plaats mee naast Bordewijk die mij inspireerde bij de naamgeving van de personages. De ontwikkeling van het schoolthema (van Mammoetwet tot en met studiehuis) is ook interessant omdat zij mijn groei aangeeft van gekwelde dandy ( Een lust voor het oog) tot bezonnen commentator en scherp waarnemer (“Laatste schooldag”, 1994).
Vanaf mijn eerste boek is het altijd mijn wens geweest om als mannelijk auteur een klassieke romanheldin te scheppen. De wereldreizen in mijn jongste jeugd gingen allemaal naar ‘De overkant van de rivier’, naar Lathum en Duiven, geboorteplaatsen van mijn ouders en voorouders. In De overkant van de rivier, die bijna een eeuw omspant, beschrijf ik het leven van een sterke vrouw, van Hanna Innemee. Zij, eenvoudig boerenmeisje, komt terecht in een situatie die het uiterste van haar vergt. Ze slaagt erin het hoofd boven water te houden
In de roman Vera maak ik opnieuw een vrouw tot hoofdfiguur. Nu is het een Haagse, uit de gegoede middenklasse. Opnieuw een krachtige vrouw. Ik geloof dat de vrouw sterker is dan de man, dat zij een groter reservoir aan kracht bezit dan de man om de wereld aan te kunnen. Ik denk ook, – ik besef dat mijn bewering gewaagd is – dat vooral mannelijke auteurs in staat zijn om onuitwisbare vrouwenfiguren te scheppen. In de literatuur zijn er vele voorbeelden: Madame Bovary van Flaubert, Eline Vere van Couperus, Ina Damman van Vestdijk. waarom zouden mannen dat beter kunnen? Misschien omdat zij meer oog hebben voor het raadsel van de vrouw. Een vrouwelijk auteur wil haar heldin helemaal transparant maken. Een mannelijk auteur zal het raadsel heel willen laten.
De laatste tijd rezen er problemen bij mijn uitgever. Vele auteurs vertrokken. Ik ging naar De Bezige Bij, waar ik mij direct thuis voelde en waar inmiddels een historische roman over Margaretha van Parma (Margaretha) (2002) is verschenen.” In 2005 verscheen “Knielen op een bed violen.”
In januari 2005 is “Knielen op een bed violen” verschenen, waarin Siebelink afrekent met het te strenge calvinistische geloof van zijn vader, die het gehele gezin ten gronde richt vanwege zijn geloofsovertuiging.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e
Win beltegoed met Cash
Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!

Bij Daan op school hebben ze hard hun best gedaan om vriendengroepen KAPOT te maken.