Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 3 februari 2005 |
Niveau: | 5 havo |
Taal: | |
Woorden: | 2521 |
Opvragingen: | 3876 (3 deze maand) |
Waardering: |
Primaire gegevens
Titel: Uit de school geklapt
Schrijver: Harrie Jekkers & Koos Meinderts
Verschijningsjaar: 1985
Gelezen druk: 1996 (8e)
Gedrukt door: Uitgeverij De Harmonie, Amsterdam
Omslagtekening: Collignon
Aantal bladzijden: 156
Leestijd: 2 uur
Titelverklaring:
De titel 'Uit de school geklapt' verwijst naar de uitdrukking 'uit de school klappen'. Wat zoiets betekent als 'iets vertellen wat binnenskamers had moeten blijven'/'geheimen doorvertellen'. Waarschijnlijk hebben ze deze naam ook gekozen omdat het boek zich afspeelt op een school, het is dus een dubbele betekenis.
Samenvatting:
Het verhaal begint op de eerste dag van het nieuwe schooljaar. Joop de Wit, de conciërge van de Hugo de Groot scholengemeenschap voor Mavo en Leao, hervat zijn werk. Hij bekijkt de toegestuurde vakantiekaarten (waardoor je al een kijk op de niet aanwezige docenten krijgt) en zet de teller van de koffieautomaat 20.000 tikken terug. Daarna bekijkt hij de graffiti op de wc’s en hij wordt betrapt door de directeur Van Dam. Die gaat naar zijn kamer en haalt uit de la 'Persoonlijke stukken' een fles jenever. Hij schenkt zich maar een flinke neut in. De conciërge stencilt de agenda voor de docentenvergadering en gaat daarna een neut drinken bij de directeur.
Hierna volgt een korte beschrijving van het docentenkorps. Daarna begint de docentenvergadering: de notulen worden zomaar goedgekeurd. Over het nieuwe verwijderingsysteem zijn de meningen echter ernstig verdeeld en hierover ontstaat ruzie. Daarna wordt er gesproken over de eerste lesdag. Uiteindelijk wordt besloten een sportdag te houden. alleen de gymleraar Meeuwisse is het er niet mee eens. Er kan volgens hem geen sportdag gehouden worden omdat de springbakken ernstig vervuild zijn. Joop komt echter met een oplossing, voor een kleine vergoeding wil hij het zand wel laten vervangen. Met behulp van zijn achterneef Thijs koopt hij goedkoper ongefilterd duinzand in plaats van rivierzand. Ze zorgen voor een officiële kwitantie en ze stoppen de rest van het geld in hun zak.
Bij de sportdag komt één van de leerlingen met zijn hoofd tegen een handgranaat, die in het zand zat. Er wordt een onderzoek ingesteld en Joop vraagt zijn achterneef Thijs om hulp. Het lukt en het bedrijf waar ze het zand gekocht zouden hebben komt in de problemen, terwijl Joop en Thijs er onderuit komen. Joop moet wel wat geld inleveren voor de actie, maar is zelf vrij gepleit.
De overspannen lerares Nederlands wordt vervangen door een nieuwe leraar, Marcel Koopmans. Zijn eerste lesdag eindigt ook in een regelrechte ramp. Klas 3C maakt het hem lastig: ze doen de bekende truc van de verkeerde naam opgeven bij de verkeerde leerling. Daardoor wordt het een zooitje. Pas als de directeur langs komt wordt het weer wat rustiger.
Als er een reünie wordt gehouden weet Joop ook hier weer geld aan te verdienen. Met een handvol pitten tovert hij bijvoorbeeld het fabiekssap om tot vers geperste jus d'orange. Aan het eind van de reünie is de directeur erg dronken en Joop besluit hem daarom maar naar huis te rijden, maar Joop heeft ook behoorlijk wat op en ze belanden in de etalage van een winkel. Ze lopen terug naar de school en geven de auto op als gestolen, wat door de politie wordt geloofd.
De spanningen op school lopen steeds meer op. Er raakt een leraar overspannen. En bij de scholierenstaking tegen de plaatsing van kruisraketten doet de lerares Marjo Blok Jansse uitbundig mee, iets wat bijvoorbeeld mevrouw De Bruin, lerares Duits, niet kan hebben. Door de laatste agressieve docentenvergadering raakt ook Marjo Blok Jansse overspannen. Bij haar terugkomst op school behandelt ze bij maatschappijleer het onderwerp homofilie. In klas 3C moeten er statistisch vier zitten. Er worden allerlei verschrikkelijke verwensingen door de klas geroepen. Dan komt als gastdocent een homofiel de klas binnen. Dat slaat nogal aan. Later praten ze in de docentenkamer er nog over na. Marcel Koopman geeft aan dat hij de kerstvakantie op wintersport gaat. Hij is een beetje verliefd op Bert.
Wanneer Joop de aula verhuurd aan een sekte die gebedsoefeningen wil doen en hieraan denkt te kunnen verdienen, heeft hij het mis. De sekteleden mogen niets nuttigen en zeker geen alcohol drinken. Ze roosteren het meegenomenen als offer aan hun leider. Door de rook die hierdoor ontstaat waarschuwen buurtbewoners de brandweer. Na veel soebatten mag alles doorgaan, maar Joop verdient die avond geen stuiver. De volgende morgen merkt hij dat zijn geluidsinstallatie gestolen is, maar de ramen staan immers open. Hij sluit ze snel, gooit een sneeuwbal met steen door de ruiten en meldt de inbraak bij politieman Meuldijk.
Tussen de bedrijven door mag de Surinaamse leraar Premchand met VUT. Directeur Van Dam houdt een goede toespraak, de scholieren uit 3C maken een dansje en er wordt een lied gezongen. Het Delfts Blauwe windmolentje met muziekdoos is een treurig cadeau, maar de wethouder van onderwijs maakt het nog bonter. Hij noemt steeds de verkeerde naam en het verkeerde vak in zijn toespraak. Wanneer de situatie uit de hand loopt, blaast de familie Premchand stil de aftocht.
Als de problemen echt de pan uit rijzen besluit de directeur om een andragoog in te schakelen, om de problemen op te lossen. De leraren doen onder de leiding van de andragoog een serie spelen en tests, waaruit naar voren komt wat iedereen al wist: men begrijpt elkaar wel, maar ze zijn het niet met elkaar eens. Tijdens het ‘buitengebeuren’ (vissen op zee - natuurlijk geregeld door Joop en zijn achterneef Thijs) dat in het kader van de tests georganiseerd wordt, slaat Koopmans een meeuw aan de haak, door dit gebeuren komt de relatie tussen sommige leraren weer goed. Het gedoe met de meeuw staat volgens de andragoog symbool voor de leerling, die door de ene docent strak gehouden wordt en bij de andere docent de ruimte krijgt. Op die manier wordt de leerling het kind van de rekening en verdrinkt hij/zij in een zee van tegenstrijdigheden.
Op de allerlaatste schooldag wordt nog even teruggekeken op de dag voor de leraren. Joop krijgt de naheffing van de belastingdienst binnen vanwege het sjoemelen met bekertjes van de soep. De leraren gaan allemaal op vakantie en Joop sluit de school af en neemt een diepe zucht en gaat ook naar huis.
Personages:
Joop de Wit: De conciërge van de Hugo de Groot Scholengemeenschap. Hij is van middelbare leeftijd. Hij heeft weinig last van zijn geweten en samen met zijn achterneef Thijs licht hij mensen op. Hij weet overal wel wat extra geld uit te halen. “In de kantine punaisde Joop de kaarten op het prikboord en zette de teller van de koffie-automaat 20.000 tikken terug. ‘Da’s gauw verdiend’, grinnikte hij. ‘Voor tien mile zwarte bakkies.’” (blz. 6) “’Cola-cognac en verse jus: twee bonnen’. Joop haalde vijf pakken Appelsientje uit de ijskast, hevelde ze over in glazen karaffen en veranderde de fabriekssap met een handvol sinasappelpitten in versgeperste jus d‘orange.” (blz. 39) Bij elke vergadering staat hij vooraan om te horen wat er te verdienen valt. Aan het eind van het boek wordt hij betrapt door een belastinginspecteur. Hij is goed bevriend met Herman van Dam, waarmee hij vaak de 'persoonlijke stukken' behandeld.
Marcel Koopmans: De nieuwe leraar Nederlands die snel geïrriteerd is en nogal onzeker is over zichzelf. Ook heeft hij niet echt een eigen mening en sluit zich daarom vaak helemaal aan bij wat anderen zeggen. In de loop van het verhaal verandert dit wel en neemt hij wat meer initiatief. Hij is bevriend geraakt met Marjo Blok Jansse, waar hij het altijd mee eens is.
Herman van Dam: Hij neemt zijn taak als directeur van de school niet zo serieus. Hij is op school vaak zijn 'persoonlijke stukken' aan het behandelen, wat wil zeggen dat hij onderuit gezakt een glaasje graanjenever opdrinkt. Ook op andere momenten is hij altijd bezig met alcohol drinken: op de eerste schooldag, op de reünie met fatale gevolgen, op de verjaardag van zijn vrouw. Wanneer hij op de werkweek niet mag drinken, injecteert hij sinaasappels met wodka om zo toch aan zijn wodka-orange te komen. Hij wordt vooral gesteund door Joop, die vaak met hem onder een hoedje speelt. Hij is erg begaan met zijn leerlingen en is dan ook tegen de aanpak van De Bruin en Van der Sluys. Het maakt hem niet zoveel uit dat er altijd geruzied wordt tijdens de vergaderingen, want als hij er genoeg van heeft, loopt hij gewoon weg. Ook van de begeleiding die ze krijgen, in verband met de ruzies, heeft hij al snel genoeg.
Johan Meeuwisse: leraar gym die makkelijk door zijn collega’s over zich heen laat lopen. Hij lijkt heel zelfverzekerd, maar als er iets onverwachts gebeurt, is hij de eerste die in paniek raakt. Hij houdt zichzelf nogal op de achtergrond en heeft daarom ook niet echt met iemand ruzie. Hiermee is hij een van de weinige in het boek. Hij heeft met iedereen oppervlakkige gesprekken en laat zijn mening niet duidelijk blijken. Ook heeft hij in de vergaderingen geen duidelijk standpunt en is dus door niemand geliefd of gehaat. Hij kan zijn handjes niet thuishouden en is verder hij nogal geobsedeerd door seks. “[…] en stuitte op een Grieks mannelijk naakt met een joekel van een erectie. […] De Kretenzer kunstpik was verstuurd door Johan Meeuwisse, leraar lichamelijke opvoeding.” (blz. 6) Tijdens het discofeest op de werkweek probeert hij een leerling te versieren en als ze flauwvalt, is hij de eerste die mond-op-mond beademing toepast,
Marjo Blok: lerares maatschappijleer en maatschappelijk geëngageerd. Ze heeft over alles een progressieve mening. Haalt homofielen en misdadigers in de les en bokst op tegen de conservatieve leraren. “Marjo ging nooit zomaar ergens heen. Haar vakanties stonden altijd in het teken van een nimmer aflatende solidariteit met de verworpenen der aarde voor wie zij minstens twintig synoniemen in huis had, van ‘kansarm’ tot ‘sociaal zwak’.” (blz. 5)
De Bruin (lerares Duits) en Van der Sluys (leraar verkoopkunde): de types van de ouderwetse leraren: de leerlingen moeten veel doen, hard leren en zelf hanteren ze een ijzeren discipline. Ze straffen alles af met lage cijfers en hebben het steeds aan de stok met Marjo Blok en later ook Marcel Koopman.
Klas 3C, een zeer luidruchtige klas met oa:
- Johnny Terweide
- Guus Berendse
- Bianca Batenburgh
- Assiz Mabrouk (Dr. Beat)
- Sylvia Koek
Zoals het een parodie betaamt, leggen Jekkers en Meinderts nogal wat nadruk op typische eigenschappen van de figuren in de school: de op geld beluste conciërge, de aan drank verslaafde directeur, de gymleraar die zijn handen niet kan thuishouden, de wereldverbeterende lerares maatschappijleer. Daardoor worden de hoofdfiguren geen echte karakters, maar zijn het meer cliché typetjes geworden.
Genre
Het genre van dit boek is een satirische roman.
Structuur
Het boek bestaat uit zeventien hoofdstukken, waarin een schooljaar wordt beschreven. De hoofdstukken staan in chronologische volgorde en gaan allemaal over een eigen verhaal.
Tijd en ruimte
De tijd waarin de roman speelt is vrij nauwkeurig te bepalen: tijdens de scholierenstaking wordt namelijk geprotesteerd tegen de komst van de kruisraketten: “Om kwart voor twaalf begint de landelijke scholierenstaking tegen de plaatsing van kruisraketten in Nederland. Leerlingen zowel als docenten die aan de stakingsoproep gehoor willen geven, krijgen hierbij toestemming. […]” (blz. 64)
In 1983 was er een demonstratie in Den Haag, maar al in 1981 in Amsterdam. Omdat de school waar het verhaal zich afspeelt in Den Haag staat, is het logischer de demonstratie in Den Haag te nemen. Dan speelt de roman zich denkbeeldig af in het schooljaar 1983-1984. Ook de tijdgeest van de roman speelt in de tachtiger jaren.
Het verhaal wordt chronologisch verteld, maar is niet continu, er zitten veel tijdsverdichtingen en -vertragingen in.
Het verhaal speelt zich af op een school, het “Hugo de Groot Scholengemeenschap”. Dit is een middelbare school voor mavo en leao (dit is nu het vmbo) in Den Haag.
Thema en motief
Het verhaal heeft twee thema’s, namelijk `bedriegen’ en ‘onenigheid en meningsverschillen'.
Enkele belangrijke motieven van dit boek zijn:
- het verschil van mening tussen mensen
- de vraag of misdaad loont
- het na veel moeite weer terug bij af zijn
- klem komen te zitten tussen tegenstrijdige methodes
Taalgebruik
Het verhaal is heel luchtig en met korte zinnen geschreven, dat maakt het makkelijk te lezen. Er komen geen uitgebreide sfeer-, ruimte-, of persoonsbeschrijvingen in voor, waardoor het verhaal meestal veel snelheid heeft. De gesprekken tussen de verschillende personen zijn makkelijk te volgen, dit geldt ook voor de gebeurtenissen.
De schrijvers zijn niet bepaald op hun mondje gevallen wat scheldwoorden betreft.
Perspectief
Het perspectief in dit boek ligt bij een auctoriale vertelinstantie. De verteller volgt meestal Joop de Wit, soms volgt hij andere mensen.
Literaire stroming
Moderne literatuur
Eigen mening
Ik vind het niet echt een heel geweldig boek. Het is heel makkelijk geschreven, waardoor het er makkelijk doorleest. Het verhaal bestaat uit vele losse stukjes, dat is wel leuk om te lezen, maar erg moeilijk om samen te vatten.
Het onderwerp op zich (“school”) vind ik een interessant onderwerp om over te lezen, maar de verhalen in dit boek zijn lichtelijk overdreven, wat natuurlijk te verwachten valt bij een satirische roman, dit maakt dat ik het wat onzinnig vond om te lezen. Sommige verhalen zijn herkenbaar uit mijn eigen middelbare schooltijd, maar een flink aantal dingen heb ik daar toch niet zien gebeuren (granaten in het zand in de springbakken, Appelsientje met pitten verkopen als verse jus d’orange, …). Ik ben door het lezen van het boek niet aan het denken gezet, dit ook omdat ik het niet helemaal serieus nam. Het boek mist de diepgang die ik graag tegen kom in een boek. Ik vraag me wel af hoeveel en wat van dit verhaal op waarheid gebaseerd is. Het zou namelijk best een realistisch verhaal kunnen zijn, als niet alles zo sterk overdreven was. De dingen die in het verhaal gebeuren zouden best kunnen. Maar de schrijvers maken van de directeur een zware alcoholist, van de conciërge een grote fraudeur en van de leraar verkoopkunde een vreselijke man waar iedereen boos op is, van de gymleraar een seksist. Maar door deze overdreven karakters wordt het boek wel komisch.
Het boek bestaat dus uit zeventien hoofdstukken die elk een eigen verhaal beschrijven. Hierdoor gebeurt er vrij veel in het boek (anders krijg je saaie hoofdstukken) en blijf je wel doorlezen. Er komen geen uitgebreide sfeer-, ruimte-, of persoonsbeschrijvingen, waardoor het verhaal meestal veel snelheid heeft. De gesprekken tussen de verschillende personen zijn makkelijk te volgen, dit geldt ook voor de gebeurtenissen. Het verhaal is heel luchtig en met korte zinnen geschreven, dat maakt het makkelijk te lezen. De schrijvers zijn niet bepaald op hun mondje gevallen wat scheldwoorden betreft. Het gebruik van scheldwoorden in een boek vind ik niet zo nodig, ik vind het niet zoveel toevoegen. Aan de andere kant is het ook wel eens leuk om eens iets te lezen van iemand die geen blad voor de mond neemt en gewoon zegt wat hij bedoeld in plaats van probeert om alles in nette woorden op te schrijven.
De personen in het boek komen op zich levensecht over, of wat ze doen in werkelijkheid ook allemaal zou gebeuren (laat staan op één school in één schooljaar) daar twijfel ik aan. Door het eenvoudige taalgebruik en de levendige omschrijvingen van gebeurtenissen is het niet moeilijk om je in te leven in de hoofdpersonen, iets wat wat betreft de gebeurtenissen van bepaalde personen wel lastig kan zijn.
Het is een boek wat lekker weg leest, maar geen aanrader voor als je een goed boek wilt lezen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
1. Uit de school geklapt
2. Uit de school geklapt
3. Uit de school geklapt
4. Uit de school geklapt