Boekverslag Jan Overduin

Het paradijs

[1] 2 3 4

Info over dit verslag

Geschreven door:

makkie [meer]

Niveau:

6VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1191

Opvragingen:

11

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (17 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Jan Overduin

Laatst gewijzigd op 12 januari 2005

1. Zakelijke gegevens:
a) Auteur: Jan Overduin
b) Titel: Het paradijs, uitgeverij de Groot Goudriaan, Kampen, 1999-1, 317 blz.
(eerste druk: 1999)
c) Genre: Roman

2. Eerste reactie:
a) Keuze: Over de keuze van dit boek heb ik niet echt nagedacht. Ik liep samen met mijn moeder door de bibliotheek en ik zocht een boek om voor letterkunde te lezen. Mijn moeder zie toen dat Het paradijs wel een mooi boek was, ze had het zelf al eerder eens gelezen.
b) Inhoud: Ik vind het boek een beetje vreemd. Als je met lezen begint heb je ook eigenlijk geen idee wat er allemaal gaat gebeuren in het boek. Zelfs na het lezen van de uiterst vage proloog is er eigenlijk nog niets duidelijk. Ik vind dat het best een saai boek is. Toch lees je door als je begonnen bent, ik denk dat dat komt omdat je helemaal niet weet waar alles op uitdraait.

3. Verdieping:
a) Samenvatting: Het boek is eigenlijk een soort dagboek van de hoofdpersoon. Hij schrijft eerst over zijn jeugd. Door verschillende gebeurtenissen uit zijn jeugd is hij een beetje vreemd geworden. Zijn jeugd was ongelukkig; hij woonde bij zijn onaardige oom en leed aan een onbeantwoorde liefde. Hij droomde van een meisje in zijn klas die hij zag als een soort heilige, Eva. Later blijkt dat zij in werkelijkheid niet aan die droom beantwoordt, hierdoor is de hoofdpersoon zwaar teleurgesteld in het vrouwelijk geslacht.
Als hij volwassen is ontmoet hij Elize. Zelf is hij niet gelovig, Elize is dat wel. Hij is diep van binnen jaloers op haar geloof en hij probeert dat geloof ook te krijgen door Elize te aanbidden. Elize betekend alles in zijn leven.
Elize en hij trouwen en krijgen een kind. Het is een meisje en het wordt Like genoemd. De hoofdpersoon heeft nu een gezin en proeft van het echte geluk. Dan wordt Elize ernstig ziek, gelukkig is ze bereidt te sterven. Haar man wil haar echter niet laten gaan en voelt dat hij zonder haar het leven niet aankan. Als Elize sterft, wordt hij ook inderdaad vreemd. Hij reageert overdreven en trekt zich terug uit het sociale leven. Tijdens een van zijn overdreven reacties slaat hij Like in haar gezicht. Zij heeft een wondje waar bloed uit komt. Een paar dagen later wordt Like begraven, ze is gestorven aan bloedvergiftiging die werd veroorzaakt door dat kleine wondje in haar gezicht.
Dan stort de hoofdpersoon pas echt in. Hij geeft zichzelf de schuld van de dood van Like en denkt dat Elize hem dit nooit zal vergeven. Hij is boos op God omdat Die hem het geluk liet zien om het daarna weer af te pakken. Alles wat er in zijn leven gebeurt ziet hij als een complot van God tegen hem.
De hoofdpersoon ziet het leven niet meer zitten en beraamt een zelfmoord. Hij maakt zijn zaken in orde en gaat op weg naar de rivier. Terwijl hij daar nog wat nadenkt over zijn leven komt er een meisje op hem af. Hij praat even met haar maar zij wordt door een begeleidster van het weeshuis geroepen. “Bent u er morgen weer?” vraagt ze dan. Hij geeft spontaan een bevestigend antwoord. Van zijn plannen voor die dag kwam niets terecht, zo’n kind mag je immers niet teleurstellen.
Hij denkt nog eens na over deze ontmoeting en daarbij denkt hij terug aan zijn eigen jeugd. Hij wil heel graag dit kind een prettige jeugd geven. Hij veranderd zijn testament ten gunste van haar en op een gegeven moment stapt hij van zijn zelfmoordplannen af. Hij wil proberen Antje (dat is de naam van het meisje) te adopteren. Dat lukt hem niet omdat hij geen lid van een kerk is en geen vrouw heeft. Hij voert veel gesprekken met de dominee die ook in het bestuur van het weeshuis zit.
Het wordt hem toegestaan om Antje af en toe eens op te halen om er samen op uit te gaan. Hij koopt van alles voor haar en hij gaat veel van haar houden. Nadat Antje op zijn kosten haar studie heeft afgerond, neemt zij een baan aan in het noorden van het land. Antje is hij dus ook al kwijt.
Hij wordt ziek en de dokter zegt hem dat deze ziekte zijn einde wordt. In een gesprek met de dominee biecht hij alles op (over zijn schuld aan het sterven van Like ed.) en hij zegt dat hij daardoor niet zalig kan worden. God zal zulke grote zonden vast niet vergeven. De dominee zegt dan dat God juist aan de grootste zondaars Zijn genade schenkt. De hoofdpersoon ziet dan in dat hij niet God zocht, maar zichzelf. Hij ging immers niet naar de kerk om God te loven maar om zijn eigen liefde voor Elize te laten zien.
De hoofdpersoon schrijft dan alles in zijn dagboek. Op een gegeven moment sterft hij. De dominee is daarbij aanwezig en maakt het onafgemaakte dagboek af. Hij schrijft over de laatste uren van de hoofdpersoon. De laatste woorden van de hoofdpersoon zijn: “Het gaat niet om het paradijs… het gaat om Hem”.
b) Onderzoek van de verhaaltechniek: De schrijver schrijft bijna het gehele boek vanuit de hoofdpersoon. Pas aan het eind schrijft hij vanuit de dominee. De hoofdpersoon weet dat hij op sterven ligt en licht toe waarom hij zijn leven op schrift stelt. Dan volgt er eigenlijk een soort flashback waarin de hoofdpersoon schrijft alsof hij de dingen net beleeft heeft. Aan het eind van het boek ben je weer terug bij het begin.
In het boek komen niet zoveel personen voor. De hoofdpersoon wordt niet bij naam genoemd, zijn vrouw Elize wel. Verder komen er in het boek nog zijn dochter Like, ‘pleegdochter’ Antje, de dokter, de dominee, zijn oom en tante en zijn schoonmoeder voor. Aan het begin van het boek speelt ‘Eva’ een belangrijke rol in zijn leven, later zijn vooral Like en Elize belangrijk en daarna Antje en de dominee.
c) Op zoek naar de thematiek: Het thema van dit boek is geloof. De hoofdpersoon wil geloven maar kan dat niet omdat andere mensen voor hem de plaats van God innemen. Elize is bijvoorbeeld alles voor hem.
Citaat blz 106: “Maar zolang ik jouw heb, leef ik wel in het paradijs”
God is dan als het ware overbodig. Later beseft de hoofdpersoon wel dat hij God nodig heeft, dan staan hem echter zijn grote zonden in de weg en ook hindert het hem dat God hem zo’n ellendig leven heeft laten leiden. Hij kan er eigenlijk ook niet mee leven dat God Elize zo vroeg heeft laten sterven, Elize was immers een gelovige en volgens de hoofdpersoon zo ongeveer een heilige.
Er is een duidelijk verband tussen de titel ‘Het paradijs’ en het thema. De hoofdpersoon denkt namelijk dat God hem het hemels paradijs toch niet binnen wil laten en creert daarom een soort privéparadijs op aarde. Pas veel later krijgt het Paradijs echt betekenis voor hem.
d) plaats in de literatuurgeschiedenis: Dit boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1999 en behoort dus tot de moderne literatuur. Dit boek is niet echt typerend voor deze tijd. Het gaat over een weeshuis en dergelijke dingen, daar lees je in de tegenwoordige literatuur niet zoveel over.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.