Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 7 april 2005 |
Niveau: | Docent |
Taal: | |
Woorden: | 4994 |
Opvragingen: | 3923 (4 deze maand) |
Waardering: |


We hebben 5 exemplaren van Road To Revolution, de nieuwe live dvd van Linkin Park, om weg te geven!
Jan Siebelink - De herfst zal schitterend zijn (198O)
Gebruikte editie
De eerste druk van de roman verscheen in 1980. Deze druk is ook gebruikt. De roman werd uitgegeven bij Meulenhoff te Amsterdam. De voorkant is simpel: in een rood-zwart kader staat de titel in wit afgedrukt. Op de achterkant staat alleen een foto van de brildragende auteur. Op de eerste pagina staat de flaptekst afgedrukt. De roman telt 299 bladzijden.
Genre
“De herfst” is een psychologische roman. Het gaat meer om de innerlijke menselijke gevoelens en de relaties tussen mensen dan om de vertelling van dramatische of spannende gebeurtenissen.
Opdracht
De roman is opgedragen aan Hans en Arno.
Motto
In het motto dat dit boek draagt [‘toute narration tend au théâtre’] was er al iets terug te vinden: het toneel. De letterlijke vertaling luidt: Elke vertelling neigt naar het toneel. Het boek is ingedeeld in vijf bedrijven (de opbouw van de klassieke tragedie), en Siebelink laat de hoofdfiguren af en toe toneeltermen gebruiken om hun gevoelens te beschrijven. Ook die eindeloze decoraanwijzingen geven de indruk dat je naar de gebeurtenissen in dit boek had kunnen kíjken wanneer je op de juiste plek was geweest. Zie voor de opbouw van de klassieke tragedie hieronder.
Opbouw van de roman
De roman telt 299 bladzijden en is verdeeld over 25 ongetitelde hoofdstukken Het boek is ingedeeld in vijf delen van respectievelijk tien, zes, acht, vijf en elf hoofdstukken die sterk in lengte verschillen.
Deze structuur wordt driemaal onderbroken door ongenummerde passages in cursief, die het verhaal van Id vertellen. De eerste kan als proloog worden beschouwd, aangezien ze vóór deel I afgedrukt is. De resterende twee onderbreken de delen drie en vijf.
De klassieke tragedie
Deel I, (blz. 13-65) de expositie: we maken kennis met de hoofdfiguren. De buurtgek die aankondigt dat de hal wordt verkocht, is te vergelijken met de bode die het onheil in de tragedie aankondigt. Hiermee begint het motorisch moment.
Deel II, (blz. 69-130), de intrige, de rol die de sporthal gaat spelen in het bestaan van Michiel, en de komst van Claire uit Kenia.
Deel III, (blz. 133-81) de climax met de mededeling naar buiten dat José de marmotten heeft gedood door de spanningen die in het huis zijn en Michiels gevoel van vervreemding en de vervreemding tussen de twee zussen. Het deel eindigt met het bezoek van Michiel aan de hal, die hij als de Titanic ziet: de ondergang van een droom
Deel IV, (blz. 187-215), de peripetie, de ommekeer. De lezer krijgt de rol van Id in het verleden te horen, Hella’s vader legt zich neer bij zijn eenzaamheid, Michiel krijgt een andere rol in het protest tegen de hal.
Deel V (blz. 219-288) de catastrofe, de hal laat Michiel steeds meer koud, man en vrouw beseffen dat ze slechts door het avontuur getrokken zijn. De twee geliefden worden naar elkaar gedreven zonder dat ze in staat zijn elkaar iets te zeggen.
Begin en einde
Het boek heeft een opening in handeling: het verhaal begint ergens meteen middenin.
De roman heeft ook een open einde: het is geenszins zeker hoe het met de relatie van Hella en Michiel zal aflopen. Hebben ze elkaar in de toekomst nog wel iets te zeggen of blijft de vervreemding in het leven
Titelverklaring
De titel van dit boek slaat op een uitspraak van Michiel, die hij doet wanneer hij zijn fantasie de vrije loop laat en eindigt met de woorden ‘Hella, zo’n herfst zal schitterend zijn!’ [p. 95]. Op dat moment projecteert Michiel al zijn ongenoegens en problemen op [het bestaan van] de hal. Hij verbeeldt zich dat wanneer deze hal afgebroken wordt, de weg letterlijk vrij zal zijn voor een gelukkig en onbezorgd leven. Op een avond spiegelt hij Hella voor hoe het land eruit zou zien als de hal weg zou zijn. Al hun problemen zouden verdwijnen, de nacht in Martins’ zou er niet meer toe doen en ze zouden onbeperkt van elkaar kunnen genieten, Michiel, Hella en Yvonne.
Deze titel is ironisch bedoeld: de herfst begint bepaald niet schitterend en zal voorlopig niet zo schitterend worden als Michiel denkt.
Perspectief
Dit boek wordt verteld vanuit een personaal perspectief. Verschillende keren wisselt het perspectief: naast Michiel komt dan Hella aan het woord, en éénmaal Hella’s vader. Het lijkt erop alsof de schrijver met de presentatie van zijn beide vertelfiguren een Salomo’s oordeel heeft willen vellen: de lezer moet zelf maar uitzoeken wie van de twee de waarheid spreekt of geen partij willen kiezen wie er een goede kijk op de relatie heeft.
“Michiel rijdt met zijn dochter in de richting van het Koetshuis. Suizend geluid van weggeslagen shuttles dat hem doet denken aan de zwiepslagen die hij vroeger als jongen met een vers afgesneden tak maakte.” [p. 20] (= perspectief Michiel)
“De auto verdwijnt, komt weer te voorschijn. Onder de zon wacht het land in trillende spiegeling en Hella voelt zich een indringster. Het licht slaat bleke kraters in het landschap.” [p. 21] (perspectief Hella)
“Waartoe is het goed om met Hella of Claire over haar te praten? Wat begrijpen zij van zijn liefde. Als hij afstand van die liefde deed (afstand van die pijn) zou hij niets meer overhouden.” [p. 204] (= perspectief Hella’s vader)
Tijd en decor
Het is een eigentijdse roman die zich voornamelijk afspeelt aan het einde van de zeventiger. Er zijn niet veel concrete aanwijzingen. Er zijn slechts een paar concrete tijdsaanduidingen. Eén daarvan is de volgende:
“…Bongers Exploitatie- en Beleggingsmaatschappij BV is de nieuwe eigenares sedert 25 september 1979– datum van registratie. We hebben nu tegen deze BV de draad weer opgevat.”
De verteltijd is 299 pagina’s in verhouding tot een vertelde tijd van ongeveer één seizoen: aan het begin wordt vermeld dat het begin september is, net nadat Hella terug is uit Kenia. Dan is er nog een aanwijzig dat het 1980 is, en de laatste nacht waarvan in het boek sprake is, is een warme, zomerse nacht.
Het decor (de zgn. topografische ruimte) is ook niet helemaal duidelijk: de stad Arnhem is waarschijnlijk het toneel waarin alles zich afspeelt De gebeurtenissen in dit boek spelen zich allen af in dezelfde stad in het oosten van Nederland. Dit leid ik af uit de feiten dat er melding wordt gemaakt van een stadswapen, Michiels vader tuinder was, en Siebelink zelf uit Velp komt; verder krijgen ze folders van de Süddeutsche loterij.
In die stad zijn er vele plekken waarop het verhaal zich afspeelt: bijvoorbeeld het huis van het gezin Wijlhuyzen met de akker rondom en met uitzicht op de grote sporthal, de Singel met de bomenrij erlangs, het centrum van de stad en in het bijzonder één plein, met cafés als Regina, Tiffany’s, De Ark en Martins’, en naast het plein de ijssalon.
Zowel met de tijd als met de ruimte wordt er geen helder beeld geschapen. Het is ook niet zo heel belangrijk, omdat de thematiek hier in dit boek draait om de gevoelens van de hoofdpersonen (die eenzaamheid in een relatie is van alle tijden en op alle plaatsen)
Siebelinks personages ervaren de wereld waarin zij leven, als chaotisch; ze hebben het idee te leven in een ‘wankele’, ‘boze’ wereld en het is dan ook niet vreemd dat ze vaak het idee hebben dat het landschap hen bespiedt, hen zelfs bedreigt. Daaraan werken ook de bijzondere weersomstandigheden mee: het is ongewoon zonnig, warm en helder voor die tijd van het jaar, waardoor de omgeving iets van haar vertrouwde karakter verliest. Het landschap is bovendien vaak leeg en stil.
Op verschillende plekken is er daarom sprake van belangenruimte; eigenlijk staat de hele roman er bol van. Allereerst wordt de provinciestad waarin Michiel en Hella leven, geschetst als een organisme die haar bewoners keer op keer verslindt als ze hun huis of een bar ingaan. Zeker de buurt waar Michiel woont is een naargeestig geheel, waar atmosfeer altijd drukkend en bedreigend overkomt. De hal wordt beschreven als een gigantisch gebouw, een soort hemelgewelf waartegen alles heel iel afsteekt.
Vgl. “In hun aanwezigheid scheen plotseling een decorwisseling plaats te vinden. Niets was plotseling triester dan de vervallen vlakte waarover een vaal, deprimerend licht scheen, dan de leegstaande, onmetelijke loods waarvan de nok als een agressieve kam de lucht instak. De draaiende luchtroosters op het dak waren net luguber dobberende kurken in een zwembad, de vlakte was nu bevolkt met boze schimmen.” [p. 214]
Thematiek
De herfst zal schitterend zijn is meer een roman over mensen dan over gebeurtenissen. De thematiek van het boek heeft dan ook vooral gestalte gekregen in het mensbeeld dat erin is neergelegd. In De herfst heeft Siebelink een mens getekend die vervreemd is van zijn omgeving, die zich voortdurend bewust is van afstand tot de plaats waar hij eigenlijk thuishoort. Dit brengt hem in identiteitsproblemen, met als gevolg een sensatie van leegte, van ontreddering. Aan die leegte probeert hij te ontkomen door zijn verbeelding en zijn dromen. Soms weet hij een tijdlang de schijn op te houden, maar onherroepelijk komt er een dag waarop die schijn doorbroken wordt en deze mens weer wordt teruggeworpen op zichzelf. En dan blijkt hij opnieuw niet in staat zich een levensstijl te ontwerpen waarin hij kan blijven geloven. Michiel weigert zich te identificeren met zijn milieu van herkomst; hij probeert nadrukkelijk enkele plaatsen op de sociale ladder te klimmen. Maar de middelen waarmee dat moet gebeuren – het leraarschap, het schrijven van een proefschrift – blijken geen van alle deugdelijk te zijn en wanneer vervolgens het enige ‘middel’ dat hem nog rest, zijn vrouw Hella, hem ontrouw lijkt te worden, vindt hij zich terug met lege handen.
“Voor het eerst in zijn leven had hij begrepen wat verlatenheid inhield. Alles wat hij daarna gedaan had, was een poging om die leegte nooit meer tegen te komen” (p. 127).
Maar ook de poging waarvan De herfst verhaalt, proberen vorm te geven aan het voorzitterschap van het actiecomité, mislukt en dat brengt Michiel, maar ook Hella, aan het eind van het boek in het centrum van de stad, aan zichzelf en elkaar overgelaten.
Centraal staan dus vervreemding van de omgeving en zoeken naar houvast in een chaotische wereld.
De motieven die Sibelink gebruikt voor het thema zijn:
- driehoeksverhoudingen en /of, overspel (Michiel- Emmy; Hella-Id; de vader van Hella – Conny );
- gerechtelijke procedures en voorschriften (o.a. het servituut: een verplichting die aan het bezit van onroerend goed verbonden is);
- eenzaamheid, gevoel van leegte en ontreddering,
- midlife-crisis;
- drankmisbruik (als vorm van escapisme)
- machteloosheid ten opzichte van onontkoombare gebeurtenissen;
- verstoorde relaties tussen ouders en kinderen (Hella t. o.v. haar vader)
- dierenmishandeling (marmotten gedood door de zwakzinnige oppas José);
- escapisme: vlucht in dromen en herinneringen, hallucinaties;
De belangrijkste personages Michiel en Hella Wijlhuyzen
Michiel:
- is werkloos, academicus; 32 jaar; opgegroeid in een tuindersgezin; mislukt als leraar Frans en als wetenschapper;
- is aan de drank geraakt;
- heeft een verhouding met de doktersvrouw Emmy Hansman (43 jaar), die hij voortdurend aan het lijntje houdt; hij wil het liefst de verhouding uitmaken, maar durft het niet, zijn vrouw Hella is op de hoogte van die verhouding;
- ziet de sporthal als laatste ‘prestige-object’ om aanzien te verwerven, wat mislukte met het leraarschap en het schijven van zijn proefschrift;
- ervaart het bestaan als chaotisch.
Hella:
- heeft zich op een avond in Martins’ Bar laten gaan met Michiels broer, Id die een halsafwijking heeft;
- is erg onzeker en heeft veel last van schuld- en minderwaardigheidsgevoelens o.a. over het moederschap met betrekking tot Yvonne
- wil graag werken als remedial teacher om ook wat bereikt te hebben.
De samenvatting van de roman
Proloog
Id dwaalt door de straten van de stad. Z'n vrouw Mary zegt, als hij thuiskomt: 'Ik heb nooit
begrepen waarom jij je broer niet meer ziet'. Hij vertelt haar van de nacht in Martins' (een bar) en van Hella. Hella is nog steeds een, mooie opvallende vrouw, vindt hij.
Deel 1
Het is september. De zon schijnt op een reusachtige betonnen sporthal: 't Koetshuis. In die hal speelt de badmintonclub zijn wedstrijden. Hella, een jonge vrouw van 29 jaar en haar dochtertje Yvonne (4 jaar ) zijn zojuist teruggekomen van de Afrikaanse oostkust van een bezoek aan haar zus Claire en d’r man Oscar, een arts.
Haar eigen man heet Michiel. Hij gaat met zijn dochtertje fietsen. Onderweg denkt hij aan zijn eerste ontmoetingen met Hella. Toen Michiel 18 jaar was, was hij op een avond met Hella naar Martins' gegaan. Hij was dolverliefd op haar. Hella zat een klas lager dan Michiel Wijlhuyzen. Hij kende haar lesrooster bij wijze van spreken uit zijn hoofd. Michiel had één broer, Id die hij vroeger bewonderde Er waren avonden dat hij liever met Id dan met Hella uitging. Gedrieën gingen ze naar Martins'. Michiel ging overdag werken en 's avonds Frans studeren. Z'n ouders stierven kort na elkaar, en samen met Hella gingen ze in het ouderlijk huis wonen.
Als ze terugkomen van het fietsen zegt een buurjongen: 'Weten jullie dat de sporthal is verkocht?' Michiel heeft zijn opzet van de dissertatie, toen hij erachter kwam dat in Berlijn ook iemand met hetzelfde onderwerp bezig was. Daarna had hij zich een tijdlang in zichzelf teruggetrokken. Hij had zich opgesloten in zijn kamer en was begonnen te drinken.
Hella bezoekt haar vader die na de dood van haar moeder alleen woont. Ze logeert in de kamer van haar zus Claire. Vader heeft een brief van Claire gekregen dat ze weer naar Nederland zouden willen komen. Zou er nog plaats zijn voor de arts Oscar in het ziekenhuis? Haar moeder heeft altijd voorspeld dat er bij hun terugkomst misschien geen plaats meer in het ziekenhuis zou zijn. Als Hella vraagt of haar vader mama nog wel eens mist, dan zegt hij: 'nee, nooit’. Hella's vader is zijn hele leven al verliefd op Conny. Richard, haar man, is kort geleden overleden. Vader is omwille van de kinderen bij zijn een half jaar geleden overleden vrouw gebleven. Hij hield echter veel meer van Conny. Zij was ook de reden dat hij niet naar Kenia was gegaan, omdat hij van mening was dat Conny hem nodig had.. Mama had van zijn liefde voor Conny geweten. Kort voor Hella naar Kenia ging, was Richard overleden. Hella weet dat Michiel Richard ooit eens betrapt heeft in Tiffany met een veel jongere vrouw. Als Hella met haar vader in de stad net naast Martins' zit te eten, denkt ze terug aan de fameuze nacht in Martins', waar ze iets heeft uitgespookt met Id, de broer van Michiel.
José is 27 jaar en is twee middagen per week hulp in huis voor Hella. Haar tante noemt haar zwakbegaafd. Ze heeft haar vader nooit gekend en haar moeder was uit de ouderlijke macht gezet. Emmy, zijn oudere minnares, vrouw van een arts, belt hem thuis op, wanneer José aanwezig is en hij kan haar daarom nu niet te woord staan.
Deel 2
Michiel is 32 jaar en al een poosje werkloos. Hij is enige tijd als leraar ingevallen, maar dat werd eigenlijk een mislukking.. Hij wordt door de buren gebombardeerd tot voorzitter van actiegroep tegen de aanwezigheid en de overlast van de sporthal in hun wijk. Samen met mr. Wouters gaat hij de strijd aan. Zo krijgt hij voor zichzelf het gevoel dat hij met iets zinnigs bezig was. Berkhof, eigenaar van het land, had er in 1970 een koetshuis op gebouwd. Toen het klaar was, werd het een sporthal.
Later zit Michiel met Emmy in een bar wat te drinken. Zij is 41 jaar en getrouwd met Wim, een internist van wie ze wil scheiden. Michiel wil eigenlijk wel van de relatie met haar af, maar kan het niet uitmaken. Hij houdt in feite van Hella. Emmy zegt dat er een andere man achter haar aan zit, omdat ze een bos bloemen heeft gekregen. Michiel denkt dat het betreurenswaardig is dat ze niet eens door heeft dat hij haar de bloemen heeft gestuurd.. Ze heeft een flat gekocht in de hoop dat ze elkaar nu wat gemakkelijker kunnen ontmoeten.
Hella had net als Claire graag willen studeren. Om nog wat van haar leven te maken heeft ze zich opgegeven voor een cursus remedial-teaching.
Claire is alleen op Schiphol aangekomen. Oskar zal mogelijk iets later komen.
Michiel droomt dat de hal weg zou kunnen zijn en dat z'n tuin helemaal vol planten staat met daarin Hella als stralend middelpunt: 'Zo'n herfst zou schitterend zijn'.(titelverklaring) Berkhof is de eigenaar van de hal, maar als Michiel naar hem toe gaat om over de vrije doorgang te praten, zegt deze dat hij de hal zojuist had verkocht aan Wegman & Loos.
Michiel ontvangt voor het eerst in z'n leven een expresbrief. Het is een brief van Wouters waarin Berkhof en/of Wegman & Loos gesommeerd worden loodsen/opstallen te verwijderen. Wouters komt vertellen dat Loos er met ƒ 800.000,- vandoor is gegaan, waardoor Wegman in liquiditeitsproblemen is gekomen.
In een vertrouwelijk gesprek met haar zus Claire zegt Hella dat ze niet erg gelukkig is en niet erg ongelukkig. Ook Hella zoekt vergeefs naar een plaats in die wereld. We zien haar worstelen met haar gevoel minderwaardig te zijn– dit versterkt door de oordelen van in het bijzonder haar jongere zus Claire, die alles vertegenwoordigt wat Hella had willen zijn, maar de moed niet had er haar ouders om te verlaten en ze verdriet te doen. In Kenia, waar ze bij Claire op bezoek is geweest, is dat contrast nog eens pijnlijk duidelijk geworden. Wanneer Claire in Nederland op bezoek komt, wordt Hella verteerd door zich in een extreem hoog tempo afwisselende tegengestelde gevoelens van tederheid en afkeer.
Ze denkt dat ze een slechte moeder is voor haar vierjarige dochter Yvonne, heeft het gevoel minder te zijn dan de anderen. Michiel heeft zolang Frans gestudeerd en nu pas blijkt hij ongeschikt te zijn voor het onderwijs. Hij maakt zich nu weer zo druk over de hal, als surrogaat voor de echte belangrijke activiteiten.
(flashback) In de nacht van Martins' deed Hella heel lief tegen Michiel. Hij was teruggegaan naar Martins' om haar op te halen terwijl hij wist dat ze bij Id was geweest. Toen ze hem kuste dacht Michiel dat Hella aan Id dacht. Toen begon hij haar te slaan, zo maar. Voor het eerst had hij ervaren wat verlatenheid was en had hij zich eenzaam gevoeld. Had Hella die nacht na Martins' nog contact met Id gezocht? Zagen ze elkaar nog steeds?
Deel 3
Mr. Wouters komt met een brief waarin staat dat een kort geding is afgewezen, omdat de zaak te complex is en dat de overlast voor de buren overdreven is. Hella heeft de minnares van Michiel, Emmy Hansman, in de stad gezien. Ze zegt tegen Michiel dat hij Emmy aan het lijntje houdt en dat hij zich niet echt voor haar interesseert. Hij moest haar maar vertellen dat hij geen zin in een verhouding heeft en dat hij van Hella houdt. Tijdens haar vakantie in Kenia heeft Hella gemerkt dat ook het huwelijk tussen Claire en Oskar niet ideaal was. Ze had Claire ook verteld dat ze ooit eens met Id had geslapen.
Bij de notaris worden de villa en hal, in gebruik als sporthal, geveild. Alles wordt gekocht door de heer Onvlee. Maar als die flauw valt, neemt Blanke het over. Deze bezit al de halve omgeving. Hella's vader schenkt de juwelen van z'n vrouw aan Claire en Hella. Ze mogen ze best laten omsmelten, want hij hecht er geen enkele waarde aan. Nog steeds heeft Oscar niets van zich laten horen.
Michiel gaat in de inmiddels lege sporthal kijken. De hal vergelijkt hij met de Titanic: de ondergang van een schip, de ondergang van een droom.
Deel 4
(flash back ) Nadat Michiels pogingen een proefschrift te schrijven op niets uitgelopen waren, had hij zich een tijdlang in zichzelf teruggetrokken. Hij had zich opgesloten in zijn kamer en was begonnen te drinken. Als reactie hierop had zijn vrouw Hella zich op een avond in Martins’ bar laten gaan met zijn broer Id. Ze had de hele avond met hem gedanst en was tot diep in de nacht bij hem gebleven. Tegen half zes ‘s morgens was Michiel in de bar teruggekeerd. “Ze voelt Michiels blik. Er is geen muziek meer. Ze grijpt Ids hand, drukt haar lippen tegen zijn hals, draait zich om” (p. 188). Michiel kan het zichzelf niet vergeven dat hij naar Martins’ is teruggegaan om zijn vernedering te aanschouwen.
Derek, Ekeris en Lucas komen langs. Ze willen op het koetshuis een nieuw servituut vestigen, d.w.z. berusten in de aanwezigheid, en afzien van welke actie dan ook. Als tegenprestatie kan Michiel een stuk aangrenzend land voor een zeer scherpe prijs kopen. Blanke is inmiddels bezig andere panden aan de Singel op te kopen.
Emmy belt Michiel weer op. Ze heeft een eigen flat waar het naambord van de vorige bewoonster nog op staat: J. van Joolen. Zo blijft ze lekker onvindbaar.
Oscar zal niet op de afdeling gynaecologie van het ziekenhuis terug kunnen komen en Claire heeft ook al bij enkele scholen tevergeefs gesolliciteerd. Michiel biecht Hella op dat hij een afspraak heeft gemaakt met Emmy.
Deel 5
De hal is voor Michiel onwezenlijk geworden, als een dode herinnering. Hij heeft een afspraak met Emmy verzet. Hij wil eigenlijk het liefst van haar af. Michiel laat zich door Hella wegbrengen naar Emmy. Deze is onaangenaam verrast als ze verneemt dat Michiel niet de hele avond zal blijven, en Hella hem een uur later weer op zal komen halen.
Wouters brengt het bericht dat, volgens een tussenvonnis, de loods afgebroken moet worden. De tegenpartij heeft echter al hoger beroep aangetekend. Hella is het beu om op de moeilijke brieven van Wouters te wachten. En Michiel wil ook niet promoveren, hij probeert ook geen ander werk te vinden, alleen de hal zal misschien worden afgebroken. Alles lijkt zo zinloos.
Hella gaat naar Emmy, nu alleen. Ze is niet thuis, maar krijgt de sleutel van een buurvrouw. Is ze gegaan uit nieuwsgierigheid of uit woede? Hella weet dat Emmy Michiel wil hebben. Hij is niet gewoon tegen haar opgewassen.
Als Michiel met Yvonne en Hella gaat fietsen, biecht hij haar op dat de hal voorbij is, dat hij sinds lange tijd weer eens gesolliciteerd heeft en dat hij de Singel ook beu is. Hella realiseert zich dat de liefde tussen hen ook op is, volledig geconsumeerd. De hal had Michiel tijdelijk hoop gegeven, dat hij er iets mee kon temmen, iets mee kon tegenhouden wat dreigde te ontsnappen, iets wat alles bij elkaar hield. Toch houden ze nog van elkaar. Maar buiten Hella is er toch de grote, wanhopige liefde. Was Martins' toch de voorbode voor Michiel geweest van het uiteindelijke definitieve verlies van zijn vrouw?
Claire realiseert zich intussen dat ze Oscar nooit meer zal zien. Toch wil ze terug naar Kenia. Hella ontdekt dat Claire haar ontglipt is. Ze lijkt teveel op hun moeder. Claire kan het in Holland niet meer uithouden. Ze gaat terug naar Kenia, met haar vader.
'Hou je van Michiel?' vraagt Claire. 'Ik zou hem nooit kunnen verlaten’. zegt Hella. 'En Id?' 'Die was de onderbreking van de monotonie.'
Michiel heeft zijn afspraak met Emmy. Ze gaan in Amsterdam naar de bioscoop, eten wat, maar na een vluchtig avontuurtje in de struiken naast een parkeerstrook zet hij haar weer af bij haar flatje en, hoewel hij beloofd had vierentwintig uur bij haar te blijven, gaat hij terug naar huis, waar hij Hella echter niet aantreft.
Id en Mary lezen in de krant over de sporthal. Id ziet nog steeds tegen zijn broer Michiel op. Z'n psychiater zei ooit dat hij homo-erotische gevoelens voor z'n broer had.
Hella is intussen in de stad Claire kwijtgeraakt. Ze begint te dwalen door het centrum, terwijl nare herinneringen aan vroeger haar bestormen en haar steeds verwarder maken. Ze vraagt overal naar Claire, ze vraagt naar Id en zijn vriendin Mary, tot ze tenslotte in een café door twee mannen wordt meegenomen naar een binnenplaatsje, waar ze haar misbruiken
Daarna vindt Hella zich terug in haar vaders bed. Als ze beseft dat ze niet meer in haar ouderlijk huis hoort, laat ze zich door een taxi naar het centrum brengen, waar Michiel haar vindt. Er is aan beide zijden grote stilte voelbaar: Michiel hoopt nog steeds dat alles goed zal komen, probeert zijn vrouw iets toe te roepen, maar hij heeft geen macht meer over zijn stem: ze spreken niet meer dezelfde taal.
Recensies en waardering
Een nieuw boek van Siebelink werd in de tachtiger jaren door vrijwel alle kranten beschreven, omdat hij toen als een belangrijk auteur werd beschouwd. In vrijwel alle recensies die op de Literom website te vinden zijn, wordt de roman van Siebelink geprezen als de beste roman tot dan toe. Belangrijk zijn de recensies van August Hans den Boef in De Volkskrant van 15 april 1980 en van WAM de Moor in De Tijd op 6juni 1980. De laatste is heel positief: “‘De herfst zal schitterend zijn’ is in literair opzicht het beste wat Siebelink heeft geschreven en u weet dat ik hem van het begin af aan hoog heb staan. Dit boek zal de winkel en de bibliotheek uitvliegen.”
Over de schrijver Jan Siebelink
(Bron:Jan Siebelink)
Op 13 februari 1938 ben ik geboren te Velp. Na een jaar verhuisden mijn ouders naar Bergweg 17, waar mijn vader een kleine bloemisterij begonnen was. Ik groeide op in een godsdienstig ‘zwaar’ milieu. Mijn vader, na een hemels visioen, had zich aangesloten bij een streng orthodoxe groepering. Omdat hij de christelijke school te licht vond, bezocht ik de Openbare Lagere school 1, aan de Jan Luykenlaan. Kinderen uit dit protestantse middenstandsmilieu behoorden het verder te schoppen dan hun ouders. Via de ulo kwam ik op de kweekschool, werd onderwijzer in Laag-Soeren, en studeerde in mijn vrije tijd Franse taal- en letterkunde. Tijdens die studie kwam ik in aanraking met de Franse auteur van Nederlandse afkomst J.-K. Huysmans. Zijn decadente roman A rebours maakte door zijn verblindende stijl, religieuze preoccupatie en verheerlijking van het kwaad een verpletterende indruk op mij. Ik heb het boek vertaald onder de titel Tegen de keer. Op de avond van de dag dat ik de vertaling inleverde, schreef ik in de huiskamer van mijn moeder, op de plaats waar mijn vader was overleden, mijn eerste verhaal: ‘Witte chrysanten’. Daarin wordt op subtiele wijze door de zoon wraak genomen op de bloemenwinkelier die de vader had vernederd. Met vier andere verhalen vormde dit mijn debuut Nachtschade (1975). Het boek viel op omdat het door zijn zwartromantische motieven als verval, dood. religie, afstand nam van het anekdotische realisme dat toen in de Nederlandse letteren heerste. Voor zover ik een bewuste bedoeling had, wilde ik een naadloze verbinding tot stand brengen tussen het Hollandse realisme en de Franse literatuur uit het 19e-eeuwse fin-de-siècle. Over Nachtschade schreef Jan Geurt Gaarlandt in Vrij Nederland: ‘Als er zoiets bestaat als een volmaakt verhaal, dan is dat “Witte chrysanten” ’.
Een aantal nauwelijks opvallende gebeurtenissen en feiten uit de werkelijkheid door de verbeelding en de betovering van de stijl tot iets groots transformeren – dàt is voor mij literatuur. In mijn romans en verhalen gaat het altijd om gewone mensen, maar door intens licht op hen te laten vallen, komen ze los van de werkelijkheid en worden tot raadselachtige personages. Literatuur hoort mensen bijzonder te maken.
In dat oerverhaal ‘Witte chrysanten’ zitten reeds alle motieven die ik later in mijn grote romans ‘De herfst zal schitterend zijn’ (1980), ‘En joeg de vossen door het staande koren’ (1982),’ De overkant van de rivier’ (1990), zal uitwerken. Geleidelijk aan werd duidelijk wat die steeds terugkerende motieven waren: de kwekerij die steeds meer het beeld zou worden van het verloren paradijs, het duistere geloof van de vader dat, hoe exact en liefdevol beschreven, nooit begrepen zal worden, het middelbaar onderwijs, de sociale rangorde in een ogenschijnlijk genivelleerde samenleving en bovenal de jeugdjaren in het land van herkomst: Velp en omstreken.
In de loop der jaren behield ik van de decadente thematiek alleen de verfijnde waarneming en mijn gevoel voor een broeierige atmosfeer over. Het leven op een school staat al centraal in mijn eerste roman ‘Een lust voor het oog’ (1977). Ik verwierf mij er een plaats mee naast Bordewijk die mij inspireerde bij de naamgeving van de personages. De ontwikkeling van het schoolthema (van Mammoetwet tot en met studiehuis) is ook interessant omdat zij mijn groei aangeeft van gekwelde dandy ( Een lust voor het oog) tot bezonnen commentator en scherp waarnemer (Laatste schooldag, 1994).
Vanaf mijn eerste boek is het altijd mijn wens geweest om als mannelijk auteur een klassieke romanheldin te scheppen. De wereldreizen in mijn jongste jeugd gingen allemaal naar ‘De overkant van de rivier’, naar Lathum en Duiven, geboorteplaatsen van mijn ouders en voorouders. In ‘De overkant van de rivier’, die bijna een eeuw omspant, beschrijf ik het leven van een sterke vrouw, van Hanna Innemee. Zij, eenvoudig boerenmeisje, komt terecht in een situatie die het uiterste van haar vergt. Ze slaagt erin het hoofd boven water te houden
In de roman ‘Vera’ maak ik opnieuw een vrouw tot hoofdfiguur. Nu is het een Haagse, uit de gegoede middenklasse. Opnieuw een krachtige vrouw. Ik geloof dat de vrouw sterker is dan de man, dat zij een groter reservoir aan kracht bezit dan de man om de wereld aan te kunnen. Ik denk ook, – ik besef dat mijn bewering gewaagd is – dat vooral mannelijke auteurs in staat zijn om onuitwisbare vrouwenfiguren te scheppen. In de literatuur zijn er vele voorbeelden: Madame Bovary van Flaubert, Eline Vere van Couperus, Ina Damman van Vestdijk. Waarom zouden mannen dat beter kunnen? Misschien omdat zij meer oog hebben voor het raadsel van de vrouw. Een vrouwelijk auteur wil haar heldin helemaal transparant maken. Een mannelijk auteur zal het raadsel heel willen laten.
De laatste tijd rezen er problemen bij mijn uitgever. Vele auteurs vertrokken. Ik ging naar De Bezige Bij, waar ik mij direct thuis voelde en waar inmiddels een historische roman over Margaretha van Parma (Margaretha). is verschenen.”
In januari 2005 is “Knielen op een bed violen” verschenen, waarin Siebelink afrekent met het te strenge calvinistische geloof van zijn vader, die het gehele gezin ten gronde richt vanwege zijn geloofsovertuiging.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

Wat voor geldtype ben jij?
Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!