geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
E.J. Potgieter – Jan, Jannetje en hun jongste kind.
Aantal bladzijden: 66, dit is inclusief een toelichting van Dr, J. Smit.
Druk: voor het eerst verschenen in het tijdschrift ‘De Gids’ van januari 1842. In de bundel Proza 1837-1845 verscheen een enigszins gewijzigde herdruk. De druk die ik heb gelezen is afkomstig van: Thieme Zutphen in de serie Klassiek letterkunde pantheon: no. 167. 3e oplage.
Jaar van uitgave: 1978
Allereerst geef ik even een korte uitleg waarover het boek eigenlijk gaat:
De titel bestaat uit twee elementen; Jan en Jannetje verpersoonlijken de Nederlandse natie, het jongste kind is Jan Salie, de gepersonifieerde lusteloosheid, slapheid en inactiviteit (zie Personages).
Korte Inhoud:
Op de oudejaarsavond van 1841 zit Jan bij de haard de krant te lezen en zijn pijp te roken. Hij is nogal met zichzelf ingenomen en John Bull (personificatie van Engeland), Hans Moff (Duitsland) of Monsieur (Frankrijk) hebben alle reden om hem te benijden. Jan hoeft zich voor zijn afkomst niet te schamen; rond 1500 lag hij in de luiers; zijn ontwikkeling verliep voorspoedig, ook al had hij het wel eens moeilijk, bijvoorbeeld onder het voogdijschap van de koning van Spanje. Zijn vrouw Jannetje bezit weelderige (Ruberiaanse) lichaamsvormen en vele deugden; ze is degelijk en wars van alles wat vreemd is. Jan en Jannetje (die zitten te wachten op hun kinderen, die thuis oud en nieuw vieren) praten bij over het bijna voorbije jaar. Jan is niet erg tevreden; het is maar goed dat hij zijn schaapjes op het droge heeft gebracht. Dan komt Janmaat, de oudste zoon, de kamer binnen. Hij heeft flink meegewerkt aan de grootheid van het gezin, maar is het laatste jaar tegen zijn zin ‘landkrab’ geweest. Opeens klinkt uit de verste hoek van de kamer een stem; het is die van Jan Salie, de jongste zoon, een jongen met doffe ogen, een meelgezicht en een slappe houding, de ‘patroon aller slaapmutsen, aller soepjurken, aller sloffen te onzent’. Hij biedt Janmaat een kopje slemp (een kruidendrankje voor vrouwen) aan, maar die weigert. Jan spoort Janmaat aan moed te houden.
Ook de andere kinderen komen binnen. Jan Contant richtte het ‘huis van negotie’ (handel) op, dat door Jan Crediet werd uitgebreid. Tegen deze kinderen zegt Jan, dat het jongste kind het huis uit moet, zodat aan de non-activiteit waarover Janmaat klaagde, een einde komt. Maar geen van de drie broers wil zich over Jan Salie ontfermen; hij deugt niet voor de handel.
In een hoek van het vertrek zitten nog andere kinderen. De Jantjes Goddome en de Jannen Kalebas zitten te klinken, dat horen en zien je vergaat. Verder zijn er nog Jan en Alleman, Jan Hagel en Jan Rap, tegenover wie Jan wat te toegeeflijk is geweest. Gelukkig doen de Maatschappij van Weldadigheid en het kosteloze onderwijs tegenwoordig veel goeds voor deze misdeelde kinderen. Jan de Poëet, die nu Jan de Rijmer heet, wil ook niets met Jan Salie te maken hebben: Cats liet hem aan zijn knieën spelen, maar bij Hooft of Vondel zou hij niet aan hoeven komen. Jan Salie heeft al lange tijd veel in de poëzie bedorven; Bilderdijk schudde ten slotte de geesten weer wakker. Jan Crediet roept dan: ‘Hij moet gedrild worden – hij moet soldaat worden!’ Maar daar verzet moeder Jannetje zich tegen. Zij is niet meer de kloeke vrouw van vroeger, maar nog slechts een zwakke beklagenswaardige moeder. Ook Jan Soldaat en de vrolijke, kloekmoedige Jan Compagnie willen Jan Salie niet hebben. Zij weiden uit over de geschiedenis, daarbij gesteund door Jan de Poëet, die steeds zeventiende-eeuwse dichters citeert om het verhaal van hun krijgsverrichtingen kracht bij te zetten.
Jan is bedroefd; wat beleefde hij vroeger toch heerlijke dagen; Jan Salie heeft alles bedorven. Jan Compagnie vrolijkt zijn vader wat op door over het leven en werk van de Nederlanders in Indie te vertellen. Jan had gedacht dat er uit Jan Salie nog iets zou groeien, maar hij weet nu beter. Hij schaamt zich dat hij zijn vader is, maar geeft toe dat Jan Salie wel een slappe figuur moest worden: Jan was koopman en doordat het hem goed ging, maakten de weelde en overvloed Jan Salie tot zo’n slappeling.
Het gezin gaat aan tafel. Jan leunt op de arm van Janmaat (handel en zeevaart zijn aan elkaar verknocht). Jan Salie heeft een plaatsje aan het einde van de tafel gekregen; daar mag hij die avond nog zitten. De volgende dag zal hij ‘op een hofje besteed’ (naar het oudemannenhuis gebracht) worden. Jan Claassen had misschien nog iets van hem kunnen maken, maar die heeft niet meer de vrijheid om te hekelen, zoals in de dagen van Huygens. Hij betreurt het dat Jan Gat en Jan Hen er niet zijn, want dan had Jan Salie tussen hen in kunnen zitten. Jan Kritiek is bereid om op Jan Salie te passen.
Tot slot brengt Jan de feestdronk uit op het jaar 1842, dat hopelijk beter zal zijn: ‘Oranje in ‘t hart, en niemands slaaf!’ De klok slaat twaalf uur en er worden gelukswensen uitgesproken met ‘God zegene u, Jan! u en de uwen!’
Opbouw:
Jan, Jannetje… is een allegorie, een verhaal met zinnebeeldige betekenis (of: een breed uitgewerkte metafoor). Binnen het kader van de terugblik op oudejaarsavond wordt er telkens uitgeweid over allerlei zaken die nu eens in het ‘heden’ dan weer in het verleden spelen. Verhaal en allegorie lopen door elkaar heen, maar dat verstoort de samenhang niet. Een belangrijk structuurmiddel is de parallel: voortdurend worden de zeventiende en achttiende eeuw met elkaar vergeleken.
Structuur:
Jan, Jannetje.. is een niet al te dik boek. Voordat het verhaal begint zie je eerst een voorbericht dat uitlegt dat het boek een herdruk is van de tekst in de Gids van januari 1842, geschreven door Potgieter.
Vervolgens als je naar het verhaal zelf kijkt zie je dat het een doorlopend verhaal is zonder hoofdstukken maar wel witte regels om aan te geven dat er een zin gegeven wordt uit de oude literatuur of een opmerking van een van de mensen die aanwezig zijn in het huis van Jan en Jannetje. Na een regel wit komen zinnen als: “Ïk spaer de roede niet, ik heb het volck te lief”of “Oranje in ’t hart, en niemands slaaf”. De eerste zin is een voorbeeld uit de oude literatuur afkomstig van Huygens en de tweede zin is een voorbeeld van de feestdronk die Vader Jan uitbrengt op het nieuwe jaar (Voor beiden zie blz. 36).
Personages:
De personages zijn allegorisch: ze verpersoonlijken groepen mensen in de samenleving of bepaalde karaktertrekken.
Jan is zelfingenomen en vroom; hij heeft met hard werken veel bereikt. Zijn vrouw, de degelijke, vrome, huiselijke, propere en deugdzame Jannetje, is haar man steeds tot steun geweest. Jan en Jannetje hebben burgerlijke namen; ze vertegenwoordigen het Nederlandse volk. De centrale figuur is de jongste zoon, Jan Salie, de personificatie van de natie in verval. Hij is een kind van de overvloed, mist energie, veroorzaakt geestelijke en maatschappelijke achteruitgang, overheerst alles en iedereen. Hij deugt nergens voor en moet verdreven worden.
Janmaat (een maat is een matroos) verpersoonlijkt de zeevaarders; hij heeft als zeeman geholpen de natie groot te maken. Jan Contant en Jan Crediet vertegenwoordigen de handelaars of kooplieden; Jan Compagnie staat voor de kolonien, Jan Cordaat voor de krijgslieden. Het ‘meest verwaarloosde, de wreedst verstootene van Jan’s kinderen’ is Jan Claassen, de personificatie van het realistische blijspel en de klucht. Jan de Poëet is Jan de Rijmer geworden; Jan Kritiek personificeert het tijdschrift ‘De Gids’ en de literaire kritiek. Het laagste volk wordt vertegenwoordigt door de Jantjes Goddome, Jan Hagel, Jan Rap en Jan Kalebas. Jan en Jannetje hebben ook dochters, maar die worden niet bij naam genoemd.
Niet het Amsterdamse patriciërsgezin heeft voor de diverse typen model gestaan, maar meer het burgerlijke koopmansgezin, waarin oude tradities als familiezin, ernst en degelijkheid nog in ere worden gehouden.
Ruimte en tijd
Plaats van handeling is de kamer van het koopmanshuis van Jan en Jannetje in Amsterdam of eigenlijk: heel Nederland.
De gebeurtenissen spelen zich af op Oudejaarsavond 1841. De oudejaarsavond is bij uitstek het moment waarop familieleden bij elkaar komen en terugblikken op de voorbije periode. Het tijdsverloop is chronologisch met veel flash-backs naar vooral de zeventiende (of Gouden) eeuw. Met als doel om de toenmalige Nederlanders uit hun culturele winterslaap te wekken en te laten zien tot welke grootse prestaties ons land in de 17e eeuw in staat was geweest.
Drie uitgewerkte ruimten die zich bevinden in het boek:
- De kamer waarin iedereen zich bevindt; deze wordt abstract gebruikt en beeld de Nederlandse Staat uit waarbinnen van alles gebeurt.
- De hoeken van de kamer; deze hoeken zijn ook abstract gebruikt: de hoeken staan voor de achterstandsbuurten die in die tijd in de grote steden waren en waar rampspoed plaatsvond.
- Indie: wordt niet abstract gebruikt maar staat gewoon beeld voor het huidige Indonesie waar de Nederlanders vroeger handel gedreven hebben.
Perspectief
De auctoriale (alwetende) IK-verteller heeft veel weg van de auteur Potgieter. Soms roept hij de personages toe, alsof hij een toneeluitvoering bijwoont. Vooral in de uitweidingen geeft de verteller zijn eigen mening over allerlei zaken en gebeurtenissen.
Thema en motieven:
Centraal staat de onvrede met en de kritiek op de maatschappij van omstreeks 1840, in het bijzonder de sterk heersende lamlendigheid, onverschilligheid en middelmatigheid sinds de Franse Tijd (1795-1813), de Belgische opstand (1830) en de erop volgende financieel-economische malaise. Vergeleken met de zeventiende eeuw is de natie vervallen. De vroegere bezieling kan alleen terugkeren als het land verlost wordt van de Jan Saliegeest, met andere woorden als er een mentaliteitsverandering optreedt.
Belangrijke elementen zijn onder andere:
- vaderlandsliefde
- terugkijken naar en idealiseren van het roemrijke verleden: de strijd tegen de Spaanse overheersing (Tachtigjarige oorlog, 1568-1648), het veroveren van kolonien, de bloeiende handel en zeevaart, de bloei van kunsten en wetenschappen in de Gouden Eeuw enzovoort
- familieleven
- zelfingenomenheid en zelfvoldaanheid
- deugden (gematigdheid, huiselijkheid, degelijkheid, vroomheid, bedachtzaamheid en dergelijke)
Stijl
De stijl is sterk retorisch en niet eenvoudig: veel lange zinnen, stijlfiguren en archaismen (Potgieter streefde bewust naar een gekunstelde schrijftrant om zich te onderscheiden van anderen; hij had een zekere snobistische distinctiedrang). Er komen veel uitweidingen, spreekwoorden, citaten en studentikoze uitdrukkingen (bijvoorbeeld ‘waratje’ en ‘verduiveld’) in het verhaal voor.
Auteur
E.J. Potgieter besteedde als dichter veel aandacht aan de vormgeving als dichter. Hij vond de officiële literatuur te zelfgenoegzaam. Maar het grootste voorbeeld voor hem was de Nederlandse kunst in de 17e eeuw.
Everhardus Johannes Potgieter (1808-1875) werd geboren in Zwolle. Hij volgde onderwijs op de Franse school, aan de avondschool van de ‘Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen’ en bij het instituut van Van Schouwenburg in Zwolle. Om de huiselijke ellende te ontvluchten, ging hij in 1821 naar Amsterdam. Daar vond hij werk bij de leerhandel van tante Wilhelmina van Ulsen en mejuffrouw Van Hengel. Door zelfstudie ontwikkelde hij zich verder. Toen de zaak in 1826 failliet ging, vertrok hij met de dames naar Antwerpen, waar hij ging werken op het kantoor van een suikerhandel. In die tijd begonnen zijn literaire activiteiten. Hij maakte kennis met Jan Frans Willems en begon te publiceren. Toen in 1830 de Belgische opstand uibrak, keerde Potgieter terug naar Amsterdam. Hij raakte bevriend met de volks- en kinderdichter J.P. Heye en kwam in contact met onder andere A. Drost en R.C. Bakhuizen van den Brink. Intussen verdiepte hij zich in de Engelse literatuur. Van 1831 tot eind 1832 verbleef hij voor zaken in Zweden, waar hij zich voor de Zweedse literatuur ging interesseren. Na zijn terugkeer in Amsterdam werd hij agent voor de handel in buitenlandse huizen. In 1834 was hij mede-oprichter van het tijdschrift ‘De Muzen’, in 1837 van tijdschrift ‘De Gids’. Samen met Cd. Busken Huet maakte hij in 1865 een reis naar Florence, waar ze de Dantefeesten bezochten. Na hun terugkeer vertrok Cd. Busken Huet naar Indie en bleef Potgieter wat vereenzaamd en knorrig achter. Aan het eind van zijn leven kreeg hij een koninklijke onderscheiding. In februari 1875 stierf de altijd vrijgezel gebleven Potgieter in Amsterdam.
De belangrijkste werken van E.J. Potgieter zijn:
- Het noorden, in omtrekken en tafereelen
- Liedekens van Bontekoe
- Aan New-York
- Jan, Jannetje en hun jongste kind
- Een wonder is de nieuwe beurs
- Frederike Bremer
- Het rijksmuseum te Amsterdam
- Onderweg in den regen
- Leven van R.C. Bakhuizen van den Brink
- Herinneringen en mijmeringen
- De Nalatenschap van den landjonker
- Poëzy
- Als een vis op het drooge (schets)
- Hoe het weeuwtje uit het Hof van Holland gevrijd wordt (schets)
- ’t Is maar een pennelikker (schets)
- Hanna (schets)
- De foliobijbel (schets)
- De volledige briefwisseling van E.J. Potgieter en Cd. Busken Huet (hetgeen verscheen in 1972)
Eigen Mening:
Het boek van E.J. Potgieter laat heel duidelijk zien hoe de rijkere samenleving in Nederland, de handelaren en zeevaarders, tegenover de armeren in de samenleving stonden en eigenlijk nog steeds staan alleen op dit moment zijn het de zogenaamde “business-men”. In het boek vind ik voornamelijk de hoge eigendunk van de Nederlandse zeevaarders zeer aanwezig, hetgeen overigens niet bezwaarlijk niet is maar het boek wel minder interessant maakt voor diegenen die nooit iets gehoord hebben van het zeevaarders verleden der Nederlanders.
De stijl van Potgieter is moeilijk maar soms ook weer humoristisch als er weer een of ander nieuwe studentenuitdrukking van hem op de proppen komt, zoals waratje en verduiveld. De citaten van Potgieter komen voornamelijk uit de oude literatuur en niet van een of andere schrijver maar meestal ook nog van de zogenaamde groten der literatuur, zoals Huygens. De lange zinnen van Potgieter worden op een gegeven moment zeer vermoeiend om te lezen, maar als je dan de zinnen begint in te korten en voor jezelf begint in te korten dan worden de zinnen minder saai en is het boek ook makkelijker te lezen, het enige nadeel volgens mij aan deze methode is dat je dan de bedoeling van Potgieter m.b.t. die lange zinnen niet ziet en je het boek minder goed zult begrijpen, maar ja om het boek toch verder te lezen, ondanks de niet altijd makkelijke stijl van Potgieter, moet je iets bedenken om het voor jezelf makkelijker te maken dan ga je dus voor jezelf de zinnen inkorten en bedenken wat hij bedoelt met bepaalde zinconstructies of volgorde van zinnen in zijn verhaal. Misschien is het volgende een beetje vergezocht maar volgens mij heeft Potgieter zeker niet zomaar de volgorde van zinnen en woorden gekozen, wat ik soms bezwaarlijk aan sommige hedendaagse schrijvers. Hij wil duidelijk iets uitdrukken aan de lezer en dit doet hij door zijn zorgvuldige woordkeuze en woordvolgorde. Hierboven had ik het over de lange zinnen die Potgieter in zijn werk gebruikt dit komt doordat de romantici er naar verlangen om hun gevoel zo volledig mogelijk uit te drukken en dit doet Potgieter dus d.m.v. zijn lange zinnen. In deze zinnen zijn lange en uitvoerige beschrijvingen van gevoelens en personen.
Alleen al om dit eens te kunnen ervaren als lezer raad ik iemand die graag boeken leest dit boek zeker aan. Ik wil niet lullig doen tegenover iemand die weinig boeken leest, maar volgens mij is dit boek veel moeilijker voor iemand die weinig leest dan voor iemand die al meer boeken gelezen heeft, dit komt volgens mij mede doordat de stijl van Potgieter op het moment in veel boeken terug aan het komen is, alleen zijn in de hedendaagse boeken gelukkig de zinnen wat korter en wat makkelijker te begrijpen. Ik zal hieronder een klein stukje van Potgieter invoegen zodat U als lezer eens kunt zien hoe ik aan mijn persoonlijk standpunt kom, en mocht U een verschil van mening hebben met mij zeg het en beargumenteer het, misschien zit ik wel helemaal op het verkeerde spoor met mijn huidig standpunt over Potgieter. (Het citaat is afkomstig van blz. 1) “”Wat brui ik me er om, wat ze van mij zeggen?” Zou mijn hoofdpersoon mij toeroepen; immers Jan is in den laatsten tijd voor lof en voor laster zoo onverschillig geworden, dat zij hem niet eens aan zijne koude kleêren meer raken, - laat staan aan zijne onderziel.”
In het verhaal is er niet echt sprake van een spanning. Alleen het moment dat Jan uitmaakt waar Jan Salie nu eens eindelijk moet gaan werken is eigenlijk een moment van spanning te noemen want dan gaan de zonen van Jan in tegen hun vader.
De geloofwaardigheid wordt voornamelijk bevestigd door het feit dat Potgieter bekende gebeurtenissen uit het verleden noemt en citaten uit verschillende literaire werken in zijn werk heeft verwerkt. Hierdoor krijgt de lezer een gevoel dat de schrijver moet weten waar hij het over heeft en de lezer gaat daardoor vanzelf ook een standpunt tegenover Jan Salie innemen.
Het realiteitsgehalte is moeilijk aan te wijzen. Dit komt mede doordat het verhaal zogenaamde verzonnen personen heeft die verschillende aspecten in de Nederlandse maatschappij voorstellen en deze zoveel mogelijk na komen qua verwachtingspatroon die iemand als individu van die groep binnen de toenmalige maatschappij heeft.
Het actualiteitsgehalte is en blijft altijd gemiddeld tot hoog, omdat er altijd wel iemand binnen de maatschappij zal blijven die zich lui gedraagt en niets uitvoert terwijl ze wel kunnen werken maar niet willen werken. En er zal ook altijd een groep mensen , de rijken, die het armere gedeelte van de samenleving onderdrukt of zelfs helemaal negeert en van hun bestaan niet wil afweten.
Met het thema ben ik zeker eens, want volgens mij moet iemand die kan werken en hopelijk ook wil werken zich ook inzetten en zich niet lamlendig gedragen. Zo is Nederland tenslotte niet groot geworden. In ons verleden zijn er groepen geweest die zich lamlendig gedroegen maar er zijn ook groepen geweest die zich uit de naad werkten en voornamelijk door die laatste groep heeft Nederland op het moment zo’n goede economie en heeft bijna iedereen het goed in Nederland.
Doordat het verhaal van Potgieter zo kort is kun je je niet echt helemaal inleven in een persoon, maar als ik toch moet bepalen in wie ik mij het meeste kan inleven is dit tcoh wel vader Jan, dit komt mede doordat van hem de meeste meningen en visies over hoe Nederland verder moet en hoe Jan Salie geholpen moet worden.
Het onderwerp voor mij zelf is niet nieuw, tenslotte zijn er in Nederland nog steeds mensen die te lui zijn om te gaan werken. Maar doordat de Nederlandse regering hier iets tegen gedaan heeft gaat het al veel beter, maar er zijn nog steeds mensen die kunnen werken maar niet willen werken en dus maar van een uitkering genieten.
Voor mij persoonlijk heeft dit boek voornamelijk een bevestiging betekent van het feit dat er altijd al mensen zijn geweest die kunnen werken maar niet willen werken omdat zij hier te lui voor zijn.
Recensie over de recensie van Hans Warren, gepubliceerd in het jaar 1950
In het eerste gedeelte zegt Hans Warren dat Potgieter geinspireerd is door het verleden, maar volgens mij is hij eerder geobsedeerd door het verleden. Namelijk in het boek Jan, Jannetje … praat hij bijna de hele tijd over oude kunstenaars en oude overwinningen van de Nederlandse koopvaardij. Hij keek niet echt naar het toenmalige heden maar naar het toenmalige verleden. En dit komt vooral door de vermoeidheid die in de tijd van Potgieter was, hetgeen je uit de recensie kunt halen maar ook het boek zelf. Tenslotte is Jan Salie veel jonger dan de andere broers en daar kun je alleen uit concluderen dat volgens Potgieter de zogenaamde ‘Jan Salie’s’ van het toenmalige Nederland toen pas opkwamen en er in het verleden niet waren.
Boeken gebruikt bij het boekverslag:
- Prisma uittrekselboek
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.