
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Clark Accord – Tussen Apoera en Oreala (2005)
Gebruikte editie
De eerste druk verscheen in een fraai gebonden uitgave in januari 2005 bij de uitgeverij Vassalucci te Amsterdam. De ondertitel van de roman luidt: “Een liefdesgeschiedenis in de regenwouden.” De roman telt 296 bladzijden. Op de kaft staat een afbeelding van twee gifblauwe kikkertjes die op een rode orchidee met een geel hart achter elkaar zitten. Het zijn twee okopipi’s (zie voor de symboliek die hierin schuilt verder onder het thema van de roman).
Motto en opdracht
Het boek heeft geen motto, wel een opdracht. “Dit is een geschiedenis van liefde, die ik opdraag aan mijn moeder, mijn voorbeeld dat liefde eenmaal gegeven onvoorwaardelijk is. Op jonge leeftijd beroofde ziekte mijn vader van zijn kracht. Na vijftig jaar zijn ze nog samen. Dat is liefde.”
Aanrader/afrader?
Accord werd populair met zijn eerste roman: De koningin van Paramaribo. Deze tweede roman komt toch heel wat verwarrender over. De lastige namen van de personages overvallen de lezer die zich in het Surinaamse regenwoud eerst zelf een weg moet banen, voordat hij goed en wel begrijpt waar alles over gaat. Dat leest niet erg prettig. De proloog van de roman roept heel wat vragen op. Gaandeweg gaat alles wat eenvoudiger, maar erg spectaculair verloopt de liefdesgeschiedenis niet. Het is de vraag of de rationeler ingestelde Nederlandse lezer zich kan identificeren met het mytheachtige verhaal van Accord.
Het is mij niet meegevallen.
Genre
Het boek is een onvervalste liefdesroman.
Aanleiding voor het schrijven van de roman
Tijdens een van zijn bezoeken aan Suriname kwam Accord in contact met Joseph Jeffrey, een oude indiaan die hem vroeg een boek te schrijven over de Arowak-indianen die dorpen als Apoera en Oreala in het Surinaamse en het naburige Guyanese regenwoud hadden gesticht. Accord had echter ook een persoonlijke invalshoek nodig. "Toen vertelde Joseph dat zijn opa op een gegeven moment was weggegaan om hout te kappen en dat zijn oma er pas later achterkwam dat hij in de tussentijd bij een andere vrouw was gaan wonen.” Dat kleine gegeven werd voor Accord het uitgangspunt van zijn grote verhaal. Door gesprekken met andere Arowak-indianen en hun afstammelingen vergrootte hij zijn kennis van hun cultuur en geschiedenis. Al die mondelinge overleveringen komen samen in het bedwelmende Tussen Apoera en Oreala.
In zijn hart wist Accord echter dat zijn tweede boek er zou komen. "De eerste vijftig pagina's had ik al. Toen ik er klaar voor was, heb ik me teruggetrokken in een kasteel in Frankrijk en de rest in drie weken geschreven. Geen radio, geen televisie, op het laatst zat ik zo in het verhaal dat ik nog maar één uur per nacht sliep omdat ik niet kon stoppen met schrijven."
Verhaalopbouw
Het boek heeft een proloog en vervolgens vier met titels van plaatsen aangeduide delen die weer in onderdelen verdeeld zijn. Deze onderdelen worden aangegeven met 3 sterren.
- Proloog: Het vertrek van Joerhi-tokorno (blz. 9-14)
- Een: Oreala (blz. 17-103)
- Twee: Wajapoch (blz. 107-127)
- Drie: Apoera (blz. 129-274)
- Vier: Georgetown (blz. 277-296)
Het verhaal wordt niet-chronologisch verteld. De proloog en deel II spelen eeuwen eerder dan de liefdesgeschiedenis van Sathobang en Kolâsji. Maar ook in deel I komt een grote flashback voor als aan het einde daarvan verteld wordt hoe de zoon van Sathobang als rubbertapper aan zijn einde is gekomen.
Titelverklaring
De titel van de roman is niet moeilijk te verklaren. De geschiedenis van de geliefden speelt zich af tussen deze twee plaatsen in het Surinaamse regenwoud.. In Apoera woont de nieuwe liefde van Kolâsji en in Oreala woont zijn eerste geliefde Sathobang. Hij pendelt ook enkele keren tussen deze twee dorpen heen en weer, omdat hij niet zo goed weet voor welke liefde hij moet kiezen. Aangezien Jajana ook tot het Christendom bekeerd is, laat hij Sathobang in de steek. Aan het einde van de roman vertelt hij in Georgetown de geschiedenis over de okopipi’s en zegt dat ze weliswaar met de rug naar elkaar staan op de afbeelding, maar dat ze heel veel van elkaar houden.
Ruimte en tijd
De ruimte is het Surinaamse Amazone-regenwoud, langs de bovenloop van de Corentijn, waaraan de dorpen Apoera en Oreala gelegen zijn. De dorpen zijn nederzettingen van Indianenstammen. De van Surinaamse afkomst zijnde schrijver heeft hier in de verhalen opgedaan over de riten en de mythen rondom een liefdesgeschiedenis.
Uit de gegevens valt niet op te maken wanneer de geschiedenis zich afspeelt. Wel is er in het vierde deel melding van een motorschip waarmee de hoofdfiguur naar Georgetown vaart. Het zou wel eens aan het begin van de 20e eeuw kunnen spelen.
Perspectief
De vertelling is in handen van een alleswetende verteller, die impliciet aanwezig is. Je voelt hem wel, maar je kunt hem niet direct aanwijzen. Een dergelijke verteller is wel noodzakelijk omdat een gedeelte van de roman mythisch is over de voorvaderen van de beide hoofdfiguren. De mythe wordt door Accord in het verhaal verweven.
Thematiek
Uit de ondertitel kan eenvoudigweg worden opgemaakt dat het thema in deze roman de liefde is. En zoals zo vaak in d eliteratuur is er sprake van een onmogelijke liefde. Sathobang en Kolâsji zijn een liefdespaar, dat een probleem krijgt als hun zoon Sasamali omkomt bij zijn werkzaamheden als rubbertapper. Daarna krijgt Sathobang het emotioneel heel moeilijk en ze raakt verwijderd van Kolâsji. Ze denkt dat de dood van haar zoon de wraak is van haar god Adjali, omdat haar man zich tot christen heeft laten bekeren. Ze moeten sinds de dood van hun zoon zorgen voor hun kleinzoon Binali. In werkelijkheid is Binali niet meer dan bliksemafleider van het wederzijdse ongenoegen. In weerwil van de aanvankelijke passie van de twee gelieven heeft er altijd een diepe kloof tussen hen beiden bestaan. Om het te formuleren in termen van een verhaalmotief dat zichtbaar is gemaakt op het omslag: Kolâsji en Sathobang hebben altijd met de ruggen naar elkaar toe geleefd, net als twee okopipi's, gifkikkertjes die met het diepe zwart van hun vel de natuurlijke vijanden te verstaan geven dat ze niet te vreten zijn. Die verwijdering is er gekomen, omdat Sathobang de oude, heidense godsdienst blijft aanhangen en Kolâsji gekerstend is en in God gelooft. Hij verzet zich tegen de oude heidense gewoonten en rituelen. Dat brengt een verwijdering teweeg die er voor zorgt dat Kolâsji zich in de armen stort van een lichamelijk aantrekkelijk vrouw in het naburige dorp. (het femme fatale motief)
Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen, is dus het tweede thema in deze roman van Clark Accord. In Surinaamse termen zegt Benwa, de zus van Sathobang, dat de goden hun hangmat wel eens tussen hen in zouden kunnen plaatsen.
De motieven die een rol, spelen zijn: seksualiteit, de dood (van o.a. de zoon van Sathobang) de inwijdingsrituelen (voor de jongens in het dorp de “mierenproef”) overspel (Kolâsji werpt zich in de armen van een andere mooie vrouw in Apoera), de relatie met de goden (de stammoeder die zich heeft opgeofferd voor het dorp en vanaf de plaats waar de zielen zetelen zich probeert te bemoeien met de familieleden op aarde)
Samenvatting van de inhoud
Er zijn eigenlijk twee verhaallijnen: de geschiedenis die in de proloog en deel Twee naar voren komt en de liefdesgeschiedenis van Sathobang en Kolâsji.
Het vertrek van Joerhi-tokorno.
In de proloog wordt verteld dat een jonge moeder Joerhi-tokorno afscheid neemt van haar pasgeboren dochtertje die als het ware een rituele doop ondergaat en de medicijnman van het dorp haar een zegen bezorgt. Het is voor de lezer heel onduidelijk hoe je die proloog moet plaatsen. Pas in deel Twee wordt het vervolg van de geschiedenis verteld: een inlands verhaal dat eeuwen geleden heeft gespeeld. In die tijd waren er veel indringers in het Surinaamse regenwoud, die roven en plunderend door het woud trokken, vooral om te profiteren van de goudvoorraden. Een van deze benden van de Ekekoeli komt in de buurt van het dorp Wajapoch. De hoofdman komt een keer onverwacht oog in oog te staan met Joerhi-tokorno en wordt meteen op haar verliefd. Hij doet het indianenhoofd van Wajapoch een voorstel: wanneer Joerhi-tokorno aan hem overgeleverd wordt, waardoor hij met haar kan samenwonen, zal hij het dorp Wajapoch sparen voor de ondergang. In het dorp wordt er een grote morele druk gelegd op Joerhi-tokorno. Die is namelijk getrouwd en zwanger van een dochtertje. Dat laatste maakte haar zo mooi en dus aantrekkelijk voor de Ekekoeli-hoofdman. Om het dorp te redden gaat ze toch naar deze man toe en laat dus haar kind (dat later stamhoofd) zal worden en haar man achter. De roverhoofdman houdt inderdaad zijn woord en spaart het dorp. Later als de Ekekoeli-man al lang gestorven is, gaat ook Joerhi-tokorno dood. Maar in deel III wordt ze weer opgevoerd als ze in een soort hemel haar laatste nakomeling Binali wil behoeden en zo wil ingrijpen in de liefdegeschiedenis van Sathobang en Kolâsji. Ze komt in de vorm van een blauw kikkertje, de okopipi in de buurt van Sathobang om die te beďnvloeden.
De liefdesgeschiedenis van Sathobang en Kolâsji
Deze “love story” wordt verteld in deel Een (Oreala) en deel III. (Apoera) Het verhaal begint als de kleine Binali ’s morgens wakker is en graag met zijn opa Kolâsji op jacht zou willen gaan. De jongen is 8 jaar en mag van zijn oma Sathobang niet mee met opa. Als zij naar de wasplaats in de rivier loopt en denkt dat hij nog slaapt, trekt hij snel zijn kleren aan en loopt zijn opa Kolâsji achterna. Die wil hem wel meenemen, want hij is dol op de jongen, maar vreest zijn vrouw in deze materie die voor de kleine Binali veel strenger is dan hij zelf. Hij was al een keer eerder meegegaan op de jacht en toen hij terugkwam, was hij met harde hand opgewacht door Sathobang. Het dorp had er luid over gesproken hoe ze haar kleinzoon een pak slaag had verkocht.
De jacht gaat die dag heel erg goed: ze vangen een hert en een eenvoudige loopvogel. Binali is heel trots dat hij zijn opa zo goed geholpen heeft. Vol goede moed, maar ook met angst voor Sathobang aanvaarden ze de terugweg.
In het dorp zelf is Sathobang erachter gekomen dat Binali weg is en ze gaat hysterisch te keer. Haar zus vindt dat ze na de dood van haar zoon Sasamali heel vreemd reageert op dingen. Ze gaat, hoewel ze een hekel aan die vrouw heeft, naar de schoonmoeder van haar overleden zoon. Deze wil haar eigenlijk niet te woord staan omdat ze haar kleinzoon Binali bijna nooit ziet. Maar als ze ziet dat Sathobang erg lijdt onder de verdwijning, gaat ze toch mee naar een soort medicijnman in het dorp, die in een visioen ziet dat Binali bij zijn opa is en dat hij niets mankeert. Hij krijgt ook een visioen door van Sasamali. Sathobang is steeds erg bang dat haar eigen god Adjali wraak zal nemen op het feit dat haar Kolâsji de Christelijke godsdienst heeft aangenomen, toen hij als jongetje bij de zending was. Maar hij was ook een aantrekkelijke partner, omdat hij kon lezen en schrijven. De liefde begint onstuimig, maar nadat haar zoon Sasamali vertrokken is, bekoelt de liefde tussen Sathobang en Kolâsji toch wel.
Als ze bij de medicijnman zijn, wordt de geschiedenis van haar zoon Sasamali in het boek verteld. Hij is met zijn vriend Tjibi weggetrokken uit het dorp om geld te verdienen als rubbertapper. Ze werken keihard samen en verdienen veel geld, totdat ze allebei scheurbuik krijgen en dus ernstig ziek worden. Barbaars zijn ook de zogenaamde genezende rituelen. Tjibi overleeft de koortsen van de ziekte, maar Sasamali sterft een pijnlijke dood. Hij wordt in het dorp begraven, waar hij als rubbertapper werkte. Tjibi gaat terug naar Apoera. Schrijnend is de aankomst wanneer Sathobang en de vrouw van Sasamali merken dat de rubbertapper niet is teruggekeerd. Het verdriet is erg groot. Binali heeft geen vader meer.
In deel Drie komt Binali terug met opa van zijn jacht en Sathobang reageert helemaal niet zoals ze hadden verwacht. Ze doet deze keer heel lief tegen Binali en is ook lief voor Kolâsji. Ook de dagen daarna is Sathobang seksueel benaderbaar voor Kolâsji en die vraagt zich waarvan die ommekeer gekomen is. Niet lang daarna komt de aap uit de mouw. Sathobang wil Binali de initiatie laten ondergaan die alle jongens uit het indianendorp moeten ondergaan: de mierenproef. Kolâsji vindt dat een heilige rite en wil zijn toestemming daaraan niet verlenen. Sathobang gooit het op het verbond dat ze ooit hebben gesloten toen Binali jong was en de ouders van hem en Tjibi elkaar beloofd hadden dat hun kinderen het inwijdingsritueel zouden ondergaan. Het meisje is intussen ongesteld geworden en dus moet Binali eraan geloven, vindt Sathobang. Kolâsji blijft zich verzetten, maar het komt toch zover dat Binali de mierenproef ondergaat. Kolâsji heeft dat vroeger zelf ook moeten ondergaan en weet zich de pijn nog heel goed te herinneren. Bovendien had hij bij terugkomst in het christelijk internaat ongelooflijk op zijn donder gehad, omdat hij meegedaan had aan een heidens ritueel. Er is dan ook dagelijks ruzie tussen Sathobang en Kolâsji, wat Binali heel erg vindt.
Kolâsji verwijdert zich daarna van Sathobang. Ook letterlijk, want hij gaat in een dorp verderop als houtzager werken. Omdat hij om cassavebrood verlegen zit, gaat hij in het dorp Apoera brood kopen. De kapitein van het dorp stuurt hem langs een mooie vrouw Jajana. Die is inderdaad knap en aantrekkelijk en ze heeft hem al snel in haar ban. Als hij na enkele weken terug wil gaan naar Oreala en Sathobang, maakt hij resoluut rechtsomkeert in zijn kano en gaat naar Jajana, waar hij liefdevol wordt ontvangen. Ze gaan samenwonen. Thuis wacht Sathobang op hem, maar ze gaat hem vooralsnog niet opzoeken. Binali wil dat wel doen.
Dan komt de interventie vanuit de hemel, waar Joerhi-tokorno vindt dat ze haar laatste nazaat Binali moet beschermen en dat deze een opa nodig heeft om de Surinaamse riten en gewoonten te leren. Na overleg met andere zielen besluit ze naar aarde te gaan en doet dat in de vorm van een oud naakt vrouwtje of in de gedaante van een kikker. (de kikker die symbool staat voor hun liefde, de okopipi) Zo benadert ze Sathobang. Die legt alles aan aan Sathobang uit: `Zijn god of Adaji, het is allemaal een pot nat. Kolâsji is een goed mens en daar gaat het om'. Sathobang is aanvankelijk heel wantrouwend, maar heeft aan het einde door dat het haar stammoeder is. Ze gaat dan met Binali naar Apoera en brengt Jajana een onverwacht bezoek. Die schrikt wel maar Kolâsji is niet van plan te verkassen naar Oreala. Toch keert hij enige tijd later weer terug bij Sathobang, maar zijn hart blijft achter bij Jajana. Hij vertrekt daarom weer naar het dorp om met als houtkapper in de weer te gaan. Ook nu keert hij niet meer naar Apoera terug, maar hij blijft opnieuw bij Jajana. Sathobang is het lachertje van het dorp op deze manier.
Kolâsji verrast Binali een keer als hij hem met een motorschip komt ophalen en hij enkele dagen mee neemt naar een stadje in de buurt. De reis wordt een sof wanneer Jajana echtscheiding voor Kolâsji gaat aanvragen, omdat Sathobang oud zou zijn en nauwelijks zou kunnen lopen. Nu gaan de ogen van Kolâsji open en is het met zijn liefde voor Jajana eigenlijk over. Sathobang moet zich enkele maanden later gaan melden in het stadje, maar als de ambtenaar haar ziet, merkt hij dat Jajana hem voorgelogen heeft over de fysieke toestand van Sathobang en hij zegt dat hij de scheiding niet zal doorzetten. Einde deel Drie.
In deel Vier gaat Kolâsji naar Georgetown, waar hij vroeger in het christelijk internaat heeft gezeten. Oude herinneringen (de strenge paters en hun straffen) komen weer boven en als hij ziet dat ze een conciërge zoeken, meldt hij zich en hij wordt meteen aangenomen. Hij leert de jongens uit het internaat van alles o.a. over de natuur. Zo vertelt hij op een dag aan een aantal jongens wanneer hij in de botanische tuin twee gifblauwe kikkertjes ziet op een rode orchidee met een geel hart, wat daarvan de betekenis is. “Ze heten Sathobang en Kolâsji, die twee blauwe kikkers op het blad. Ze wonen in het regenwoud in de omgeving van Oreala. Wat je ziet is een onderdeel van het paringsritueel. Laat je geen zand in de ogen strooien door hun houding. Alhoewel het vrouwtje haar rug naar het mannetje heeft toegekeerd, houden ze zielsveel van elkaar. Dat is haar manier om zijn lust op te wekken. ….Maar dat is een lang verhaal. Een verhaal over de liefde. Ze houden zoveel van elkaar dat ze elkaar het leven onmogelijk maken. Maar het komt uiteindelijk toch nog goed met hen.” Diezelfde gedachte heeft Joerhi-tokorno ook al in de zielenhemel uitgesproken.
Recensies in de kranten
Arjen Peters recenseert in De Volkskrant onder de titel “Tussen de pissende weergoden” de roman op 21 januari 2005. “Net als toen hij zijn eerste roman schreef, De koningin van Paramaribo (1999), ondervond Clark Accord bij het schrijven van zijn nieuwe roman Tussen Apoera en Oreala de nodige steun van niemand minder dan de Heer. Nadat hij achter in de langverwachte opvolger van zijn veelgelezen debuut allerlei leden van de Aworak-stam in het Amazone-regenwoud heeft bedankt voor hun inspiratie om wederom een mengvorm van oral history en fictie tot stand te brengen, eindigt Accord met: 'En bovenal dank ik de Heer.” Vervolgens vraagt Peter zich in de gehele recensie af, waarbij Onze Lieve Heer hem dan wel gevonden heeft, omdat hij vindt dat het verhaal nergens op gang komt. Af en toe prijs hij de stijl. “Wat telt is dat Accord erin slaagt versteende uitdrukkingen hun betekenis terug te geven. Een man versmelt met een geliefde 'om zijn vuur te blussen'. 'In Binali zag hij zijn eigen zoon, die veel te vroeg naar de eeuwige jachtgronden was vertrokken.' 'Binali's humeur was door het geschenk als een blad aan een boom omgeslagen.' En voor een moment zie je werkelijk vuur, jachtgronden en boomblad. Zoals je na verloop van tijd de klappen van mensenhanden op het vlakke water leert onderscheiden. De lezer kan aldus contact maken met een orale sage van heinde en verre. Dat verbond is reëler dan het verhoopte weerzien tussen de twee belangrijkste personages. Dus mocht de Heer de schrijver dáártoe hebben geholpen, dan voegen wij zonder aarzeling onze dank bij de zijne”.
Arjen Fortuin in het NRC van 28 januari 2005 is niet gelukkig met de stijl van Accord. “Literair gezien schiet Accord tekort. Zijn stijl is vlak, waarbij de neiging om alles uit te leggen hem parten speelt. Hierdoor wordt het verhaal traag en looiig. Een structuur vol tijdssprongen en flashbacks in flashbacks kan niet verhullen dat er bar weinig gebeurt. Lang uitgesponnen seksscčnes (het seksuele zelfbewustzijn van Accords indianen is opmerkelijk) zakken weg door herhalingen en ongelukkig gekozen uitdrukkingen als `haar natheid' en een terugkerend `minuties'. ……. Het psychologische pičce de résistance van de roman, de worstelende Sathobang, blijft een verzameling losse karaktertrekken (trots, gepassioneerd, gelovig) die maar geen mens wil worden. De verschillende kanten van haar persoonlijkheid komen wel naar voren, maar achter elkaar: ze is een periode stuurs, dan een tijdje lief en dan weer boos en hysterisch. Zo kan iemand van de buitenkant wel lijken, maar zo is een mens niet. Zo lijkt de tot de verschijning van zijn bestseller De koningin van Paramaribo als grimeur werkzame Accord zich volgezogen te hebben met de uiterlijke kenmerken van een cultuur, zonder erin te slagen zich die cultuur ook eigen te maken. Hij dringt nergens in door. Wat overblijft is een bundel interessante indianenobservaties waar een goede antropoloog wellicht zijn voordeel mee zou kunnen doen, maar die met literatuur niets van doen heeft.”
Ook Jaap Goedegebuure in Trouw van 12 februari 2005 is niet erg enthousiast over de stijl van de schrijver. “En dan is er nog de stroeve stijl. Hoe het kan bestaan dat ter zake kundige recensenten daar stilzwijgend en liefdevol aan voorbijgaan, is mij een raadsel. Wat te denken van onaffe zinnen als “Ze vond het tijd worden dat haar de ogen opende”', houterige stadhuistaal en uit de hand gelopen metaforen in de trant van: “Ook al was het nu nog zijn mankracht die hij inzette om haar te helpen met de onderhoudswerkzaamheden aan haar hut, zij spande nauwgezet het koord aan waarin ze hem hoopte te vangen, zodat het niet lang meer zou duren voor de aard van zijn arbeid zich zou verplaatsen naar de intimiteit van haar slaaphut”, of pathetisch jargon van het type: “In haar borst ging haar hart als een gekooid vogeltje tekeer”? En dan zwijg ik maar over de vele spel- en drukfouten. Aan al die ongerechtigheden had een bekwame redacteur te pas moeten komen. Nee, 'Tussen Apoera en Oreala' is beslist niet het 'meeslepend verhaal over mystiek, riten en gebruiken' vol 'prachtige sfeerbeschrijvingen' waarvoor de uitgever het slijt.”
Over de schrijver Clark Accord
Clark Accord werd op 6 maart 1961geboren in Paramaribo. Na een plezierige en bijzondere jeugd verhuisde hij op 17 jarige leeftijd naar Amsterdam. Vervolgens heeft hij nog 6 jaar in Wenen gewoond, en daar als visagist gewerkt. Terugkerend in Nederland als visagist heeft Clark hoogstaande opdrachten uitgevoerd voor vooraanstaande tijdschriften. Sinds 1988 heeft Clark onderzoek verricht naar de Surinaamse- en Nederlandse geschiedenis van deze eeuw.
In januari 1999 verscheen bij Vassallucci zijn debuutroman De koningin van Paramaribo. Over de opkomst en ondergang van het leven van Suriname’s beroemdste en omstreden prostituee. Het boek werd een bestseller en de vertaalrechten werden verkocht aan o.m. Spanje, Duitsland en Finland. Van september tot december 2000 trok de theatervoorstelling van De koningin van Paramaribo uitverkochte zalen in schouwburgen door het hele land
Clark heeft in 2000 een wekelijkse column geschreven voor het dagblad Trouw. Sinds maart 2002 heeft hij iedere zaterdag een column in Het Parool. Als gastconservator stelde hij tevens een tentoonstelling samen uit het historisch fotoarchief van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. De tentoonstelling "Van vrouwen leven" gaf een overzicht over het leven van de Surinaamse vrouw gedurende de periode 1902-1981.
Samen met Nina Jurna schreef hij vervolgens: Met eigen ogen, Een hedendaagse kijk op de Surinaamse slavernij. Momenteel is Clark fulltime werkzaam als schrijver.
In januari 2005, exact vijf jaar na de publicatie van De koningin van Paramaribo, verscheen de tweede roman van Clark Accord, Tussen Apoera en Oreala..Voor meer informatie over Clark Accord kun je vanaf 1 februari 2005 ook terecht op: Clarkaccord.com
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.