CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

17 februari 2005

Taal:

Woorden:

2.450

Bekeken:

5866 keer (33 deze maand)

Waardering:

4.1/5 (34 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

1e druk 1907.
Gebruikte editie 17e druk, Amsterdam 1967
Uitgeverij Meulenhoff Pockets Amsterdam
Aantal pagina’s 159
Vertelde tijd ongeveer twee jaar
Verteltijd ongeveer 4 uur

Structuur
De roman telt 13 ongenummerde en ongetitelde hoofdstukken. Het verhaal wordt chronologisch verteld. De roman is het vervolg op het eerste deel Een zwerver verliefd. Over het algemeen wordt dat deel wat beter en in ieder geval gemakkelijker leesbaar beschouwd. De schrijver gaat er in sommige passages wel van uit dat de lezer de voorgeschiedenis uit deel I kent: bijvoorbeeld de liefdesgeschiedenis met Mevena en de kloosterperiode van Tamalone. De slotzin van Een zwerver verliefd en de beginzin van “Een zwerver verdwaald” sluiten als het ware op elkaar aan.

Perspectief
De roman wordt verteld vanuit het auctoriale perspectief. Met andere woorden: er is een alleswetende verteller die de gebeurtenissen rondom de zwerver Tamalone (“I am alone”) vertelt.

Tijd
De gebeurtenissen spelen zich af in de Late Middeleeuwen, vooral in de stad Venetië. In de stad breekt aan het einde van de roman de pest uit, waaraan veel mensen komen te overlijden. Tamalone weet er aan te ontsnappen.

Titel en thematiek
De titel van de roman geeft al aan dat “zwerven” het hoofdthema van de roman is. Het gaat hier om het romantische levensideaal: het zwerven, het nergens gebonden zijn, het buiten de samenleving staan. Waarom willen mensen een dergelijk bestaan? Het gaat in de karakters van deze zwervers om het verlangen naar vrijheid en avontuur, het verlangen naar het onbekende, het zoeken naar het geluk en als het meezit het zoeken naar de liefde (vooral in deel I Tamalone en Mevena) het geloven in de droom die men van jongs af aan koestert. Maar de werkelijkheid is soms hard: de verlangens blijken vaak illusies die niet uitkomen. De romanticus en dus ook de neo-romanticus is altijd op zoek naar het geluk en dat is vrijwel altijd op de plaats waar je zelf niet bent. Als je zwerft, verlang je naar liefde en een geborgenheid, en als je geborgen en gebonden bent verlang je weer naar de vrijheid. Dat is goed te zien in de figuur van Tamalone. Hij is gecharmeerd van de aandacht van Maluse, maar als hij de trouwbelofte heeft gedaan, voelt hij zich beperkt en wil hij eigenlijk weer terug naar zijn vrijheid. (Een dag voor het huwelijk vlucht hij ervoor weg.) Zo worden de romantische verlangens tegelijkertijd de bron van het heimwee naar het andere.
Tamalone verdwaalt in het tweesporenbestaan. Zijn zwerversideaal blijkt steeds meer zijn noodlot te zijn. Na het eerste deel zwerft hij op ziek naar een soort liefde zoals hij in de vermoorde vrouw Mevena vond. Maar als hij met Maluse iets dergelijks zou kunnen beginnen, kan hij zijn verlangen naar het zwerven niet meer de baas. Zijn trouwbelofte hangt als een molensteen om zijn nek: hij is eigenlijk de weg kwijt. Ook heeft hij in het tweede deel meer contacten met andere mensen zoals Joseph, Folcore en diens kinderen. Dat schept een soort solidariteit die hem aanvankelijk gelukkiger maakt (hij neuriet en zingt) maar die hem ook in zijn verlangen naar ongebondenheid beknot. Pas wanneer al die sociale bekommeringen verdwenen zijn, kan hij zijn bestaan weer onder ogen zien: de dood van de kinderen van Folcore voor wie hij de zorg op zich genomen heeft, ontslaat hem ook van die verplichting. Hij vertrekt weer uit Venetië, heeft zich als het ware verzoend met zijn doelloze bestaan. Het inslapen aan de zijde van een jong meisje is een mooi symbool van die houding.

De stijl
Van Schendel sluit in zijn woordgebruik in deze romans vrijwel naadloos aan op het beeldrijke taalgebruik van de Beweging van Tachtig. Hij beschrijft zijn landschappen uitvoerig en beeld- en kleurrijk Soms worden gebeurtenissen ondergeschikt gemaakt aan de vorm. Dat maakt het lezen voor de moderne snelle lezer (de scholier van de 21 e eeuw ) zeker niet gemakkelijk. Al te vaak kan zijn concentratie wegvloeien. Als neoromanticus geeft Van Schendel veel aandacht aan de beschrijving van gevoelens, stemmingen en droombeelden van Tamalone. Bovendien weet Tamalone vaak zelf niet wat hij van zijn eigen bestaan moet vinden. Is hij gelukkig of houdt hij zichzelf voor de gek? Vaak is er een probleem tussen droom en werkelijkheid en Dichtung und Waarheid.

Literair-historische plaatsing
Literair-historisch gezien behoren beide zwerversverhalen van Van Schendel tot de Neo-Romantiek. Deze stroming heeft in principe ook dezelfde kenmerken als de Romantiek: het verlangen naar het ideaal dat meestal niet hier en niet nu is. Het verlangen naar het verleden maakt onderdeel van de stroming uit . Ook in de gewone Romantiek werden bijvoorbeeld de Middeleeuwen verheerlijkt (vgl. de oerromantische geschiedenis van Ivanhoe van SirWalter Scott) Ook de zwerversverhalen van Van Schendel spelen in de Middeleeuwen. Maar in vergelijking met de Romantiek heeft de Neo-Romantiek trekken meegekregen van het naturalisme en het impressionisme: het beeldrijke taalgevoel van de impressionisten en de deterministische opvatting van de naturalisten dat de mens bepaald wordt door erfelijkheid en milieu. Alleen de scherpe bepaling van de naturalisten ontbreekt. Zwerven kan namelijk wel je noodlot zijn, maar er is toch wel een eigen keuze. Na de Beweging van Tachtig met haar uitlopers impressionisme en naturalisme is Van Schendel toch een van de eerste grote vertegenwoordigers in de Nederlandse Neo-Romantiek.

Samenvatting
Tamalone (de hoofdfiguur van Een zwerver verliefd-1904) trekt met Meron Joseph, een jood uit Cordova en zijn hond Polein in de richting van Venetië. Tamalone is inmiddels een aanzienlijke mijnheer en hij loopt niet meer in een monnikspij rond. Het liefst zou hij alleen zijn om te kunnen nadenken over zijn leven en zijn toekomst. Is hij nu wel of niet voor het geluk geschapen?
.In Venetië komt hij met veel uiteenlopende figuren in contact. Een daarvan is Folcore, een man met profetische gaven, die zich bovendien sterk maakt voor de armen en de ontheemden in de stad .Aan de andere kant komt Tamalone met de rijken van de stad in aanraking. Zo zit hij een keer aan een rijke dis van zijn gastheer Candian. Hij heeft een tafeldame die hij later op de avond weer ontmoet als hij over de kade van de stad zwerft, peinzend over zijn geluk. De normaal altijd zwijgzame Tamalone wordt in haar bijzin heel spraakzaam, zeker als ze hem meevraagt naar haar huis, waar ze heel prettig bij de open haard met elkaar converseren. Bij het afscheid krijgt hij van haar een sieraad mee en ze wil graag dat hij de volgende avond terugkomt. Tamalone voelt dat er iets met hem gaat gebeuren.
Zijn reispartner Meron Joseph blijkt een rijk man te zijn met een groot schip, waarmee hij handel drijft vanuit Venetië. Hij maakt ook verre reizen. Ook in diens gezelschap voelt Tamalone zich op zijn gemak en praat hij veel meer dan we van hem gewend zijn. Hij is opgewekter dan ooit en als hij op een dag bestolen wordt, loopt hij de dief na, vraagt de gestolen steen terug, maar neemt de jonge dief in dienst als knecht. Ook gaat hij dikwijls bij zijn goede vriend Folcore, een weduwnaar met vijf zoontjes, op bezoek en helpt hem in het huishouden.
De vrouw die hij ontmoet heeft, heet Maluse van Lune. Als hij op bezoek is, zijn ook haar twee zusters vaak aanwezig. Het gaat er allemaal erg harmonieus aan toe en wanneer hij daar is, krijgt Tamalone herinneringen aan de periode met Mevena (zijn geliefde uit het vorige deel) De zusters hebben een broer die toevallig de bisschop van Venetië is. Hij brengt hem vaak een bezoek ze raken bevriend, waardoor Tamalone hem zijn levensverhaal durft te vertellen. Maluse redt hem op een dag als Tamalone gevaar loopt bij een schermutseling tussen soldaten en weversgezellen. Hij begint door te krijgen dat Maluse verliefd op hem is en dat stemt hem gelukkig . Hij begint zelfs te zingen. Er zijn steeds meer mensen die wat voor hem gaan betekenen: Maluse, Folcore en diens kinderen, Joseph.
Dan wordt het allemaal anders. Maluse is ernstig ziek geworden en hij wordt bij haar ziekbed geroepen. Hij zit uren aan haar bed en zweert om haar genezing te bevorderen haar altijd trouw te zijn. Maar als hij weer buiten haar huis is, voelt hij dat het zwerven toch in zijn aard zit. Om de genezing van Maluse te bevorderen betrekken ze met een aantal mensen een woning buiten Venetië, in de omgeving van Padua. Haar zusters gaan mee, evenals haar broer de bisschop en verder nog drie monniken. Met een van de monniken praat Tamalone en hij ervaart dat zijn kloosterperiode in deel I eigenlijk een heel gelukkige was en dat hij toen een gevoel van vrede over zich voelde komen. Daarna heeft hij zich overgegeven aan een periode van dromen en verlangens en dat maakt rusteloos.
Het wordt Kerstmis en Tamalone gaat alleen terug naar Venetië. Hij vindt dat alleen-zijn weer leuk en doet er van alles aan om van zijn trouwbelofte aan Maluse af te komen. Intussen is er veel onrust en verzet in Venetië gekomen. De vloot van de stad wordt verslagen en in de arme volkswijken broeit het verzet. Folcore is bang dat hij gearresteerd wordt en vlucht, en Tamalone zorgt voor de kinderen. Maluse zoekt hem. Zij vindt hem in het huis van Folcore, die heeft moeten vluchten voor de geheime rechters. Ze zijn intiemer dan ooit met elkaar en Tamalone denkt dat hij misschien toch van haar zal kunnen houden. Maar hij dist haar en haar broer het verhaal op dat hij een weggelopen monnik is en dat ze misschien maar beter niet met elkaar kunnen trouwen. Maluse wil hem echter niet meer loslaten.
Er komt een nieuwe vloot in Venetië en op Hemelvaartdag zal er een groot feest worden georganiseerd. Eigenlijk is het dubbel feest, want Tamalone en Maluse gaan trouwen. Als Tamalone bij het huis van Folcore komt, is zijn vroegere vriend Simon er met het kind van Mevena . Het jongetje “Martijntje”, loopt al en Tamalone is meteen van slag. Op de morgen van de dag van zijn huwelijk sluipt Tamalone ’s morgens vroeg weg. Eigenlijk wil hij terug naar Toscane. Hij gaat langs het huis van Folcore. Folcore praat hem om en dat herinnert hem aan zijn huwelijk dat hij gemist heeft. Hij zal nu de volgende dag wel trouwen met de vrouw die hij niet echt liefheeft, maar verder geen kwaad wil berokkenen. Dit zal dan de eerste keer zijn dat hij zijn plicht t.o.v. iemand vervult. Het vertrek van Tamalone heeft de gemoederen in Venetië nogal bezig gehouden o.a. bij de bisschop en de zusters van Maluse. Hij probeert zijn verdwijning bij de bisschop goed te praten, maar die laat hem oppakken door twee gerechtsdienaren en hem vastbinden op de binnenplaats van de gevangenis. Hij wordt echter snel weer vrijgelaten, maar moet wel de stad verlaten. Hij vertelt Maluse dat hij niet van haar houdt. De vrouw is erg verdrietig, maar ze laat hem toch weggaan.
In de stad lopen de spanningen intussen hoog op. Tamalone kiest partij voor de opstandige handwerkslieden. Er wordt bloedig gevochten op het beroemde San Marcoplein. Het leidt tot een ware slachtpartij, waar bij ook Tamalone gewond raakt. Hij dwaalt verdwaasd ronden voelt dat hij een taak heeft in het verzorgen van de kinderen van Folcore, want die is bij de gevechten omgekomen. Tamalone wil weg samen met Simon en het kind van Mevena. Maar ook zijn hond Polein wil hij meenemen en zo dwaalt hij steeds verdrietiger en somberder door de stad, onderwijl de naam “Mevena” zuchtend. Hij weet niet wat hij moet doen, gaat een Mariakerk binnen en knielt voor het Mariabeeld: hij gaat bidden. Dan neemt een monnik hem mee naar een klooster. Tamalone trekt weer een pij aan . Hij mag van de overste van het klooster blijven zonder dat hij zich aan de strenge regels van het klooster hoeft te houden. Hij zet zich weer aan het echte monnikenwerk: het kopiëren van handschriften.
Drie weken kan hij het volhouden, dan besluipt hem weer het ondefinieerbare gevoel van machteloosheid. Hij sluipt weg uit het klooster. In Venetië breekt de pest uit. Zoals in de Middeleeuwen gebruikelijk is, is er aan de ene kant angst voor de dood en somberheid, maar aan de andere kant losbandigheid en tuchteloosheid. Die toestand doorbreekt Tamalones gevoel van machteloosheid. Hij gaat nog een keer de Mariakerk binnen en is er getuige van dat ook de kinderen van Folcore begraven worden; ze zijn het slachtoffer geworden van de pest. Tamalone is nu weer een vrij man, hij is namelijk van al zijn beloftes ontheven.
Simon, Meron Joseph, Polein de hond, een meisje dat hij eerder gezien had en Martijn (het kind van Mevena) overleven het allemaal en varen weg met het grote schip van Joseph .Aan boord valt Tamalone naast het jonge meisje in slaap.

Over Arthur van Schendel
De Nederlandse schrijver Arthur van Schendel (1874-1946) werd geboren in Batavia in Nederlands-Indië. Vader Van Schendel ging in 1879 met pensioen, waarna de familie terugkwam naar Nederland en zich in Haarlem vestigde. Een jaar later overleed vader, waardoor moeder achterbleef met de zorg voor vijf kinderen. Het gezin verhuisde daarna vaak.

Arthur van Schendel verliet het gezin in 1891 en ging studeren aan de Amsterdamse Toneelschool. Twee jaar later brak hij deze opleiding af. In 1896 begon hij aan een studie Engels. In 1900 behaalde hij zijn akte. Hij maakte zijn literaire debuut met de roman Drogon (1896). Dit boek moet reeds tot de neoromantiek gerekend worden.

Van Schendel werd leraar in onder meer Haarlem. In 1902 trouwde hij met Bertha Zimmerman. Zij overleed drie jaar later. In 1908 trouwde Arthur opnieuw en verhuisde naar Ede. Vanwege de gezondheidsproblemen van zijn vrouw verhuisden de Van Schendels in 1920 naar Italië. Arthur van Schendel kwam pas na de oorlog terug naar Nederland.

Het hoogtepunt van zijn literaire werk lag in de jaren dertig. Het fregatschip Johanna Maria (1930) gaat over zeilmaker Jacob Brouwer die erg gehecht raakt aan het schip waarvan hij de eerste vaart meemaakt. Ook Een Hollands drama (1935) wordt tot zijn beste boeken gerekend.
Het ging Van Schendel niet zo zeer om de psychologische uitbeelding van de hoofdpersonen. De sociale positie vond Arthur belangrijker. Hij beschreef een droomwereld, waarin weemoed en eenzaamheid een grote rol spelen.
In 1947 werd hem postuum de P.C. Hooftprijs toegekend voor zijn hele oeuvre.

Andere belangrijke werken van Arthur van Schendel zijn: Een zwerver verliefd (1904), Jan Compagnie (1932), De waterman (1933), De rijke man (1936), De grauwe vogels (1937), De zeven tuinen (1939) en De mensenhater (1941).

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.