ff n studiebreak
Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
TITELBESCHRIJVING
Titel: De moeder van David S., Geb. 3 juli 1959
Schrijver: Yvonne Keuls
Jaar van uitgave: 1980
Uitgever: Ambo Baarn
CITATEN
1. Blz. 9, 10
“Op een morgen, toen ik David in bad deed, werd ik plotseling overvallen door een gedachte die me nog vaak in mijn dromen achtervolgt. Met mijn linkerhand hield ik Davids hoofdje boven water. ‘Als ik hem nu loslaat,’ dacht ik, ‘dan is hij dood.’ Ik schrok zó van mezelf, dat ik hem inderdaad losliet en hij onder water gleed. Een moment moet ik daar verbijsterd hebben staan kijken naar de strijd die David voerde.”
Len is 21 jaar oud als ze een kind krijgt van Simon, David. Ze trouwen wel maar ze blijft samen met David bij haar moeder wonen terwijl Simon in Delft met zijn studie bezig is. David huilt altijd en als Len hem in bad doet is de verleiding groot hem te laten verdrinken om van het gedoe af te zijn, dat ze het ook bijna doet is iets wat ze zichzelf kwalijk blijft nemen. Ze ziet het zelfs als de reden dat hij aan de drugs raakt.
2. Blz. 25, 26
“Toen gebeurde het. Ik zag het door de glazen wand, Ik zag hoe het water uit zijn borstje kwam, Ik zag weer voor me hoe mijn moeder David op zijn billetjes sloeg, Hetzelfde vechtende rode gezichtje. Het water van toen liep er nu eindelijk uit. Dit was waar ik intuïtief op gewacht had. Deze bevrijding, deze verlossing, eindelijk waren wij beiden verlost.”
Als David 5 jaar oud is wordt hij ernstig ziek. Hij heeft teveel vocht in zijn longen en op een dag komt er een explosie. Volgens de dokter zijn de ‘steenpuistcoccen’ geknapt en komt alles er in een keer uit, maar Len denkt dat het het water is dat hij binnen had gekregen toen ze hem bijna had laten verdrinken.
3. Blz. 27
“Het begon met wierook. Josientje zei: ‘Mamma, Davids kamer stinkt zo. Het stinkt helemaal naar mijn kamer door. En zijn gordijnen zijn almaar dicht en dan brandt hij kaarsjes en als ik naar binnen wil dan zegt hij dat ik weg moet gaan.’ David weer. Er was iets met hem de laatste tijd. Hij isoleerde zich, zijn schoolvriendjes kwamen niet meer over de vloer, hij had alleen nog maar contact met Bernard, een jongen van 18 jaar, die wat verder in de straat woonde.”
Hier beginnen Davids ouders voor het eerst te merken dat het niet goed met hem gaat. De wierook waar ze het over hebben blijkt later marihuana te zijn maar toen (jaren ’70-‘80) wisten zeker volwassenen helemaal niks over drugs.
4. Blz. 46
“Ik keek de kamer door en mijn blik bleef hangen op een stoel die nog recht overeind stond. Daar had ik mijn jas op gegooid, daar had ik mijn tas neergelegd. Ze lagen er niet meer. ‘Simon,’ zei ik, ‘ze is in d’r blote kont met mijn jas erover aan en met mijn tas! Het loeder is ervandoor gegaan!’
‘Wat zat erin? Wat zat er in die tas?’
’Alles,’ zei ik, ‘alles, en mijn nagelschaartje…’”
Len en Simon zijn met de kinderen op vakantie en David wilde niet mee. Na een week worden ze door de buren gebeld dat er allerlei jongeren in hun huis feesten en slapen. Hun hele huis is geruïneerd en een meisje gaat er met Len haar tas vandoor. Hierop volgt de eerste grote ruzie met David die een tijdelijke goede periode tot gevolg heeft, achteraf bleek het schijn.
5. Blz. 55, 56
“De avond trok door me heen. Hasj, marihuana, barbituraten, pep, speed… er is zoveel van die rotzooi, zei Tom. Wij wisten het eerst ook niet, zei Gerrie. Hallucineren, zei Tom. En hij zag er zo uit, zo mager, zo vies, geen stukje schoon goed aan zijn lijf, zei Gerrie, Totdat hij dus op een avond zijn polsen heeft doorgesneden, zei Tom. Wij hebben werkelijk alles gedaan, zei Gerrie. Ik draaide me op mijn andere zij. Simon draaide zich op zijn andere zij. Ja, wat doe je, het is je kind, zei Gerrie… Tot vroeg in de morgen lagen we wakker.”
Nadat Len en Simon een avond met de ouders van Bernard (zie citaat 3) hebben gepraat ligt Len in bed te denken over wat ze allemaal hebben gezegd. Hier krijgen ze voor het eerst een vermoeden dat David ook wel eens aan de drugs zou kunnen raken of zelfs al zou zijn.
6. Blz. 60
“ ‘David,’ zei ik, ‘jij rookt, jij rookt hasj, en misschien gebruik je andere dingen. Ik kan het aan je zien.’ Hij bleef recht in mijn gezicht kijken. Er veranderde niets aan hem. ‘En jij hebt mijn geld gestolen. Je hoeft het niet te ontkennen, je hoeft niet bang te zijn dat ik het aan iemand zal zeggen, maar jij hebt mijn geld gestolen en het zakgeld van Juliët en je bedondert oma en dat doe je allemaal om die rotzooi te kunnen kopen.’ Ineens zag ik dat mijn tekening niet goed was. Ik had een kind getekend, dat ik bevochten en gekoesterd had. Mijn kind, mijn illusie en belofte. De jongen die mij aankeek, had daar allemaal niets mee te maken. Hij keek mij aan, hij keek door me heen, hij keek van mij weg, maar hij opende zich niet voor me. Van nu af aan zou hij liegen, tegen mij, tegen Simon, tegen iedereen die hij niet toe wilde laten.”
Vanaf hier word het voor Len en Simon duidelijk dat hun zoon drugs gebruikt, ze weten nog niet hoe ernstig het is en gaan dan ook van alles proberen om hem er vanaf te krijgen. Steeds lijkt dit te lukken maar dan komt er toch altijd weer een terugval en verliezen ze weer meer hoop.
7. Blz. 181
“Toen kwam haar voorstel: ‘Ga mee met mij. Blijf een paar maanden. Ik zal je in contact brengen met de Anonymous Families.’ ‘Anonymous Families? Wat is dat in godsnaam?’ ‘Dat is een organisatie voor ouders van verslaafde kinderen. Die ouders komen wekelijks bijeen en wisselen hun ervaringen uit. Jouw hele verhaal is het verhaal van een vouw die alleen staat. In Amerika staan ouders niet alleen als ze een zoon hebben als jullie David. Ze komen bij elkaar, vertellen hun gevoelens, hun tekortkomingen en hun kleine succesjes.”
Na een lange periode van hoop en tegenslagen komt Len weer in contact met haar oude psychologe die naar Amerika verhuist is. Len gaat ook naar Amerika en komt daar in contact met ouders van andere verslaafde kinderen. Terug in Nederland richt ze samen met Gerrie (de moeder van Bernard) een oudergroep op. Ook leert ze dat ze David los moet laten en haar eigen leven moet gaan leiden.
8. Blz. 259
“Ik wachtte die nacht op hem. Af en toe wegsukkelend in verwarde dromen over bombardementen en golven water. Onder mijn hoofdkussen lagen mijn portemonnee, mijn paspoort en mijn autopapieren, want met een junk in huis moet je maatregelen nemen. Maar mijn voorzorg bleek overbodig. David kwam niet meer terug. Tegen de ochtend begreep ik dat hij vertrokken was om een shot te nemen.”
Hier heeft Len eindelijk geleerd te accepteren dat haar zoon een junk is. Hij mag af en toe komen logeren en dan maken ze het zo gezellig mogelijk en vermijden moeilijke onderwerpen.
THEMA
Het hebben van een drugsverslaafd kind en de gevolgen daarvan. Ouders moeten leren hun kinderen los te laten en ze niet steeds te helpen. Die persoon moet er zelf achter komen in wat voor zooitje hij zit. Als je iedere keer zijn problemen oplost komt zal hij zich nooit geroepen voelen om echt af te kicken en blijft het makkelijk voor diegene om verslaafd te blijven. Ook is het belangrijk dat je als ouder niet aan de drugsverslaving van je kind ten onder gaat en vooral je kind geen schuldgevoel aanpraat, want dat is een excuus om weer drugs te gaan gebruiken.
De schrijfster wil dus vooral duidelijk maken wat er gebeurd als je zoon of dochter verslaafd raakt en wat jij eraan kan doen als ouder. Niets.
ANALYTISCHE BESPREKING
Titelverklaring
De titel komt rechtstreeks uit het boek. Want als Len bezig is met haar routine van handelingen door de politie opgebeld word en ze vragen: 'Bent u de moeder van David S., geboren 3 juli 1959' kan ze alleen de handeling waar ze mee bezig is afmaken en de hele tijd denkt ze aan deze zin, ze krijgt hem niet meer uit haar gedachte.
Ook kan je het opvatten als dat Len moet gaan beseffen dat ze meer is dan alleen de moeder van David S., ze heeft ook een eigen leven en een gezin met nog drie andere kinderen.
Verteltechniek en Perspectief
Het boek is geschreven vanuit het ik-perspecief. Het verhaal wordt verteld door Len, de moeder van David, en je kijkt mee met haar gevoelens en gedachten. Len is wel een soort van alwetende verteller omdat het verhaal achteraf verteld wordt maar ze speelt ook een rol in het verhaal.
Tijdstructuur
Het verhaal is chronologisch verteld, alle gebeurtenissen volgen elkaar op. Het verhaal begint als David geboren wordt en het eindigt als hij twintig jaar is. Volgens mij zitten er in dit boek enkele flash-backs zoals wanneer Len Marleen helpt als ze weggaat bij David, door nog wat spulletjes op te halen, ze ziet David ineens staan en denkt ze terug aan de tijd die ze met David op de tekenzolder heeft doorgebracht.
Er zitten ook verschillende flash-forwards in. Dit komt doordat het verhaal achteraf pas verteld is. Een flash-forward zit er bijvoorbeeld in als Len in het begin iets zegt over een gevoel dat zich in haar begon te ontwikkelen.
Er is sprake van onderbroken tijdsverloop, soms een tijd uit het boek overgeslagen. Bijvoorbeeld tussen het gedeelte dat David uit het ziekenhuis kwam als vijfjarige, nadat hij ernstig ziek was geweest, in het volgende hoofdstuk is hij een puber van 15 en begint met ‘wierook branden’ (marihuana roken) in zijn kamer en muziek van Frank Zappa luisteren.
PERSOONLIJKE WAARDERING
Ruimte
Het verhaal speelt zich voornamelijk bij Len en Simon thuis af. Deze ruimte werkt contrasterend omdat een huis symbool staat voor warmte en gezelligheid. Bij hun thuis is het helemaal niet gezellig door David en de ruzies die constant over hem gevoerd worden.
Andere ruimtes, als de verschillende kamers waar David woont, werken juist als een parallel. Het is daar meestal een grote troep; overal beschimmelde etensresten, lege bierblikjes en ander afval, vreemde mensen die her en der liggen te slapen enz. De beschrijving van die troep zorgt ervoor dat je je extra inleeft in Davids situatie.
Stijl en Taalgebruik
Het grootste deel van het boek is het taalgebruik vrij simpel en dagelijks waardoor het duidelijk word dat een zoon als David eigenlijk iedereen kan overkomen. Len is een doorsnee Nederlandse huisvrouw en dat zie je terug bij alle andere ouders van drugsverslaafde kinderen die in het boek voorkomen. Je kunt je daardoor makkelijk in het boek inleven en meevoelen met Len maar tegelijkertijd toch ook met David.
Karakters
Len: ze lijkt me een aardige vrouw die helaas wat verkeerde beslissingen in haar leven heeft genomen, ze gaat daar uiteindelijk wel goed mee om. Ze probeert ruzies eerst op te lossen door te praten en raakt niet zo snel uit haar humeur als Simon. Ik vind wel dat ze te weinig aandacht aan haar andere kinderen besteed ook al is dit in zekere mate wel te begrijpen.
David: in het begin van het boek lijkt hij me best een aardige jongen maar als hij eenmaal drugsverslaafd is wordt hij heel onredelijk en zou ik hem niet aardig meer vinden.
Eigenlijk zijn dit de enige mensen in het boek die je echt leert kennen, om hun draait het verhaal zo’n beetje en de rest is bijzaak.
HISTORISCHE CONTEXT
Het boek speelt zich voornamelijk af tussen Davids vijftiende en twintigste jaar, dus van 1974 tot 1979. In die tijd wisten volwassenen nog helemaal niks over drugs en hadden ze het dus ook niet zo snel door als hun kind drugs gebruikte. Uiteindelijk kwamen ze er dan natuurlijk toch achter maar dan konden ze het eigenlijk nog steeds niet binnen de proporties zien omdat ze er te weinig vanaf wisten. Dit wordt allemaal heel duidelijk in het boek.
Het boek is een klein beetje autobiografisch. Yvonne Keuls heeft een tijdlang in een opvangcentrum voor heroïneverslaafde meisjes gewerkt. Via dat centrum is ze in contact gekomen met twee moeders van drugsverslaafde zoons, Len en Gerrie, ze heeft hun verhalen gehoord en ze verwerkt tot dit boek. Het boek is voor het grootste deel het echte verhaal van Len en Gerrie maar hun namen zijn de enige namen die echt zijn, de rest van de namen is verzonnen.
Yvonne Keuls werd geboren in Nederlands-Indië op 17 december 1931. Haar moeder is Javaanse (Jopi) en haar vader Nederlander (Samuel Bamberg). Haar vader was inspecteur bij het kadaster. Later werd hij wiskundeleraar. In 1938 kwam het gezin (ze heeft twee oudere broers en een oudere zus) terug naar Nederland. Ze gingen in Den Haag wonen (Goudsbloemstraat, Anemoonstraat). Yvonne Keuls ging naar het Grotiuslyceum. Hier speelde ze veel toneel. Ze wilde na het lyceum naar de toneelschool, maar mocht dit niet. Yvonne Keuls volgde de kweekschool en heeft vanaf 1952 als onderwijzeres gewerkt en schreef zij cursiefjes voor Het Vaderland en De Margriet. Ook is ze werkzaam geweest in een Haags opvangcentrum voor jongeren. In 1954 trouwde ze met Rob Keuls (en stopte met werken). Ze kregen drie Dochters: Claudette (1955), Marysa (1957) en Gerdiene (1961).
Yvonne Keuls begon met het schrijven van gedichten en verhalen. Ze bewerkte romans van bekende schrijvers voor de televisie. Yvonne Keuls brak door met 'Jan Rap en zijn maat' (1977) Zij hanteert een sobere schrijfstijl, haar werk is eerder journalistiek dan literair. Met veel van haar werk wil ze misstanden in de samenleving aan de kaak stellen. Ze moraliseert niet, maar laat de lezer zelf de conclusies trekken. Vanaf 1988 ('Daniël Maandag') schrijft ze ook autobiografisch werk. In 1990 werd Yvonne Keuls grootmoeder. Haar eerste kleinkind heet Julien. Ze bereidt zich zeer intensief voor op een te schrijven werk. Voor haar boek 'Meneer en mevrouw zijn gek' (1992) verbleef ze een jaar in een psychiatrische inrichting in Den Haag.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.