geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.
Tekstbestudering: samenvatting, analyse en interpretatie
A: VOORWERK:
1. complete titelbeschrijving:
De titel van het boek is: Soms mis je me nooit.
De schrijfster van het boek is: Janneke Jonkman.
In het boek is geen ondertitel aanwezig.
De uitgeverij van het boek is Bert Bakker en de plaats van uitgave is Amsterdam. Het jaar van uitgave is 2001.
Het boek heeft 218 bladzijdes.
Allereerst is het boek onderverdeeld in een aantal kleine, getitelde hoofdstukjes:
- De cel
- Het café
- De brug
- Het balkon
- Aardbeienthee
- Het water
- Perensap
- Het strand
- Nagellak
Deze hoofdstukjes beschrijven stuk voor stuk ontmoetingen tussen Max en Kaneel, de twee hoofdpersonen in het boek. Deze hoofdstukjes zijn erg kort. Buiten deze hoofdstukjes is het boek nog verder ingedeeld namelijk ook in een soort hoofdstukjes. Deze hoofdstukjes hebben geen titels, maar worden aangeduid met een plaatje. Er zijn twee plaatjes, namelijk eentje met een aardbei en een plaatjes met daarop twee handen. Het plaatje met de aardbei duidt een hoofdstukje aan wat door de ogen van Kaneel wordt gezien en het plaatje met de handen duidt aan dat het door de ogen van Max wordt gezien.
Ik denk dat ze bij Kaneel voor een aardbei hebben gekozen, omdat de aardbei een verband is tussen de verschillende meisjes die een rol spelen in Max’ leven. Zo drinkt Kaneel bijvoorbeeld graag aardbeienthee en ze wil Max ook een pakje gaan brengen. Ook ziet Kaneel in haar droom een bloem in de vorm van een aardbei. Dan is er nog het meisje die hij een keer mee naar huis neemt. Zij is verslaafd aan aardbeien zegt ze. Dit is dus ook een soort motief.
Waarom ze voor twee handen hebben gekozen bij de verhalen van Max is me nog niet helemaal duidelijk. Ik vermoed dat dit is, omdat hij erg handtastelijk is, of in ieder geval, veel lichamelijk contact heeft met vrouwen. Hij zegt op een gegeven moment ook dat zoenen eigenlijk helemaal niet persoonlijk is, omdat je ook koeien, kippen en stokbroden in je mond stopt en dat daarom aanraken met de handen veel bijzonderder is. Ik denk dus dat daarom voor het plaatje met de twee handen is gekozen.
Deze hoofdstukken met de plaatjes komen altijd na de hoofdstukjes die een titel hebben en vaak wordt in de hoofdstukken met plaatjes aangeduid hoe Max of Kaneel die gebeurtenis heeft beleefd en wat ze vlak daarna beleven.
Op de omslag van het boek zijn twee voeten te zien. Deze persoon van wie die voeten zijn, staat in een venterbank; je ziet de vensterbank en een raam. De vensterbank is wit en daarnaast zie je nog wat hout. Van degene die op de foto staat zie je ook nog een stuk broek en een klein stukje enkel.
B: SAMENVATTING:
Van het boek is geen echte duidelijk samenvatting te geven, omdat de gebeurtenissen in het boek niet duidelijk in verband staan met elkaar.
Het boek gaat, globaal, over de twee mensen: Kaneel en Max die elkaar aan het begin van het boek treffen in een telefooncel. Hierna blijven ze elkaar eigenlijk steeds maar tegenkomen. Zij vindt hem erg interessant en hij vindt haar ook leuk, maar uit het boek blijkt niet echt dat ze op elkaar verliefd zijn. Als ze elkaar zien, is het wel gezellig en lijken ze erg verliefd, maar als ze elkaar niet zien, denken ze ook niet echt aan elkaar. Max heeft vaak andere meisjes, maar is echt niet verliefd op die meisjes. Eigenlijk is het zo, dat als hij alleen is, of bij andere meisjes, dat hij dan denkt aan Kaneel. Maar als hij bij Kaneel is ergert hij zich vaak aan haar. Ze krijgen steeds een beetje ruzie, of hij wordt echt boos op haar. Dat komt door de dingen die ze zegt. Ze zegt vaak rare dingen, zoals dat je in een thee in slaap kunt vallen. Hij ergert zich steeds meer aan haar en daardoor gaat het steeds vaker fout tussen hen. Ze blijven als het ware in een cirkel om elkaar heen draaien; ze komen steeds weer bij elkaar uit. In het boek volgen we dus gewoon de belevenissen van hen twee; als ze samen zijn, maar ook als ze niet samen zijn.
C: ANALYSE EN INTERPRETATIE:
1. Titel en ondertitelverklaring:
De titel van het boek is Soms mis je me nooit. Dit slaat, volgens mij op de verhouding van Kaneel en Max. Zij komen, zoals ik al gezegd had, telkens weer bij elkaar uit. Af en toe lopen ze elkaar tegen het lijf en blijven ze bij elkaar. Maar als ze elkaar dan een tijdje niet zien, gaan ze elkaar bijvoorbeeld ook niet bellen om iets af te spreken. Max spreekt ook erg vaak af met andere meisjes en gaat met ze naar bed, maar heeft geen gevoelens voor hen. Kaneel blijft in zijn hoofd spelen, hoewel hij weet, dat zij nooit iets met elkaar zullen hebben. Want hij ergert zich te veel aan haar.
Als ze niet bij elkaar zijn, denken ze soms echter ook vaak aan hele andere dingen dan aan elkaar. Zo heeft Kaneel nog andere zusjes om voor te zorgen, waarvan eentje echt vreemd is en over haar maakt Kaneel zich erg zorgen. En dus missen ze elkaar soms nooit. Ik denk dat de schrijfster zoiets heeft bedoeld met de titel, zo interpreteer ik die in ieder geval.
Het boek heeft geen ondertitel.
2. Motto:
Het boek heeft geen motto.
3. Genre:
Het genre van het boek is epiek. Het subgenre is roman en het subsubgenre van het boek is psychologische roman. Dit, omdat een heel groot deel van het boek draait om de gedachten van de twee hoofdpersonen.
4. Thema:
‘Niemand in Soms mis je me nooit’ doet wat hij wérkelijk wil. Allereerst is er Max. Hij ontmoet zo veel mogelijk meisjes, maar is eigenlijk het liefst alleen. Het enige meisje dat hem nooit verveelt is Kaneel, maar aan haar denkt hij niet meer.
Terwijl Max probeert om van zijn leven één groot feest te maken, zit Kaneel aan de keukentafel en schrijft. Over haar vreemde zus Maria, over Eefje en Jet, de tweeling, en over haar moeder, die alleen uit bed komt als Maria weer is weggelopen. Ook Kaneel doet niet wat ze eigenlijk wil: op zoek gaan naar Max.
Dit is een stukje tekst, geciteerd van de achterkant van het boek. Dit is dus ook het thema van het boek.
5. Idee:
De idee van het boek is dat je moet doen wat je wilt, anders wordt je leven zinloos. En voor je het weet is je leven voorbij. Ik denk dan ook dat de dood van Maria hier symbool voor staat. Max zegt al op een bepaald moment in het boek dat hij Kaneel denkt te begrijpen via Maria. Maar nu Maria dood is, zal hij haar waarschijnlijk nooit meer begrijpen. Voor hen is het dus te laat, maar met dit boek probeert Janneke Jonkman ons denk ik duidelijk te maken, dat we moeten doen wat we willen, want voor we het weten is het te laat.
6. Motieven:
- onbereikbaar meisje: Zowel Maria als Kaneel
Hij aait over haar zachte, hapklare, lekker billen en fluistert sexy woordjes, zo zacht dat niemand ze kan horen. Misschien zelfs Kaneel niet. Ze heeft haar ogen dicht en reageert niet. Slaapt ze? Ze kan toch niet slapen?
‘Kaneel? Slaap je?’
‘Hoe komt het,’ antwoordt ze, ‘dat je, wanneer je een bepaalde thee hebt gekocht, ook in die thee in slaap valt? Als je bijvoorbeeld aardbeienthee hebt gekocht, hoe weet je dan dat je in aardbeienthee in slaap moet vallen en niet bijvoorbeeld in frambozenthee? Want op het moment dat je in slaap valt, weet je toch niet meer dat je aardbeienthee hebt gekocht?’
Hij houdt op met aaien.
‘Maar hoe kun je nou in een thee in slaap vallen?’
‘Hoe bedoel je, dat is toch logisch? Je kunt toch ook in een bed in slaap vallen?’
‘Kaneel, ik begrijp geen kloot van wat je zegt.’
Hij schudt haar zachtjes heen en weer.
‘Kaneel!’
Ze doet haar ogen open.
‘Sorry,’ zegt ze.
Ze rolt van zijn buik af, gaat met haar rug naar hem toe liggen en slaapt verder. Blz. 116.
‘Hallo, ik ben Max,’ zei ik. Het lukt me niet om haar aandacht te krijgen. Ze zat daar maar. Het lukte me niet om haar aandacht te krijgen. Ze zat daar maar. Donker haar en blauwe, verstandige ogen.
‘Wie ben jij?’ vroeg ik.
Ze was heel lang stil. Toen keek ze me even aan, ze sloeg haar op en weer neer. ‘Weet je wat ik het liefste wil? Dat m’n navel de wereld is en dat er dan bellenblaasbellen uit komen,’ zei het meisje.
Ze keek alsof ze het nooit had gezegd.
Ik keek haar aan, maar ze keek niet meer terug. Ik wist ook niet meer wat ik moest zeggen. Ik kreeg het vreemde gevoel dat ik haar moest bedanken voor wat ze had gezegd. Ik voelde in mijn broekzakken. Ik heb wijde zakken, waar ik zo’n beetje de hele wereld in stop. Er zat een sinaasappel in, hoe ik eraan kwam, wist ik niet meer.
‘Hier,’ zei ik. ‘Hier heb je alvast de wereld.’ Ik wilde de sinaasappel in haar schoot leggen, maar ze stak haar hand uit en pakte hem aan. Ze lachte, een vrolijke lach. En dat was het moment waarop ik dacht dat ik via dit kleine meisje Kaneel begreep, en waarom ze was zoals ze was.
‘Let maar niet op haar, hoor,’ zei een andere stem, háár stem. Ze was de kamer binnengekomen en stond achter me. Ze rook fris, naar schoon afwaswater. ‘Dat is m’n zusje. Ze praat niet tegen vreemden.’
‘Ze heeft net iets tegen me gezegd.’
‘Wat? Dat kan niet. Ze praat niet tegen vreemden.’ Blz. 123, 124.
- de onvolmaakte mens: Kaneel én Max. Kaneel zegt vaak vreemde dingen, maar Max accepteert haar niet zoals ze is. Hij wil een meisje dat leuk is en niet te veel praat. Want dat is het probleem met al die meisjes, vindt hij.
‘Begrijp ik het goed en vergelijk je je nagellak met de bodem van de zee?’
Nu verwacht híj geen antwoord. ‘Kaneel, ik word hier verdomme helemaal niet goed van.’Verbaasd kijkt ze op. Hij loopt met woeste passen van de wastafel naar het raam en terug.
‘Ik wil dat je ermee ophoudt, met die onzin. Je nagellak is verdomme gewoon nagellak en de zee is de zee en daarmee ui, en je hoeft je ook niet meer af te vragen hoe het komt dat verschillende klokken precies gelijk lopen zonder dat ze elkaar zien, want het zijn gewoon klokken, begrijp je, en die werken zo, en vraag alsjeblieft niet meer de hele tijd waarom en hou op met alle normale dingen rare namen te geven en op je hurken heen en weer te wiegen, en vraag alsjeblieft niet de hele tijd wat het wat er belangrijk is en wat onbelangrijk, en hou op met liedjes zingen, want ik word er godverdomme helemaal niet goed van, Kaneel.’
Kaneel lakt verder. Ze kijkt naar haar nagels alsof ze hem nooit heeft gehoord, haar hoofd een beetje scheef en haar ogen wijdopen.
‘Kaneel, het schiet gewoon niet op zo.’ Hij loopt naar de wastafel, laat koud water over zijn handen stromen.
‘Kijk, mensen moeten elkaar… ze moeten op één lijn liggen. Jij begrijpt misschien een heleboel niet en ik begrijp een heleboel wel, behalve jou. Begrijp je? En ik word er gewoon niet goed van dat je altijd overal iets achter zoekt en hoe je altijd iedereen te… te dom af probeert te zijn.’
Hij loopt woest heen en weer en verwacht niet dat Kaneel zal reageren, omdat ze dat meestal niet doet. Maar ze heeft het nagellakkwastje op haar bed gesmeten met de blauwe nagellak er nog aan, ze loopt naar hem toe, ze schreeuwt.
‘Zo, vind jij dat, Max? En wat denk je, dat ik jou wel altijd begrijp? Weet je waar ík niet goed van word?’ Ze staat nu recht voor hem en hij weet niet waar hij moet kijken, omdat hij haar nog nooit zo kwaad heeft gezien. ‘Ík word er niet goed van dat alle mensen altijd maar doen alsof ze alles begrijpen, terwijl helemaal niemand ergens wat van begrijpt. En weet je wat het ergste is? Dat jíj ook zo bent, en dat je het weet.’ Blz. 185, 186.
- het niet willen veranderen: Max is wild: hij houdt eigenlijk van Kaneel, maar kan/ wil dat ook niet: hij wil dat ze verandert, want ze praat vervelend, maar dan is ze Kaneel niet meer.
Max roept nogal eens keer dat hij nu echt genoeg heeft van meisjes, maar hij blijft ze zien. Kaneel wil de dingen zo min mogelijk veranderen. Ze is bang voor verandering. Dat is ook één van de redenen waarom ze niet naar Max belt of schrijft.
Kaneel én Max. Kaneel zegt vaak vreemde dingen, maar Max accepteert haar niet zoals ze is. Hij wil een meisje dat leuk is en niet te veel praat. Want dat is het probleem met al die meisjes, vindt hij.
‘Begrijp ik het goed en vergelijk je je nagellak met de bodem van de zee?’
Nu verwacht híj geen antwoord. ‘Kaneel, ik word hier verdomme helemaal niet goed van.’Verbaasd kijkt ze op. Hij loopt met woeste passen van de wastafel naar het raam en terug.
‘Ik wil dat je ermee ophoudt, met die onzin. Je nagellak is verdomme gewoon nagellak en de zee is de zee en daarmee ui, en je hoeft je ook niet meer af te vragen hoe het komt dat verschillende klokken precies gelijk lopen zonder dat ze elkaar zien, want het zijn gewoon klokken, begrijp je, en die werken zo, en vraag alsjeblieft niet meer de hele tijd waarom en hou op met alle normale dingen rare namen te geven en op je hurken heen en weer te wiegen, en vraag alsjeblieft niet de hele tijd wat het wat er belangrijk is en wat onbelangrijk, en hou op met liedjes zingen, want ik word er godverdomme helemaal niet goed van, Kaneel.’
Kaneel lakt verder. Ze kijkt naar haar nagels alsof ze hem nooit heeft gehoord, haar hoofd een beetje scheef en haar ogen wijdopen.
‘Kaneel, het schiet gewoon niet op zo.’ Hij loopt naar de wastafel, laat koud water over zijn handen stromen.
‘Kijk, mensen moeten elkaar… ze moeten op één lijn liggen. Jij begrijpt misschien een heleboel niet en ik begrijp een heleboel wel, behalve jou. Begrijp je? En ik word er gewoon niet goed van dat je altijd overal iets achter zoekt en hoe je altijd iedereen te… te dom af probeert te zijn.’
Hij loopt woest heen en weer en verwacht niet dat Kaneel zal reageren, omdat ze dat meestal niet doet. Maar ze heeft het nagellakkwastje op haar bed gesmeten met de blauwe nagellak er nog aan, ze loopt naar hem toe, ze schreeuwt.
‘Zo, vind jij dat, Max? En wat denk je, dat ik jou wel altijd begrijp? Weet je waar ík niet goed van word?’ Ze staat nu recht voor hem en hij weet niet waar hij moet kijken, omdat hij haar nog nooit zo kwaad heeft gezien. ‘Ík word er niet goed van dat alle mensen altijd maar doen alsof ze alles begrijpen, terwijl helemaal niemand ergens wat van begrijpt. En weet je wat het ergste is? Dat jíj ook zo bent, en dat je het weet.’ Blz. 185, 186.
…Als dat haar bedoeling is, moet ik nu naar de telefoon lopen, Max bellen en alles uitleggen wat er uit te leggen valt. Ik zou niet weten waar ik moest beginnen. Max en ik lijken een geheime afspraak te hebben dat we voortaan altijd doen alsof we toevallige kennissen zijn en alsof er nooit dingen goed en verkeerd zijn gegaan. Ik kan hem toch niet zomaar bellen en me niet meer aan deze afspraak houden? Het enige wat ik kan doen is hopen dat ik me vergis, dat Maria juist bedoelde dat ik Max moest vergeten en dat ze gauw weer thuiskomt. Blz. 210.
…Ik wil iets terugzeggen. Dat ze zo’n lieverd is. Dat ik blij ben dat ze belt. En vooral dat het stom van me was om te willen dat ze iemand anders werd. Dat ze alsjeblieft niemand anders mag zijn geworden. Alsjeblieft! Zorg dat je niet bent geworden zoals alle andere meisjes! Kaneel! Blz. 217.
- de droom: Kaneel leeft in haar eigen wereld, een droomwereld. Ze zegt ook vaak rare, vreemde dingen. Of in ieder geval, dingen die niet veel mensen zeggen.
Mijn droom was kort. Kort, maar helder.
‘Kijk,’ zei de stem in mijn droom. ‘Het is simpel. Je moet kiezen.’
Ik stond voor het raam. Buiten groeiden bloemen. Mooie bloemen in de vorm van aardbeien. Ik wist dat ik droomde en probeerde te zien of de bloemen in kleur waren, of in zwart-wit, maar het lukte me niet.
‘Je moet kiezen,’ begon de stem weer, ‘tussen het land en het water. Op het land kun je comfortabel wonen, samen met andere mensen. In het water kun je alleen maar zwemmen en je bent er altijd alleen.’
‘Ik snap het niet,’ zei ik. De bloemen in de vorm van aardbeien werden rood, zag ik nu.
‘Het is het land of het water. Er is geen andere keuze.’
‘Maar,’ zei ik en ik kon bijna niet meer praten, ‘je kunt toch ook op een eiland…’
Mijn stem veranderde in een hoge pieptoon. Blz. 113.
Vannacht droomde ik dat ik op het strand zat, gehurkt met mijn hoofd in mijn handen. Voor me zat een klein wezen met vleugels, een elfje leek het. ‘Je dacht zeker dat we niet bestonden?’ zei ze. Nou, we bestaan ook niet, maar zal ik je een geheim verklappen? Mensen bestaan óók niet.’ Ik zag dat het elfje onder de tafel zat en tegen de tafelpoot leunde. ‘Ik dacht dat ik wel bestond,’ zei ik.
‘Arme jij,’ zei het elfje. ‘Arm en dom. Volgens mij ben je zo dom, dat je niet eens het ritme van de zee kunt horen. Kun je het horen?’
Ik spande me in om te luisteren en het elfje lachte me uit. De tafelpoot keek naar me, ik spande me nog meer in en ik merkte dat m’n ogen dicht zaten, alsof er verf in zat, en dat ik alles heel slecht kon zien, en ik dacht: als ik m’n ogen maar weer open krijg, dan kan ik het horen. Ik deed m’n uiterste best om ze open te krijgen en ik werd wakker.
Misschien betekenen dromen wel helemaal niets. Maar het kan ook anders zijn, dat de dromen de echte wereld zijn en dat dit, waarvan wij denken dat het de echte wereld is, een creatie is van onze hersenen. In ieder geval wil ik één ding weten en dat is wat ‘het ritme’ was dat ik moest horen Ik denk dat het ene kracht is die we niet kunnen zien, maar waarvan iedereen een sprankeltje in zich heeft. Blz 45.
Ik droom niet vaak, maar die nacht droomde ik dat ik de scherf in Maria’s handen legde en dat ze haar handen eraan openhaalde en me droevig aankeek. Meestal onthoud ik mijn dromen niet. Blz. 216.
- het zoeken naar zichzelf/ de zin van het leven: Max weet eigenlijk niet echt wat hij nou wil. Meisjes, of juist niet. En Kaneel; hij weet niet eens zeker of hij verliefd op haar is. Hij denkt wel heel vaak aan haar, maar vindt haar ook irritant. Ze praat heel veel en hij vindt het onzin. Kaneel weet ook niet wat ze nou precies wil van Max. Ze doet eigenlijk helemaal niet veel. Het enige wat ze doet is zorgen voor haar zusjes en dat moet. Ik denk niet dat Kaneel doet wat ze wil. Ze gaat ook helemaal niet naar school en ze weet ook niet precies wat ze nou met Max moet. Ze weet dat het niks kan worden. En toch blijft ze net als een jojo van hem weg- en teruggaan.
- de machofiguur/ versierder: Voor iedereen is Max een enorme vrouwenversierder, maar eigenlijk wil hij dat niet zijn. Zo komt hij dus wel over; hij heeft vaak een ander meisje.
‘Mag ik je zoenen?’ vraagt het meisje, en nog voordat ik iets heb kunnen zeggen, glijdt ze met haar tong langs m’n lippen, naar m’n tanden, en dan, terwijl ik m’n mond iets opendoe, naar binnen. Haar tong is zacht en lekker. Ik druk haar steviger tegen me aan en voel alle geilheid die bij Sanne was weggeëbd weer terugkomen. Blz. 110.
Maar ik wil het niet weten, want dit in het donker opgeslokt worden door een onbekende is nog mooier dan met Julie in de badkamer zitten. En op dit moment, terwijl ik aan Julie denk, hoe ze daar zat in de badkamer, zo onbereikbaar mooi en ver weg en toch dichtbij, en aan haar mond met de lippenstiftveeg en haar zangerige lachje, hoop ik dat dit geile, hongerige loeder niet Julie is. Blz. 21
- het weten dat je niet bij elkaar kunt zijn, maar toch elkaar blijven zien en maar bezig blijven met hetzelfde/ stil blijven staan.
Kaneel zei een keer dat ze helemaal niemand wilde zijn. Niet eens zichzelf. Ze wilde wel bestaan, maar dan als onderdeel van iets anders. Ze wees naar mijn tatoeage.
‘Een dolfijn,’ zei ze. ‘Ik zou wel een dolfijn willen zijn.’ Ze aaide mijn tatoeage, alsof die iets levends was. ‘Ik zou een dolfijn op jouw arm willen zijn.’ Dan was ik een stukje van jou.’
Op dat moment voelde ik me moedeloos, omdat ik wist dat ze nooit een stukje van mij zou kunnen zijn, zoals ik dat ook nooit van haar kon zijn. Het zou een illusie zijn zoiets te denken. Ik trok Kaneel bij me op schoot en kuste haar over haar hele gezicht. Ik zei dat als ze wilde, ze van mijn geld een tatoeage mocht laten zetten. Ik zei het alleen maar om de illusie in stand te houden. Ze lachte en zei dat ze dat wel wilde, maar dat het niet kon. Blz. 200.
7. Structuur:
In het verhaal komen terugblikken voor, dus zijn in dit boek fabel en sujet niet gelijk.
Het begin van het boek duidelijk im medias res. Het verhaal begint midden in de zaken. Er staat iemand in een telefooncel en iemand staat te wachten tot die in de telefooncel kan. Je weet echter nog helemaal niets van deze twee personen en je hebt er ook geen idee van dat deze twee personen de hoofdpersonen van het hele boek zijn. Hier kom je pas achter nadat je al een paar hoofdstukken hebt gelezen. Het gaat namelijk de ene keer weer over een jongen en dan weer over een meisje en pas na een hele tijd kom je erachter dat het gaat om de jongen en het meisje uit de telefooncel.
Ik vind het einde van het boek gesloten. Je weet namelijk Max en Kaneel niet meer bij elkaar zullen komen. Dat weet je ten eerste doordat Maria dood is en zij was als het ware een contactpersoon van die twee. Via haar dacht Max Kaneel te begrijpen.
Ook is er nog iets anders waaruit je de conclusie kunt trekken dat de twee niet meer bij elkaar komen. Namelijk door het volgende:
‘Weet je wat bij mij altijd helpt, als ik ergens niet meer uitkom?’ zei ik. ‘Dan ga ik op m’n hurken zitten, met m’n hoofd in m’n handen. Dan kan ik beter nadenken. Of ik schrijf het op, dat helpt ook.’ Blz. 71.
Dit is dus een handeling die Kaneel vaak uitvoert. Ook zingt ze vaak liedjes. Hier ergert Max zich zo aan en hij vindt dat ze daarmee moet ophouden. Zie motieven. Op het einde van het verhaal staat dan dit:
Ik zit op mij hurken tussen de post. Ik sta op en kijk naar de vloer, maar de brief ligt er nog steeds. Ik houd me vast aan de muur, maar het is niet genoeg. Staan is niet genoeg. Ik ga op mijn hurken zitten en steun met mij hoofd in mijn handen. Er ie niemand in de buurt om een liedje te zingen, maar eerlijk gezegd verbaast dat me niets. Blz. 218.
Hier gaat Max dus op zijn knieën zitten. Hij heeft echter niemand die een liedje zingt en hiermee bedoeld hij dus Kaneel. Ze is er niet meer voor hem, om bijvoorbeeld liedjes te zingen.
8. Personages:
De hoofdpersonen in het boek zijn Max en Kaneel.
Kaneel is een meisje met waarschijnlijk donker haar en blauwe ogen. Haar uiterlijk wordt namelijk niet beschreven, maar ik geloof dat ze op haar zusje Maria lijkt en zij heeft donker haar en blauwe ogen.
Verder is Kaneel een erg bijzonder meisje. Ze denkt veel na over bepaalde zaken, waar de meeste mensen helemaal net over zouden nadenken.
Kaneel is de dochter van haar moeder die nog steeds voor haar zorgt en bij wie ze nog woont. Haar moeder is erg vaak ziek en daarom heeft Kaneel de meeste huishoudelijk taken op zich genomen. Ook verzorgt ze haar zusjes en haar moeder meestal ook nog.
Haar vader is al een hele tijd weg, die kent ze niet mee. Ze heeft dus nog drie jongere zusjes, maar dat zijn stiefzusjes, die zijn van een andere vader. Later komt ze er echter achter dat haar jongste zusje haar echte zusje is. Haar moeder was vreemdgegaan met haar ex-man en Kaneel en haar jongste zusje hebben dus dezelfde ouders.
De echte naam van Kaneel kom je niet te weten. Zij stelde zichzelf namelijk zo voor aan Max en zo wordt ze dan ook gedurende het hele boek genoemd. Deze naam heeft ze te danken aan een dag waarop ze ging koken. Ze was heel erg gelukkig die dag en ze wilde iets lekkers gaan koken. Ze maakte rijst en ze strooide met peper en zout en kruiden. Ze was er niet helemaal bij met haar hoofd en schoot uit met de peper, maar toen ze keek, bleek het kaneel te zijn. Ze veranderde het recept door er ananas en rozijnen bij te doen. Niemand vond het lekker, behalve Maria. Ze had echter nog steeds haar gelukkige gevoel en ik denk dus dat ze hierom deze naam heeft gekozen.
Max is een populaire jongen. Zijn uiterlijk wordt ook niet besproken, maar je weet wel dat hij er goed uitziet, want hij kan veel meisjes krijgen.
Hij heeft veel vrienden, maar is niet echt tevreden over zijn leven, want hij doet niet wat hij wil. Hij heeft veel contact met meisjes, maar wordt er eigenlijk een beetje gek van, want hij vindt bij alle meisjes wel een negatieve kant. Zo ook bij Kaneel. En in de eerste instantie wil hij haar veranderen, maar op het einde ziet hij in dat ze niet moet veranderen, want dan zou ze Kaneel niet meer zijn, maar dan is het al te laat.
9. Tijd:
Het verhaal speelt zich nog niet lang geleden af. Ze hebben al telefoons, magnetrons, computers en bovendien draagt een meisje lichtgevende hoorntjes op haar hoofd met oud en nieuw. Het verhaal speelt zich dus nog niet lang geleden af.
Het handelingsverloop, bedraagt ongeveer een maand, maar het zou ook een paar maanden kunnen zijn. Je weet in elk geval dat het verhaal een aantal weken voor oud en nieuw begint en daarna steeds verder gaat. Je weet echter niet hoeveel tijd er steeds wordt overgeslagen tussen de hoofdstukken. Maar ik gok op een aantal maanden.
De vertelde tijd bedraagt ongeveer 9 jaar. Kaneel is ongeveer 20 jaar in dit verhaal en de verste terugblik die ik kon vinden is er eentje uit haar jeugd, waarin ze haar vader ontmoet. Ze komt er echter pas later achter, dat deze man haar vader was.
Ik herinner me dat er een keer iemand op bezoek was, een man, en die had een dik schrift voor haar meegenomen ‘om in te schrijven.’ Ik was verbaasd, want ik was ervan overtuigd dat niemand wist dat ik mijn geheimen in een schrift schreef. Ik was elf jaar, denk ik. Ik nam het schrift van de man aan en keek erin. Ik zei: ‘Er staat niks in.’ Hij zei:’Het is voor jou, om in te schrijven.’ ‘ Dat doe ik toch niet,’ zei ik en ik gaf het terug. Ik was boos, omdat de man me over m’n hoofd aaide en Jet op schoot had of Eefje, of allebei. Ik snapte niet waarom ik een schrift kreeg van iemand die ik niet kende. Blz. 47.
Het tijdperspectief is vision avec. De gebeurtenissen zijn nog niet allemaal vorbij en je leeft met d personen mee; wat zij nog niet hebben meegemaakt, heb jij ook nog niet meegemaakt.
10. Perspectief/ vertelsituatie:
Het perspectief in het verhaal is een hij/ zij perspectief. Soms lijkt het alsof het een ik-perspectief is, maar dat is niet het geval. De schrijver kan zich dan namelijk plotseling buiten het verhaal opstellen.
‘Weet je wat bij mij altijd helpt, als ik ergens niet meer uitkom?’ zei ik. ‘Dan ga ik op m’n hurken zitten, met m’n hoofd in m’n handen. Dan kan ik beter nadenken. Of ik schrijf het op, dat helpt ook.’
‘Op je hurken? Zo?’vroeg Marleen.
Ze leunde met haar kin op haar handen en staarde naar de grond.
‘Ja. Helpt het?’
Ze knikte.
‘Waarom zien we elkaar eigenlijk zo weinig?’ zei ze.
Ik zat op m’n bed en zei niets.
Pas toen ik ook op m’n hurken ging zitten, tegenover haar, en toen onze gezichten op gelijke hoogte waren, zag ik dat ze huilde. Haar tranen rolden niet over haar wangen, maar zaten in haar ogen en bleven daar. Ze keek me niet aan. Ik aaide over haar haar en haar wangen en langs haar ogen, alsof ik de tranen opving die ze niet huilde. Ik troostte haar en had het gevoel dat zij mij troostte. Daarna moesten we ineens hard lachen, omdat we ons voorstelden dat iemand ons zo zou zien. Twee huilende meisjes op hun hurken. Dat moest wel een lachwekkend gezicht zijn. Blz. 71, 72.
Verder verandert per hoofdstuk ook nog degene vanuit wie je het verhaal ziet, dus je zou het ook kunnen zien als een wisselende ik-persoon.
11. Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in de woonplaats van Kaneel, in en om het huis van Kaneel, in en om het huis van Max, ook bij de huizen waar zijn vrienden wonen en zie wonen allemaal in dezelfde straat. En ook in en om het huis van Sanne.
Ik vind dat er niet één subjectieve ruimte in het boek zit, want de ruimten zijn geen van allen tekenend voor de gebeurtenissen die er plaatsvinden. Het zijn dus allemaal objectieve ruimten.
Persoonlijke reactie en waardeoordeel:
Het boek heeft op mij erg veel indruk gemaakt. De personages waren levensecht en ik kon me helemaal inleven in hun karakters. Ik kon de gebeurtenissen van Kaneel en Max erg nauwkeurig volgen, alsof het mijn eigen leven was. Het was dus erg goed beschreven en de karakters waren erg overtuigend.
Ook was het taalgebruik van de schrijfster erg goed te volgen. Er kwamen haast geen moeilijke woorden in het boek voor en ik had het boek echt erg snel uitgelezen. Soms moest ik wel evengoed nadenken over de gedachten die Kaneel soms had, maar als je daar even goed op lette was dat ook niet al te moeilijk te volgen.
Verder zijn er nog twee citaten uit het boek die me heel erg aanspraken. De eerste vond ik erg mooi, een mooie betekenis.
Kaneel zei een keer dat ze helemaal niemand wilde zijn. Niet eens zichzelf. Ze wilde wel bestaan, maar dan als onderdeel van iets anders. Ze wees naar mijn tatoeage.
‘Een dolfijn,’ zei ze. ‘Ik zou wel een dolfijn willen zijn.’ Ze aaide mijn tatoeage, alsof die iets levends was. ‘Ik zou een dolfijn op jouw arm willen zijn.’ Dan was ik een stukje van jou.’ Blz. 200.
Dan was er nog een ander stukje. Dit stukje vond ik vooral erg grappig.
‘Het was raar om daarnet Kaneels hand vast te houden,’ zeg ik dan. ‘Ik bedoel, aanraken is toch eigenlijk veel intiemer dan zoenen. Je mond is wel intiem, maar toch ook niet, want er gaan ook stokbroden in en koeien en kippen. Eigenlijk is zoenen volkomen onpersoonlijk.’
Mijn conclusie is dus dat ik het boek een echte aanrader vind.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.