
Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 22 juni 2004 |
Niveau: | 4 vwo |
Taal: | |
Woorden: | 2423 |
Opvragingen: | 3873 (15 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Die letzten Kinder von Schewenborn |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 1983 |
Auteur: | |
Nationaliteit: | Duits |
Populaire titels: |
|
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
5. Die letzten Kinder von Schewenborn | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
... meer | |

2.Zakelijke gegevens
Auteur: Gudrun Pausewang
Titel : Die letzten Kinder von Schewenborn
Uitgever: Wolters-Noordhof BV Groningen
Jaartal eerste druk: 1987
Jaarstal gelezen druk: 1999
3. Samenvatting
Roland is een jongen van 12 jaar. Hij gaat samen met zijn moeder, vader, vierjarig zusje Judith en zijn vierjarig zusje Kerstin elk jaar naar zijn opa en oma in Schewenborn. Zelf wonen ze in Frankfurt en daarom gaan ze 1 keer in het jaar in de vakantie naar zijn opa en oma. Dit jaar gaan ze ook weer naar Schewenborn. Onderweg merkt de familie iets raars. Plotseling is er een felle lichtflits, er is een atoombom gevallen.
De ouders van Roland denken dat de bom ergens gevallen is bij Fulda, een plaatsje dat iets verder ligt dan de woonplaats van de grootouders. Ze besluiten om te kijken of de grootouders er nog zijn, maar onderweg komen ze een omvergevallen boom tegen en daardoor kunnen ze niet verder. De familie moet te voet met hun bagage verder. Als ze in Schewenborn aankomen, zien ze allerlei verwoeste huizen enz. Wanneer ze dan bij het huis van de opa en oma van Roland zijn gekomen horen ze van een vrouw, die onder huur van de grootouders woonde, dat die naar Fulda zijn gereden om een tent te gaan halen voor de kinderen. De moeder van Roland is helemaal in paniek en gaat lopend naar Fulda om haar ouders te zoeken. Vader en de kinderen blijven in het huis van de opa en oma. Die nacht komt moeder terug, ze zegt dat Fulda er helemaal niet meer is.
De ouders van Roland besluiten in het huis te blijven totdat de wegen weer opengaan of totdat er hulp komt. De ochtend daarna lopen er allemaal mensen uit Fulda door de straten. Roland en zijn zusjes mogen niet naar buiten. Na drie dagen gaat vader de achtergebleven spullen ophalen uit de auto. Ze hebben steeds minder eten en er is niets te koop. Er komen vaak daklozen en gewonden om eten en drinken vragen, maar moeder wil ze niks geven. Ze hebben al weinig en dat wil ze voor haar eigen familie gebruiken.
Na vier dagen is Roland het beu. Hij mag dan van zijn vader water gaan halen in de rivier in de buurt. Nadat hij water heeft gehaald, gaat hij nog even de stad in. Hij komt bij het ziekenhuis en ziet hier allemaal mensen die heel ziek of gewond zijn. Als een gewond meisje hem dan vraagt of hij wat water voor haar wil gaan halen, gaat hij eigenlijk dagelijks helpen in het ziekenhuis. Hij raakt bevriend met het meisje, haar naam is Annette. Na een tijdje gaat dan ook Annette dood. Hij wil en kan het maar niet geloven.
Ondertussen probeert iedereen overal eten vandaan te halen. Er worden zelfs winkels geplunderd. Uiteindelijk gaat zelfs de vader van Roland kolen stelen.
Ook zijn er steeds minder mensen die in het ziekenhuis willen helpen. Verpleegsters blijven op een gegeven moment gewoon weg. De enige die elke keer komen zijn Roland en een oude vrouw, Lisa Bartz. Op een dag vraagt een zieke vrouw aan Roland of hij voor haar kinderen wil zorgen als zij dood is. Roland doet dit en neemt de zesjarige Silke en de driejarige Jens, die buiten het ziekenhuis, zijn mee naar huis. Als moeder dan de andere kinderen, zonder ouders, bij het ziekenhuis ziet staan, wil ze hen helpen. Moeder haalt twee vriendinnen en Judith over om voor de kinderen te zorgen. De kinderen verblijven in de kelder van een oud kasteel in Schewenborn.
Drie weken na de bominslag is Roland jarig. Hij krijgt zelfgemaakte en gezochte cadeautjes, maar hij vindt dit niet zo belangrijk. Dan laat Judith Roland zien dat haar haar uitvalt, een teken van de stralingsziekte.
Ondertussen heeft ook de tyfus toegeslagen en veel mensen raken ziek. Op een middag wordt ook Roland ziek. Hij gaat naar huis en binnen de kortste keren is bijna heel de familie ziek, behalve Judith. Silke en Kerstin overleven de ziekte niet en gaan dood. Roland, zijn vader en zijn moeder worden langzamerhand steeds beter, maar Judith wordt steeds zieker van de stralingsziekte. Uiteindelijk gaat ze hieraan dood. De kinderen in het kasteel zijn ondertussen alleen achtergelaten en niemand kijkt eigenlijk meer naar ze om.
Op een dag vertelt vader Roland dat zijn moeder zwanger is. Roland en zijn vader gaan dan opzoek naar eten. Moeder moest spek en vet eten, dan had ze de beste weerstand. Bij de grens tussen Oost- en West-Duitsland ontmoeten ze een man, die hen vertelt over de grote steden. Hij geeft hun een stuk spek.
Als het dan winter wordt gaat Roland nog eens kijken bij het kasteel met de kinderen. De 2 oudste meisjes (beide Nicole) hebben dan de leiding genomen over de groep. Ze stelen voedsel om in leven te kunnen blijven. Wanneer beide Nicole’s dan overlijden, sterven vele ander kinderen door de kou of honger. Een van de kinderen, een jongen zonder benen vraagt Roland hem te helpen zichzelf op te hangen. Roland doet dit uiteindelijk.
De moeder van Roland begint het steeds meer over Frankfurt te hebben. Hoe het daar nu zou zijn. Ze wil gaan kijken. Eerst kunnen Roland en zijn vader haar overtuigen om niet te gaan, maar uiteindelijk dreigt ze dat ze dan wel alleen gaat. Daarom gaan ze met heel de familie op weg naar Frankfurt. Moeder is er van overtuigt dat de buitenwijk, Bonames, waar zij woonden er nog wel staat. Als ze er na weken lopen uiteindelijk aankomen is bijna alles weg gevaagd. Roland merkt het al wanneer ze op de snelweg lopen en hij heeft dan altijd een herkenningspunt dat ze bijna thuis zijn, maar die is er nou niet meer. Op de terugweg is moeder heel wat minder gemotiveerd. Dan krijgt Jens griep, vader legt hem in de kinderwagen (die ze samen met een fiets mee hadden genomen). Uiteindelijk gaat Jens dood. Wanneer ze dan bij hun auto aankomen leggen ze Jens daarin. Ondertussen zijn moeder haar weeën begonnen. Daarom moet Roland al vooruit lopen, maar wanneer hij dan bij het huis van zijn grootouders aankomt, mag hij er van Frau Kramer niet meer in. Zij zou op het huis passen, maar ondertussen leeft ze er zelf met een man en een kind in. Uiteindelijk bevalt moeder dan op een droge plek in de kelder van het kasteel. De baby die geboren wordt heet Jessica Marta (naar grootmoeder). Ze hebben alleen niks om de baby warm te houden, daarom moeten ze de baby goed vasthouden en een beetje heen en weer bewegen. De volgende dag, wanneer Roland dan wakker wordt ziet hij dat het kindje geen ogen heeft. Hij hoort van vader dat moeder doodgebloed is. De vader doodt het kindje omdat het geen ogen heeft. Samen met de moeder van Roland wordt het kind begraven. Vanaf dan leven vader en Roland in het tuinhuisje.
Het verhaal gaat vier jaar verder. Roland is dan ondertussen al 17. Zijn vader en hij wonen terug in het huis van de grootouders. Het kind dat bij Frau Kramer woonde woont nog wel bij hen. De aarde was nog steeds vervuild van de straling, maar er begon al steeds meer te groeien. Er groeide zelfs al aardappelen.
De orde keerde langzaam terug. Roland en zijn vader waren een school begonnen in het kasteel. De ouders van de kinderen waren blij dat Roland en zijn vader dit deden. Zo werd er toch weer gewerkt aan een nieuw leven. Alhoewel de omstandigheden niet geweldig waren, want het kasteel werd geplaagd door ratten. Vader was ondertussen steeds zwijgzamer geworden. Wel zei hij dat Roland de school van hem moest overnemen wanneer hij dood ging. De kinderen zouden toch beter naar hem luisteren, aangezien hij geen volwassene was toen de bom insloeg. De kinderen gaven de volwassen namelijk de schuld van de ramp, zij hadden nooit geprobeerd de wapenproductie (atoomwapens) te stoppen. Ze hebben alleen werkeloos toegekeken.
4. ervaringsverslag
A1. Dit verhaal gaat over de twaalfjarige Ronald die met zijn familie jaarlijks op vakantie gaat naar Schewenborn. Dit jaar is er een atoombom gevallen en de hele streek is weggevaagd. Ronald en zijn familie proberen te overleven maar er gebeuren veel nare dingen en hij verliest zijn hele familie.
B: De personen
B1. De hoofdpersoon van het verhaal is Roland, vanuit zijn opvattingen en gedachtes wordt heel het verhaal geschreven.
B2. Roland is in het begin van het boek twaalf jaar, en als het verhaal eindigt is hij zeventien. Roland is een hele sterke jongen. Veel mensen gaan zich door de problemen anders gedragen. Roland doet dit niet echt. Hij gaat proberen te helpen waar hij kan. Zo gaat hij in het ziekenhuis als enige helpen. Alle andere mensen denken vaak alleen maar aan zichzelf. Ronald is erg vriendelijk en behulpzaam. Ook is hij een verlegen en bescheiden jongen.
Roland is in het verhaal heel volwassenen geworden, door de oorlog. Op de heenweg naar opa en oma als er nog niks aan de hand is, is hij vrij kinderlijk. Maar door alle problemen is hij snel volwassen geworden. Uiteindelijk is hij de leraar van Schewenborn geworden. Hij hield altijd de moed erin
B3. Rolands moeder is in het begin van het verhaal, wanneer ze naar opa en oma rijden, zo’n typische moederfiguur: heel verzorgend. Maar zodra ze merkt dat ze haar ouders kwijt is wordt ze zwijgzaam en is het moederlijke vrijwel weg. De daklozen die langs komen wil ze niks te eten geven, omdat ze op de eerste plek wel aan haar eigen familie wil denken.
Als Roland dan op een dag met Jens en Silke thuis komt, lijkt het net alsof moeder ontwaakt en ze gaat voor de weeskinderen in de stad zorgen. Ze kan niet geloven dat haar huis er niet meer is. Wanneer ze dan zwanger raakt, wil ze alleen maar meer, gaan kijken of het huis er nog is. Uiteindelijk krijgt ze haar zin. Als ze dan uiteindelijk ziet dat haar huis en buurt helemaal weg is, is alle kracht in haar weg. Dan gaat uiteindelijk ook Jens dood. Hierdoor wordt ze nog zwijgzamer en heeft ze nog minder kracht. Uiteindelijk gaat ze dood na de geboorte van de baby.
Rolands vader is na de dag van de inval van de bom, net als iedereen, heel erg veranderd. Heel is heel verantwoordelijk, hij komt op voor zijn familie. Hij is degene die er voor zorgt dat er eten is en dat ze in het huis goed zitten.
Hij is een heel realistische man, hij heeft al snel door dat de kans dat er iemand van buitenaf komt helpen en dat ze overleven zeer klein is. Een voorbeeld wanneer hij heel realistisch is, is wanneer hij het kind dood, om het kind te sparen.
De relatie die Roland met zijn vader heeft is erg belangrijk voor hem want hij is er altijd voor Roland als die hem nodig heeft. De relatie met zijn moeder is minder belangrijk omdat zij zich erg anders gaat gedragen na de ramp. Ze wordt stiller en bemoeid zich niet veel met Roland.
B4. Ik herken mezelf in sommige opzichten wel in Roland. Ik zou als ik hem was denk ik ook zoveel mogelijk proberen te helpen. Ik zou het moeilijk vinden om andere te zien lijden maar ik zou toch proberen om te doen wat het beste is.
B5 Roland is erg moedig en probeerd altijd te helpen. Hij is behulpzaam voor iedereen en redt zo een heleboel levens. Ik vind dat hij situaties altijd goed aanpakt. En ik zou in zo’n situatie denk ik wel hetzelfde doen. Beide citaten hieronder blz 124 +125
Citaat: Jetzt haben wir vierzig Kinder in unserer Schule. Bis zum Ende des Jahres werden es nog siebenunddreiBig sein, denn wieder ist bei dreien die Strahlenkrankheit ausgebrochen.
Citaat:Ja, ich werde die Klasse übernehmen. Ich unterrichte gern. Ich bin zwar noch viel zu jung, um Lehrer zu sein, und ich habe das Unterrichten au nie gelernt. Aber die Kinder werden mich annehmen.
B6: Ik vind Roland het meest sympathiek, dit omdat hij veel mensen in oorlogstijd probeert te redden en dat is toch wel een lastige klus. Hij denkt in deze tijd niet alleen aan zijn eigen leven maar ook aan die van alle andere mensen en dat waardeer ik.
B7: ik vind niemand echt onsympathiek.
C: Tijd
C1. Het verhaal speelt zich af in de tijd dat de Berlijnse muur nog stond. Er waren twee delen van Duitsland. Dat is wel belangrijk voor het verhaal want toen waren er veel andere normen en waarden. Ook was het reizen van oost naar west niet mogelijk.
C2. De auteur heeft niet met de tijd gemanipuleerd. Alles speelt zich chronologisch af.
Citaat: Zwar hatte man in den letzten Wochen und Tagen vor der Katastrophe über die wachsende Spannung zwischen Ost und West viel diskutiert. (blz. 7)
D: De plaats:
D1. Het verhaal speelt zich af in Schewenborn. Ronald en zijn familie gaan daar naartoe op vakantie naar zijn opa en oma. Maar als de ramp uitbreekt blijven ze daar. De plaats geeft wel extra betekenis aan het verhaal want in Schewenborn gebeuren door de atoombom vreselijke dingen.
D2. De omstandigheden vormen het onderwerp van het verhaal. De omstandigheden zijn vooral vreselijk. Veel mensen die dood gaan en mensen die proberen te overleven.
Wir freuten uns sehr auf die vier Wochen in Schewenborn. Dort erwartete uns de GroBvater mit seiner Hobbywerkstatt und seinem Garten am Fleyenhang. Dort erwartete uns die GroBmutter mit Eingemachtem, das im Keller in enem groBen Regal für uns bereitstand, und mit ihrer Spieluhrensammlung, die sie uns bei jedem Besuch vorführte. (blz. 6)
Schewenborn ist kein erfundener Ort. Es gibt ihn: Schlitz, mein Wohnort, ein malerisches Städtche nin Osthessen zwischen Rhön und Vogelsbergwäldern. (blz. 125)
E: Perspectief:
E1. Je volgt het verhaal door de ogen van Ronald. Hij is ook de hoofdpersoon in het boek. Het boek is geschreven in de ik-perspectief. Je voelt mee met de gedachtes en gevoelens van Ronald.
‘Was ist das?’ hörte ich meine Mutter schreien. Ich hatte die Hände vors Gesicht geshclagen. (blz. 7)
E2. Doordat je met Ronald meekijkt weet je veel over hem en kun je je goed in hem verplaatsen. Je weet al zijn gevoelens waardoor hij een sympathieke jongen wordt.
F: Mening
- ik vind dit boek een aanrader omdat het heel mooi is om te lezen hoe roland zijn best doet om zoveel mogelijk mensen te helpen
- ik vind dit boek een afrader omdat dit al mijn 2e boek is over oorlog en dat wordt op een gegeven moment een beetje saai
- ik vind dit boek een aanrader omdat je alles dus ook de emotionele dingen door de ogen van roland leest en dat vind ik wel mooi.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e
Iets met aardrijkskunde studeren?
Oriënteer je dan goed want elke opleiding heeft z'n eigen specialisme. Heb je in A'dam of Utrecht nog niet de juiste opleiding gevonden? Kijk dan ook bij Wageningen University. Daar combineer je aardrijkskunde met technologie of economie. Bijvoorbeeld: hoe kun je de zeewering versterken tegen overstromingen? Je doet dus meer met aardrijkskunde.

Charlot had hartkloppingen voor haar interview met Carry Slee. Lees het interview hier en win een gesigneerd boek!