geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?
1 Primaire gegevens
De titel van het boek is Kaas en is geschreven door Willem Elsschot (Alfons de Ridder).
Ik heb de 23ste druk gelezen van het jaar 1985 gedrukt door Querido te Amsterdam. De eerste druk was tevens gedrukt in 1933 te Antwerpen. Het boek telt 111 bladzijden en de genre is volgens mij Novelle, want ik heb opgezocht wat dat ook alweer was en het betekent korte Roman. .Ik heb het boek eerst in de 2de periode gelezen, nadat het verslag werd afgekeurd heb ik het opnieuw geleend en heel globaal gelezen om het verhaal weer te herinneren. En dan globaal lezen heb ik 2 dagen over gedaan.
Het boek gaat ook over één belangrijke gebeurtenis in het leven van de hoofdpersoon en is in korte tijd vertelt ( 3 maanden ). De mensen in het boek veranderen niet van karakter en de relatie onderling verandert ook niet hevig. En verder nog wordt het hoogtepunt vlug bereikt.
In het begin van het boek staat een gedicht met als titel “ Aan Jan Greshoff “. Dus is dat gedicht aan hem opgedragen. Het gedicht heb ik hieronder overgetypt. Ik heb opgezocht wie deze man was en hij was dus ook een auteur en schreef tijdschriften, poëzie, proza, bloemlezingen, essay’s, en brieven. Hij is geboren op 15-12-1888 en stierf op 19-03-1971. Waarschijnlijk waren ze vrienden/ collega’s . Ik dacht eerst dat J. Greshoff was overleden, maar Willem Elsschot stierf zelf in 1960 dus kon dat het niet zijn. Maar de echte reden was dus dat J. Greshoff onze W. Elsschot overhaalde nog een boek te schrijven.
AAN JAN GRESHOFF
Ik luister zwijgend naar die stem
die hijgt en hees is, maar vol klem,
die in mineur zingt bij 't verwensen
van 't alledaagse in de mensen.
Ik volg de hoeken van die mond,
een kwalijk toegegroeide wond
die alles uitdrukt, als hij lacht,
wat hij zo fel in woorden bracht.
Hij heeft een vrouw en kroost en vrinden,
hij heeft een hele hoop beminden
waar hij plezier aan heeft als geen.
Toch staat Jan Greshoff heel alleen.
Hij zoekt en kijkt, hij hoopt en wacht
van d' ene nacht tot d' andere nacht.
Hij hoort iets en komt overeind:
Hij wacht in Brussel op zijn eind.
Vooruit Janlief, hanteer de riem,
en geef die rotzooi striem op striem!
Vaag al dat vee van uwe baan
zo lang uw hart nog mee wil gaan.
2 Eerste reactie
Ik heb dit boek ten eerste gekozen, omdat ik hiervoor ook een boek van Willem Elsschot had gelezen en het wel goed te lezen vond. Ten tweede was het boek niet al te dik. Als een boek nou namelijk dik is heb ik gelijk geen zin om het te lezen en dit boek was dus aan de dunne kant. En de laatse reden is dat Willem Elsschot rond het zelfde thema schrijft. En dat was de richtlijn bij het kiezeb van een boek. Mijn eerste reactie na het lezen van het eerste gedeelte van het boek was dat ik het saai vond, omdat het namelijk niet van mijn tijd is en ik mijzelf daardoor moeilijk kon verplaatsen in de hoofdpersoon. Ik heb zelfs het woorden boek gebruikt om erachter te komen wat een klerk was, want dat was namelijk het baantje van de hoofdpersoon Frans Laarmans. Ook wat ik later begreep is dat de hoofdpersoon zijn verhaal soms vertelt in vorm van brieven aan andere. Ik voelde ook meteen aan het begin dat Maar goed ik moest natuurlijk doorlezen om het boek uit te krijgen.
2c Korte samenvatting
Ik doe dit stukje dan apart, omdat je dan anders een heel lang stukje tekst krijgt :
Het verhaal begint wel treurig want de moeder van Frans Laarmans ( hoofdpersoon) gaat dood. En Frans is zijn dagboek aan het schijven, want er stonden dat hij weer schreef omdat er bijzondere dingen te gebeuren stonden. Frans woont in Antwerpen. Op de begrafenis van zijn moeder wordt Frans door Meneer Schoonbeke gevraagd of hij een handel wil beginnen, Frans die klerk is bij een bedrijf en Meneer Schoonbeke net als vriend heeft, stemt toe. Frans wil zijn baan bij zijn bedrijf niet kwijt en laat zijn broer die arts is een speciaal formulier schrijven dat hij ziek is en een paar maanden niet kan werken. Nu kan hij koopman zijn. Hij moet helemaal naar Amsterdam toe, naar het hoofdkantoor. Hij krijgt een heleboel ton kaas toe gestuurd om te verkopen. In Antwerpen terug moet hij snel een kantoor gaan inrichten wat hij thuis doet op een kamer, ook moet hij een bureau en typemachine hebben. Hij gaat de hele stad door en eindelijk vindt hij een tweede hands bureau en een bedrijf waar hij typemachines kan huren.Ook regelt hij eigen briefpapier.Hij heeft er dus best wel zin in maar hij heeft geen idee hoe hij de kaas moet gaan verkopen want hij heeft geen ervaring. Hij verstuurd een advertentie waarmee hij de werknemers probeert de krijgen, hij krijgt een heleboel brieven.Hij stelt per stad een agent (verkoper) aan om de kaas daar te verkopen, behalve in Brussel, daar stelt hij er twee aan. Hij lukt hem maar niet om de kaas kwijt te raken, wel verkoopt zijn zoon een doos kaas via een vriendje van hem. Zijn werkgever Hornsta komt nog op bezoek maar ze doen alsof ze niet thuis zijn. De volgende dag besluit Frans om zijn zaak op te geven, want hij heeft geen idee hoe hij de kaas kwijt moet. En wordt hij weer opnieuw klerk. Dat was zijn baantje aan het begin van het verhaal.
3 Verdieping I
Tijd en Ruimte
Het verhaal speelt zich af in 1933 want deze datum wordt genoemd in het boek. Het is tevens ook het jaar dat het werd gedrukt dus heeft het wel een logische kant.
Het duurt ongeveer drie maanden. Dat kun je weten omdat er een datum is genoemd; februari 1933. Dat is de datum waarom Laarmans’ collega’s hem een spel komen brengen. Dan is het verhaal al enkele weken bezig, dus het begint in de tweede helft van januari met de dood van zijn moeder.Dan neemt Frans ziekteverlof voor drie maanden en dat is nog niet afgelopen als hij weer gaat werken, dus dat is ongeveer in het begin van april. Het verhaal is wel chronologisch vertelt. Het begint alleen opeens met het schrijven van brief, dus spring je wel opeens in het verhaal. Er wordt wel goed ingeleidt door eerst de hoofdpersoon te voorstellen en zo langzamerhand het verhaal te vertellen. Er zijn geen grote tijdsprongen in het verhaal, maar wel enkele terugblikken. Het is wel een gesloten eind, want Frans wordt weer een klerk, omdat z’n “ kaasondernemingen” mislukken.Je weet alleen dan niet hoe z’n leven dan doorgaat, maar je kan natuurlijk geen boek pas laten eindigen wanneer de hoofdpersoon dood gaat. Het is wel zo dat je denkt dat het verhaal korter duurt dan de verteltijd dat 3 maanden is, dus noem je dat volgens mij een tijdverdunning. Het verhaal speelt zich meestal af in Antwerpen. Laarmans gaat ook wel een keer naar Amsterdam en hij gaat ook zijn agenten bezoeken in Brussel en hij bezoekt de directeur-generaal in Brussel. Hij gaat ook naar een plek genaamd Brasschaet.
Vertelwijze
In het boek is sprake van een soort Ik-persoon. Als je goed gaat kijken zie je dat het boek eigenlijk een verzameling brieven is. Dat zie je bijvoorbeeld dat er niet staat: “Ik loop de trap op”, maar dat er: “Ik liep de trap op.” staat. Een ander voorbeeld is dat het brieven zijn, zie je ook aan het begin: “Eindelijk schrijf ik je weer omdat er grote dingen …” en het slot: “Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw. Antwerpen 1933”. Je kunt de hoofdstukken van het boek dus zien als brieven waarin de ‘Ik-persoon’ in een brief aan iemand anders verteld wat er is gebeurd. Wie die persoon dan is waar Frans Laarmans zijn brieven aan schrijft is niet duidelijk, en er staan ook geen aanwijzingen voor in. Ook heb je tijdens het lezen zelf helemaal niet door dat het brieven zijn.
Spanning
In het boek wordt gebruik gemaakt van flash-forwards om spanning op te bouwen. Zo staat er in het begin: “Er staan grote dingen te gebeuren, en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonebeke.”. Verder wordt er niet zoveel gebruik gemaakt van spanningsopbouw. Er is in het boek heus wel sprake van enige spanning, maar dat merk ik niet zo goed. Dit komt onder andere door het vertelperspectief, want in deze brieven wordt meestal gewoon achter elkaar verteld wat er gebeurd is. Het is dus niet zo dat ik helemaal met hartkloppingen zat te lezen. Was niet echt spannend.
Thema & Motieven
Het boek gaat over een gewoon leven dat een soort verandering krijgt. Frans Laarmans denkt dat hij rijk kan worden met de kaashandel, maar het blijkt dat hij helemaal niet geschikt is voor de zakenwereld. Zo’n beetje het instorten van een droom.Het thema is dan : levensmislukking. De motieven zijn dan deze:
- Een belangrijk motief is de ontevredeheid van de hoofdpersoon met zijn plaats in de maatschappij. Frans Laarmans wordt namelijk erg ongelukkig als hij hogerop wil, en hij vervolgens merkt dat hij totaal ongeschikt is voor de kaasverkoop. Aan het eind komt hij hier wel weer overheen
- Een ander belangrijk motief is de realtie tussen Frans en zijn moeder. Hij twijfelt een paar hoofdstukken na de dood van zijn moeder of hij nou echt goed of slecht voor haar is geweest. “ Heb ik me goed gedragen tegenover haar ? “. Is de vraag die hem lang bezig houdt, maar aan het eind van het boek vindt hij dat hij wel goed voor haar is geweest.
Personage’s
Frans Laarmans: is de hoofdpersoon in het boek, omdat je het hele verhaal ziet door zijn ogen.. In het begin is hij een eenvoudige klerk. Zijn moeder overlijdt in het eerste deel van het boek. Op haar begrafenis ontmoet hij een vriend van zijn broer, die hem een functie aanbiedt bij een grote kaasimportfirma. Hij neemt de kans aan, maar het werk bevalt hem niet. Hij besluit om zelf kaas te gaan verkopen, maar hij mislukt volledig als verkoper. Dan besluit hij maar weer terug te gaan naar kantoor. Hij is getrouwd met Fine en heeft twee kinderen, Jan en Ida. Zijn exacte leeftijd is niet bekend, maar zelf zegt hij: 'Je weet dat ik naar de vijftig loop….'. Frans Laarmans is een karakter.
Mr. van Schoonbeke: is een succesvol zakenman. Hij beschikt over vele contacten, waardoor hij Laarmans aan een nieuwe functie kan helpen. Verder is niet veel over hem bekend. Deze meneer is een type. Er worden namelijk uiterlijke eigenschappen gegeven waardoor hij als een rijke snob wordt afgebeeld. En zo’n beeld heeft dan invloed op het innerlijk.
Karel Laarmans: is de broer van Frans Laarmans en is tevens arts. Hij zorgt voor een doktersverklaring, waardoor Laarmans vier maanden van zijn werk op het kantoor weg kan blijven. Hij is volgens mij een hele aardige persoon. Zijn enige fout was dat hij zijn broer heeft voorgesteld aan meneer van Schoonbeke. Hij probeert zijn broer zoveel mogelijk te helpen. Anders had hij die verklaring dat zijn broer overspannen is, nooit getekend. Ook geeft hij de tip dat de kaas zo snel mogelijk verkocht moet worden. Volgens mij staat er in het boek ook ergens dat hij iets van tien jaar ouder is dan zijn broer.
Fine is de vrouw van Laarmans. Zij is een pittige vrouw, met een eigen wil en een standvastig karakter. En steunt hem altijd, ook als hij dat niet wilt. Hij kan in bed al zijn verhalen aan haar kwijt.Ze hebben samen twee kinderen. Fine is wel een bijpersoon. Er wordt niet veel over haar verteld, behalve als ze invloed of een betekenis heeft voor de hoofdpersoon.
Titel, taalgebruik & Motto
Het boek heet kaas, omdat kaas op een gegeven moment een belangrijke rol in ze leven
gaat spelen. Dat komt omdat Frans Noet gelukkig is in z’n leven en er iets aan wil doen door de kaashandel in te gaan, maar dat mislukt . Dus deze ellenede slaat weer op één van de motieven. En natuurlijk het thema : mislukken in de wereld. Een motto is dus de aanleiding tot het schrijven en dat is in dit geval dus dat Willem Elsschot het boek schreef omdat Jan Greshoff dat vroeg. Ik heb dit ook op de eerste bladzijde staan. Het taalgebruik vind ik wel lekker makkelijk dat is ook één van de redenen waarom ik Willem Ellschots boeken lees. Hij heeft korte zinnen en houdt het een beetje zakelijk. Hij schrijft niet iets met een groot verhaal eromheen maar komt direect te zaken, Hij schrijft niett e veel en niet te weinig. Er zijn natuurlijk wel moeilijke/ vreemde woorden, omdat het niet van deze tijd is.
4 Verdieping II
Ik heb veel moeten zoeken om deze vragen te beantwoorden. Het boek is eigenlijk een
“ verstopte autobiografie “ . De auteur Willem Elsschot is Frans Laarmans en de mensen in zijn leven komen ook voor in het boek, zoals z’n vrouw Judith die door Fine wordt gespeeld. En de kaas die Frans Laarmans niet kan verkopen moeten de boeken zijn die hij niet kan verkopen. Dus hij beeld een beetje zijn leven uit. Ik vind ook een ding een beetje grappig. Namelijk dat de boeken van Willem Elsschot vroeger niet werden gewaardeerd, omdat hij veels te zakelijk schreef en niet “ mooi “ schreef net als ander auteurs. Schrijven met versieringen en worrdspelen was namelijk toen de mode. De boeken van hem worden juist nu erg gewaardeerd, omdat ze makkelijk te lezen zijn. Je kan dus ook wel zeggen dan dat Willem Elsschot zijn tijd ver vooruit was. Klinkt wel een beetje ironisch. En toen Elsshot zijn eerste boek publiceerde rond 1913 werd deze dus niet geaccepteerd door de literaire mensen in die tijd. Hij kreeg veel commentaar op zijn schrijf wijze. Zijn stijl paste dus ookk niet in zijn tijd dat hebben we ook gehad. Maar dan wil ik weer terugkomen op het motief.Op een gegeven moment Jan Gressof ( hij was dus ook een redacteur) van het blad Forum, zijn werk las en dacht dat hij wel aardig kon schrijven. Dit gebeurde omstreeks 1932. Toen heeft hij het boek Kaas geschreven op aandringen van Gressof (zie gedicht). De mislukking van Laarmans is namelijk ook zijn mislukking in het schrijverschap: Laarmans houdt op met verkopen, net als hij een gtote order heeft; Elsschot wilde stopppen met schrijven en ging toch door.
Citaten
Ik heb dus 2 citaten uit het boek gekozen :
• Citaat 1 ( blz. 58 onderaan ) . “ Als ik haar zo bezig zie, nu eens in de keuken, dan weer boven of in de kelder, zeulend met wasgoed of emmers, dan vind ik het verstommend, dat zo’n eenvoudige mens zo gauw achter die vervelende clausule in mijn contract met Hornstra gekomen is.En ik vind het vreselijk jammer dat mijn goede moeder dat alles niet meer heeft mee mogen maken. Die had ik wel eens willen zien telefoneren “ . Hier praat Frans Laarmans dus liefdevol over zijn vrouw, terwijl zij praat via de telefoon met de slager. En hij deze blijdschap niet kan delen met ze moeder.
• Citaat 2 ( blz. 95 midden ) “ Ik heb een kist verkocht, oom, ‘riep Jan toen mijn broer binnenkwam. ‘Goed zo jongen. Maar jij moet vooral je Grieks en Latijn blokken. Voor de kaas zorgt vader wel.’ “ . Ik vond deze citaat ook wel opvallend, omdat die jongen zo goed van wil is dat hij wil helpen, maar er wordt gezegd van ga jij nou maar aan je school denken i.p.v van werken. Ik wist eerlijk gezegd niet dat er rond die tijd zoveel aandacht werd gegeven aan school. Ik dacht meer dat alle kinderen moesten werken en zogen voor de kost in huis.
Over de Schrijver
Willem Eisschot (eigenlijk Alphonsus Josephus de Ridder; 1882-1960) Belgisch (Vlaams) schrijver. Leidde na WO 1 te Antwerpen een eigen reclamebureau. Eisschot neemt in de Nederlandstalige literatuur een eigen plaats in door zijn laconieke, geconcentreerde stijl, waarachter grote bewogenheid schuilgaat. Zijn eerste roman was 'Vilia des roses' (1913), in 1921 gevolgd door 'Een ontgoocheling' en 'De verlossing'. In 1924 verscheen 'Lijmen', de eerste van een serie ik-romans. De in wezen fatsoenlijke ik-figuur Frans Laarmans treedt eerst in de voetsporen van de doorgewinterde zakenman Boorman, maar in het vervolg 'Het been' (1938) keert hij terug tot zijn eigen fatsoensnormen. Laarmans treedt in een aantal romans op, te weten 'Kaas' (1933), 'Tsjip' (1934), 'De leeuwentemmer (1940), 'Het tankschip' (1940) en 'Het dwaallicht' (1946), Elsschot's laatste werk. Daarnaast verschenen nog de novelle 'Het Pensioen'(1937) en de dichtbundel 'Verzen van vroeger (1934). Bekroond met onder andere de Belgische Driejaarlijkse Staatsprijs voor het Proza (1948) en de Nederlandse Constantijn-Huygensprijs (1951).
Eigen Mening
Het is heel duidelijk dat het boek over kaas gaat en ik vond het daardoor niet echt een interessant onderwerp. Ik wist noet hoe het aan toe ging in de kaaswereld en dat weet ik nu wel. Dat is een van de pluspunten. Het was dus een beetje educatief. Ik ben niet anders gaan denken over kaas of zo, vind nog steeds wel lekker. Maar ik heb wel geleerd dat dus over zo een grappig woord als kaas een best wel serieus boek te schrijven is. Waar ik dus wel later achterkwam is dat het boek dus de autobiografie van Willem Elsschot is, Dan neem je het boek ook serieuzer en ga je er dieper over nadenken.
De gebeurtenissen in het boek zijn integendeel wel wat boeiender dan het onderwerp> Helaas waren er soms een lange tijd niets en dan weer een paar boeiende dingen achter elkaar.
De gebeurtenissen gebeurde een voor een waardoor je wel grip had op het verhaal. De grappige gebeurtenissen maakten het wel aantrekkelijk om door te lezen. Frans Laarmans ( de hoofdpersoon ) is namelijk een klunzige persoon.
De gebeurtenis die grote indruk op mij heeft gemaakt is wanneer Laarmans beschrijft hoe er voor zijn moeder werd gezorgd, en hoe ze haar tijd doorbracht. Dit heeft indruk op mij gemaakt omdat ik de manier waarop ze haar behandelen wel apart vind, maar ze geven haar zo toch haar zin, ze wilt niet praten en dat hoeft ze ook niet. Ze moest huishoudklusjes doen.
Als Frans wordt gevraagd door Mr, Van Schoonbeke om de handel in te gaan heeft mij aan het denken gezet, omdat ik het niet vertrouwde. Waarom zou een rijke man een arme man rijk willen maken?.De gebeurtenissen spelen zich een beetje in een geheimzinnige sfeer af, omdat Laarmans op straat steeds moet oppassen dat hij geen mensen van zijn werk tegen komt, die denken dat hij ziek is. De afloop vind ik wel jammer. Ik had namelijk gehoopt dat er een keerpunt zou komen en Frans Laarmans opeens een rijke ondernemer zou worden.
De hoofdpersoon komt wel levensecht over, pmdat hij ook problemen heeft net als een echt mens en je alles ziet en leest door zijn ogen komt je het meest over hem te weten en dan moet het haast wel echt overkomen. Ik kon me helaas niet zo goed inleven in de hoofdpersoon, omdat hij allemaal verantwoordingen heeft en ik niet. Hij moet werken, handelen, zijn taak als echtgenoot vullen enz. En ik niet. Als ik de auteur was zou ik de hoofdpersoon een beetje als een held laten overkomen. Maar omdat het boek over hem zelf ging gaat dat een beetje moeilijk. Het zou ook gelijk het thema van het boek veranderen.
Ik vond het verhaal wel goed te lezen. Alles ging lekker vlot, omdat het werd verteld in één lijn. En omdat er weinig tijdsprongen en flash-backs/forwards waren was het verhaal goed te volgen. Het afloop heb ik al boven ergens beoordeeld.
Maar goed mijn persoonlijke mening is dat ik het boek wel humoristisch vind door de klunzige acties van Frans Laarmans. Ik vind toch wel het beste van het slechste, omdat ik eigenlijk zulke boeken niet leuk vind. Ik las in de 3e nog boeken van Carry Slee en anders las ik wel griezelboekn. Ik heb het eigenlijk nog nooit leuk gevonden om “volwassenne “ boeken te lezen. Maar goed als we dan zulke boeken moeten lezen, doe dan maar Willem Elsschot, want zijn boeken zijn te begrijpen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.