Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem [meer] |
Niveau: | 4VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 573 |
Opvragingen: | 25 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (20 stemmen)
Titels van Tim Krabbé
43 Wielerverhalen (2) 1984 De grot (40) 1997 De Matador en andere verhalen (1) 1982 De paardentekenaar (1) 1995 De renner (11) 1978 De scherprechter van Korfoe (1) 1990 De verdwenen verdwijning (1) 1996 De werkelijke moord op Kitty Duisenberg (0) 1967 Drie slechte schaatsers (2) 2004 Een goede dag voor de ezel (7) 2005 Flanagan of het einde van het beest (0) 1974 Het gouden ei (126) 1984 Kathy's dochter (23) 2002 Marte Jacobs (1) 2007 Spoorloos (1) The Vanishing (1) 1996 Vertraging (51) 1994
Laatst gewijzigd op 13 januari 2004
2. Samenvatting
Het verhaal begint als Tim Krabbé, de hoofdpersoon, op 26 juni 1977 aan de start staat van de Ronde van de Mont Aigoual. Dit is een belangrijke en zware wielerwedstrijd voor amateurs over 137 kilometer in Zuid-Frankrijk. In de ronde zitten vier beklimmingen waarvan de hoogste de Mont Aigoal (1576 meter) is. Aan de wedstrijd doen drieënvijftig renners mee.
Direct na de start van de wedstrijd demarreert (ontsnapt) er een jonge renner uit de Cycles Goff ploeg. Krabbé weet dat dit een domme en kansloze poging is, maar even later demarreert hij zelf om het mechanisme op gang te krijgen. Uiteraard wordt hij korte tijd later achterhaald door het peloton. Na 25 kilometer is er een kopgroep van zeven man ontstaan. Krabbé rijdt nog in het peloton. Dan begint de klim naar de Causse Mjean, de hoogvlakte. Samen met een paar andere renners verlaat Krabbé het peloton en ze komen steeds dichter bij de kopgroep. Na 61 kilometer begint de afdaling op weg naar de eerste doorkomst in Meyrueis. Krabbé moet hier terrein prijsgeven omdat het dalen niet zijn sterkste punt is. Na de afdaling komt Krabbé weer terug. Na 72 kilometer rijdt er een renner alleen op kop, daarachter volgt een groep van zes, waaronder Krabbé. Het peloton is dan al kansloos. Krabbé ergert zich aan Barthlémy, die geen kopwerk wil doen. Na een tijdje laat hij met Barthlémy aan zijn wiel een gat vallen en blijft Krabbé met Barthlémy achter. Dan demarreert hij, haalt de achtervolgers in en vormt samen met de eenzame koploper, de renner uit de Cycles Goff ploeg, en Barthlémy een kopgroep van drie. Hij heeft echter geen zin om Barthlémy naar de finish te brengen en hem te laten winnen dus laat hij zich terugzakken. In de afdaling naar Trèves gaan vijf renners Krabbé voorbij. Dan komt de grote beklimming: eerst 15 kilometer naar Camprieu, dan nog zes kilometer naar de top van de Mont Aigoual. Ook begint het te regenen, en daardoor ziet Krabbé even de zin van het wielrennen niet in. Kléber en Krabbé komen als eerste aan in Camprieu. Later voegt Reilhan zich bij hen. Na 111 kilometer besluit Krabbé te demarreren. Hij geeft alles wat hij in zich heeft en komt inderdaad weg, maar hoort even later de hijgende Kléber toch weer achter zich en ook Reilhan komt weer terug. Na 118 kilometer demarreert Kléber. Reilhan wil hem niet terug halen en Krabbé heeft geen zin om Reilhan (die een betere sprinter is) naar de finish te brengen, dus blijft Kléber weg. Na 121 kilometer krijgt Krabbé een lekke band. Zijn verzorger ( Stéphan), die hem de hele tijd in een auto volgt, monteert snel een reservewiel en Krabbé zit weer in de wedstrijd. Krabbé krijgt nu een zware inzinking. Alles doet pijn en hij ziet het helemaal niet meer zitten. Hij wordt ingehaald door Lebusque, die hem over zijn inzinking heen helpt en hem weer naar Reilhan en Kléber toebrengt. Met nog een paar kilometer te gaan demarreert Krabbé opnieuw. Kléber moet lossen en Krabbe gaat verder met Reilhan en Lebusque. Dan volgt de sprint in Myrueis. De hele wedstrijd door heeft Krabbé erover gedacht hoe hij dit zal aanpakken; moet hij als eerste de bocht voor de finish uitkomen en zal hij schakelen tijdens de sprint? Hij sprint twaalf seconden lang, maar het wiel van Reilhan schoof centimeter voor centimeter langs hem heen. Reilhan wint de sprint en Krabbé wordt tweede.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen