
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Samenvatting
Meija, een jonge actrice, heeft een onstuimige en geheime relatie met haar agent Panc. Hun relatie houden ze geheim, want Panc is getrouwd en Meija heeft een soort van relatie met Fräser. Wanneer blijkt dat Panc nog maar een paar maanden te leven heeft, omdat hij een tumor in zijn hoofd heeft, weet Meija niet wat ze moet doen. Omdat hun relatie geheim is kan ze er met niemand over praten, behalve met haar vader, maar dat is toch anders vindt ze. Een paar dagen nadat Panc is overleden, wordt er een groot feest gegeven ter gelegenheid van het vijftien jarig bestaan van ‘Mijn Mensen’. Ook is het gala een soort van afscheid voor Panc, hij wilde namelijk niet dat iedereen om hem ging treuren, maar gewoon verder ging.
Vlak voor het gala wordt Fräser gesteriliseerd en hij mag daarom niet drinken op het gala, wat hij niet zo fijn vindt. Bij binnenkomst moet iedereen Elaine een hand geven, maar Elaine wil Meija geen hand geven. Later op de avond worden er een soort van afscheidscadeaus uitgedeeld. Wanneer Fräser, die ondertussen al wat biertjes op heeft (ook al mocht hij dat niet), ziet dat Meija op het eind nog niets heeft gekregen zegt hij dat tegen Elaine. Waarop zei zegt dat Meija er helemaal geen krijgt. Zo ontstaat er een discussie over waarom Meija geen cadeau krijgt.
Op een gegeven moment gooit Elaine het eruit: ze weet dat Panc is vreemdgegaan met Meija. Vervolgens ontstaat er een complete chaos op het gala. Fräser is boos op Meija en ze voelt zicht op dat moment niet bepaald vrolijk. Wanneer hij flauwvalt besluit Meija vlug weg te gaan, natuurlijk niet zonder hem. Een klein mannetje helpt haar mee Fräser, die nogal fors is, naar de taxi te sleuren. Ze gaan naar Meija’s vader toe.
De opdracht:
A. Personages
De hoofdpersoon in het verhaal is Meija. Meija is een knappe, getalenteerde actrice van een jaar of tweeëntwintig. Ze heeft kersenrood haar en is vrij slank (het tegenovergestelde van Fräser eigenlijk).
Ik vind Meija onbetrouwbaar omdat ze vreemd gaat, terwijl ze een super aardige vriend heeft. Verder is Meija erg vriendelijk tegen iedereen. Ze snapt dan ook niet dat Elaine op het gala zo onaardig tegen haar doet (maar later wel). In het begin van het verhaal is ze heel erg gelukkig, ze heeft alles wat haar hartje begeert. Op het gala, op het eind van het verhaal dus, voelt ze zich echter ongelukkig. Iedereen haat haar nu en zelfs Fräser is teleurgesteld in haar.
Eigenlijk heeft de hoofdpersoon een heerlijk leventje en is ze heel erg gelukkig. Het enige probleem dat ze heeft (vooral met haarzelf), is ze vreemdgaat met Panc. Ze vindt het oneerlijk tegenover Fräser, maar toch kan ze haar geheime relatie met Panc niet opgeven. Later in het verhaal wordt dit probleem min of meer opgelost, maar dan krijgt ze het probleem dat Fräser en alle andere mensen op het gala boos op haar zijn.
Wat Meija eigenlijk wil bereiken, blijft in het verhaal een beetje op de achtergrond. Ze is een beginnende actrice, maar ze hoopt over een paar jaar bekender te zijn.
Meija maakt in het boek niet echt belangrijke beslissingen, het enige ik een beslissing zou kunnen noemen is, dat ze vertelt dat Elaine zwanger is (níet van Panc). Als Elaine tegen iedereen op het gala zegt dat Meija het met Panc heeft gedaan, kan Meija het niet laten om te zeggen is dat Elaine zwanger is. Iedereen weet dat Panc en Elaine samen geen kinderen konden krijgen, dus het moest wel van iemand anders zijn. Deze uitbarsting van Meija zorgt er voor dat iedereen boos op haar is. Dat vond ze nogal vreemd. Ze mocht toch wel wat terugzeggen? Maar omdat Panc dood was probeerde Elaine het bedrijf over te nemen en deze bekendmaking was daarbij niet in haar voordeel.
Omdat de vertelde tijd van het verhaal niet zo uiteenloopt, eigenlijk verlopen er maar een paar weken, maakt de hoofdpersoon niet zo’n grote ontwikkeling door. Er is wel één ding wat er verandert: Door de dood van Panc beseft Meija hoeveel ze van Fräser houdt. Toen ze nog een geheime relatie met Panc had, dacht ze altijd dat ze beter bij hem kon zijn dan bij Fräser. Ze komt erachter dat een geheime liefde eigenlijk helemaal geen liefde is.
Meija (de hoofdpersoon) komt gedurende het verhaal eigenlijk niet zo sympathiek over naar mijn mening. Dat komt vooral doordat ze vreemdgaat met Panc. Fräser heeft eens tegen haar gezegd dat ze een See ya when I see ya relatie hadden en dat hij alleen de beste minnaars voor haar wenste. Maar Meija durft dat natuurlijk niet te zeggen tegen Fräser, want ze wil zijn gevoelens niet kwetsen. Ik vind dat ze het wel had moeten zeggen, want hij heeft tenslotte zelf gezegd dat ze een See ya when I see ya relatie hadden en dan moet hij ook niet moeilijk doen als ze dan een geheime relatie met een ander heeft.
De voornaamste personages zijn natuurlijk Fräser en Panc, maar ook Elaine en Meija’s vader.
· Fräser is de trouwe vriend van Meija. Ze hebben elkaar ontmoet tijdens een interview dat Fräser bij haar afnam. Hij is een beetje een dikke man van in de dertig, die een groot gevoel voor humor heeft, want hij kan haar altijd aan het lachen maken. Ook heeft hij altijd zijn woordje klaar staan.
· Panc is Meija’s geheime liefde. Hij is een romantisch type van tweeënveertig. Dit is een belangrijk personage, want eigenlijk draait het hele verhaal zo ongeveer om hem. Híj is de minnaar van Meija en het gala is ter gelegenheid van zíjn dood en het hele boek gaat over dat gala.
· Elaine is de vrouw van Panc. In het boek komt ze over als een hittepetit Ze is eigenlijk Amerikaans, maar praat Nederlands met een raar accentje. Zij speelt op het gala zelf best wel een grote rol, want er ontstaat een ruzie tussen haar en Meija en daardoor verpesten ze samen het hele gala.
· In het eerste opzicht zou je denken dat de vader van Meija helemaal geen belangrijke rol speelt in het boek, maar eigenlijk is dat wel zo. Want hij is de enige die afweet van haar Panc. Hij is ook de enige waarbij ze al haar gevoelens kan uiten en hij zit bijna hetzelfde in elkaar als Meija. Hij is een zorgzame man, die Meija altijd wijze raad geeft.
Het idee van de See ya when I see ya relatie waar Fräser het over heeft, vind ik nogal raar. Als je van iemand houdt dan ga je dat toch niet zeggen? Dan hoop je juist dat je vriend(in) níet vreemd gaat. En ook dat hij alleen de beste minnaars voor haar wenst vind ik ook raar. Ik weet niet of het als grap is bedoeld, dat wordt in het boek niet echt duidelijk, maar ik vind het wel een beetje vaag dat hij dit zegt.
De personages leer je vooral kennen door wat ze zelf zeggen, denken en doen. Eigenlijk bijna niet door wat andere over hen zeggen, want gedurende het hele verhaal zie je alles door de ogen van Meija, want zij vertelt het verhaal.
Voorbeeld 1)
“Elaine kijkt me aan en even lijken haar ogen materiezuigende zwarte gaten. Ze doet niet eens moeite Nedewlands (zo staat het in het boek, omdat Elaine praat met een accent) tegen me te praten. ‘You are Meija, aren’t you?’ zegt ze. Het komt er snerpend uit. De aandacht is gevestigd. ‘I’m not going to shake hands with you,’ gaat ze loeihard verder. ‘You know what you can do? You can go fuck yourself.’ Het is geen steek met een dolk, maar toch komt haar toewensing onverwachts hard aan. Mensen staren in onze richting.”
In dit stukje kun je zien dat Elaine een beetje een opgefokt typetje is. Iemand anders zou zich nog een beetje in hebben gehouden misschien (op zo’n groot gala), maar zij roept loeihard door de zaal wat ze kwijt wil. Je leert Elaine dus kennen door wat ze zelf zegt, maar ook door wat Meija er zelf aan toevoegt, door te zeggen hóe Elaine het zei (“Het komt er snerpend uit.”).
Voorbeeld 2)
“Mijn vader vindt dat ik je moet schrijven. Ik zeg: ’Pappa, als je dood bent kun je niet meer lezen.’ Ik heb nogal een hekel aan mensen die hun dierbare overledenen aanspreken in de jijvorm en bij hun voornaam. Mensen zeggen tijdens begrafenissen of crematies: ‘Je was een fijn mens, Frits, we hebben je nooit verloochend of achter je rug om over je gepraat…’ Ik zeg: ‘Praten tegen een dode lijkt me de eerste fase van gekte, van het niet kunnen accepteren dat iemand is overleden.’ Mijn vader glimlacht, zet een kop thee neer en legt zijn hand op mijn schouder: ‘Schrijf hem nu maar gewoon, daar help je jezelf mee.’ Ik… Ik weet het niet.”
Door wat haar vader doet en zegt kom je erachter dat het een best wel zorgzaam type is en door wat Meija denkt kom je erachter hoe zij in elkaar zit.
B. Perspectief
Het verhaal zie je door de ogen van Meija. Het hele verhaal is eigenlijk een brief aan Panc (die nu dood is) om haar gevoelens kwijt te kunnen.
Er is geen sprake van een personale verteller, want je ziet alles door de ogen van Meija en het verhaal is ook verteld in de ikvorm.
Er is ook geen sprake van een alwetende of auctoriale vertelsituatie en er is ook geen sprake van een meervoudig perspectief.
“Ik vertel mijn vader over Fräser. Zij lijken namelijk op elkaar. Waar ik bij Fräser op viel (afgezien van zijn verbale onbesuisdheid, zijn aandoenlijke grootspraak en zijn overstelpende vriendschap) was dat hij me vrij snel na onze ontmoeting vertelde dat hij zich nooit meer in een vaste relatie wilde verliezen. Dat is een mooie uitdaging, als een man zoiets zegt. Fräser is vroeger getrouwd geweest – net als mijn vader – met een vrouw die hij nog steeds zijn beste vriendin noemt – net als mijn vader – en met wie hij drie dochters heeft – net als mijn vader –, maar na dit huwelijk wil hij nooit meer gebonden zijn in een verstikkende een-op-een-relatie – net als mijn vader.”
Doordat het verhaal verteld is in een ik-perspectief, ontstaat er een vrij subjectief beeld. Je komt namelijk alleen te weten wat de hoofdpersoon, in dit geval Meija, denkt, zegt, voelt en doet. Van de andere personen kun je alleen een beeld vormen door wat ze zeggen en doen.
De perspectiefkeuze in mijn boek is best wel belangrijk voor de spanning van het boek. Niet direct omdat het boek zo spannend is (want dat is het niet echt), maar omdat je, doordat je alles van de hoofdpersoon weet, helemaal meeleeft met haar.
De perspectiefkeuze van de schrijver vind ik goed bij het verhaal passen. Doordat je niet weet wat de anderen denken, voelen en weten blijft het best spannen. Als voorbeeld kun je denken aan de confrontatie tussen Meija en Elaine. Meija zit zich steeds maar af te vragen hoe Elaine erachter is gekomen dat ze een geheime relatie had met Panc. Je zult er nooit achter komen, omdat je het verhaal alleen vanuit de ogen van Meija bekijkt.
Ik denk dat het wel zo kan zijn dat als een verhaal in de ikvorm staat, het voor een deel autobiografisch kan zijn, maar in dit geval is het puur fictief. Want de hoofdpersoon is tenslotte een vrouw. Oké, het zou nog wel zo kunnen zijn dat het boek gebaseerd is op een ware gebeurtenis, maar ik geloof niet dat dat van toepassing is op dit boek.
Ronald Giphart was gevraagd een boekenweek geschenk te schijven. Daar is de novelle Gala uit voortgekomen. Omdat het thema van de boekenweek in 2003 ‘Leven en dood in de letteren’ was, besloot Giphart dit onderwerp te gebruiken in zijn boek. (Bron: www.giphart.nl)
Giphart heeft Gala dus niet geschreven naar aanleiding van een eigen belevenis, maar simpelweg omdat hij het thema van de boekenweek in zijn boek wilde gebruiken.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.