
|
Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 25 december 2004 |
Niveau: | 4 havo |
Taal: | |
Woorden: | 1386 |
Opvragingen: | 4273 (323 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Karel ende Elegast |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 1250 |
Aantal pagina's: | 56 |
Moeilijkheidsgraad: |
|
Thema: | |
Informatie: |
Auteur: | |
Nationaliteit: | Nederlands |
Populaire titels: |
|
| ... | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
13. Karel ende Elegast | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
... meer | |


1. Zakelijke gegevens
a. Auteur onbekend, anoniem werk
b. Titel: Karel ende Elegast
Uitgave Taal en Teken
26 bladzijden 1415 versregels
c. Genre: Voorhoofse ridderroman/ Karelroman
2. Eerste reactie
a. Keuze docent
b. Karel ende Elegast is een makkelijk leesbaar en goed te volgen verhaal over een moordaanslag op de keizer.
3. Verdieping
Samenvatting:
De verteller begint met de mededeling, dat hij een ware geschiedenis gaat vertellen: “Vraye historie ende al waer. Magic u tellen. Hoerter naer!”
Koning/keizer Karel de Grote was naar zijn kasteel in Ingelheim gegaan, om er de volgende dag een plechtige hofdag te houden. ’s Avonds ontwaakte hij doordat een engel hem zei te gaan stelen; deed hij dat niet, dan zou hij zijn leven verliezen. De koning dacht dat hij gedroomd had. Na een tweede waarschuwing van de engel meende hij, dat hij gekweld werd door een spookverschijning: hij was immers zo rijk en machtig dat hij een gebod om te gaan stelen niet ernstig kon nemen. Toen hij voor de derde maal de stem van de engel hoorde, stond hij op en kleedde zich aan. Alle deuren van het paleis waren geopend en iedereen was in een diepe slaap, zodat hij ongemerkt zijn paard kon zadelen en het kasteel verlaten. Na een gebed om Gods hulp reed hij naar een naburig bos. Wat vreemd, dat hij, die dieven vervolgde, nu zelf uit stelen moest gaan. Hij moest denken aan zijn leenman Elegast, die hij ten onrechte (‘om cleine sake’, vers 219) had verbannen en die nu noodgedwongen door diefstal in zijn onderhoud moest voorzien. Karel bad God dat Elegast zijn metgezel op deze tocht mocht zijn.
Diep in het bos ontmoette de koning een ruiter in zwarte wapenrusting, die op een gitzwart paard reed. Karel dacht dat hij met de duivel van doen had en sloeg een kruis. Ze passeerden elkaar zwijgend, maar toen keerde de zwarte ridder, die zijn ogen op de kostbare wapenrusting van Karel had laten vallen, om en ging Karel achterna. Hij eiste van hem dat hij bekent maakte wie hij was en wat zijn bedoelingen waren. Toen Karel weigerde volgde een langdurig gevecht, waarbij de zwarte ridder tenslotte uit het zadel geworpen werd en zijn zwaard aan stukken vloog. Karel was zo edelmoedig hem niet te doden, op voorwaarde dat hij bekend maakte wie hij was. De ridder vertelde dat hij Elegast heette en van roof leefde; hij ontzag echter de armen. De koning was blij dat hij zijn vroegere leenman ontmoet had en vertelde dat hij ook roofridder van beroep was, Adelbrecht heette en niemand spaarde.
Toen hij Elegast voorstelde de schat van koning Karel te gaan stelen, wees Elegast dit verontwaardigd af: Karel was en bleef zijn leenheer aan wie hij trouw verschuldigd was. Hij stelde voor om naar het slot van Eggheric van Egghermonde te gaan, de zwager van Karel, die als een verrader beschouwd moest worden. Karel stemde toe en ze reden naar Eggherics kasteel; onderweg nam Karel een ploegijzermee. Bij het slot aangekomen, maakte Elegast met een breekijzer een gat in de muur.
Toen Karel zijn ploegijzer tevoorschijn haalde, moest Elegast lachen; Hij had al snel in de gaten dat zijn metgezel geen verstand van inbreken had. Voor hij naar binnen ging, stak Elegast een toverkruid in zijn mond, dat hem in staat stelde de taal van de dieren te verstaan. Tot zijn schrik hoorde hij een haan en een hond tegen elkaar zeggen dat de koning in de buurt was. Hij vertelde dit aan Karel maar die lachte erom. Karel wilde het zelf wel eens horen, stak op zijn beurt het toverkruid in zijn mond en ook hij hoorde de dieren vertellen dat de koning in de buurt was. Hij wist echter Elegast over te halen hun plan toch uit te voeren. Toen Elegast het toverkruid terugeiste bleek het plotseling verdwenen te zijn: zonder dat de koning er iets van merkte, had Elegast het uit zijn mond gehaald.
De zwarte ridder kreeg steeds minder vertrouwen in Adelbrecht en ging alleen naar binnen. Hij dompelde iedereen in een diepe slaap zodat hij ongestoord zijn gang kon gaan. Met veel schatten kwam hij bij Karel terug, maar hij wilde ook nog het belangrijkste hebben: een zeer kostbaar zadel met wel 100 bellen van rood goud, dat in Eggherics slaapkamer hing. Daarom ging hij weer terug, drong door in de slaapkamer en pakte het zadel. Dat maakte echter zo’n lawaai dat Eggheric wakker werd en zijn zwaard wilde grijpen. Zijn vrouw, die ook wakker was geworden, vroeg hoe het toch kwam dat hij de laatste 3 dagen zo onrustig was en niet sliep en at. Eerst beweerde Eggheric dat er niets aan de hand was maar toen vertelde hij over zijn plan om de volgende ochtend, op de hofdag, met een aantal handlangers (van wie hij de namen noemde) de koning te vermoorden. Toen Eggherics vrouw daar hevig verontwaardigd tegenin ging, sloeg hij haar zo hard in het gezicht, dat het bloed uit haar neus en haar mond stroomde. Ze stak haar hoofd buiten het bed, Elegast ving het bloed op in zijn rechterhandschoen en liet Eggheric en zijn vrouw door een toverspreuk inslapen. Met zadel en zwaard verliet hij het kasteel. Terug bij Karel vertelde hij alles, wat hij gehoord had en toonde hij de bebloede handschoen.
De koning begreep nu waarom de engel hem uit stelen had gezonden. Elegast wilde direct weer naar binnen om Eggherics hoofd af te slaan, maar Karel weerhield hem daarvan en raadde hem aan de volgende dag de koning in te lichten. Elegast weigerde dat, want de koning had hem immers verbannen. Uiteindelijk spraken ze af dat Elegast de buit weg zou brengen, die ze dan de volgende dag op een veilige plaats konden verdelen, en dat Adelbrecht de koning van de samenzwering op de hoogte zou stellen. Nadat Karel afscheid van Elegast genomen had, keerde hij terug naar zijn kasteel, dat hij ongemerkt binnenkwam.
’s Morgens lichte hij zijn geheime raad in over de samenzwering en besloot op advies van de Hertog van Bayvier (Beieren) de samenzweerders in het kasteel af te wachten en hen bij aankomst te ontwapenen en gevangen te nemen. Zo gebeurde het. Eggheric bleef hardnekkig ontkennen dat hij het op Karels leven voorzien had. Toen ontbood de koning Elegast, die Eggheric beschuldigde en de bebloede handschoen toonde. Een tweekamp moest beslissen wie de waarheid sprak, hoewel Eggheric bezwaar maakte tegen een gevecht met een verbannen dief.
’s Middags verscheen Elegast als eerste in het strijdperk; hij sprak een gebed uit en de strijd die volgde was hevig. Elegast stootte zijn tegenstander uit het zadel, maar liet hem weer opstijgen en het gevecht duurde tot ver na de vespertijd. Pas nadat Karel tot God gebeden had viel de beslissing: Elegast sloeg meer dan de helft van Eggherics hoofd af. Zijn lijk werd weggesleept en met de andere samenzweerders opgehangen (de meest eerloze straf). Karel dankte God, herstelde Elegast volledig in ere en gaf hem als beloning Eggherics weduwe tot vrouw; “Si waren tsamen al haer lijf”(vers 1410). Zo moge God voor onze dood alles ten goede keren!
b. Onderzoek van de verhaal techniek
- taalgebruik: Middelnederlands en vertaling
- plaats : Ingelheim aan de Rijn (Duitsland)
- tijd: 890 – 900
- personages: Karel de Grote, Elegast, Eggeric van Eggermonde en de vrouw van Eggeric (tevens de zus van Karel)
- situaties: Karel is in zijn kasteel als hij ’s nachts drie keer een engel tot hem spreekt in een droom. Ontmoeting met Elegast in het bos. Gevecht tussen Karel en Elegast. Karel breekt met Elegast in bij Eggeric van Eggermonde. De hofdag en de uitkomst van het moordplan op Karel. Tweegevecht tussen Elegast en Eggeric. Elegast krijgt als beloning de vrouw van Eggeric.
c. Thematiek
- het goede overwint het kwade
- christelijke motieven: getallen:
§ 3 keer verzoek engel
§ 7 burchten
§ 7 jaar is Elegast verbannen
§ 12 volgelingen van Elegast
- sprookjes motieven:
§ toverkruid van Elegast
§ toverspreuken waardoor iedereen slaapt en waardoor afgesloten deuren opengaan
- voorhoofse motieven:
§ de vrouw heeft niets te vertellen
§ de trouw aan de leenheer
§ veel bruut geweld
§ dapperheid in het gevecht
§ de koning staat centraal
- conclusie: Karel is een rechtvaardige koning en Elegast blijft een edele trouwe ridder
d. Plaats in de literatuur geschiedenis
- voor het eerst gepubliceerd: ongeveer 1100
- auteur: anoniem werk
- tijd: middeleeuwen
- in de middeleeuwen zijn veel ridderromans geschreven in verband met het leenstelsel en de standenmaatschappij (geestelijkheid, adel en burgerij)
4. beoordeling
Wat op valt is het vertrouwen in God en het gevecht tussen Karel en Elegast
Conclusie: leuk, makkelijk te lezen door de vertaling, leuk beschreven gevechten.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e
Win beltegoed met Cash
Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!

Er komt een meisje huilend de klas uit lopen. Dan mag Femke. Leuk!