ff n studiebreak
Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
I Zakelijke gegevens
1. Auteur: Heeresma H.
Titel: Een winkelier keert niet weerom.
Uit: Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming.
Plaats van uitgave: Amsterdam
Druk: onbekend, 1e druk 1973
Aantal bladzijden: 10
2. Motto en opdracht
Er is geen motto
3. Korte inhoud
Een winkelier die porselein verkoopt gaat er een dagje met een roeibootje tussenuit. Hij wil een sigaret opsteken maar hij heeft geen vuur bij zich. Hij hoort iemand over de brug lopen en roept hem. De man op de brug laat eerst de aansteker door de brug heen zakken, de winkelier en de man op de brug (een postbode) weten allebei niet waar de aansteker is gebleven. De postbode heeft ook nog lucifers. De winkelier besluit eerst onder de brug vandaan te komen. Hij krijgt het touw niet los. Hij leent een mesje van de postbode maar hij moest er voorzichtig mee doen. Uiteindelijk lukt het de winkelier om het touw doorgesneden te krijgen. Als hij dan naar het mesje kijkt ziet hij dat het kapot is. De postbode wordt kwaad, want het was een herinnering voor hem. De postbode vraagt om honderd gulden om het mes te vergoeden. De winkelier weigert om het te betalen. De winkelier roeit weg. De postbode blijft hem verder op zijn fiets volgen. In ruil voor zijn broodje en zijn bootje krijgt de winkelier de fiets, waarvan de banden dan leeg blijken te zijn. De winkelier neemt naast de postbode plaats in het bootje. Ze zien de ondergaande zon. De winkelier gaat onder de cape van de postbode zitten. Samen varen ze de ondergaande zon tegemoet. De postbode zegt tegen de winkelier dat voor iedereen op een gegeven moment zijn tijd komt.
II Analyse
4. Structuur
De tekst is niet verdeeld in hoofdstukken. Het is aan één stuk door geschreven. De tijd gaat heel snel in het verhaal. Het verhaal is een deel van een boek. Het is een best vreemd verhaal. Je moet erover nadenken. Er zit een beetje spanning in het verhaal, namelijk als de postbode de winkelier achtervolgt. De tijd gaat dan ook heel snel. Het hoogtepunt van de spanning was toen de winkelier de postbode aan zag komen fietsen.
5. Verhaalfiguren
De twee belangrijkste verhaalfiguren zijn de winkelier en de postbode. De winkelier heeft een eigen winkeltje waar hij porselein verkoopt. Verder kom je niet zoveel te weten over zijn karakter, uiterlijk of leeftijd.
De postbode is in het begin vriendelijk, daarna is hij niet meer vriendelijk. Hij draagt een cape en rijdt op een fiets. Je komt niet te weten hoe oud hij is.
De winkelier is een round character want je zit in het hoofd van de winkelier. De winkelier maakt een ontwikkeling door. De postbode is een flat character. Je weet niet wat hij denkt en hij maakt geen ontwikkeling door. Het is geen ‘speaking name’.
6. Tijd
Het verhaal speelt zich rond deze tijd af. Er waren fietsen en aanstekers. Er verstrijkt één dag in het verhaal. Het verhaal loopt in chronologische volgorde, er zijn geen flashbacks. Er zit een versnelling in het verhaal. De tijd dat de winkelier wegroeit en de postbode hem achterna komt gaat ineens heel snel. Toen de winkelier met zijn bootje nog onder de brug lag was het in de ochtend en toen de winkelier een stuk had geroeid en achterna gezeten was, was het al avond en ging de zon onder.
7. Ruimte
a. Het verhaal speelt zich af in een roeibootje op het water.
b. Ruimte en handeling/gevoel stemmen overeen. De winkelier gaat de dood tegemoet. Dat merk je aan het water: ‘…plastic vliezen en ander verpakkingsmateriaal aan bleef aan de riemen hangen…’
Je merkt het aan het weer: ‘Hij keek naar de lucht. Leeggrijs. Dat bleef zo, de hele dag.’
Je merkt het aan de eenden: ‘Kijk, daar ging een eend. En nog een. Ze zagen er armoedig uit. Verfomfaaid. Geen wonder. In het water dreven overal veelkleurige benzinevlekken en olieplakkaten.’
Als de winkelier aan het roeien is roeit hij in een verlaten omgeving. Het symboliseert allemaal de dood.
8. Perspectief
Het perspectief ligt bij de winkelier. Het is subjectief want je zit in het hoofd van de winkelier. Het perspectief wisselt niet.
De keuze van de schrijver voor het perspectief heeft gevolgen voor de lezer want de lezer gaat alles vanuit de winkelier zien. Je kijkt vanuit de ogen van de winkelier.
III Interpretatie
9. Titeluitleg
De titel is ‘Een winkelier keert niet weerom’. Het verhaal gaat over een winkelier die gaat roeien en niet meer terugkomt. Hij gaat dood. Hij maakt een ontwikkeling mee van leven naar de dood.
10. Motto-uitleg
Er is geen motto.
11. Motieven
a. algemene motieven: Dood, ontwikkeling
b. verhaalmotieven: De verlaten omgeving, het is een symbool voor de dood. Het vieze water, een symbool voor de dood. Het slechte weer, een symbool voor de dood.
12. Thema
Je kan niet ontsnappen aan de dood. Er komt voor iedereen een tijd, vroeg of laat. De ene gaat vroeg de ander laat.
IV Achtergrond
13. Auteur
Heere op 9 maart 1932 als zoon van Heere Heeresma en Hendrika van der Zwan in het huis aan de Speerstraat 5 in Amsterdam-Zuid in een zeer christelijk gezin werd geboren.
Zijn vader, die overleed toen Heere 12 jaar was, stond bekend als een eigenzinnig theoloog en godsdienstleraar met een eigen tijdschrift (De Flambouw, 19 32-1941). In het gezin worden nog twee zonen geboren namelijk Marcus (1936) en Faber (1939), die beiden als schrijver respectievelijk schrijver en etser bekend werden.
Heere volgde enige jaren de HBS en begon daarna aan een lange reeks van baantjes zoals leerling-typograaf bij De Bussy (Amsterdam), 'duizendpoot' in een kruideniersbedrijf, loopjongen bij de N.V. Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek (Amsterdam), vertegenwoordiger bij E.G. Bouwer's
In 1954 debuteert Heere met de dichtbundel Kinderkamer. Hij woont en werkt dan afwisselend in Amsterdam en Den Haag. Dochter Marijne wordt in 1957 geboren maar over haar en haar moeder ontbreken nadere gegevens.
Als copywriter werkt Heere uiteindelijk wel succesvol maar dit valt voor hem niet te combineren met zijn werk als auteur.
Heere is inmiddels free-lancer als in december 1961 zoon Heere jr. wordt geboren uit zijn huwelijk met Louise Cornets de Groot. Hij zet in 1963 definitief een punt achter zijn werknemersbestaan en begint voor zichzelf als literair auteur. In die tijd zweert hij de alcohol af naar zijn zeggen omdat hij van nature een alcoholist is en vele malen ter ontnuchtering ingesloten is geweest en zelfs een ontwenningskliniek heeft bezocht.
Naast zijn werk als recensist voor Elsevier begint Heere met het schrijven van verhalen en romans zoals Bevind van zaken en Een dagje naar het strand', welke beide verschijnen in 1962. Om verder in zijn onderhoud te kunnen voorzien schrijft hij diverse zg. realistische romans en pornoverhalen, die hij zelf genrepersiflages noemt. Hij gebruikt daarvoor de pseudoniemen Johannes de Back, Ben Bulla, Rochus Brandera en Horst Liederer. Vanaf 1982 zijn deze boeken opnieuw uitgegeven onder zijn echte naam.
Als eenling treedt Heere in 1969 toe tot de redactie van het literair magazine Soma, als man van de 'Akties en Attrakties', een 'literaire' functie die zijn bedoelingen in de wereld van het boek pregnant weergeeft: 'weg met de Wichtigmacherei'. Zijn naam onder het Manifest voor de jaren zeventig (1970) is logisch. Ook daar was het doel brede lagen van de bevolking met literatuur te bereiken.
Vanaf 1979 komen opvallend veel verzamelde publcaties uit: verhalen, poëzie, spy-specials en interviews. In de pers verschijnen berichten over de zakenman Heeresma met een keten van wasserettes onder de naam 'Monsieur Laundry' tussen Cap d'Agde en Menton aan de Franse Rivièra en een peepshow in Parijs.
Diverse boeken zijn verfilmd (b.v. Een dagje naar het strand' en Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp).
Heeresma ondermijnt in zijn werk de zekerheden van de mensen en relativeert de problemen zodat hij de lezer dwingt een eigen nieuwe keuze te bepalen. Vooral de burgermansmoraal wordt te kijk gezet. Hij doet dit vaak in een plechtige, ouderwetse stijl met gebruikmaking van uitdrukkingen in de spreektaal en een bepaalde overdrijving (hyperbool) om de zekerheden van de brave burgers te ondermijnen. Dit heeft een ironisch effect. Hij wil zijn lezers een spiegel voorhouden.
Voor een uitgebreid overzicht van zijn werk wordt verwezen naar zijn bibliografie.
Zijn werk is in vele talen vertaald en verscheen o.a. in Finland, Duitsland, Polen, Tsjecho-Slowakije, Hongarije, Joegoslavië, de USSR, Italië, Spanje, Engeland, Japan en Indonesië. Een groot deel van zijn materiaal is in woord en geschrift, band en knipsel, ondergebracht in de collectie van het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag.
Heere werd ook voor tv-shows van o.a. Adriaan Van Dis, Ivo Niehe, Sonja Barend en Jan Lenferink uitgenodigd. Hij weigerde echter.
Van 1993 tot 2003 verzorgde Heere wekelijks op de vrijdagavonden de zg. weeksluiting van het radioprogramma 'De avonden' van de VPRO. Hij las tijdens deze uitzendingen voor uit eigen werk.
Een paar boeken:
1992 Dronken deuren: uit een verzopen verleden (dagboek en foto's). (Bibliofiele druk, 125 genummerde exemplaren). 1996 Zacht gelag (speakerproza) 1997 Helemaal Heeresma (verzamelde romans)
1996 Zacht gelag (speakerproza)
1997 Helemaal Heeresma (verzamelde romans)
1998 Pompen of...Prachtporno uit de drasdelta (parodistische pornoverhalen)
V Mening
14. Recensie
Kon ik niet vinden
Eigen mening
Ik vind het een beetje een vreemd verhaal. Je moet er goed over nadenken en er een betekenis achter zoeken. Ik hou daar niet zo van om er zo over na te denken maar aan de andere kant is het best interessant om te doen.
Alles wat verteld werd kon ik goed volgen. Het was niet moeilijk om te lezen alleen sommige gebeurtenissen waren vreemd. Er zaten geen moeilijke woorden of zinnen in.
Er zit wel wat spanning in het verhaal. Als de postbode de winkelier op zijn fiets volgt. Je weet niet wat de postbode dan van plan is. Het verhaal is niet echt geloofwaardig. Op het laatst gebeurt er iets wat vreemd is. Het komt niet echt realistisch over. Het verhaal is van deze tijd. Het kan zich nu afspelen.
Ik vind het wel een goed thema. Ik ben het eens met het thema. Ik denk dat er voor iedereen wel een tijd komt, en dat je daar niet onderuit kan komen.
Ik herken geen gevoelens of situaties uit dit verhaal. Ik maak zoiets nooit mee, dus ik herken het niet.
Ik kan me het beste inleven in de winkelier. Het verhaal wordt vanaf zijn kant geschreven. Je weet wat hij denkt en wat hij van de postbode vindt. Daarom kan ik me beter in de winkelier inleven.
Ik heb nog nooit echt over dit onderwerp nagedacht. Er zit wel iets van waarheid in dit verhaal. Het is zo wel leuk beschreven.
Dit werk heeft me wel een beetje geleerd om verder te denken over een verhaal. Om er een betekenis achter te zoeken.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.