Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 4VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1350 |
Opvragingen: | 8 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (5 stemmen)
Titels van Maarten 't Hart
De aansprekers (9) 1979 De droomkoningin (9) 1980 De Jacobsladder (11) 1986 De kroongetuige (86) 1983 De nakomer (6) 1996 De ortolaan (8) 1984 De scheltopusik (1) 2003 De steile helling (1) 1988 De versnijdenis (1) 1982 De vlieger (12) 1998 De zonnewijzer (27) 2002 Een vlucht regenwulpen (23) 1978 Het longvolume (1) 1982 Het psalmenoproer (3) 2006 Het uur tussen hond en wolf (6) 1987 Het vrome volk (3) 1974 Het woeden der gehele wereld (20) 1993 Ik had een wapenbroeder (6) 1973 Laatste zomernacht (10) 1977 Laatste zomernacht & De kroongetuige (1) 1983 Lotte Weeda (7) 2004 Mammoet op zondag (1) 1977 Stenen voor een ransuil (6) 1971 Verzamelde verhalen (1) 1992
Laatst gewijzigd op 20 februari 2005
Verdiepingsopdracht “Verklaring van de titel De Vlieger”
In hoofdstuk 2 van “De vlieger” stelt de vader voor een vlieger te maken, samen met zijn zoon. De vlieger heeft een symbolische betekenis in het verhaal. De zoon is de hoofdpersoon, maar hij is meer een ‘camera’ die naar zijn vader gericht staat. Van de vader kom je de mening te weten, van Maarten de hoofdpersoon, niet. Niets vermoedend begon ik aan het boek “De vlieger”. Het bleek een moeilijker boek te zijn, dan de titel deed vermoeden. Bij een verhaal over een vlieger kun je je namelijk van alles voorstellen.
De vader van Maarten (naam wordt niet genoemd in het boek) wil niet dat zijn zoon de hele dag zit te lezen. Hij moet zich eens bezig houden met andere dingen. De vader werkt als grafdelver en in het baarhuisje ligt nog wat hout, wat weg moest. Vader stimuleert de zoon om mee te werken en met de latjes, touw en pakpapier beginnen ze een vlieger in elkaar te knutselen. Ook het punnikwerk van Maarten komt eindelijk eens van pas, namelijk als een zware staart voor de vlieger.
’t Hart schrijft in zijn boeken veel over de kerk en het geloof, ook hier wordt er over gesproken. De vader vraagt zich af hoe ze het kruis van Jezus hadden gemaakt:
“Hoe zouen ze nou op Golgotha dat kruis gemaakt hebben? Hebben ze gewoon blind die dwarsbalk op de staande balk gespijkerd? Of zouen ze van tevoren ook een halfhouts kruisverbinding gemaakt hebben? Dan werk je toch een stuk netter.” (blz. 13)
Er wordt een week aan de vlieger gewerkt en dan is hij af. Vader en zoon gaan samen naar het weiland om hem uit te proberen. Naast het weiland staat de Roomse begraafplaats. Vader vindt het er maar een rotzooi, zij hebben dan ook geen grafdelver en verzorger van de begraafplaats. De Gereformeerden wel. Op een dag gaat Maarten alleen vliegeren, zonder zijn vader. Er komen twee jongens aan, die Maarten willen sarren. Ze willen zijn vlieger afpakken. De tengere jongen legde zijn rechterhand om het touw en rende toen, zijn hand alsmaar op dezelfde hoogte houdend, langs de omlaagkomende lijn. Maarten laat de jongens schrikken door te zeggen dat zijn vader eraan komt. De tengere jongen bloedde aan zijn hand en gaf Maarten de schuld.
“De tengere jongen opende zijn hand. Over de palm liep een vurige, rode streep. ‘Jou schuld,’ zei hij, ‘en het doet nog verrekte pijn ook.’ Zijn vriend diepte uit een broekzak een voorwerp op dat hij vooralsnog verborg in zijn gebalde vuist. Hij kwam naderbij, zei: ’Je heb Cor pijn gedaan, vuile tyfuslijer.’ Hij opende zijn vuist. In zijn handpalm lag een verroest zakmesje. Cor schopte speels tegen mijn enkel. Doodgemoedereerd knipte de ander het mesje open en zaagde vervolgens het trage halen van het kennelijk nogal botte snijvlak, het vliegertouw door. Ik verbaasde mij dat de vlezige jongen zwoegend en zwetend bleef zagen. Waarom rukte hij mij de haspel niet uit de handen? Waarom moest dat touw zo nodig doorgesneden worden? Het leek of het een eeuwigheid duurde. Zoveel werk, om iets te bereiken dat zoveel eenvoudiger gerealiseerd had kunnen worden. (blz. 34)
De lijn wordt afgesneden. Enkele maanden later vindt Maarten zijn vlieger terug. Hij staat voor het raam bij Ginus, de man die later zijn buurman zou worden. De diepere betekenis van het afsnijden van het vliegertouw, wordt in de loop van het verhaal duidelijk. Ginus en zijn gezin verhuizen van hun oude huisje naar een degelijk huis. Het huis naast Maarten. Dit komt omdat de oude huizen worden afgebroken en er een nieuwbouwwijk komt te staan. Ginus heeft andere ideeën over het “Onze Vader”. Dat komt hem duur te staan. Op vergelijkbare wijze (net als bij het afsnijden van het vliegertouw) wordt de band tussen Ginus en de kerk doorgesneden. Dit gebeurt langzaam net als het doorsnijden van de vlieger.
(bron 3.2)
Ginus’ manier van denken wordt niet geapprecieerd. Er komen allerlei mensen op bezoek die Ginus proberen te overtuigen dat hij fout zit. Ginus’ interpretatie van ”Vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren”. Hij concludeert daaruit dat vergevingsgezind gedrag ten opzichte van de medemensen voldoende is om ook van God vergiffenis te krijgen.
(bron 3.1)
In het boek begint het hoofdthema met het onderstaande dialoog. Ginus vertelt aan vader van Maarten, dat hij had zitten piekeren, daardoor had hij een ander beeld gekregen van het Onze Vader, vooral over het stukje vergeven. (Ginus begint de dialoog, vader reageert)
“God is almachtig, hij kan alles maar dan ook alles.”
“Wie zou daar aan kunnen twijfelen.”
“Precies, maar als hij alles kan, écht alles, kan hij ook vergeven.”
“Maar er is toch geen dominee die zegt dat dat niet zo is?”
“Nee, maar ze zeggen allemaal dat Hij ons vergeeft vanwege de kruisdood van onze Zaligmaker. Maar als God alles kan, echt alles, kan Hij ons ook rechtstreeks vergeven, dan is daar helemaal geen kruisiging en zoenbloed voor nodig.” (blz. 87)
De kerk hitst iedereen op Ginus te vermanen en hem tot andere gedachten te brengen.
(bron 2.1) Na de tweede officiële waarschuwing mag hij niet meer deelnemen aan het avondmaal. Zelfs buiten de kerkelijke activiteiten wordt Ginus minachtend aangekeken. De hond van Ginus en zijn dochter Machteld gaat alleen aan boord van een pontje en één van de dekknechten wordt kwaad. Hij pakt de hond vast en wil hem overboord gooien, want de hond heeft natuurlijk geen kaartje.
“Niet doen, ‘schreeuwde ik, ‘niet doen.’
“Het is jouw hond helemaal niet, vuile kleine etterbak, ‘raasde hij, ‘het is die klotehond van die verdomde godloochenaar uit de Pieter Schimstraat, nou zal ’t eindelijk eens afgelopen zijn, verdomme nog aan toe, altijd maar weer overvaren of ’t niks kost, elke week minstens twee , drie keer, en dat jarenlang.’ (blz. 138)
Ginus en zijn gezin worden als godloochenaars gezien, zijn vrouw kan niet eens brood meer kopen. Het gaat erg ver. Verder heeft Ginus de pech dat zijn dochter het geloof wel belachelijk vindt en zelfs nooit naar de kerk gaat. Ginus zelf is heel erg gelovig, maar interpreteert één ding anders. Andere mensen die leven helemaal niet zoals de kerk het wil, maar krijgen geen berisping omdat de zaak dan niet ernstig zou zijn. Alleen als je vreemdgaat of niet gelooft in de vergeving van zonden door de kruisiging van Jezus krijg je een probleem. (bron 2.2)
Iedereen probeert Ginus te overtuigen dat het anders is, dat God Jezus wel degelijk nodig heeft gehad om de mens te vergeven. Vooral de vader van Maarten, medecollega en buurman, probeert hem daarvan te overtuigen. Het lukt hem niet. Op het eind van het verhaal verhuist Ginus naar Delft, hij kan niet normaal meer leven met zijn gezin in Maassluis. De vader komt tot de conclusie:
“Het is raar, maar die Ginus…dat hele geval is toch niet in m’n koude kleren gaan zitten. Vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren…ik houd er sindsdien maar een beetje rekening mee dat Ginus wel eens gelijk zou kunnen hebben, zand erover, misschien was dat toch de boodschap van onze Here Jezus, eerst wij zand erover, dan God ook zand erover…’t is nog niet eens zo’n gekke gedachte, en zeker niet voor een grafmaker.” (blz. 205)
Uiteindelijk is er één iemand die Ginus niet wantrouwt en hem niet vreemd aankijkt tijdens het hele verhaal, dat is de vader van Maarten. Ook al werd hij verstoten van de kerk, Ginus was en is nog steeds een moordknul, zoals hij dat zei.
(Verdiepingsopdracht: 1260 woorden)
Persoonlijke mening
Ik vond het een mooi boek. Af en toe had ’t Hart te veel bladzijdes gewijd aan de berispingen van de kerk. Die waren erg ingewikkeld en erg saai om te lezen. De thematiek sprak mij wel aan, en eigenlijk pas naderhand begreep ik de titel “De Vlieger”: de vergelijking tussen de gebeurtenissen van Ginus en zijn gezin en de vlieger die in het begin van het verhaal wordt gemaakt.
Bronnen:
1. “De vlieger” van Maarten ’t hart
2. Uitreksel (2) van de uitreksel bank uitgever Ellessy
3. Uitreksel (3) van de uitreksel bank uitgever Walvaboek
Ik heb meerdere bronnen geraadpleegd. Maar dit waren de bronnen waar ik, met betrekking tot mijn verdiepingsopdracht, werkelijk iets aan had.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen