ff n studiebreak
Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Uitgever: Malmberg, den Bosch
Jaar van verschijnen: 1998
Illustrator omslag: Roelof van de Schans
Korte uitleg waarom ik dit boek heb gekozen:
Ik heb dit boek gekozen omdat het me een leuk boek leek, nadat ik de achterkant had gelezen. Ook heb ik meerdere boeken uit deze serie gelezen die ik ook erg mooi vond. Verder hoort het boek bij de ‘boektoppers’ 1998 en is het in 1996 bekroond door de Nederlandse Kinderjury. Dat waren ook redenen voor mij.
Mijn eerste persoonlijke reactie:
Ik vond het boek mooi en interessant. Interessant omdat het onderwerp me aanspreekt, ik lees vaak boeken die gaan over pesten. Het heeft me ook aan het denken gezet, want je leest over het leven op straat en hevige pesterijen.
Ook vond ik het boek zielig, omdat Rosa en Thomas het allebei niet goed hebben. Thomas op school niet en eigenlijk ook niet zo erg thuis, en Rosa heeft niet eens een fatsoenlijk huis. Ook is best afwisselend, omdat ze allebei veel meemaken.
Korte samenvatting:
Thomas wordt erg gepest op school, omdat hij goed kan leren en omdat hij vaak tweedehands kleren draagt. Zijn moeder is overleden en hij kan niet zo goed overweg met zijn stiefmoeder. Op een dag ontmoet hij een zwerfmeisje, Rosa de Morgenster. Ze worden goede vrienden en ze helpen elkaar.
Als Rosa op een dag ijzer moet wegbrengen in Amsterdam brengt Thomas haar weg maar komt niet meer terug. Nadat hij een aantal dagen op straat gezworven heeft en veel heeft beleefd komt hij zijn moeder tegen op straat.
Hij mist zijn huis, vader en broertjes toch wel heel erg en gaat met haar mee terug. Achteraf blijkt dat Rosa toch nog een moeder heeft.
Bespreking van de verhaalaspecten:
Spanning: het verhaal is voornamelijk hetzelfde, er zijn geen andere verhaallijnen of vooruitwijzingen. Wel is het soms spannend als Thomas gepest wordt op school, en als hij van huis is weggelopen en op straat allerlei spannende dingen meemaakt.
Personages:
Thomas: hij is de hoofdpersoon in het boek, en tegelijk ook een helper, omdat hij Rosa helpt. Hij is onzeker, aardig en koppig. Ook is hij best wel gesloten maar heeft een groot doorzettingsvermogen.
Ook is hij bezorgd/zorgzaam over Rosa, en slim omdat hij erg goed kan leren en daarom ook zo wordt gepest.
Rosa: zij is een medehoofdpersoon. Eigenlijk ook een helper, zij helpt Thomas een beetje. Ze is koppig, eigenwijs, ze komt voor zichzelf op en is zelfverzekerd. Ze is erg arm maar daardoor niet minder zelfverzekerd. Dat vind ik speciaal aan haar. Ze is verder gesloten, nuchter maar wel spontaan.
Japie: hij is een bijfiguur. Ook een soort helper, hij helpt Rosa en later ook Thomas. Japie woont in Rotterdam en komt pas later in het boek aan de oppervlakte. Hij is gewoontjes, nuchter, onbetrouwbaar en evenwichtig. Het is een man van de straat en leeft niet volgens de wet.
Als laatste zijn er de familieleden van Thomas: Joke, vader, Bonkie en Milou. Joke is Thomas’ stiefmoeder, die Thomas niet graag mag omdat hij zijn moeder mist en het moeilijk vindt om met haar te praten.
Vader is serieus, rustig, bezorgd en vriendelijk.
Bonkie is het kleine broertje van Thomas.
Karaktereigenschappen niet bekend.
Milou is Thomas’ zusje, zij is aardig, bezorgd, nieuwsgierig,
spontaan en eerlijk.
Thema: Het thema van dit boek is “pesten’’. Thomas wordt erg gepest op school door zijn klasgenoten. Ze accepteren hem niet omdat hij goed kan leren en 2ehands kleren draagt.
Het 2e thema is vriendschap, omdat Rosa en Thomas een hechte band krijgen.
Opbouw: het boek wordt verteld in de logisch-chronologische volgorde.
De gebeurtenissen worden dus verteld in de volgorde waarin ze plaatsvinden.
Tijd: het verhaal speelt zich af in de tegenwoordige tijd. Dat kan je zien aan de dingen die de personen hebben en gebruiken, zoals auto’s fietsen, computers enz. het verhaal duurt een aantal weken, wat je kunt merken aan de beschrijvingen van alle dagen en nachten. Je weet de hele tijd wel ongeveer hoe lang iets duurt, in verband met school.
Vertelsituatie: de vertelsituatie in dit boek is de alwetende vertelsituatie.
De verteller weet alles van alle personen in het boek en kan in de toekomst en het verleden kijken. Hij overziet als het ware alles.
Ruimte: de gebeurtenissen in dit boek spelen zich af op en rond school, bij Thomas thuis en op straat. (soms bij Rosa) de omgeving heeft invloed op Thomas omdat hij op school erg gepest wordt en thuis heeft hij het ook niet makkelijk.
Informatie over de auteur
Ellen Tijsinger werd geboren op 7 september 1947 in Utrecht.
In 1970 trouwde ze en kreeg een zoon en dochter.
Haar schooltijd was niet erg leuk voor haar, ze mocht niet veel.
Ze is al jong begonnen met gedichten schrijven. Toch heeft ze een paar jaar les gegeven op een Havo/Vwo school, in handenarbeid.
Daarna is ze teksten gaan schrijven voor de zanger Benny Vreden en later ging ze kinderboeken schrijven.
Ellen Tijsinger heeft ook nog andere boeken geschreven zoals ‘Soms ben ik boos’, ‘Wordt toch wakker’, ‘Vijandig vuur’ en ‘De zwarte vulkaan’.
Verwerkingsopdracht
Nummer 7.
Een interview met de hoofdpersoon(=Thomas)
1. Wanneer en waarom is het pesten begonnen?
In de eerst klas al maar toen was het veel minder als nu.
Het werd steeds erger omdat ik betere cijfers haalde dan hun en daarom waren ze jaloers.
2. Ligt het aan jou of aan Joke dat jullie het niet zo goed met elkaar kunnen vinden?
Ik weet het niet, ik denk aan ons allebei. Ik vind het gewoon moeilijk om Joke als mijn moeder te zien omdat ze het niet is en ik nog vaak aan mijn moeder denk. Joke weet niet hoe ze daar mee om moet gaan.
3. Hoe vind je het als Rosa steeds van die vreemde buien heeft?
Ik vind het wel vreemd maar ik trek me er niet zoveel van aan, zo heeft iedereen wel wat vreemds.
4. Hoe beviel het leven op straat je?
In de eerste plaats vond ik het best spannend allemaal en viel het wel mee, maar na een dag was ik het alweer zat. Ik ben blij dat ik een huis heb om in te wonen!
5. Vind je Rosa alleen aardig of ben je ook verliefd op haar?
Ik vond haarheel aardig maar ik ben niet echt verliefd op haar. Ze is wel mijn beste vriendin geworden. Ik wilde haar graag helpen en zij mij.
6. hoe komt het dat je nooit met je vader over de dood van je moeder praat?
We vinden het allebei rot om erover te beginnen omdat het een gevoelig onderwerp was, we missen haar allebei heel erg.
7. is de situatie thuis nu beter?
Ja het is een stuk gezelliger. We praten meer en ik en Joke proberen elkaar te begrijpen.
8. pesten ze je nog steeds op school?
Het is veel minder geworden, de jongens laten me met rust en ik ga met een paar andere jongens om. Veel leuker!
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.