Heb je zin om een korte enquête in te vullen over jouw ergernissen op school? Meedoen kost een paar minuutjes van je tijd.

Geschreven door:

Lekenlinger

Datum ingestuurd:

24 februari 2004

Niveau:

4 vmbo

Taal:

Nederlands

Woorden:

5730

Opvragingen:

3085 (39 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (72 stemmen)

Titel:

Our mutual friend

Auteur:

Dickens, Charles

Jaar van uitgave:

1865

Auteur:

Dickens, Charles

Geslacht:

man

Nationaliteit:

Engels

Geboren:

7 februari 1812

Overleden:

01 januari 1970

Informatie:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Dickens

Populaire titels:

1. Our mutual friend

2. Our mutual friend

3. Our mutual friend

INLEIDING
Thuiskomst


John Harmon, een jonge man vaart via de Theems naar Londen na een afwezigheid van 14 jaar. Zijn vader is overleden en heeft een wat vreemd testament gemaakt waarbij hij al zijn bezittingen aan John vermaakt op voorwaarde dat die zal trouwen met Bella Wilfer, een meisje dat hij nog nooit gezien heeft.

John heeft geen vrienden. Aan boord heeft hij dit verhaal vertelt aan George Radfoot, een bemanningslid. George zal John helpen zicht te vermommen. John zal zich verbergen en erachter proberen te komen wat voor meisje Bella Wilfer is.
Daarna kan hij beslissen of hij inderdaad met haar wil trouwen.
Hij zal dan naar zijn vaders advocaat, Mr Lightwood, gaan en zijn beslissing meedelen.

Als het schip in de haven aankomt gaan John en George van boord. Ze lijken dan veel op elkaar.

1.
Op de rivier

Een man (Jesse Hexam) en een meisje (Lizzie Hexam) varen op de rivier. In de boot wat touw en een ijzeren haak.
Het meisje roeit en en de man kijkt oplettend naar het water.
Hij ziet wat in het water, pakt het touw en maakt het ergens aan vast.
Het blijkt een lijk van een verdronken man te zijn dat ze aan het touw meetrekken. Het meisje verbergt haar gezicht om het allemaal niet te hoeven zien. De vader wil de roeiriemen overnemen. Het meisje is bang voor het lijk, maar de vader zegt dat ze geen angst hoeft te hebben. De vader zegt dat de rivier hun beste vriend is en dat ze hiermee de kost verdienen.
Het meisje blijft roeien en geeft aan dat ze niet erg blij is met hun broodwinning, maar wel van haar vader houdt.
Nog een boot duikt in het donker op. In de boot Rogue Riderhood.
Rogue begroet Jesse met ‘partner’, maar Jesse wil niets met hem te maken hebben en hij beschuldigt hem ervan van de levenden te stelen. Vader Jesse steekt een pijp op. Het gezicht van het lijk lijkt te veranderen.

2.
De Moord op Harmon

Mortimer Lightwood en Eugene Wrayburn, twee advocaten, zitten samen in hun kantoor. Zij zijn al sinds hun schooltijd vrienden. Ze zijn niet rijk en interesseren zich minder voor de wet dan voor nietsdoen. Lightwood vertelt zijn vriend dat een cliënt van hem, Harmon, is overleden. Harmon had veel geld verdiend met het verzamelen van ‘afval’ (dust).
Hij heeft zijn geld vermaakt aan zijn zoon. Wrayburn vraagt of die zoon heeft geholpen met het verzamelen van ‘afval’ maar Lightwood antwoordt dat vader en zoon voortdurend ruzie hadden en dat de zoon 14 jaar geleden Engeland heeft verlaten.
Lightwood vertelt zijn compagnon dat Harmon in zijn testament als voorwaarde voor het krijgen van de erfenis heeft gesteld dat zijn zoon met een mooi meisje van 18 jaar moet trouwen.
De oude Harmon heeft dat meisje maar 1 keer gezien toen ze 4 jaar was.

Er wordt aan de deur geklopt en een sjofel gekleed jongetje geeft Lightwood een briefje waarop staat dat zijn vader het lijk van John Harmon in de rivier heeft gevonden en of de advocaat mee wil gaan naar zijn vader, Jesse Hexam. Vader Jesse kan niet schrijven, maar Lizzie Hexam heeft, zonder dat vader Jesse het weet Charley naar school gestuurd zodat hij nu de enige in het gezin is die kan schrijven. Charley Hexam zegt dat hij met een rijtuig is gekomen en hij vraagt de advocaat met hem mee te komen in het rijtuig waarna de advocaat de kosten kan betalen.
Ook Eugene Wrayburn gaat mee.

Ze komen bij het armzalige houten huisje van Jesse aan de rivier. Bij het horen van de stem van Eugene Wrayburn kijkt Lizzie even op.

Het lijk blijkt al aan de politie te zijn overgedragen. Aan een muur van het huisje van Jesse hangt een beschrijving van het lijk. Er komt een geschrokken en bleke man het huisje binnen die naar de pas gevonden dode vraagt. Jesse verwijst hem naar het politiebureau en samen met de advocaten gaat Jesse naar het bureau. Als een politieman vraagt of de dode een vriend van de geschrokken man was antwoordt die ontkennend. Hij maakt zich bekend als Julius Handford.

Bij de lijkschouwing wordt het lijk inderdaad geïdentificeerd als John Harmon. Echter het lijk is sterk verminkt en heeft verscheidene dagen in het water gelegen. Jesse Hexam wordt verdacht van moord. Veel mensen wenden zich van hem af. Lizzie geeft haar broertje geld en raadt hem aan weg te gaan en zoveel mogelijk te leren. Ze zegt dat ze geld aan hem zal sturen en dat ze de advocaat Lightwood om hulp wil vragen. Charley zegt dat ze niets aan Wrayburn moet vragen omdat de manier waarop hij hem heeft aangesproken en de manier waarop hij naar Lizzie heeft gekeken hem niet aanstaan. Als Charley weg is mijmert Elisie over een beter leven ver weg van de rivier en hoopt dat
haar broertje een goede toekomst tegemoet zal gaan.

3.
De gouden vuilnisman (‘Dustman’)

Bella Wilfer zit samen met haar vader in een rommelige kamer en beklaagt zich over het feit dat haar bruidegom, John Harmon dood is en dat ze nu nooit rijk zal zijn. Ook haar vader, Reginald Wilfer, vader van een groot gezin is niet blij met het feit dat hij nu weinig te besteden heeft. Er meldt zich een huurder voor kamers in het huis van Mr Wilfer, een bleke man die zich voorstelt als Mr. John Rokesmith. Hij betaalt 3 maanden huur vooruit. Hij blijkt ook nogal geïnteresseerd te zijn in de mooie Bella. Nadat Rokesmith is vertrokken geeft Bella aan dat ze hem niet erg vertrouwt en ze zegt dat hij een rover of een moordenaar is en dat hij haar nauwelijks durfde aankijken.
Haar vader oppert dat hij misschien een beetje verlegen is.
Nog eens klaagt Bella dat ze niet rijk zal zijn. Haar vader vertelt haar van de oude John Harmon die haar maar een keer gezien heeft en het prachtig vond dat de kleine Bella zo kon
stampvoeten en schreeuwen. Bella zegt lachend: ‘Nu zal ik nooit rijk worden en worden we allemaal vermoord door die vreemde Mr Rokesmith.’ Maar ze zou niet gelachen hebben als ze had geweten dat Mr Julius Handford en John Rokesmith één en dezelfde persoon waren.

Al het geld van de oude John Harmon gaat, nu zijn zoon dood is, naar de bediende Noddy Boffin, een forse gebouwde, breedgeschouderde kerel met heldere grijze ogen.
Hij en zijn vrouw zijn eenvoudige, ongeletterde, maar eerlijke en vriendelijke mensen. Mevrouw Boffin heeft vaak gehuild om de kleine John die door zijn vader op zevenjarige leeftijd naar een school in het buitenland is gestuurd en nu op zo’n akelige manier
aan zijn eind is gekomen. Advocaat Lightwood komt Noddy Boffin vertellen dat hij erfgenaam is van 100.000 pond. Noddy looft 10.000 pond uit voor degene die de moordenaar van de jonge John Harmon vindt.

Op straat wordt Noddy Boffin gevolgd door een man. Als Mr Boffin de man aanspreekt en vraagt wie hij is antwoordt hij eerst met: ik ben niemand. Tegen Mr Boffin zegt hij: u bent dus de rijke meneer Boffin. Boffin meent dat de onbekende op zijn geld uit is.
Nu stelt de onbekende zich voor als John Rokesmith en hij vertelt dat hij bij Mr Wilfer woont. Hij vraagt aan Mr Boffin of hij niet als secretaris bij hem kan komen werken. Mr Boffin overlegt met zijn vrouw. Die ziet het wel zitten om als ze in een groter huis gaan wonen een secretaris te hebben die de rekeningen kan betalen. Bovendien heeft Rokesmith gezegd dat hij niets om geld geeft. Mevrouw Boffin heeft ook nog eens nagedacht over Bella Wilfer en stelt haar man voor om, nu Bella de erfenis is misgelopen, haar in huis te nemen omdat ze geen kinderen hebben. Mr Boffin merkt op dat Rokesmith bij Mr Wilfer woont en vraagt wat voor man het is. Mr Wilfer zegt dat het een rustige en bescheiden man is en Boffin zegt dat het dus onze
wederzijdse vriend (Our Mutual Friend) is. Rokesmith wacht de Boffins bij het hek op en zwaait ze samen met Bella uit.
Bella vraagt zich af of ze Rokesmith aardig vindt of niet. jollenman goede mensen zijn en dat Mr Boffin ‘de gouden vuilnisman’ (The gold Dustman’) wordt genoemd.

4.
Nog een dode

Op een koude nacht klopt Rogue Riderhood aan bij advocaat Lightwood. Hij wil een schriftelijke verklaring afleggen over de moord op John Harmon. Hij beweert dat Jesse Hexam de moordenaar is en maakt aanspraak op de beloning van 10000 pond. Hij zegt dat hij jarenlang met Jesse heeft samengewerkt maar dat hij daarmee gestopt is omdat Jesse niet te vertrouwen was. Hij zegt dat zijn dochter natuurlijk een heel andere verklaring zal afgeven. Hij vertelt ook dat Hexam het om het geld gedaan heeft.
Samen met de politie gaan Riderhood en de advocaten naar het huis van Jesse. Binnen zien ze Lizzie op haar vader wachten.
Ze komt even naar buiten als ze denkt dat ze haar vader hoort roepen. Als hij niet antwoordt en niet thuiskomt barst ze in tranen uit. Eugene Wrayburn kijkt met meer dan gewone belangstelling door het raam naar Lizzie.

Als Jesse niet thuiskomt zegt Riderhood dat hij dat waarschijnlijk met opzet doet omdat hij weet dat de politie op hem wacht. Hij gaat op onderzoek uit en meldt dat hij de lege boot van Jesse heeft gezien. De politie gaat nu mee en ze vinden het lijk van Jesse, gewurgd door zijn eigen touw, in het
water. Riderhood roept uit dat hij hem bedrogen heeft.

5.
De nieuwe secretaris

Mr en Mrs Boffin zijn in hun nieuwe huis getrokken. Ze zijn niet echt gelukkig. De rekeningen stapelen zich op en er moeten brieven geschreven worden, maar de Boffins zijn maar eenvoudige ongeletterde mensen. Ze hebben vele bedienden. Op een dag belt John Rokesmith aan. Mr Boffin herinnert zijn vrouw aan ‘Onze wederzijdse Vriend’ . Zijn vrouw herinnert zich dat John Rokesmith heeft aangeboden hun secretaris te worden. Ze besluiten dat alsnog te doen en geven hem een kantoortje in hun huis. Rokesmith gaat onmiddellijk aan het werk en brengt orde in de chaos van rekeningen en brieven. Er is één ding dat hij niet doet. Hij probeert advocaat Lightwood niet onder ogen te komen.
Bella Wilfer komt bij de Boffins wonen. De Boffins introduceren haar in de betere kringen. Bella krijgt mooie kleren en is een groot succes in de ‘society’. Ze wordt ook steeds verwender.
Rokesmith vertelt haar dat hij begrijpt waarom ze rouwkleding droeg toen hij haar pas ontmoette, dat hij haar verlies begrijpt en dat de Boffins zullen proberen haar verlies goed te maken. Bella is niet echt vriendelijk tegen Rokesmith en hij mijmert ‘zo grof, zo zorgeloos maar zo mooi…. als ze eens wist ……’

Bella wordt steeds verwender en wil eigenlijk van haar eigen familie weinig meer weten.

6.
Mr Bradley Headstone – leraar

Charley Hexam heeft hard gewerkt. Hij is eerst naar een slechte school gegaan maar later naar een betere. Hij heeft hard gestudeerd en is nu leerling-leraar bij Mr Bradley Headstone.
Headstone is een jonge man van 26 jaar maar hij doet alles rustig en zorgvuldig als een veel ouder iemand. Hij wil Charley Hexam tot een goed leraar maken zoals hij zelf is. Charley vraagt toestemming om zijn zuster Lizzie te bezoeken. Mr Headstone wil graag met hem meegaan. Lizzie woont niet meer in het oude huisje maar heeft een kamer bij Miss Jenny Wrenn die poppenkleren maakt. Zij is invalide, heeft een kapotte rug en misvormde benen. Ze komt nooit buiten en Lizzie is voor haar degene die het nieuws van buiten brengt. Charley stelt zich voor als Lizzie’s broer. Op dat moment is Lizzie niet thuis.
Als ze komt is Mr Headstone onder de indruk van haar schoonheid.
Hij verklaart dat Charley erg goed zijn best doet en spoedig een goede leraar zal worden. Charley en zijn zus wandelen naar buiten samen met Mr Headstone. Lizzie zegt dat ze nooit ver van de rivier wil gaan wonen omdat het haar vaders graf was.
Als Charley en Headstone weg zijn ontmoet Lizzie de advocaat Wrayburn. Hij heeft kennelijk een oogje op Lizzie en biedt haar aan haar opleiding te betalen omdat hij meent dat ze een goed verstand heeft. Tenslotte gaat Lizzie in op zijn voorstel ter wille van zichzelf en van Jenny, maar Jenny is het
er niet mee eens.

7.
Wat ben je aan het doen ?

Maanden gaan voorbij en advocaat Lightwood merkt een veranderde houding op bij zijn compagnon Wrayburn.
Hij spreekt hem daarop aan en vraagt of hij iets voor hem verbergt. Wrayburn antwoordt: ‘misschien wel, misschien niet’.
Dan komen er twee mensen naar hun kantoor. Het zijn Charley Hexam en de leraar Mr Headstone. Charley heeft gehoord dat Wrayburn de lessen van zijn zus betaald en is het
daar absoluut niet mee eens. Wrayburn is heel grof en Headstone stuurt hem weg voordat hij zijn zelfbeheersing verliest.
De leraar verwijt Wrayburn dat hij kwade bedoelingen met Lizzie heeft en dat hij niet wil dat zij daardoor gekwetst zal worden.
Ook hij gaat kokend van woede weg bij het huis van de advocaat.
Lightwood spreekt zijn collega ook aan op zijn ‘affaire’ met Lizzy, maar Wrayburn blijft heel rustig en geeft tussen de regels door aan dat hij maar een beetje met Lizzy speelt en eigenlijk geen serieuze plannen met haar heeft.
Als Mortimer vraagt wat er gaat gebeuren en wat hij aan het doen is:
‘Beste Mortimer, ik zou je dadelijk antwoord geven als ik kon, maar ik kan het niet. Ik heb geen antwoord. Geloof me, beste vriend, Ik wilde dat ik de antwoorden op je vragen had.
Maar ik heb ze niet. Er is geen duidelijke gedachte in mijn hoofd.’

8.
Het nieuwe leven van Bella

De Boffins zijn heel tevreden met hun nieuwe leven. Ze worden door de betere kringen geaccepteerd omdat ze rijk zijn.
Mr Rokesmith werkt heel hard. Hij gaat nooit uit en weigert om de advocaat Lightwood te ontmoeten. Hij wacht steeds Bella op als ze samen met Mrs Boffin is uitgeweest. Hij woont nog steeds bij de Wilfers en op een dag wijst hij Bella erop dat ze wel eens
een boodschap kan meegeven voor haar familie. Bella schaamt zich en erkent dat ze wel wat vaker bij haar familie op bezoek zou kunnen gaan. Bella geeft Rokesmith de boodschap mee dat ze de andere dag bij haar familie op bezoek zal gaan. Ze voelt zich egoïstisch en onvriendelijk. Overigens vraagt ze zich af waarom ze zich iets van Rokesmith aantrekt. Uiteindelijk is hij
alleen maar secretaris.

Haar bezoek is geen groot succes. Ze maakt ruzie met haar zussen en haar moeder maakt onaardige opmerkingen over Mrs Boffin.
Als ze vertrekt staat Mr Rokesmith bij het hek en geeft haar een portemonnee met de mededeling dat hij haar die van Mr Boffin moet geven. In de portemonnee zit een biljet van
50 pond. Bella wil nu tonen dat ze niet alleen aan zichzelf denkt en rijdt in de koets van Mrs Boffin naar het kantoor van haar vader en geeft hem het geld. Ze kopen een nieuw kostuum, een nieuwe hoed en nieuwe laarzen voor hem. Ook gaan ze samen uit eten. Bella zegt tegen haar vader dat ze nooit meer arm wil zijn. Ze beweert dat geld boven geluk gaat. Die nacht huilt Bella om het testament van de oude John Harmon. Ze huilt omdat zijn zoon niet in leven is gebleven en met haar heeft kunnen trouwen.

Mrs Boffin heeft een gesprek met Mr Rokesmith. Hij ziet haar als zijn moeder. Mrs Boffin merkt op dat Rokesmith er voor een zo jonge man er erg verdrietig uitziet. Rokesmith vertelt dat hij een zuster heeft gehad die is overleden en dat ook zijn vader en
moeder dood zijn. Mrs Boffin vraagt hem of de liefde hem soms zo verdrietig heeft gemaakt. Bella luistert mee, maar Rokesmith geeft geen antwoord op deze vraag.

9.
Je stort me in het ongeluk

Bradley Headstone, de leraar is verliefd op Lizzie. Op een avond gaat hij naar het huisje van Jenny Wren. Hij verklaart Lizzie zijn liefde, maar Lizzie geeft te kennen dat ze niets voor hem voelt en dat ze liever de vrouw van advocaat Wrayburn wil worden.
Lizzie’s broer Charley gaat ook met haar praten maar ook hij kan niets voor Bradley Headstone bereiken. Hij noemt Lizzie een egoïstische en ondankbare zuster. Headstone geeft aan Lizzie te kennen dat hij jaloers is op Wrayburn en dat hij hem wel eens wat zou kunnen aandoen. Lizzie waarschuwt Wrayburn voorzichtig te zijn. Wrayburn begrijpt hier niets van. Als hij weer een bezoek brengt aan het huisje van Jenny is Lizzie vertrokken.
Jenny wil niet vertellen waar ze heen is. Wrayburn zoekt heel Londen af maar vindt geen spoor van Lizzie.

10.
Wat voor zin heeft mijn leven nog.

Rogue Riderhood woont nog steeds in een donker vuil huisje langs de rivier. Na de dood van Jesse Hexam wil niemand meer iets met hem te maken hebben. Op een avond krijgt hij bezoek van een man die gekleed is als zeeman. Maar Riderhood ziet dat de man de laatste tijd niet op zee geweest is. Hij heeft gladde witte handen. De bezoeker stelt voor om wat te drinken. Om de fles open te maken haalt hij een mes tevoorschijn. Riderhood herkent het mes als dat van George Radfoot en ziet ook dat de man
de jas van Radfoot draagt. Hij vraagt wat er met Radfoot is gebeurd. De man antwoordt dat Radfoot is vermoord op de
avond van de moord op Jesse Harmon en dat hij in Riderhood’s huisje is geweest. Radfoot geeft Riderhood te kennen dat hij Jesse ten onrechte van de moord op John Harmon
heeft beschuldigd en Riderhood erkent dat en zegt dat het weinig uitmaakt omdat Harmon toch dood is. Maar Radfoot zegt tegen Riderhood dat het wel kwetsend is voor de zoon en dochter van
Harmon. Riderhood zegt dat hij alleen de beloning wil hebben voor degeen die de moordenaar van John Harmon aangeeft.
De bezoeker zegt dat hij alleen de waarheid kent. Als hij de beloning krijgt zal hij Riderhood de helft geven. De bezoeker blijkt Julius Handford alias John Rokesmith te zijn. Ook blijkt nu dat John Rokesmith in werkelijkheid John Harmon jr. is.
John Harmon en George Radfoot (zie inleiding) waren op de avond van hun aankomst in Londen naar Rogue Riderhood gegaan omdat hij kleding voor zeelieden verkocht. Beiden werden verdoofd, er was een vechtpartij en beiden kwamen in het water terecht.
George Radfoot verdronk en John Harmon wist zich te redden.
Radfoot was van plan geweest John Harmon te vermoorden en was nu zelf dood. John Harmon vraagt zich nu af of hij weer ‘tot leven moet komen’, het geld van zijn vader opeisen en met Bella trouwen of dat hij John Rokesmith moet blijven en als secretaris voor de Boffins moet blijven werken. Als hij weer bij Bella is vraagt hij haar (als John Rokesmith) ten huwelijk, maar zij wijst hem af. Hij besluit dat John Harmon maar dood moet blijven.
De volgende dag gaat hij naar Riderhood en laat hem een stuk ondertekenen waarin hij verklaart dat Jesse Hexam niets te maken had met de moord op John Harmon jr. John Rokesmith stuurt de verklaring zonder begeleidende brief op naar Lizzie Harmon op
haar laatstbekende adres.

11.
De macht van het geld

Bella gaat niet vaak in haar oude huis op bezoek maar soms ontmoet zij haar vader na zijn werk. Zij zegt haar vader dat haar rijkdom maakt dat ze alleen nog maar aan geld kan denken. Zij vertelt hem 3 van wat zij ‘geheimen’ noemt. Dan vertelt zij dat Mr. Rokesmith haar ten huwelijk heeft gevraagd, maar
dat ze hem afgewezen heeft.

De Boffins hebben beloofd dat als zij met hun toestemming trouwt zij haar rijk zullen maken.

Het derde ‘geheim’ dat Mr. Boffin weliswaar aardig is tegen haar maar dat hij zich tegenover anderen hard en wreed gedraagt.
Bella meent dat dat allemaal komt door de invloed van het geld dat hij nu bezit.

Als ze thuis komt is ze getuige van een gesprek tussen Mr Boffin en Mr Rokesmith. Mr Boffin vindt dat 200 pond per jaar genoeg is voor Mr Rokesmith. Voor dat bedrag moet Rokesmith altijd tot zijn beschikking staan. Hij vindt dat Rokesmith te vaak
uitgaat. Als Rokesmith de kamer uit is merkt Boffin nog op dat hij hem teveel zijn gang heeft laten gaan en dat hij maar een bediende is en zich ook zo heeft te gedragen.

Als Mrs Boffin iets zegt over de verharde houding van haar man zegt hij dat de toestand is veranderd, dat iedereen achter hun geld aanzit en dat ze voorzichtig moeten zijn.
Bella neemt een duitere, onprettige trek waar op het gezicht van Mr Boffin. Boffin adviseert Bella om met haar knappe uiterlijk een rijke man te trouwen. Dit alles maakt Bella ongelukkig. Ze heeft medelijden met de secretaris.

Mr Boffin beveelt Rokesmith om in een kleine kamer in hun huis te komen wonen om geld te kunnen besparen.
Tegen Bella zegt hij: ‘Hoe meer geld ik spaar, des te meer krijg jij later’. Het eens zo vriendelijke gezicht van Boffin krijgt steeds meer sluwe trekken.

12.
Lizzie’s Geheim

Mr Boffin behandelt John Rokesmith met de dag slechter.
Bella krijgt steeds meer medelijden met de secretaris.

Advocaat Lightwood heeft met de Boffins gesproken over Lizzie
Hexam. Mr. Rokesmith heeft door voorzichtig rond te vragen de verblijfplaats van Lizzie kunnen achterhalen. Hij is er achter gekomen dat ze in een dorpje stroomopwaarts van de rivier woonde, dat ze het druk heeft en dat ze gelukkig is.

Op verzoek van Mrs Boffin gaan Bella en Mr Rokesmith op een avond naar haar toe.

Onderweg zegt Bella dat ze met John Rokesmith bevriend wil zijn.
Rokesmith zegt dat hij hoopt dat Bella vriendinnen wil zijn met Lizzie Hexam. Ze wil dat graag terwille van Mrs Boffin. Ze vertelt Rokesmith ook dat Mr Boffin zo in zijn nadeel verandert is door zijn rijkdom maar dat Mrs Boffin dat kennelijk niet
merkt. De secretaris merkt nu op dat Mr Boffin wel in zijn nadeel verandert door het geld maar dat dat niet voor Bella geldt.

Bella maakt kennis met Lizzie en vraagt waarom ze zo afgezonderd woont. Is dat soms door de beschuldigingen aan haar vader ? Maar Lizzie vertelt dat ze een broer heeft die haar slecht heeft behandeld en dat diens vriend verliefd op haar is, maar dat zij niets voor hem voelt. Ze kent wel iemand waarvan ze houdt maar dat kan volgens haar niets worden door het standsverschil.
De vriend van haar broer is echter zo jaloers dat ze vreest dat hij de ander wat zal aandoen.

Op de terugweg slaat John Rokesmith zijn mantel om Bella heen en biedt haar zijn arm aan.

13.
De leraar en de boef

Eugene Wrayburn vertelt zijn compagnon Lightwood dat hij regelmatig op zoek is naar Lizzie. Hij heeft heel Londen afgezocht maar haar nog niet gevonden. Wel wordt hij voortdurend achtervolgd door de leraar en soms door de leraar samen met
Charley Hexam. Om het te bewijzen gaan ze samen wandelen en inderdaad worden ze gevolgd door Bradley Headstone.
Lightwood merkt op dat de blik op het gezicht van de leraar er één is van dreiging en haat.

Headstone is ervan overtuigd dat Wrayburn weet waar Lizzie is.
Hij komt Rogue Riderhood tegen die op weg is naar Lightwood om een brief te halen waarmee hij chef-sluiswachter kan worden.

Als de leraar hem vraag of hij Wrayburn wel eens samen met Lizzie heeft gezien, bevestigt Riderhood dit.
Riderhood beseft dat Headstone waanzinnig jaloers is en denkt daar zijn voordeel mee te kunnen doen. Ook de leraar denkt Riderhood te kunnen gebruiken omdat die voor geld tot alles in staat is. Headstone vraagt Riderhood uit te kijken naar Lizzie en te proberen haar verblijfplaats te ontdekken.

14.
‘De Gouden vuilnisman’ op zijn ergst

Op een dag ontbiedt Mr Boffin de secretaris. Hij is woedend omdat hij heeft gehoord dat John Rokesmith Bella ten huwelijk heeft gevraagd. Omdat hij alleen aan geld denkt meent hij dat de secretaris Bella alleen wil trouwen omdat zij rijk is.
De secretaris zegt Boffin dat Bella hem meer waard is dan al het geld van Boffin. Boffin ontslaat hem, maar Bella zegt dat ze dan ook niet langer wenst te blijven en vertrekt ook.
Bella zegt Boffin dat ze hem haat en niets meer om geld geeft.
Bella gaat naar haar vader en vertelt hem alles. Haar vader is blij dat ze nu niet meer kiest voor rijkdom maar voor de man waarvan zij houdt. Op een dag, wanneer Reginald Wilfer een vrije dag heeft gaat hij naar Greenwich waar zijn dochter Bella en John Rokesmith in het huwelijk treden. Vader Wilfer is getuige.
Voor haar moeder heeft Bella een brief achtergelaten waarin ze schrijft dat ze nu gelukkig getrouwd is met John

15.
Bij de sluis

Op een zomerdag vaart advocaat Wrayburn door de sluis waar Rogue Riderhood de wacht houdt. Riderhood herkent hem, maar Wrayburn herkent Rogue niet.

Vanaf de oever kijkt een andere man toe hoe Wrayburn door de sluis vaart. Hiij is gekleed als jollenman. Het valt Riderhood op dat hij precies zo gekleed is als hijzelf. De man is de leraar Headstone. Hij meent dat de advocaat onderweg is om Lizzie te ontmoeten. Hij praat met Riderhood en gaat later achter de advocaat aan. ’s Avonds komt hij terug en vertelt dat Wrayburn verderop de rivier overnacht en de volgende dag vroeg verder zal varen. Riderhood begint te vermoeden dat het geen toeval is dat de leraar precies zo gekleed is als hij.
Om daar zeker van te zijn doet hij een rode zakdoek om zijn hals.
De volgende dag is de leraar al heel vroeg op en blijft de hele dag en de nacht weg. Het is slecht weer als hij terugkomt. Hij heeft Wrayburn samen met Lizzie gezien.
Headstone valt in een diepe slaap. Als Riderhood zijn jas openknoopt omdat hij wat comfortabeler ligt ziet hij dat de leraar precies zo’n rode zakdoek om zijn hals heeft
als hij.

16.
De aanval

Een hele dag en nacht gaan voorbij. De storm gaat liggen. Laat in de avond wandelt Eugene Wrayburn langs de rivier. Hij kijkt steeds in een richting. Hij ontmoet Lizzie. Hij zegt dat hij verliefd op haar is. Zij zegt hem dat het nooit wat tussen hen kan worden: zij, een arm werkend meisje, hij een heer. Ze zegt dat hij weg moet gaan. Dat doet hij na aandringen van Lizzie dan ook.

Op de terugweg wordt hij neergeslagen en in de rivier gegooid. Lizzie hoort zijn schreeuw en gaat terug. Ze ziet zijn lichaam in de rivier. Dank zij de ervaringen van vroeger met haar vader weet ze wat ze moet doen. Ze loopt wat terug naar een boot en
roeit zo hard als ze kan naar de plaats waar het lichaam van Eugene Wrayburn in het water ligt.

Ze bindt het lichaam van Eugene met een touw vast, roeit naar de oever en trekt hem daar in de boot. Daarna roeit ze naar een herberg. Twee artsen komen en kijken naar Eugene. Ze merken op dat Lizzie wel enorm sterk moet zijn om het lichaam in de boot te trekken. Lizzie is bewusteloos. Een van de artsen zeggen: ‘Arm meisje, ze heeft hem uit de rivier gered, maar ik vrees dat ze hem niet van de dood heeft gered.’

Vroeg in de morgen klopt de leraar Bradley Headstone aan de deur van de sluiswachter Rogue Riderhood. Die zegt: ik dacht dat ik je kwijt was. Je hebt slaap nodig. Een van de mouwen van de leraar is gescheurd en er zit bloed op zijn kleren. Riderhood denkt dat hij wel weet wiens bloed het is. Als de leraar ’s middags wakker wordt eten ze samen wat. Headstone snijdt zich
in zijn hand en druppels bloed vallen op de kleding van Riderhood. Riderhood heeft het nieuws gehoord dat Lizzie het lichaam van Wrayburn uit de rivier heeft gehaald.
Headstone zegt dat hij naar huis gaat, maar als Riderhood hem volgt ziet hij dat de leraar een bundeltje kleren in de rivier gooit en zijn eigen kleren weer aantrekt. Riderhood vist de kleren weer uit de rivier.

17.
Laat hem ongestraft gaan.

Enkele dagen later zit Jenny Wren te werken als er een heer in de deuropening verschijnt. Hij doet haar aan Eugene Wrayburn denken. Hij stelt zich voor als Mortimer Lightwood en
zegt dat hij een briefje heeft voor Lizzie Hexam. Wrayburn wil dat Jenny en Lizzie naar hem toekomen. Hij is stervende.

Lizzie en Jenny zitten aan het voeteneinde van het bed van Wrayburn. Het gaat slecht met hem. Af en toe is bij kennis, maar soms ook niet. Als hij bij kennis is zegt hij tegen zijn vriend Mortimer dat als de leraar wordt verdacht van de aanslag op hem hij moet verklaren dat hij het niet gedaan heeft. Dat zou een te grote schok voor Lizzie zijn. Mortimer moet hem onbestraft laten.
Eugene geeft te kennen dat, nu hij niet lang meer te leven heeft, hij met Lizzie wil trouwen. En zo gebeurt het ook. ‘Je hebt een armzalig huwelijk gesloten, mijn lieve vrouw. Je bent
met een waardeloze kerel getrouwd.’ Lizzie zegt: ‘Ik ben getrouwd met de man die ik meer dan wat ook wilde. Leef voor mij, Eugene’.

18.
Ik laat je nooit meer gaan

Lizzie’s broer Charley heeft goed zijn best gedaan en werkt nu op een andere school. Op een dag hoort hij van de aanslag op Wrayburn en hij gaat naar zijn oude leermeester en zegt dat hij wel weet wie de aanslag heeft gepleegd. Charley vraagt de leraar waar hij was toen het gebeurde. Headstone geeft geen antwoord.
Charley zegt dat hij niet langer zijn vriend is.

Spoedig hierna hoort Headstone dat Wrayburn niet dood is. Hij verneemt ook dat Eugene hem niet wil aanklagen en dat hij met Lizzie getrouwd is. Nu begrijpt hij dat hij verkeerd
heeft gehandeld en de twee juist in elkaars armen heeft gedreven in plaats van ze te scheiden. Hij realiseert zich dat Eugene ter wille van Lizzie de politie nooit zal vertellen wie hem heeft aangevallen.

Op een winterdag verschijnt Rogue Riderhood op de school van Headstone. In bijzijn van zijn leerlingen verklaart hij dat hij Headstone ooit heeft gezien als schippert. Hij heeft de kleren bij zich. Hij vraagt Headstone de volgende dag bij hem
langs de rivier bij de sluis te komen. Headstone stemt toe.

De volgende dag, zaterdag, heeft Headstone vrij en gaat naar Riderhood. Die wil zwijggeld hebben omdat hij weet dat Headstone Wrayburn heeft neergeslagen. Hij geeft aan dat hij wel begrepen heeft waarom Headstone bloed van zijn hand op zijn
kleren heeft laten vallen. Hij dreigt hem neer te slaan zoals Headstone Wrayburn heeft neergeslagen. ‘Je wilde een streek met me uithalen, je wilde dat de mensen dachten dat ik Wrayburn had neergeslagen.’
Riderhood zal met hem meegaan en hem pas met rust laten als hij geld van hem heeft gekregen. Headstone grijpt Riderhood vast en zegt dat hij hem levend of dood in een ijzeren greep zal houden. Daarna trekt hij hem mee en ze vallen samen in de rivier. Als de twee verdronken mannen uit de rivier worden gehaald heeft Headstone Riderhood nog steeds in een ijzeren greep.

19.
John Harmon komt thuis.Hij geeft aan dat hij wel begrepen heeft waarom Headstone Bella is al meer dan een jaar getrouwd met John Rokesmith als ze merkt dat hem iets dwarszit. Hij praat in zijn slaap en ziet er bedrukt uit. Zij zegt dat hij haar kan vertrouwen. Hij zegt dat hij ongerust is, maar dat hij niet kan zeggen wat er aan de hand is. Op een dag komen ze in Londen Mr Lightwood tegen. John zegt dat Mr Lightwood en hij elkaar al eerder ontmoet hebben. Toen zij elkaar ontmoetten noemde John zich echter Julius Handford. Lightwood zegt dat hij maanden naar hem gezocht heeft en dat hij van een vreselijke misdaad beschuldigd wordt.

John zegt dat hij de volgende dag naar Mr Lightwood toe zal komen. ’s Avonds vraagt John of Bella niet wil weten wat Lightwood allemaal bedoelde, maar Bella antwoordt dat ze wel weet dat hij het haar zal vertellen als hij daar aan toe
is. John zegt dat hij nooit iets verkeerds heeft gedaan en Bella zegt dat ze hem met heel haar hart vertrouwt.
Dan onthult hij haar dat hij beschuldigd wordt van moord.
Dan komt de politie-inspecteur binnen die John als Julius Handford al eerder heeft ontmoet. De inspecteur heeft het briefje dat Julius toen achterliet vergeleken met een brief die
John aan zijn vrouw heeft geschreven en opgemerkt dat het hetzelfde handschrift is. De inspecteur beschuldigt John van de moord op … John Harmon. John nodigt de inspecteur uit even met hem in een andere kamer te spreken.

Een half uur later zijn ze terug en de inspecteur heeft een verbaasde uitdrukking op zijn gezicht. Samen met Bella en de inspecteur gaan ze nu terug naar het politiebureau aan de rivier.
Daar wordt John door twee mannen geídentificeerd. Hij is nu vrij.

De volgende dag zegt John tegen zijn vrouw dat hij een andere baan heeft en dat daar een groter huis bij hoort. Ze rijden erheen en stoppen voor het huis van de Boffins. Nu snapt ze er niets meer van. Ze worden heel enthousiast ontvangen door Mr en Mrs Boffin. Mr Boffin is helemaal genezen van zijn geldzucht.
Bella gaat tussen Mrs Boffin en John inzitten en dan vragen ze of Bella weet wie dit (wijzend op John) is. Bella antwoordt: ‘mijn man’ en als ze naar zijn naam vragen:
‘John Rokesmith of Handford’. Als de anderen dat ontkennen zegt ze dat ze het niet kan raden. Mrs Boffin verklaart dan dat ze het al veel eerder heeft geweten. Toen hij nog hun secretaris was heeft ze hem op een avond in zijn kantoor zien zitten
en plotseling zijn gezicht herkend. John is John Harmon.

Dan vertelt Mr Boffin ook dat zijn hele harde houding de bedoeling had om te maken dat Bella en John samen zouden blijven. Hij begreep dat Bella rijkdom wel prettig vond,
maar dat in de grond van de zaak haar liefde voor John belangrijker was. Bella zegt: ‘Nu begrijp ik waarom u zo hard en hebzuchtig was. U wilde me laten zien dat dat verkeerd was.’

Op een dag komen Lizzie en haar man Eugene bij hen logeren. Eugene loopt nog met een stok maar hij wordt iedere dag sterker.
Hij heeft zijn oude, zorgeloze manier van doen laten varen.
Hij heeft besloten dat hij en zijn vrouw zich in de ‘society’ zullen begeven en dat men een vrouw die zo goed is daar maar moet accepteren hoewel ze eens de dochter van een jolleman is geweest. Mortimer Lightwood hoort dat ‘de society’dit over zijn vriend zegt:
‘Een heer had oprechte gevoelens en liefde. Deze gevoelens maakten dat hij een goede en mooie vrouw trouwde. Die man is meer heer dan tevoren en zijn vrouw kan in alle oprechtheid een dame worden genoemd.

Éen jaar later zitten Mr en Mrs Boffin naar John, Bella en hun kleintje te kijken, die bij de haard zitten zonder dat er schaduwen zijn. Noddy zegt: ‘Mevrouw Boffin, tenslotte is het met het geld van de oude John Harmon toch allemaal goed gekomen.’
En de ‘Gouden vuilnisman’ glimlacht en is het ermee eens.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken



Gelukkig heeft Scholieren.com nu elke vrijdagmiddag film.

geef je mening: Sinterklaas

Hoe vier jij Sinterklaas?



» resultaten poll