Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 6VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2485 |
Opvragingen: | 0 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (6 stemmen)
Titels van Maarten 't Hart
De aansprekers (9) 1979 De droomkoningin (9) 1980 De Jacobsladder (11) 1986 De kroongetuige (86) 1983 De nakomer (6) 1996 De ortolaan (8) 1984 De scheltopusik (1) 2003 De steile helling (1) 1988 De versnijdenis (1) 1982 De vlieger (12) 1998 De zonnewijzer (27) 2002 Een vlucht regenwulpen (23) 1978 Het longvolume (1) 1982 Het psalmenoproer (3) 2006 Het uur tussen hond en wolf (6) 1987 Het vrome volk (3) 1974 Het woeden der gehele wereld (20) 1993 Ik had een wapenbroeder (6) 1973 Laatste zomernacht (10) 1977 Laatste zomernacht & De kroongetuige (1) 1983 Lotte Weeda (7) 2004 Mammoet op zondag (1) 1977 Stenen voor een ransuil (6) 1971 Verzamelde verhalen (1) 1992
Laatst gewijzigd op 1 februari 2005
Praktische gegevens
Titel: Het vrome volk
Auteur: Maarten ‘t Hart
Jaar van uitgave: Ik heb de tiende druk gelezen. Deze kwam uit in 1985 uitgegeven door Uitgeverij De Arbeiderspers in Amsterdam. De eerste druk kwam uit in december 1974.
Aantal bladzijdes: 140
Inlever datum: 22 december 2004
Inhoud en opbouw
Typering: verhalen roman
Samenvatting:
Verhaal 1: Het braakland
De ik-figuur ( voor de makkelijkheid noem ik die gene Ik) kan tijdens de kerkdienst nauwelijks zijn gedachte erbij houden. Hij telt allerlei dingen in de kerk en zuigt op zijn pepermuntje. Deze kerk dienst had een oude man, Quack, hem geen pepermuntje gegeven terwijl hij dat wel altijd doet. De dominee verteld over het braakland en de hemel. Ik dwaalt met zijn gedachte af naar het beeld van de hemel, hoe zou het er uit zien en hoe zou alles werken. Opeens hoort hij naast zich een zacht gebrom. Eerst denken de mensen in de kerk dat Quack slaapt. Later blijkt, dat hij aan het sterven is. Quack braakt en sterft. Ik denkt na over hoe Quack zich in het braakland bevond en nu naar de hemel is door gegaan. Hij en zijn vader zijn er over eens dat Quack een mooie dood heeft gehad in de kerk.
Verhaal 2: De bunzing
Ik ziet in de tuin achter het huis een bunzing en roept zijn vader. Ik moet de buurman erbij halen en samen gingen ze achter het beest aan. Hij weet te ontsnappen. De bunzing rent langs Ik heen de schuur in. Ik vertelt aan zijn vader en buurman dat hij in de schuur zit. Zijn vader en de buurman gaan de schuur in en onmiddellijk heeft Ik er spijt van dat hij gezegt heeft dat het beestje zich daar verschool. De bunzing wordt gedood en vader en de buurman zijn er heel erg trots op. Ik vind het helemaal niet zo leuk. God heeft hem ook geschapen en nu is hij gedood door zijn vader. Zo hoort het niet. Hij is echter de enige die er zo over denkt.
Verhaal 3: Het paard
Er is een paard in de sloot gevallen en allemaal mannen waaronder de vader van Ik proberen hem eruit te krijgen. Na een aantal mislukte pogingen lukt het dan toch nog. Het paard heeft te veel vocht in zijn longen gekregen dus er wordt als nog besloten om het dier te doden, zodat ze het aan de dierentuin kunnen geven. Niemand durft de kop er echter af te snijden, behalve de vader van een vriendje van Ik. Hij zet het mes in het levende dier en snijdt zijn kop eraf. Ik vind het vreselijk en heeft medelijden met het paard.
Verhaal 4: Handel
In de vakantie mag Ik zijn oom helpen met zijn werk. Hij zit in de orgel handel. Hij neemt Ik mee naar zijn klanten waar Ik op de orgel mag spelen om te kijken hoe hij klinkt. Zijn oom belazerd zijn mensen. Hij koopt hun orgel voor heel weinig geld omdat hij zegt dat er allemaal dingen mee mis is en vervolgens verkoopt hij het voor heel veel meer geld aan een ander. Zo ziet Ik hoe het in de handel gaat.
Verhaal 5: De aarbeienplukker
Ik moet van zijn moeder in de vakantie aardbeienplukken om wat geld te verdienen. Als ik daar aankomt wordt hij meteen al een beetje gepest. Er wordt hem verteld dat ze in de pauze sex hebben in het korenveld, maar dat wil Ik helemaal niet. Hij wordt gekoppeld aan een lelijk dik meisje, terwijl hij echt niet wil. Het plukken is zwaar en Ik is er erg slecht in. Als hij weer geconfronteerd wordt met wat er die middag zou gaan gebeuren zegt hij weer dat hij dat niet wil. De jongens roepen dat hij besneden is en de meisjes trekken zijn broek uit om te kijken hoe het eruit ziet. Daarbij strelen ze ook nog eens zijn penis. Ik moet huilen en zodra hij losgekomen is van de meiden rent hij het koren in waarin hij zich verschuilt tot hij naar huis mag.
Verhaal 6: De neef van Matahari
Er is een nieuwe dominee in het dorp gekomen. Hij heet dominee Zelle en hij zou de neef van Matahari zijn. De dominee kon doen wat hij wilde want iedereen accepteerde hem vanwege zijn goede preken. Hij gaat kroegen in om te drinken en hij gaat naar de hoeren. Als de ouderlingen er achter komen dat hij naar de hoeren. Dit kon echter niet bewezen worden, want als hij de kroeg in ging gooide hij alle kerkgangers eruit want die hoorden niet thuis in de kroeg en toen ging hij zelf drinken. De hoeren kon ook niet bewezen worden. De ouderlingen hebben hem proberen te volgen maar dat lukte niet, want hij fietste zo snel dat niemand hem bij kon houden en de weg die hij fietste was niet berijdbaar voor auto’s. Uiteindelijk lukte het toch om hem te volgen op een bromfiets. Toen werd de dominee afgezet ook al zei hij dat hij de hoeren probeerde te bekeren.
Verhaal 7: Ouderlingenbezoek.
Een keer in de zoveel tijd komen ouderlingen op bezoek bij een familie om te kijken hoe het met die familie staat. Ik wist er altijd onder uit te komen, maar dit keer lukte het niet. Er ontstond een hele ruzie tussen de ouderlingen en de vader van Ik. Ik vond het raar om het aan te zien. De ouderlingen vertrokken uiteindelijk woedend.
Verhaal 8: Hoge hoed
De oom van ik verteld hem een keer een grappig verhaal over hoge hoeden. Zijn oom, die dominee is, moest een keer in een dorp een preek houden bij een begrafenis. Hij was alleen zijn hoge hoed vergeten dus leende er een van vriend die verdwenen was (het was oorlog). Deze hoed was echter te klein. Hij droeg toen zijn hoed dus maar voor zijn buik. Alle andere mannen zagen dit en deden hem na, omdat ze dachten dat het hoorde. Waarschijnlijk doen ze het nu nog.
Verhaal 9: Hoofdschedelplaats
Als ik in het leger naar de kapper gaat, blijkt zijn oom die al lang geleden het contact met de familie verbroken had, zijn kapper te zijn. Zijn oom vertelde allemaal dingen over God en Jezus. Ik begrijpt niks van de dingen die hij allemaal zegt. Iedereen verklaart de kapper ook voor gek, maar Ik schaamt zich niet voor hem en geeft eerlijk toe dat het zijn oom is.
Verhaal 10: Een oxim uit Amerika
Ik moet naar Brussel om daar een vergadering bij te wonen over chemische stoffen. Ook krijgt hij een laboratorium te zien waar vreselijke testen worden gedaan op dieren. Er wordt een test gedemonstreerd op een hond. Zijn buik ligt helemaal open en het hart is te zien. Ik kan niet naar de proef kijken zo vreselijk vind hij het. Na de proef overlijdt de hond.
Verhaal 11: Hoogzomer in april
Ik is thuis en heeft een normaal leven. Hij ziet nu alle dingen anders. De hele natuur klopt niet meer volgens hem. Hij ziet alle dingen allemaal anders en probeert er dingen in te veranderen. Hij heeft gezien dat de mens alles met de natuur kan doen. Ze kunnen dieren klonen, bloemen in de winter laten groeien en zon altijd maar laten schijnen. Hij denkt ook steeds weer terug aan vroeger met de goede godsdienst. Hij is nog altijd een beetje gelovig en is bang voor de wederkomst van Christus. Het boek sluit af als Ik aan zichzelf vraagt of het wel rechtvaardig is dat de mens blijft voortbestaan.
Tijd:
A: Het verhaal speelt zich af voor de Tweede Wereldoorlog. Ik schat ongeveer de jaren 30. Ook speelt het zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog en ook nog een stukje erna. Ik weet niet tot wanneer.
B: Je kan niet precies weten in hoeveel tijd het verhaal zich afspeelt. Ik schat ongeveer 25 tot 30 jaar. Ik heb ongeveer 7 uur over het boek gedaan om het uit te krijgen.
C: Er zijn geen duidelijke vertragingen te vinden in het boek, omdat het korte verhalen zijn. De verhalen zijn ongeveer allemaal op de zelfde snelheid beschreven. Het verhaal dat het langst beschreven is in verhouding met de duur van de handelingen denk ik dat dat het tweede verhaal is: de bunzing. De functie van deze vertraging is denk ik het gevoel van Ik goed over te laten komen op de lezer. Dit verhaal sprak mij dan ook het meeste aan.
D: Net zoals bij de vertragingen zijn er dus ook geen duidelijke versnellingen. Ik denk dat het verhaal dat de langste duur van handelingen heeft maar wel kort beschreven is, is denk ik het verhaal: De neef van Matahari. Er gebeurt veel in het verhaal en het verhaal bestaat ook uit meerdere delen. Waardoor de verhaaltijd natuurlijk wat langer wordt. De functie van deze versnelling is denk ik om veel te vertellen in een korte tijd.
E: Er is een flahback te vinden op bladzijde 124. hier lees je hoe Ik altijd al bang is geweest voor de wederkomst van Christus. In het verhaal is Ik al volwassen, dan spring je terug naar zijn jeugd waar hij de angst voor de wederkomst uitlegt en dan ga je weer terug naar zijn volwassen tijd. Dit stukje is denk ik belangrijk, omdat het laat zien dat zijn geloof in God en Christus niet helemaal is verdwenen.
Ruimte:
A: De gebeurtenissen spelen af in het woonplaatsje van Ik, Maassluis. Aan het einde van het boek speelt het verhaal ook een stukje af in België.
B: Er zijn in het boek een paar kleine verscheidene belangenruimtes te vinden. Bijvoorbeeld in het eerste verhaal. Quack sterft in een kerk. De kerk wordt gezien als de plek waar je het dichts bent bij God en dat is eigenlijk de perfecte plaats om te sterven.
Personen:
Ik: Ik is een gelovige jongen. Hoe ouder hij wordt, hoe minder hij gelooft. Hij is braaf en luister goed naar anderen. De verhalen draaien altijd om een ander. Ik is een persoon die zich niet graag op de voorgrond zet. Hij is een rustig persoon.
Vertelwijze:
Het boek is geschreven in een ik perspectief. Je leest het verhaal vanaf Ik gezien. Je leest zijn gedachtes, gevoelens en acties. Soms zit er ook een perspectief wisseling in waar de verteller tegen de lezer aan spreek, zoals op bladzijde 79: “Waarom heb ik ooit die bloedhond van een Scharloo geholpen? Ik had nooit… Nee, laat me dit in chronlogische volgorde vertellen.”
Structuur:
A: Het boek bestaat uit 11 verhalen. De verhalen staan los van elkaar. Het verhaal verloopt chronologisch, maar maakt tijd sprongen tussen de verhalen door.
B: Elk verhaal begint midden in een actie. De nodige informatie over personen of gebeurtenissen zijn in het verhaal verwerkt..
C: Elk einde van een verhaal is gesloten. Het einde van het boek is ook een gesloten einde. Aan het einde twijfelt Ik aan het bestaan van de mens op de aarde; ze brengen alleen maar ellende met zich mee.
Motieven en Thema
Motieven:
1. zonde: In elk verhaal vertelt Ik over een zonde die hij begaat of die hij meemaakt bij andere mensen.
2. geloof: Ik en zijn familie zijn erg gelovig. Ze zijn reformeert. Ze gaan naar de kerk, ze vinden de dominee de geweldigste man uit het dorp, ze bidden en nog meer dergelijke dingen die je doet als je gelovig bent. Ik verliest steeds meer van dit geloof naarmate hij ouder wordt. Toch blijft zijn angst voor de wederkomst van Christus. Het geloof zit dus altijd nog diep in hem.
3. Muziek: De muziek van Bach, Mozart en Schubert komt meerdere malen terug. Ik heeft veel interesse in muziek. De laatste zin van het boek is dan ook: “Dan is er niemand meer om naar Mozart te luisteren.” Dit was het antwoord op de vraag waarom Ik nog verder zou moeten leven.
4. Natuur: De natuur wordt heel duidelijk beschreven in het boek. Heel gedetailleerd. In bijna verhaal wordt de omgeving/natuur beschreven, hoe de bomen in bloei staan, de vochtigheid van de lucht, de kou van de winter enz.
5. dood: Vooral in de eerste paar hoofdstukken komt Ik in aanraking met de dood: eerst Quack die sterft, dan de bunzing en vervolgens het paard. Aan het einde van het boek twijfelt hij ook aan zijn eigen bestaan. Misschien had het helemaal geen zin meer.
Thema:
De levensverhalen die te maken hebben met gebeurtenissen uit het leven van een man die te maken hebben met zondes, behoeftes en angsten.
Titelverklaring: Vrome mensen zijn gelovige mensen. Het boek gaat over een gelovige familie en hun gelovige vrienden. Je ziet eigenlijk dat het sterke geloof langzaam uitsterft. Je ziet het bij Ik steeds minder worden en zo zou dat waarschijnlijk bij heel veel mensen zo gaan.
Persoonlijke mening
Ik vond het een beetje een saai boek. Ik las het niet echt met plezier en het werd naarmate ik verder in het boek kwam steeds onaantrekkelijker om het te lezen.
Het taalgebruik was soms heel erg kerkelijk waardoor ik niet goed kon begrijpen wat er nou eigenlijk stond, zoals op bladzijde 81: “Ik reken erop dat je volgend jaar op de belijdeniscatechisatie zult zitten, ja (en hij bracht zijn gezicht dicht bij de mijne) volgend jaar geef jij je jawoord aan de Koning der Koningen en de Heer der Heefscharen, halleluja, eeuwig zij zijn naam geprezen. Bid dat je nog de tijd krijgt om belijdenissen doen wat de ure is kort en de grote doorluchtige dag des Heren is aanstaande, de dag waarop hij zal wederkomen en de zon verduisterd zal worden, de maan een haren zak zal dragen en de sterren van de hemel zullen vallen.”
Verder was er een makkelijk taalgebruik en was het nog prima te volgen met alle rare gelovige woorden er tussen door.
De verhalen waren heel verschillend. Ik denk dat mij dat niet goed lag. Ik hou meer van een boek met één verhaallijn en een doel. Dit boek miste dat. Ik hou gewoon niet zo van losse verhalen over het leven van een man. Aan de andere kant vond ik het ook wel weer fijn om korte stukjes te lezen. Het lezen ging zo snel en gemakkelijk, ook al was het onaantrekkelijk en saai voor me.
De gebeurtenissen die Ik meemaakte spraken me ook niet echt aan. Het waren te gewone gebeurtenissen. Niet iets spannends en ook niet echt schokkend voor mij. Ik begrijp wel dat voor vrome mensen het een hele schok zal zijn als ze er achter komen dat hun dominee een alcohollist is die graag de hoeren bezoekt, maar mij doet dat helemaal niks.
De personen in het boek spraken mij ook niet aan. Ik was heel stil en braaf en liet alles maar een beetje over zich heen komen. De rest van de personen waren heel gelovig of deden dingen die mij niet aanspraken zoals mensen oplichten.
De opbouw van het verhaal was wel goed. Alleen wel lastig dat je niet precies wist in welke tijd je zat en hoe oud Ik was. Dit kon soms voor verwarring zorgen.
Ik heb nog nooit een boek gelezen met zo’n soort thema of iets wat er ook maar op leek. Het was een interessant boek, maar niet mijn stijl. Het onderwerp interesseert mij gewoon niet, maar het was het proberen waart.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen