
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
1. Zakelijke gegevens
A. Jos Vandeloo
B. “Sarah”, uitgeverij CODA, Mortsel-Antwerpen, 1994, 1e druk 1982, 105 bladzijden
C. het genre is een roman
3. verdieping
A.
1. De schrijver is in het verhaal aan het woord. Het wordt niet duidelijk hoe hij heet, maar je leest vanuit zijn ogen, zijn gedachtes.
2. De hoofdpersonen in dit verhaal zijn de verteller en Sarah. De belangrijkste bijpersonen zijn;
-de vriend van de verteller
-vrouw van de vriend van de verteller
-moeder van Sarah
3. De verteller gaat steeds op reis naar hetzelfde plaatsje. Hoe het heet, en waar het ligt doet er volgens hem niet toe, en dus vertelt hij dat ook niet. Hij is helemaal weg van het platste, en elke keer als hij de kans krijgt, pakt hij zijn koffers en vertrekt hij weer naar dat zelfde plaatsje. Als hij er weer op vakantie is, ziet hij een merkwaardig meisje lopen. Ze trekt iedereen zijn aandacht en loopt met een strak gezicht over straat. Het valt de verteller op dat iedereen haar nastaart. De verteller zit vaak bij zijn vriend, die een soort café heeft. Zijn vrouw staat achter de bar. Op een vond zit de verteller ook bij zijn vriend en zijn vrouw, en dat komt ook dat meisje binnen. Het meisje blijkt een soort familie of kennis te zijn van de vertellers zijn vrienden. En zo worden de verteller en Sarah aan elkaar voorgesteld. Wat heel vreemd is, is dat ze net aan elkaar zijn voorgesteld, en heel even later lopen ze al arm en arm over de straten. Zonder verdere uitleg aan de lezer. Op een dag vraagt de vrouw van de vriend van de verteller aan de verteller of hij meegaat naar een zieke bezoek. De verteller had niet echt plannen voor die middag, en besluit mee te gaan. Na een lange, hete en moeilijke klim komen ze aan bij een heel arm, dik vrouwtje. De verteller ziet een kamer vol visite en voorin de kamer een jongen en meisje. Het meisje blijkt ziek te zijn. Na een poosje gezeten te hebben, zijn de vrouw en verteller opgestaan om te vertrekken. Maar vlak voordat ze weg willen gaan, ziet de verteller Sarah voorbij het raam schieten. Nog erger, ze komt het huis binnen. Sarah schrikt hier gigantisch van, en is woest dat de verteller bij haar thuis is geweest, omdat Sarah zich schaamt voor haar moeder, omdat ze zo ontzettend dik is. Dit zorgt voor veel moeilijke gesprekken. Ik weet niet of ze dezelfde taal spreken, want af en toe staat het geschreven alsof Sarah heel vaak voor de verteller praat, maar als je dan de gesprekken van hem en Sarah leest is het net alsof ze allebei dezelfde taal spreken. Het verhaal is volgens mij verspreid over 1 of 2 jaar. De verteller ontmoet Sarah in het hoogseizoen voor dat plaatsje, vertrekt dan, komt in de winter weer terug, vertrekt dan weer en dan spreken ze af voor Pasen.
4. Als de verteller weer vertrekt, spreken ze af voor de volgende Pasen. Als de verteller dan terug komt, hoort hij verschrikkelijk nieuws. De moeder van Sarah is dood. Hij probeert Sarah te zoeken, maar vind haar niet. Als hij dan ontzet van het nieuws ergens een krant gaa lezen, om even wat te kalmeren, ziet hij een hele grote foto van Sarah in krant staan. Haar moeder is helemaal niet dood, Sarah is dood!! De winter dat de verteller weg was geweest, was ze zoveel aangekomen, dat ze is gestopt met eten. Steeds minder, totdat ze helemaal niks meer at. In het ziekenhuis konden ze haar niet meer redden, het was al te laat.
5. Het probleem in dit verhaal is de ziekte anorexia nervosa.
C.
1. De hoofdgedachte in het boek Sarah, vind ik liefde en drama.
2. Wat ik een heel mooi voorbeeld vind om aan te tonen dat dit boek over liefde en drama gaat, is;
“Op een avond slenterde ik haar achterna. Het viel me op dat er meer mensen bewonderend naar haar keken. Naar haar schoonheid, haar figuur, haar manier van lopen, haar hele persoonlijk? Of naar haar zelfbewuste, koele, hautaine houding? Veel later, toen ik haar beter had leren kennen, kwam ik tot de vaststelling dat het geen vorm van kilheid of onverschilligheid was, maar alleen maar een op de spits gedreven gereserveerdheid, ontsproten aan verlegenheid. Bovendien was ze uitgesproken trots, wat haar een allure van adel en verfijning gaf. Ik ontdekte toen ook dat ze niet alleen mooi was, maar ook hoogst intelligent en heel gevoelig. Over haar wandelingen ’s avonds in het dorp maakte ik een ironische opmerking. Ik noemde ze ‘de wandelingen van Sarah’. Haar antwoord was onverwacht en zelfs verrassend. ‘Dat heb ik nodig,’zei ze. Haar gezicht was heel ernstig. ‘Wat bedoel je daarmee?’ vroeg ik.
‘Ik heb het nodig voor mezelf.’
’Dat begrijp ik niet. Waarom?’
‘Dat kan ik niet zeggen. Ik bedoel, ik kan het niet uitleggen, maar ik voel het en ik weet het.’
In die ogenblikken was ze soms moeilijk te begrijpen en heel gecompliceerd. Angstvallig probeerde ze zich te verschuilen achter een pantser van dromerige zwijgzaamheid. Dat vormde een niet te doorbreken defensieve gordel.”
3. Het verband tussen de titel en verhaal is heel simpel. Het hele verhaal gaat over het zieke meisje, en dat is Sarah.
D.
1. Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 1982.
2. Josephus Albertus Vandeloo werd op vijf september 1925 in Zonhoven (Belgisch Limburg) geboren als oudste zoon. Later kreeg hij nog twee broers en een zus. Na de lagere school volgde hij middelbaar onderwijs aan het St. Jozefscollege in Hasselt; daarnaast kreeg hij Frans van de fraters in Zonhoven. In de laatste maanden van de oorlog diende hij als tolk; na de bevrijding deed hij een opleiding tot steenkooldeskundige. Met deze opleiding ging hij van 1949 tot 1953 werken voor een holdingmaatschappij, die hem voor analyses uitzond naar diverse Europese mijnbekkens.
Toen het echter slecht ging in de mijnbouw besloot hij ander werk te zoeken. Hij vond werk bij de uitgeverij Manteau in Brussel waar hij eerst adjunct-directeur werd. Twee jaar later werd hij directeur van Manteau in Antwerpen. Eind jaren vijftig volgde hij lessen in de Nederlandse en Franse letterkunde en ook in kunstgeschiedenis. Tien jaar later doceerde hij zelf een tijdlang literatuur aan architecten in opleiding. Begin jaren zestig was hij werkzaam als journalist en als sportverslaggever bij onder anderen de BRT. In die tijd stapte hij op bij Manteau en ging naar Standaard Uitgeverij in Antwerpen, waar hij verscheidene directeurs banen kreeg toegewezen. Sinds 1983 wijdt hij zich uitsluitend aan het schrijven. Vandeloo publiceerde in diverse literaire tijdschriften: 'De Vlaamse Gids', het 'Nieuw Vlaams Tijdschrift', 'Dietsche Warande en Belfort' en vooral 'Kentering'. Ook schreef hij een tijdlang culturele bijdragen uit Vlaanderen voor 'NRC Handelsblad'.
Een groot deel van zijn werk verscheen in vertaling; zo werd 'Het gevaar' vertaald in elf talen. Ook zijn toneelstuk 'Waarom slaap je, liefje? speelt sinds 1980 in twee Roemeense theaters. Een aantal van zijn novellen en romans zijn bewerkt voor toneel en/of televisie, terwijl 'De muur' werd verfilmd. Veel van zijn werken werden bekroond met diverse literatuurprijzen. Vandeloo trouwde in 1949 met Lisette Meyers en woont sinds 1955 in de Antwerpse agglomeratie. Hij heeft drie kinderen.
Recensie
8.
*Titel: Is wie mooi is daarom ook onschuldig?
*Recensent: Jos Borré
*Datum : 13-11-1982
*Bron: De Morgen, literom in de bibliotheek op de computer.
In de proloog van de nieuwe roman Sarah van Jos Vandeloo mijmert de ik-persoon wat in het rond over "het grote gewicht van de kleine dingen in het leven", over "de menselijke onvolmaaktheid", "de gespletenheid van het kwetsbare individu", het "voor eenieder onontkoombaar lot", "de zin van het bestaan" en "de absurditeit van het leven" (pp. 10-11).
"Wat mogen toch de vreemde gevoelens zijn die de mens bezielen?" vraagt hij zich af (p. 12), en hij beklaagt zich bitter over de "onverschilligheid" de "liefdeloosheid" en de "onmenselijkheid" "Was ik alleen maar toeschouwer of treft mij schuld?", legt hij de lezer nog voor. Nou, eh, dat weet de lezer niet zo meteen.
Als de man misschien eerst zijn verhaal wilde doen? Dat zal hij: "een relaas dus, waarin feiten en gevoelens aan bod moeten komen" (p.13).
Komt het eerste hoofdstuk, waarin hij gewoon doorgaat met mijmeren. Over reizen, en over het feit dat als men ouder wordt men de beste plekken van vroeger terug wil zien, zoals "het dorp waar dit verhaal zich afspeelt" (p.21). en dan gaat het over de tegenstellingen tussen stad en platteland en de schoonheid en de stilte van het dorp, en...Pas bij het tweede hoofdstuk begint het verhaal en wordt de lezer bij mondjesmaat duidelijk gemaakt bij welke gelegenheid de ik-persoon zijn beschouwelijke aandrang opgedaan heeft. Van bij het begin is het dus duidelijk dat Sarah een veel te lang gerokken verhaal is. Het zou mij niet verbazen dat de proloog en het eerste hoofdstuk en achteraf bij werden geschreven als vulling.
Ook later begeeft de ik-persoon zich geregeld nog zonder aanleiding aan wat hij zelf noemt "zwaarmoedige overpeinzingen" (p.45).
Beginnen we dus bij hoofdstuk twee. De ik-persoon gaat een viertal keer met vakantie naar een niet nader genoemd dorp in een bergachtige streek. Hij leert er een raadselachtige, beeldschone jonge vrouw kennen. Sarah, maar slaagt er niet in door de zwijgzaamheid te breken waarmee ze sommige aspekten van haar leven omhult. Bij zijn laatste bezoek, na de winter, verneemt hij dat Sarah gestorven is en wel aan anorexie (magerzucht). Dat verklaart misschien waarom ze zulk een afkeer had van haar vetzuchtige moeder. Tijdens de verpleging zou Sarah echter opzettelijk het slangetje van de sonde met vloeibaar voedsel hebben losgerukt en vrijwillig de dood zijn ingegaan. Waarom dan? Uit een "populair wetenschappelijk tijdschrift" leert de ik-persoon van een Engelse arts dat anorexie-patiënten gunstig reager als ze betrokken worden in een gezamelijk rouwproces. Gevoelens van verbondenheid, betrokkenheid en samenhorigheid zouden de patiënt uit zijn letargie halen. Sarah sloot zich met haar komplexen op in afzondering en zwijgzaamheid, tot de dood haar uiteindelijk zachter voorkwam dan de vertwijfeling.
Vandeloo maakte van Sarah dus een drama van de eenzaamheid, en legt de verantwoordelijkheid voor een dergelijk drama bij "de anderen".
Eenzaamheid, het aloude tema van Vandeloo. Het onvermogen van mensen om elkaar in het lijden enig soelaas te bieden, hoofdzakelijk omdat we in het aanschijn van de dood toch helemaal alleen staan. En of de mens in het lijden dat hem treft het slachtoffer is van een blind lot, of dat hij er zelf verantwoordelijk voor is, door zijn hoogmoed bijvoorbeeld - Sarah was ongenaakbaar in haar schoonheid. Of dat anderzijds puur toeval de enige wegbereider van de mens is. Ja, het is allemaal zeer duidelijk herkenbaar, je vergeet erbij dat er al 22 jaar ligt tussen Het gevaar en Sarah.
Het nieuwe schoentje knelt echter hinderlijk aan die eigenste ouwe voet. De beschouwingen passen scheef op het verhaal of staan er helemaal los van, zodat de ik-persoon wel eens in het ijle weg mijmert zonder dat de lezer hem volgt. Zijn overwegingen, emoties en een enkele woede-uitbarsting staan niet in verhouding tot wat er in het verhaal gebeurt. Meer dan eens grijpt de auteur ze aan om verduidelijking uit de weg te gaan waar de lezer die verwacht. Als de ik-persoon in de krant leest dat Sarah gestorven is, verliest hij zich in opwellend verdriet, nog voor hij voor de lezer verder leest om ook de doodsoorzaak te kennen. Liever dan dat steekt hij in het volgende hoofdstuk weer van wal met reflekties over noodlot en dood. Zodanig moest dit boek gestoffeerd worden met beschouwingen allerhande, dat zelfs ongelukkige formuleringen als "Van alle bestaande dingen is de dood het laatste wat een mens kan overkomen" (om te zeggen dat de ik-persoon niet in een hiernamaals gelooft, p. 122) goed genoeg waren. En dan spreken we nog niet van het grote aantal tautologieën ("Ik vond een aantal dingen hoogst bijkomstig en niet ter zake doende" p.64), alsof zelfs bij het herhalen van hetzelfde begrip elke regel winst was meegenomen.
Nog meer zit er fout in de struktuur: in het derde hoofdstuk leert de ik-persoon Sarah kennen als een ongenaakbare vrouw, in het vierde zitten ze - zonder overgang - als minnaars lekker te eten. Als hij haar in november verlaat is ze nog steeds een prachtvrouw. Later verneemt hij dat ze nadien mateloos aanvette, dat met allerlei middelen probeerde tegen te gaan, en dat ze "begin februari" een "aangekleed skelet" leek (p. 126). Op twee maanden tijd? Anorexie? Tijdens het etentje (!) in hoofdstuk 4 valt plots de angst voor een Europese oorlog uit de lucht. Maar ja, de ik-persoon maakt wel meer "vreemde associaties", zegt hij later (p. 82).
En wie treft nu de schuld voor Sarahs dood? Dat blijken zeer abstrakte grootheden als "de niets ontziende samenleving" en "haar ontstellende, moordende wreedheid" (p. 138), en anderzijds - tot verbazing van de lezer - Sarahs moeder. Bij een eerste ontmoeting werd zij als zeer hartelijk beschreven. Als zij zich na Sarahs dood de nieuwgierigheid van de dorpsbewoners laat welgevallen, beschuldigt de ik-persoon haar ongenuanceerd van wraakzucht: "Zij had Sarah vervangen!...Het verheven had de plaats geruimd voor het dubieuze" (p. 147). En in dit verband spreekt Vandeloo een verrassend oordeel uit: "De vegeterende moeder leefde nog, de spirituele en sprankelende dochter was dood. Het is altijd en onveranderlijk hetzelfde: verwijten en straffen treffen de onschuldigen, terwijl lof en beloning uitgaan naar hen die er niets voor gedaan hebben" (pp. 129-130). Is anorexie een straf van de goden? Is wie mooi is daarom ook onschuldig? Is zwaarlijvigheid een ondeugd? Is je uitsloven om in de belangstelling te staan loofwaardig? In de auteur van Sarah zal de lezer nog steeds een zeer zachtaardige man herkennen, hunkerend naar gemeenzaamheid en solidariteit onder kleine mensen, maar deze keer heeft hij zijn kijk op het leven wel zeer ongelukkig onder woorden gebracht.
10.
*“Komt het eerste hoofdstuk, waarin hij gewoon doorgaat met mijmeren. Over reizen, en over het feit dat als men ouder wordt men de beste plekken van vroeger terug wil zien, zoals "het dorp waar dit verhaal zich afspeelt" (p.21). en dan gaat het over de tegenstellingen tussen stad en platteland en de schoonheid en de stilte van het dorp…”
*“Van bij het begin is het dus duidelijk dat Sarah een veel te lang gerokken verhaal is. Het zou mij niet verbazen dat de proloog en het eerste hoofdstuk en achteraf bij werden geschreven als vulling. Ook later begeeft de ik-persoon zich geregeld nog zonder aanleiding aan wat hij zelf noemt "zwaarmoedige overpeinzingen" (p.45).”
*“De beschouwingen passen scheef op het verhaal of staan er helemaal los van, zodat de ik-persoon wel eens in het ijle weg mijmert zonder dat de lezer hem volgt. Zijn overwegingen, emoties en een enkele woede-uitbarsting staan niet in verhouding tot wat er in het verhaal gebeurt. Meer dan eens grijpt de auteur ze aan om verduidelijking uit de weg te gaan waar de lezer die verwacht.”
*“Liever dan dat steekt hij in het volgende hoofdstuk weer van wal met reflekties over noodlot en dood. Zodanig moest dit boek gestoffeerd worden met beschouwingen allerhande, dat zelfs ongelukkige formuleringen als "Van alle bestaande dingen is de dood het laatste wat een mens kan overkomen" (om te zeggen dat de ik-persoon niet in een hiernamaals gelooft, p. 122) goed genoeg waren. En dan spreken we nog niet van het grote aantal tautologieën ("Ik vond een aantal dingen hoogst bijkomstig en niet ter zake doende" p.64), alsof zelfs bij het herhalen van hetzelfde begrip elke regel winst was meegenomen.”
*“Nog meer zit er fout in de struktuur: in het derde hoofdstuk leert de ik-persoon Sarah kennen als een ongenaakbare vrouw, in het vierde zitten ze - zonder overgang - als minnaars lekker te eten. Als hij haar in november verlaat is ze nog steeds een prachtvrouw. Later verneemt hij dat ze nadien mateloos aanvette, dat met allerlei middelen probeerde tegen te gaan, en dat ze "begin februari" een "aangekleed skelet" leek (p. 126). Op twee maanden tijd? Anorexie? Tijdens het etentje (!) in hoofdstuk 4 valt plots de angst voor een Europese oorlog uit de lucht. Maar ja, de ik-persoon maakt wel meer "vreemde associaties", zegt hij later (p. 82). En wie treft nu de schuld voor Sarahs dood? Dat blijken zeer abstrakte grootheden als "de niets ontziende samenleving" en "haar ontstellende, moordende wreedheid" (p. 138), en anderzijds - tot verbazing van de lezer - Sarahs moeder. Bij een eerste ontmoeting werd zij als zeer hartelijk beschreven. Als zij zich na Sarahs dood de nieuwgierigheid van de dorpsbewoners laat welgevallen, beschuldigt de ik-persoon haar ongenuanceerd van wraakzucht: "Zij had Sarah vervangen!...Het verheven had de plaats geruimd voor het dubieuze" (p. 147). En in dit verband spreekt Vandeloo een verrassend oordeel uit: "De vegeterende moeder leefde nog, de spirituele en sprankelende dochter was dood. Het is altijd en onveranderlijk hetzelfde: verwijten en straffen treffen de onschuldigen, terwijl lof en beloning uitgaan naar hen die er niets voor gedaan hebben" (pp. 129-130). Is anorexie een straf van de goden? Is wie mooi is daarom ook onschuldig? Is zwaarlijvigheid een ondeugd? Is je uitsloven om in de belangstelling te staan loofwaardig? In de auteur van Sarah zal de lezer nog steeds een zeer zachtaardige man herkennen, hunkerend naar gemeenzaamheid en solidariteit onder kleine mensen, maar deze keer heeft hij zijn kijk op het leven wel zeer ongelukkig onder woorden gebracht.”
Dit zijn volgens mij de grootste fouten en ergernissen van de recensent. Mijmeren, het niet goed duidelijk maken als de lezer dat daar wel nodig heeft, het niet goed overgaan van verhaallijnen enz.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.