CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Jelmer Steen (6 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

12 januari 2005

Taal:

Woorden:

1.750

Bekeken:

2910 keer (9 deze maand)

Waardering:

3.5/5 (21 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

1. Zakelijke gegevens
Auteur: Freek de Jong
Titel: Zaansch Veem
Uitgever: De Harmonie
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 1988
Druk: 5e
1e Druk: 191987
Aantal bladzijden: 165
Genre: Roman

2. Eerste reactie
Keuze
Ik had in Eldorado over Freek de Jonge gelezen en ik vind hem wel een goede cabaretier. Zij cabaretprogramma`s spreken mij wel aan en daarom leek het mij wel leuk om ook eens een boek van hem te lezen en ik heb deze gekozen omdat ik hier wat over gelezen had in Eldorado.

Inhoud
Ieder hoofdstuk is eigenlijk een los verhaal, een situatie uit zijn jeugd. Er zit wel een lijn in. Ik vond het op zich wel een leuk boek, alle situaties zijn leuk beschreven en er zit veel humor in, zoals ik wel verwacht had van een cabaretier. De schrijfstijl is lekker luchtig en het leest daarom lekker makkelijk weg.

3. Verdieping
Samenvatting
In Zaansch Veem blikt Freek de Jonge terug op zijn jeugd in Zaandam, maar dat hij altijd al heeft willen veranderen, wordt maar al te goed duidelijk. Altijd was er immers dat gehate brilletje en altijd was er armoe, als gevolg waarvan hij bij voorbeeld moest deelnemen aan de optocht op Koninginnedag in een oranje broek die zijn moeder uit een kussensloop had geknipt, zodat het er meer op leek dat hij een luier aanhad. Altijd moest je uitkijken voor de Blauwpadders, de a-sociale bewoners van het Blauwe Pad, die er voortdurend op uit schenen je te grazen te nemen en er niet voor terugdeinsden het brandhout voor de luilakviering bij jou uit het schuurtje te halen, onder de ogen van je eigen vader nog wel ! Veel sjieker gaat het toe in de Schildersbuurt; daar te wonen is dan ook zijn grootste wens, al wordt het beeld dat hij van de mensen daar heeft wel wat genuanceerder na een logeerpartij bij Berend Hol. Een vlek in het vloerkleed blijkt voor diens moeder zo wat een doodzonde en het zacht gekookte eitje blijkt een kuikenlijkje te bevatten, dat hij in om ze niet nog bozer te maken probeert op te eten. De rode draad door het verhaal is de bouw van de nieuwe Paaskerk. De feestelijke opening van dit gebouw maakt de jonge domineeszoon echter niet meer mee, al was hij nog zo nauw bij de voorbereidingen betrokken.
Ook hij droomt ervan verborgen talenten te hebben die natuurlijk worden ontdekt. en ook Freek verricht in zijn fantasie de meest stoutmoedige heldendaden. De Paaskerk, waar Freek zo fanatiek voor collecteert, speelt een belangrijke rol in het boek. Vlak voor de kerk wordt geopend ziet de jonge Freek, verstopt onder 5e banken, maar later betrapt, hoe de schilder Karel Appel, die op de ramen van de kerk in felle kleuren de zes scheppingsdagen had verbeeld, een bijpassende tekst op de witte muur van de kerk schildert. Citaat blz 133: ‘-Wat staat daar, maatje? vroeg de kunstenaar op luide toon en met een aanstekelijk Amsterdams accent. Ik las hardop: -De ganse schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden der zonen Gods. Mijn voordracht luchtte de schilder zichtbaar op. -Mooi, het is dus te lezen, zei hij en voegde eraan toe: -Ach joh, ik rotzooi maar wat an!’
Freek is vol bewondering over zoveel bescheidenheid. Groot is dan ook zijn boosheid als later blijkt dat de dominee Van Petigem, die al liever Anton Pieck dan Appel had genomen, de slordig geschreven tekst heeft laten, overschilderen. Daarom verkiest hij die dag naar het aan de horizon lokkende Amsterdam te gaan. Het boek eindigt met de mededeling dat ze uiteindelijk naar de schildersbuurt verhuist zijn.

Schrijfstijl
Het taalgebruik van Freek de Jonge in zijn boeken lijkt heel erg op zijn taalgebruik in de cabaretprogramma`s, dit boek is dus ook heel erg makkelijk te lezen. Dit boek lees je als je de tijd hebt zo in een keer uit. Het is ook niet vervelend geschreven, het is gewoon heel lekker simpel geschreven, in de stijl van Freek de Jonge.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af in Zaandam, dat vlak bij Amsterdam verwijdert ligt, daar probeert Freek ook op een gegeven moment ook naar toe te gaan. Het verhaal is ook genoemd naar een bedrijf uit Zaandam, waarvan in het verhaal twee pakhuizen zijn afgebrand, nl. de firma NV. Zaansch Veem. Het plaatsje ligt ook aan de zaan, die hij dagelijks moet oversteken.
In Zaandam speelt het zich vooral af in zijn eigen huis en in de straten waar hij moet collecteren.
Het verhaal heeft zich in de jaren 50 afgespeeld, dit naar aanleiding van het duidelijke verschil, tussen godsdienst, inkomen, er was geen schijntje emancipatie, er was net bij de rijke mensen tv, het vermaak van de jeugd, het was bijvoorbeeld ook een hele ervaring om in een auto te rijden, die was toen dus nog echt op komst. Freek moest iedere zaterdag middag gaan collecteren voor de paaskerk, dat zou tegenwoordig echt niet meer zo gedaan worden. En het is in de jeugdjaren van Freek de Jong.
Erg duidelijk is de vertelde tijd niet. Het moet een periode van een aantal jaar zijn, in het begin is hij de enige die collecteert voor de Paaskerk, en aan het eind van het verhaal wordt de Paaskerk geopend.
Het hele verhaal is ook chronologisch verteld, er zijn geen Flashbacks of Flashforwards.

Verhaalfiguren
Freek de Jonge: Freek is de hoofdpersoon uit dit boek, tevens ook de schrijver, en het ik figuur. Hij is zeer gelovig, en droomt nog altijd van verborgen talenten die ooit tot uiting zullen komen. Zijn vader is dominee van de plaatselijke Hervormde kerk, dus hij was streng Hervormd. Heidenen, Katholieken en Protestanten zijn bevolkingsgroepen, waar je beter maar ver van weg kan blijven.
Freek houdt van voetballen, en als hij een keer de kans krijgt om te gaan voetballen in de wedstrijd, de blauwe padders - de Schilderswijk komt zijn talent tot uiting, als keeper, en er wordt aan hem gevraagd of hij mee wil spelen bij de plaatselijke voetbal vereniging, maar op zaterdag kan hij ook niet, want dan moet hij gaan collecteren voor de te bouwen Paaskerk.
Freek heeft ook altijd leuke originele ideeën die later door allerlei anderen steeds worden afgepakt zoal bijvoorbeeld de blik trommel vereniging, die Freek zelf had opgericht, op de dag van de uitvoering mocht hij niet eens mee doen, hij moest maar achteraan lopen.
Freek is bang voor de blauwe-padders, voor hen moest je echt uitkijken, want anders haalden zij hun grote broer erbij, en dan had je echt een probleem. Freek is niet echt zelf verzekerd, ligt in het begin nachten lang wakker, als hij iets had gedaan wat niet mocht, hij biechtte alles op, en zonodig laste hij een extra collecte in voor de Paaskerk.
Govert de Jonge: Govert is de broer van Freek, zij doen een heleboel samen, hebben samen ook veel leuke ideeën zoals bijvoorbeeld een circus opvoeren in het schuurtje, terwijl er helemaal niemand kwam. Govert ging ook in de zomer samen met Freek en de gebroeders de Ridder samen zwemmen, voor school. Govert ging al naar de middelbare school en wist meer van het leven dan Freek op veel gebieden.
Vader de Jonge: Vader was streng hervormd, en dominee van de plaatselijke kerk. Hij vond het maar al te goed dat zijn zoonlief iedere zaterdag ging collecteren om geld bij elkaar te krijgen voor de nieuw te bouwen Paaskerk in Zaandam.
Vader kon soms wel eens goed kwaad worden tegen Freek en hem zonodig een flinke draai om zijn oren geven. Vader gaf ook rondleidingen in de kerk, waar Freek meestal bij was. Vader ging dan altijd een stuk spelen op het traporgel in de kerk waar Freek dan heel spontaan mocht gaan staan trappen, en iedere keer het zelfde grapje, dat Freek door bleef trappen terwijl het stuk al lang afgelopen was.
Moeder de Jonge: Moeder was heel vredelievend, ze stond altijd voor hem klaar en als ze een keer boos was dan ging ze hem al gelijk weer troosten als hij ging huilen. Moeder deed alles in het huishouden zoals in die tijd gebruikelijk was.
De Jongens van het Blauwe Pad: De jongens van het blauwe pad waren a-sociaal, zij dumpten hun afval gewoon op straat, lieten zijn band op een collecte-zaterdag leeg lopen, en zij stalen bij de eerste keer luilak in hun leven de brandstof voor het allemachtige luilak vuur. Op dat vuur gooiden zij echt alles. Het zijn gewoon een stelletje a-socialen die verder geen naam kregen.
Berend Hol: Jongen uit de klas van Freek die in de schildersbuurt woont, hij is rijk en Freek is daarom jaloers op hem, maar als hij bij hem gaat logeren heeft hij toch een beetje heimwee naar het huiselijke bij zichzelf thuis.

Situaties
Er komen vooral veel op het eerste gezicht opzichzelfstaande situaties in voor die later allemaal met elkaar te maken blijken te hebben. Alle situaties zijn voorzien van een komisch tintje. Hij schrijft het met veel zelfspot, zo legt hij bijvoorbeeld veel nadruk op zijn kinderlijkheid van toen: blz. 94 ‘Zijn vader was directeur van een elektronicawinkel en dus de rijkste man van de wereld.’

Vertelwijze
In dit verhaal is duidelijk sprake van een ik-perspectief , het is dan ook een autobiografie. Dit verhaal wordt echt door Freek verteld, het is net alsof hij echt alles precies van elk detail nog herinnert hij vertelt gewoon zijn hele jeugd.

Thema
Het thema van dit verhaal blijft toch nog altijd de godsdienst waarin hij zo streng is opgevoed. Al het collecteren van hem. Zeker weten wat je later wil worden, maar er toch erg over twijfelen en er goed over na denken de hele dag. Hij gaat daarover steeds meer twijfelen en uiteindelijk wil hij toch kunstenaar worden. Het is echt het verhaal van een kind dat zo snel geen enkele vlieg kwaad zou doen.

Motieven
Het komt vaak voor dat als hij bijvoorbeeld een aardig idee heeft, er wel iemand tussen komt of gebeurt het dan zo, dat hij er helemaal niets meer mee te maken mag hebben, terwijl hij er misschien wel de meeste moeite voor gedaan zou hebben. Zo bij de trommel vereniging, en zo ook bij het collecteren, dat was het idee van hem en zijn moeder, nu moet plotseling iedereen dat doen, en wordt er een soort van wedstrijd van gemaakt.
De Pesterijen die hij vaak te verduren krijgt komen ook steeds terug. Twijfel over wat hij later worden wil en zijn toekomst is ook een motief. Maar het grootste motief blijft de godsdienst.

Titelverklaring
De titel is ontleent aan een pakhuis dat in het verhaal door een brand verwoest wordt, waarschijnlijk aangestoken. De titel komt overeen met de naam van dit pakhuis.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.