CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

marleen (6 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

6 januari 2005

Taal:

Woorden:

2.400

Bekeken:

5795 keer (9 deze maand)

Waardering:

3.8/5 (130 stemmen)

Deel op:

  • Door sjappie (groep1.) op 14-04-2011
    sjuper leujk boejkah~!
  • Door josca op 10-03-2005
    heej.. ik wil ff zeggen dat het echt een super boekverslag is en dat ik er echt heel veel aan had.. heel erg bedankt daar voor..! groetjehs josca
  • Door marloes op 26-01-2005
    heej dankje wel voor je boekverslag is echt heel goed gemaakt! doeg xxx marloes!
  • Door Marleen op 11-01-2005
    Ik vind het een goed boekverslag.. en grappig die het gemaakt heeft ook marleen heet

Auteur
Jacques Vriens

Titel
Een stelletje mooie vrienden

Uitgever, eerste druk
Van Holkema & Warendorf, 1981

Aantal bladzijdes, leestijd
135 bladzijdes, 120 minuten

Eventueel motto
Er is geen motto

Titelverklaring
Hoewel de titel ‘Een stelletje mooie vrienden’ iets positiefs suggereert, wordt de zin in het boek in een negatieve context geplaatst. Wanneer Moe De Vries boos is op Renie, Appie en David roept ze namelijk dat ze een ‘stelletje mooie vrienden’ zijn, omdat ze haar zoon verraden zouden hebben bij de politie. Dat dit de titel van het boek is, komt omdat aan het eind van het verhaal duidelijk wordt dat ze wel degelijk een leuke groep vrienden zijn.

Samenvatting
Wanneer er op een nacht bij David thuis wordt ingebroken, blijkt dit al de zoveelste inbraak in korte tijd te zijn in de rijke buurt waar hij woont. Commandant van de plaatselijke politie Van Lookeren, ook wel De Knikker genoemd door zijn kale hoofd, leidt het onderzoek. David en zijn vrienden Renie, Ida en Appie hebben daar weinig vertrouwen in en besluiten zelf op onderzoek uit te gaan. Tijdens hun eerste onderzoek lijken ze weinig te vinden, totdat ze bij toeval een gele schram zien op een paaltje. Dit moet wel afkomstig zijn van de auto van de daders.
Wanneer Renie de volgende nacht alleen thuis is, hoort ze opeens vreemde geluiden en ook haar kat begint raar te doen. Als ze haar kat tot stilte wil manen, duwt ze per ongeluk haar kamerdeur open, waardoor de inbrekers haar zien en snel op de vlucht slaan. Een half uur later wordt ze helemaal in paniek gevonden door een stel agenten, dat een controleritje aan het maken was. Ze wordt door de ouders van David opgevangen, totdat haar eigen moeder thuis komt. David wordt wakker van het gepraat bij hem thuis en komt naar beneden om Renie te troosten.
De volgende morgen, wanneer Renie Ida thuis ophaalt, hoort ze een stem die ze herkent heeft tijdens de inbraak. De broer van Ida, Peter, was één van de daders. Renie vertrouwt het Ida toe en belooft haar meteen om Peter niet te verraden. ’s Middags wil De Knikker nogmaals met Renie praten over de inbraak, omdat ze een belangrijke getuige is. Voordat het gesprek heeft plaatsgehad, wordt Peter echter al opgepakt. Ida verdenkt haar vriendin Renie ervan haar broer te hebben verraden, en ze is woest op haar vrienden. Renie, Appie en David besluiten om Ida de volgende dagen samen op te komen halen om haar te steunen op school, voor het geval ze gepest gaat worden. Ida denkt echter dat ze zijn gekomen om haar te pesten en ze vliegt Appie aan, waarna er een vechtpartij ontstaat tussen die twee. Uiteindelijk besluiten de drie vrienden om Ida achter te laten en ze gaan toch maar naar school. Daar wordt er flink geroddeld over Ida de Vries en na vele pogingen slaagt Meester Beets er eindelijk in om de klas te bedaren en op andere gedachten te brengen over hun klasgenootje Ida.
Toen Appie, David en Renie ’s middags bij Renie thuis wilden proberen uit te zoeken hoe het kwam dat Peter opgepakt was, zat Ida daar op haar vriendin te wachten. Ze verontschuldigde zich voor de verdenking dat Renie haar broer had verraden, want ze had net gehoord dat de politie er zelf achter was gekomen door ook het spoor van de gele verfafdruk te volgen.
Met z’n vieren besloten ze de gestolen spullen te gaan zoeken, omdat Peter alleen zo kans had op een voorwaardelijke straf. Omdat de jongens twee vrienden van Peter, Frans en Willem, eerder die week hadden rond zien hangen bij het Monnikendijkje, gingen ze daar op onderzoek uit. Toen ze in een schuurtje de spullen hadden ontdekt, kwamen juist op dat moment Frans en Willem eraan. Renie kon aan de jongens ontsnappen, maar de rest werd vastgebonden in het schuurtje terwijl de twee dieven er snel weer vandoor gingen. Nadat Renie haar vrienden had bevrijd, zijn ze snel met de gestolen spullen in een bolderwagen naar het politiebureau gegaan om ze daar af te leveren. Met z’n vieren mochten ze het goede nieuws aan Peter vertellen, die erg blij was op de vergrootte kans op de voorwaardelijke straf. Uiteindelijk kwam alles dus toch nog goed en realiseerde elk van de vier vrienden hoe belangrijk en fijn vriendschap toch kon zijn.

Hoofdpersonen
Hoofdpersonen zijn de vier vrienden die op onderzoek uitgaan na de diefstal bij David en later bij Renie thuis. Allereerst is er David, een ietwat verlegen jongen die erg begaan is met mensen die het minder hebben dan hij. Hij komt op voor klasgenoten uit de ‘mindere’ buurten uit het dorp. Verder is hij erg zorgzaam voor zijn vrienden. Hij troost ze op momenten dat dat nodig is en verder beschermt hij ze als het ware tegen zichzelf. Een voorbeeld hiervan is wanneer hij Appie tegenhoudt wanneer die met Ida wil gaan vechten om te tonen dat hij wel sterker is dan zij. David voelt aan dat deze vechtpartij een waar slachtveld zou kunnen worden en beschermt zijn beste vriend Appie, door op een ander onderwerp over te gaan. David is dus heel sociaal en vindt stiekem zijn buurmeisje Renie wel leuk.
Renie is een stil meisje uit een rijk gezin. Haar ouders zijn vaak weg en als ze beiden thuis zijn, lijken ze alleen maar ruzie te maken waardoor Renie onzeker en ongelukkig wordt. Ze is blij met haar vrienden, want die zorgen voor afleiding en vermaak: ‘Renie keek met stralende ogen naar haar vrienden en wist één ding heel zeker: niemand zou haar ooit nog het gevoel kunnen afnemen dat er, ondanks alles, zoveel fijne dingen waren.’
Een ander lid van de vriendengroep is Appie, die eigenlijk Albert heet. Appie heeft vaak een grote mond, maar tegelijkertijd een klein hartje. Wanneer er een smoes bedacht moet worden, is Appie altijd degene die zich uit de situatie lult door een zwetsverhaal op te hangen. Appie is vaak nogal onhandig in zich uiten, en omdat hij daarnaast ook nog eens een groot ego heeft en dus amper excuses aanbiedt, stoot hij anderen nogal vaak voor het hoofd. Vooral Ida reageert hier altijd lekker fel op, waardoor die twee vaak een woordenwisseling hebben. Diep in zijn hart vindt Appie Ida ondanks hun vele ruzies eigenlijk best leuk, maar hij is te trots om dat toe te geven.
Ida zelf komt uit een minder rijke buurt en woont in een knus huis met een vrij hecht gezin. Ze is vrij fors gebouwd en reageert erg fel op opmerkingen van anderen over haar gewicht. Ook op andere opmerkingen kan ze nogal heftig reageren, maar deze openheid en tevens eerlijkheid wordt door anderen wel gewaardeerd.

Bijpersonen
Naast de vier vrienden, zijn er nog enkele andere belangrijke personages in het verhaal aan te wijzen. Als eerste is dat Moe de Vries, de moeder van Ida. Moe zit iedere morgen klaar met een kop koffie voor Renie, wanneer die haar vriendin Ida op komt halen. Dan kletsen ze wat en dit zorgt voor een vertrouwd gevoel bij Renie, die hier de warmte meekrijgt die ze van huis uit mist. Wanneer zowel Ida als Moe boos op Renie zijn, omdat ze haar verdenken van het verraden van Peter, is ze niet meer welkom bij de familie De Vries.
De broer van Ida, Peter is een ander belangrijk personage aangezien hij één van de personen is die de inbraken veroorzaakt hebben. Zonder inbraken was het verhaal natuurlijk geheel anders verlopen. Ook De Knikker, de commandant van de politie, is belangrijk in het verhaal omdat hij het onderzoek naar de reeks inbraken leidt. Hoewel de vier vrienden in eerste instantie geen hoge dunk hebben van hem, blijkt hij op het eind toch een sympathieke man te zijn. Hij heeft zijn werk goed gedaan door de inbraken op te lossen en hij blijkt ook nog eens heel menselijk te zijn door de vier vrienden vriendelijk te woord te staan na hun ontdekking van de buit en omdat ze daarna op bezoek mogen bij Peter in de cel.

Tijd
Het verhaal gaat over de gebeurtenissen van maar een paar dagen. Het begint op de ochtend na de inbraak bij David thuis, de volgende nacht wordt er bij Renie ingebroken. Die middag wordt Peter al opgepakt, de volgende dag blijft Ida boos en verontwaardigd thuis van school omdat ze denkt dat haar vriendin haar verraden heeft. Op diezelfde dag wordt de ruzie weer bijgelegd en gaan de vrienden op zoek naar de buit van de inbraken. Aan het eind van de middag leveren ze de bolderkar met gestolen spullen in op het politiebureau en is alles opgelost. In totaal verstrijken er dus maar drie dagen gedurende het verhaal.

Structuur
Het verhaal is over het algemeen chronologisch van aard. Wel worden soms in twee hoofdstukken achter elkaar de gebeurtenissen beschreven die op hetzelfde moment plaats vinden. Een voorbeeld hiervan is de volgende passage: ‘Lachend rende Renie het smalle paadje in dat naast het huis van Appie lag. Halverwege bleef ze staan, draaide zich om en riep met een snerpend stemmetje: “Albert, je bent je appeltje vergeten”.’
Na dit stukje gaat het in hetzelfde hoofdstuk verder over wat Albert en David het komende half uur beleven. Het volgende hoofdstuk begint met ‘Nadat Renie had geroepen “Albert,je bent je appeltje vergeten,” en zag dat hij haar achterna wilde komen, was ze snel weggerend.’ Zoals goed te zien is, wordt hier iets beschreven dat zich in dezelfde tijdsperiode afspeelde als reeds in het vorige hoofdstuk was beschreven.
Dit zou ingewikkeld kunnen zijn, ware het niet dat deze tweesplitsing in verhaalperspectief goed aangegeven is. Dit is gedaan aan de hand van signaalwoorden en signaalzinnen. Verder is er niks te vertellen over bijzonderheden in de structuur van het verhaal, omdat deze simpelweg ontbreken.

Ruimte
Het verhaal speelt zich in zijn geheel af in een dorp. Dit dorp bestaat uit twee delen; De beschrijving van deze twee wijken is zeer beeldend gemaakt door Jacques Vriens, wat blijkt uit het volgende citaat: ‘Het water tussen de nieuwe wijk en de oude Bloemenbuurt vormde een soort grens tussen twee wereldjes. Aan de ene kant de grote villa-achtige huizen die allemaal apart lagen temidden van weelderige tuinen, aan de andere kant van het water de oude buurt: kleine huizen, waarvan je bijna de dakgoot aan kon raken, die in lange rijen aan smalle straatjes of pleinen stonden.’
De mentaliteit in beide wijken verschilt ook nogal, wat blijkt uit de manier waarop ze over elkaar denken. Het volgende citaat is afkomstig van Moe de Vries: ‘Dat is dan de derde inbraak bij jullie daar aan de andere kant van het water. D’r valt ook genoeg te halen; centen zat, daar in dat kapsonesbuurtje.’
Belangrijke plekken in dit dorp zijn de school; de huizen van David en Renie waar ingebroken wordt; het huis van familie de Vries waar Ida woont maar waar Renie zich ook zo fijn thuis voelt; Het Monnikendijkje waar de vrienden de gestolen spullen vinden en ten slotte het politiebureau waar Peter in de cel zit en waar ze de gevonden gestolen spullen heen brengen.

Thema
Het overkoepelende thema is vriendschap. Dit thema komt al in de titel naar voren en met dit thema wordt het boek ook afgesloten. Het verhaal draait in zijn geheel om het groepje van vier vrienden. Hoewel ieder voor zich ook wat beleeft, wordt alles toch gedeeld waardoor ze het als een collectief gebeuren opvatten. Vriendschap wordt als een zeer positief goed neergezet. De aloude en alom bekende wet dat door het delen van ervaringen aan vrienden, het dragen van de last makkelijker wordt. Oftewel, er wordt hier als het ware voor vriendschap gepredikt omdat het de mens gelukkiger zou maken.
Verder is er nog een andere belerende les en dat is dat mensen toekomt wat ze verdienen. Peter is eigenlijk een dief, maar omdat hij berouw toont en in feite een goede jongen is, wordt hij niet zo erg gestraft.

Taalgebruik
Het taalgebruik in ‘Een stelletje mooie vrienden’ is vrij makkelijk. Deze bewering is echter behoorlijk subjectief aangezien het een kinderboek is en het dus eigenlijk beneden mijn eigen leesniveau is. Wanneer ik me echter probeer te verplaatsen in de situatie toen ik dit boek voor het eerst las, toen ik een jaar of 8 was, kan ik me niet voorstellen dat het lezen van dit boek voor veel moeilijkheden heeft gezorgd. Jacques Vriens heeft in begrijpelijke taal en in niet al te ingewikkelde zinnen zijn verhaal verteld en daardoor komt het goed en duidelijk over op zijn lezers. Omdat het boek nog niet zo oud is, komen er ook weinig tot geen woorden in voor die ‘ouderwets’ zijn en daardoor het lezen moeilijker maken.

Perspectief
Het verhaal is geschreven vanuit de alwetende verteller. Dat houdt in dat de schrijver als het ware al lijkt te weten wat er gaat gebeuren. Een voorbeeld hiervan: ‘Op dat moment besefte David zich niet dat er al heel gauw werkelijk een gevecht zou plaatsvinden tussen Ida en Appie en dat het veel minder leuk zou zijn, dan hij zich nu voorstelde.’. Uit bovenstaand citaat wordt duidelijk dat de schrijver als het ware vooruit kan kijken en daarom wat voorspellingen op papier zet. Een ander kenmerk van de alwetende verteller is dat het verhaal uit het hij-perspectief is geschreven. De schrijver beschrijft wat er gebeurt, zonder dat je het verhaal uit de ogen van één van de personages beleeft. Het verhaal wordt dus verteld door iemand die buiten het verhaal staat.

Plaats in de literatuurgeschiedenis
Omdat het boek nog relatief nieuw is –het is nog niet eens vijftien jaar geleden pas voor het eerst uitgegeven-, is het logisch om dit boek in het moderne tijdperk wat literatuur-geschiedenis betreft, te plaatsen.

Relatie tekst-auteur
Jacques Vriens is zelf ook leraar geweest. Dit is terug te vinden in de leraar van de vrienden, meneer Beets. Aan bod komen in het boek de dilemma’s waar je als leraar voor komt te staan: Hoe moeilijk het is om belangrijke discussies aan te gaan die jouw positie minder stevig maken omdat je je er minder populair door maakt bij je leerlingen. Deze zaken zal Vriens zelf als leraar maar al te vaak hebben meegemaakt, vandaar dat het ook een deel van zijn eigen ervaringen zijn waar het boek over gaat.

Eigen mening
Ik vond ‘Een stelletje mooie vrienden’ een erg leuk boek om te lezen. Het leest vlot door en het verhaal is boeiend. Omdat het gaat over bestaande situaties, wordt het verhaal heel aannemelijk en is het makkelijk om jezelf in de personages te verplaatsen. Dit zorgt ervoor dat je het verhaal intens beleefd en dit verhoogt het leesgenot aanzienlijk.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.