Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 8 december 1999 |
Taal: | |
Woorden: | 2818 |
Opvragingen: | 29185 (2 deze maand) |
Waardering: |
Titel
De Val
Titelverklaring
Voor De val kun je twee verklaringen bedenken. De eerste is dat het joodse gezin Borgsteintijdens de tweede wereldoorlog naar Zwitserland wil vluchten, maar in de val loopt en in de handen van de Duitsers belandt. De tweede betekenis slaat op de val van Frieda Borgstein in een put.
Motto
"I imagine, sometimes, that if a film could be made of one's life, every other frame would be death. It goes so fast we're not aware of it. Destruction and resurrection in alternate beats of being, but speed makes it seem continuous. But you see, kid, with ordinary consciousness you can't even begin to know what's happening."
Saul Bellow (The Dean's December)
Mottoverklaring
Hij geeft aan dat het onmogelijk is om iemands leven te begrijpen. Als er iets in je leven gebeurt, dan hoeft dat geen reden te hebben. Het kan ook toeval zijn. Dit toeval speelt een grote rol in het boek.
Schrijfster
Marga Minco
Verteltijd
Ongeveer twee uur.
Vertelde tijd
Het verhaal speelt zich af in een paar dagen: Van de dood van Frieda Borgstein tot haar begrafenis.
Aantal bladzijden
63 bladzijden
Genre
Een soort oorlogsroman die zich meer richt op de periode na de oorlog waarin deze verwerkt wordt.
Aanleiding
De val is een novelle geschreven naar aanleiding van een krantenbericht over een oude vrouw die door een val in een put van de stadsverwarming om het leven kwam. Dit komt ook terug in het boek wanneer Frieda Borgstein in de put valt
Personages
Frieda Borgstein:
Zij is een 84-jarige vrouw die in een bejaardentehuis woont. Zij is de enige van haar gezin die de Tweede Wereldoorlog overleefd heeft. Voor Frieda's gevoel is die oorlog nog niet voorbij, want ze weet nog steeds niet waarom de Duitsers haar niet meegenomen hebben en de rest van haar gezin wel. Daar komt ze in de rest van het boek ook niet achter. Ze is een round character.
Ben Abels:
Ben Abels werkte voor de oorlog op het makelaarskantoor van Jacob Borgstein. Dat was de man van Frieda. Tegenwoordig werkt Ben in het bejaardentehuis waar Frieda woont. Hij is de enige die Frieda begrijpt en haar serieus neemt. Na de dood van Frieda komt hij erachter waarom zij niet meegenomen is. Hij is een round character.
Jacob, Olga en Leo:
Dit zijn de man, dochter en zoon van Frieda die allemaal zijn omgekomen in de oorlog. Ze zijn flat characters.
Baltus en Verstrijen:
Ze zijn monteurs die reparatiewerkzaamheden verrichten aan de stadsverwarming. Ze zetten voor het gemak geen hekjes om de put waarin ze werken ( Frieda zal er later dan ook invallen). Ze zijn flat characters.
Rena van Straten:
Zij is de directrice van het bejaardentehuis waar Frieda woont. Ze is een flat character.
Bien Hijmans:
Zij is het hoofd van de huishouding in het bejaardentehuis. Ze is een flat character.
Hein Kessels:
Hij is de man die het gezin Borgstein naar Zwitserland zou brengen. Hier kwamen de Duitsers achter en de Borgsteins werden opgepakt.
Samenvatting
Frieda Borgstein is de hoofdpersoon en woont in een bejaardencentrum. Ze denkt nog vaak aan haar man Jacob en haar kinderen Olga en Leo. Op 21 april 1942 zijn zij opgepakt door de Duitsers. Frieda heeft hen nooit meer gezien. Het was de bedoeling dat ze die dag, samen met verzetsman Hein Kessels, naar Zwitserland zouden vluchten. Toen hij iets te vroeg kwam, en Frieda boven nog snel even een extra vest aan het halen was, werden Hein, Frieda's man en de twee kinderen opgepakt door waarschijnlijk toevallig voorbij rijdende SD'ers. Hein Kessels had ze verraden. Door het toeval was Frieda nog boven, zodat zij niet meegenomen is. Haar gezin kwam om tijdens de oorlog en Frieda bleef alleen achter. In het bejaardenhuis heeft Frieda vooral contact met Ben Abels, die vroeger op het kantoor van haar man gewerkt heeft. De volgende dag wordt ze 85 en wil ze voor het eerst sinds veertig haar verjaardag vieren. Dan moet ze naar de bakker om gebak te halen. Buiten zijn twee mannen, Baltus en Verstrijen, bezig in een stadsverwarmingsput op straat, maar voor het gemak hebben ze geen hekje rond de put gezet. Door de harde storm valt Frieda in de put. Ben Abels rent naar buiten en als Frieda uit de put wordt gehaald door Verstrijen leeft ze nog, maar later overlijdt ze aan haar verwondingen. Ook Verstrijen heeft ernstige brandwonden. Dan gaat het verhaal verder met Ben Abels. Hij had vlak na het ongeluk iemand gezien die hij kende. Het bleek Hein Kessels te zijn. Ze maakten een afspraak om met elkaar te praten in een café op het Gouverneursplein. Daar vertelde Kessels zijn verhaal. Hij vertelde dat hij Jacob erg mocht, hij kende hem via z'n vader. In de oorlog zat hij (toen 22) in een verzetsgroepje en toen hij hoorde dat er groepen waren die mensen naar Zwitserland brachten dacht hij meteen aan Jacob Borgstein. Hij had het heel goed voorbereid en op 21 april 1942 fietste hij naar de Zuidkade om ze op te halen. Hij stond voor het huis, stapte af en hoorde een auto achter zich stoppen, het waren SD'ers. Hij sprong weer op z'n fiets alsof hij op het verkeerde adres was, maar Jacob had de deur al open gedaan. Jacob, Olga en Leo werden opgepakt en Kessels werd zelf ook meegenomen. Het bleek dat hij in drie kampen heeft gezeten en in Oraniënburg werd hij bevrijd. Hij wilde niet met Frieda praten en voelde zich erg schuldig. Hij durfde die confrontatie niet aan. En tevergeefs probeerde hij alles te vergeten. Maar nu Frieda was gestorven bleef hij met een schuldgevoel lopen en had hij nooit geprobeerd het aan Frieda uit te leggen.
Tijd
Het verhaal speelt zich af in een paar dagen. Het gaat vanaf de dood van Frieda Borgstein tot en met de dag van haar begrafenis. Er komen wel veel flash-backs in het verhaal voor die terugverwijzen naar de oorlogstijd. Het verhaal is wel chronologisch opgebouwd.
Ruimte
De belangrijkste ruimtes zijn het bejaardentehuis waar Frieda Borgstein woont en de straat voor het bejaardentehuis. In die straat zit ook de put waar Frieda in valt. In welke stad het speelt is onduidelijk, het is in ieder geval een stad aan een rivier.
Perspectief
Het perspectief is wisselend. Er wordt steeds vanuit een andere personage verteld. Er bestaat dus een alwetende verteller.
Thema en motieven
Het thema is "het toeval". Dit komt heel veel voor in het boek. Het is toevallig dat Frieda net boven was toen de Duitsers kwamen, ook is het toevallig dat Baltus en Verstrijen net nu geen hekje om de put hadden gezet. Ook toevallig is dat Ben Abels en Hein Kessels elkaar tegenkomen. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te wijzen. Hierbij hoort het motief "dood", want door het toeval kwam Frieda om het leven. Verder speelt de dood ook een grote rol in het boek, denk maar aan Frieda's man en kinderen die omkomen in de oorlog. Het motief "verleden" komt ook veel voor, Frieda denkt nog vaak aan vroeger, aan de oorlogstijd waarin haar gezin uiteen is gevallen. Daarnaast kun je nog denken aan iets minder prominent aanwezige motieven als "oorlogservaringen" (van Frieda en haar gezin), ouderdom (het bejaardentehuis waarin Frieda woont) en omgeluk (Frieda valt in de put en overlijdt aan haar verwondingen).
De kunstenares en haar kunsthistorische achtergronden
Marga Minco werd geboren op 31 maart 1920 in het Brabantse Ginneken. Zij was de jongste in een Orthodox-joods gezin met drie kinderen. Toen Marga Minco geboren werd was haar broer Dave vijf jaar en haar zus Bettie één jaar. De voornaam Marga is voortgekomen uit haar onderduiktijd. Haar geboortenaam is Sara, dit verandert al snel in Selma. Als Marga vijf jaar oud is verhuist Marga met haar familie naar Breda, waar haar vader een belangrijke positie in de joodse gemeente kreeg. Daar ging Marga Minco naar de lagere school. Na de lagere school bezocht Marga de Nutsschool voor meisjes, waar bleek dat ze veel hield van lezen en schrijven. Na een paar verhalen geschreven te hebben werd ze in 1938 aangenomen bij de Bredase Courant als journalist. Daar werkt ze tot het moment dat de directie verplicht wordt joodse personeelsleden te ontslaan. Behalve haar werk als journaliste schreef ze voor deze krant ook stukjes onder de naam Hus. In 1941 verhuisde samen met haar ouders naar Amersfoort. Kort daarna ging ze op een joodse lagere school in Amsterdam tekenlessen geven. In de oorlog werden haar orthodox-joodse ouders omgebracht door de Duitsers. Marga overleefde de oorlog door steeds op verschillende plaatsen onder te duiken. In 1946 trouwde ze met Bert Voeten. Hij was een beginnend en als journalist werkzaam bij een andere krant. Ze was zo gewend geraakt aan haar onderduiknaam "Marga" dat ze die maar als echte naam hield. Na de oorlog werkt Minco voor een aantal kranten en tijdschriften waaronder het sarcastische blad "Mandril". Vlak voor de herdenkingsdagen van mei 1957 wordt Het bittere kruid gepubliceerd. De roman wekt veel emoties op bij de mensen en er zijn inmiddels al meer dan 400.000 exemplaren van het boek verkocht. Na De andere kant dat in 1959 uitkomt en waarin de oorlog niet zo'n grote rol speelt als in Het bittere kruid, publiceert Marga Minco in 1967 Een leeg huis. Het gaat over twee jonge vrouwen van joodse afkomst die allebei als enige van hun familie de oorlog hebben overleefd. Dit zou ook terug blijven komen in haar volgende romans, bijvoorbeeld in De val waarin Frieda Borgstein ook als enige van de familie de oorlog overleeft. Hoewel ze na Een leeg huis nog wel kindwerboeken schrijft is het uitkomen van De val in 1983toch wel een verrassing. Als Boekenweekgeschenk schrijft Marga Minco in 1986 De glazen brug. De hoofdpersoon in het boek is Stella, die tijdens de oorlog haar vrienden en familieleden is kwijtgeraakt. Zelf overleefde ze doordat ze, ondergedoken in Zeeuws-Vlaanderen, een andere identiteit kreeg. Aan deze voorbeelden zie je hoe tekenend haar eigen verleden is geweest voor de onderwerpen in haar boeken, zo zijn immers ook haar ouders omgekomen in de oorlog. Zo zegt ze: "Door te schrijven over mijn leven, heb ik aan mijn leven een bepaalde vorm gegeven. Ik houd mij nu aan die vorm. Ik zie mezelf door de ogen van de schrijver die ik ben geworden." Naast romans houdt Marga Minco zich ook bezig met het schrijven van novellen, korte verhalen, televisiespelen en kinderboeken. In 1994 verschenen de beste jeugdverhalen van Marga Minco onder de titel De verdwenen bladzij. Haar nieuwste roman Nagelaten dagen is onlangs in 1997 uitgekomen.
Bibliografie
1955 De verdwenen ambtsketen - televisiespel voor kinderen 1957 Het bittere kruid. - een kleine roman 1959 De andere kant - Verhalen 1963 Kijk 'ns in de la - kinderboek 1965 Het huis hiernaast novelle - in 1966 ingepast in Een leeg huis 1965 Terugkeer - novelle 1966 Een leeg huis - roman 1968 De trapeze kinderverhalen 1970 De dag, dat mijn zuster trouwde - novelle 1970 De hutkoffer - televisiespel 1974 Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren 1975 Daniël de Barrios - televisiespel 1975 Je mag van geluk spreken - verhalen 1982 Verzamelde verhalen 1951-1981 1983 De val - roman 1986 De glazen brug - Boekenweekgeschenk 1991 De zon is maar een zeepbel - droomverslagen 1994 De verdwenen bladzij - verhalenbundel voor kinderen 1997 Nagelaten dagen - romanDe kijker
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

...
6. De val
7. De val
8. De val
9. De val
10. De val
11. De val
12. De val
13. De val
14. De val
15. De val
16. De val
... meer

Wat voor geldtype ben jij?
Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!