Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 5VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2561 |
Opvragingen: | 15 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (9 stemmen)
Titels van Harry Mulisch
Archibald Strohalm (1) 1952 Bericht aan de rattenkoning (1) 1966 De aanslag (108) 1982 De diamant (6) 1954 De elementen (14) 1988 De ontdekking van de hemel (33) 1992 De procedure (12) 1997 De pupil (11) 1987 De sprong der paarden en de zoete zee (3) 1955 De versierde mens (2) 1957 De zaak 40/61 (1) 1962 Het beeld en de klok (4) 1989 Het mirakel (5) 1955 Het stenen bruidsbed (11) 1959 Het theater, de brief en de waarheid (15) 2000 Het woord bij de daad (0) 1968 Het zwarte licht (11) 1956 Hoogste tijd (2) 1985 Oidipus, Oidipus! (0) 1972 Oude lucht (1) 1977 Siegfried (39) 2001 Tussen hamer en aambeeld (3) 1952 Twee vrouwen (55) 1975 Voer voor psychologen (0) 1961 Vonk (1) 2002 Voorval (1) 1989
Laatst gewijzigd op 19 januari 2004
Titelbeschrijving
Titel: De ontdekking van de hemel
Auteur: Harry Mulisch
Aantal bladzijden: 901
Uitgeverij: De bezige bij
Jaar en plaats van uitgave: 2000, Amsterdam
Eerste druk: oktober 1992
Samenvatting
Het eigenlijke verhaal is speelt zich af in een dialoog tussen twee engelen in de hemel. Het is de bedoeling dat een gezant van God naar aarde wordt gestuurd, om de decaloog, het testimonium, de Tien Geboden op te halen. Hiervoor moet eerst een mens met een bijzondere DNA-code worden gerealiseerd, een gezant. Een speciale afdeling in de hemel houdt zich daarmee bezig. Eén van de hogere engelen van die afdeling, ‘Engel 1’ vertelt het verhaal aan een nog hogere ambtenaar, ‘Engel 2’. Telkens gaat het verhaal weer even terug naar die engelen.
Om te beginnen geeft Engel 1 in het kort weer hoe de grootouders van de gezant bij elkaar worden gebracht om zijn ouders te realiseren. Belangrijk is daarbij dat de moeder van de vader van de gezant Joods was. Zij woonde in Duitsland en werd op bevel van haar latere man uiteindelijk gefusilleerd. Haar man was een Oostenrijker, die fanatieke nazi werd in de Tweede Wereldoorlog. Dit verleden blijft één van de hoofdpersonen, Max Delius, achtervolgen. Hij heeft samen met zijn moeder in kamp Westerbork gezeten, maar ontsnapte aan de dood en werd opgevoed door pleegouders. Zijn moeder is gefusilleerd, denkt hij.
De moeder van de gezant was gemakkelijker te realiseren, want haar ouders waren allebei Nederlanders. Het verhaal begint met een provocerende telg uit een oud, aristocratisch geslacht (Onno Quist). Hij gaat weg van een familiefeest vanuit Den Haag naar Amsterdam. Hij lift uiteindelijk mee met Max en ze worden de beste vrienden aller tijden. Al snel blijkt bovendien dat ze op dezelfde dag verwekt zijn. Op een dag, wanneer Max een boek voor Onno wil kopen, ziet Max, een vrouwenverslinder, Ada zitten in de achterkamer van de boekwinkel, waar zij cello zit te spelen. Op slag ontwikkelt zich een relatie. Ada gaat
de pil slikken. Na een poosje loopt deze relatie echter stuk op de botheid van Max, wanneer hij op zoek gaat naar zijn ouders.
Vervolgens komt een relatie van Ada met Onno tot stand tijdens een reis van Max naar Duitsland. Ada moet op een gegeven moment cello spelen in Cuba op een revolutionair feest. Max en Onno gaan ook mee. In de laatste nacht gaat Onno vreemd, terwijl Ada en Max op het strand zijn. Ada heeft dan in zee seks met Max, zodat de gezant verwekt is! Als Ada
bij Onno komt, voelt zij zich schuldig en vrijt ook met hem.
Na een poosje is Onno jarig, en als verjaarscadeau vertelt Ada hem, dat haar menstruatie al een week te laat is. Ze weten echter niet van wie het kind is, dat wil zeggen dat Max en Ada het niet weten en Onno denkt dat het van hem is. Snel trouwen ze. Na vijf maanden geluk verongelukt Ada en raakt in coma. Met haar kind is alles echter goed. Het ziet er naar uit,
dat zij niet meer wakker zal worden. Na nog eens vier maanden wordt het kind via een keizersnede de wereld in gehaald. Het zal worden opgevoed door Max, die astronoom is en een baan bij de radiotelescopen van Westerbork heeft gekregen en Sophia, de moeder van Ada. Meteen al bij de geboorte blijkt dat het een bijzonder kind is. Het huilt nauwelijks en
zijn uiterlijk is uitzonderlijk mooi.
Reeds als een heel jong kind onderneemt Quinten zwerftochten rond het appartement in het kasteel waar zij wonen. Hij bouwt goede banden op met de andere bewoners en leert van hen veel dingen die hem interesseren, zoals lezen en van alles over architectuur, vooral nadat hij een droom heeft gehad over een immens gebouw dat het midden van de wereld zou zijn. Hij kan pas laat praten, maar dan wel meteen heel goed. Het eerste woord dat hij zegt terwijl hij wijst op een grafsteen, is “obelisk”, wat hij heeft geleerd van één van de bewoners. Zijn vader is ondertussen wethouder geweest en staatssecretaris geworden en Onno ziet zijn zoon niet zo vaak meer. Ada ligt nog steeds in coma. Op een dag overlijdt een de vrouw waar Onno een relatie mee heeft door bruut geweld, terwijl bovendien een politiek foute achtergrond uit het verleden (deelname aan revolutionair congres op Cuba) aan het licht komt. Dan verdwijnt Onno. Hij trekt naar het buitenland. Een tijd later overlijdt ook Max aan een meteoriet, die de engelen op hem af hebben gestuurd omdat hij het geheim van het heelal als astronoom doorheeft.
Dan vertrekt Quinten om zijn vader te zoeken. Hij begint met zoeken in Italië, omdat hij daar architectuur wil bekijken, op zoek naar de gelijkenis met zijn steeds terugkerende droom over de Burcht, een gebouw, waar zich het midden van de aarde bevindt. Daar vindt hij op het plein voor het Pantheon, een gebouw dat hem fascineert door een gelijkenis met de Burcht, zijn vader. Nadat zij zich herenigd hebben, leven zij samen in Rome en vervolgt Quinten zijn geheime zoektocht. Hij komt er achter dat zich in het “Sancta Sanctorum”, de allerheiligste tempel in Rome, de decaloog (de Tien Geboden) moet bevinden. Die ruimte is zwaar afgesloten, maar Quinten komt er in dankzij wat slotenmakers- kennis die hij heeft geleerd van een bewoner van het kasteel. Onno en Quinten breken daar dus samen in. Geheel tegen Onno’ s verwachtingen in, vinden ze inderdaad twee grote platte stenen, vol met vuil. Onno vergeet echter zijn wandelstok. Daarom vluchten ze met het eerste het beste vliegtuig naar Israël. Daar bekijken ze de tempels nadat ze het testimonium hebben achtergelaten in de kluis van het hotel. Op een terras denkt Onno Max’ dood veronderstelde moeder te zien en daarmee de treffende gelijkenis met Quinten en dus Max’ ware vaderschap van zijn zoon. Hij zegt niks tegen Quinten, maar gaat op onderzoek uit. Maar terwijl hij weg is, kijkt Quinten naar buiten, waar alles rustig en stilstaand lijkt te worden. Twee van de muren van zijn kamer veranderen in een deel van de Burcht, terwijl een raaf (ex-huisdier van Onno) hem de weg wijst door de Burcht. Hij komt eerst bij de kluis, waarvan hij opeens de combinatie weet. Hij haalt de stenen eruit. Hij loopt weer een heel eind door de Burcht en komt dan in een ronde ruimte. Daar zit een vrouw te bidden, die wanneer ze omkijkt, Ada blijkt te zijn. Opeens, terwijl hij in het midden van de ruimte staat, vliegt het vuil weg van de tafelen en vliegen de letters lichtgevend de lucht in, steeds hoger... Onno wordt wakker, komt erachter dat Quinten en de decaloog verdwenen zijn, en belt Sophia. Zij vertelt hem dat Ada kort geleden gecremeerd is, en het blijkt dat zij is gedood (actieve euthanasie) op het moment dat Onno en Quinten de Tien Geboden stalen.
Aan het eind van het verhaal probeert Engel 1 zich nog in te zetten voor de redding van de mensheid, maar het mag niet baten, de mens is gedoemd zichzelf uiteindelijk te gronde te richten.
Personages
In het verhaal, zoals het verteld wordt door de engelen, draait het het meeste om Quinten. Maar als je naar het verhaal op zich kijkt, vind ik dat het heel erg gaat over Onno en Max, ik zal ze daarom alledrie behandelen.
Onno: Een hele intelligente man, maar hij weet niet zo goed wat hij met zichzelf aan moet. Hij verzet zich tegen de streng christelijke ouders, met name zijn vader, die zijn hele leven veel aanzien heeft genoten. Dit uit zich in zijn zwartgallige uitlatingen en zijn slonzige uiterlijk, ook richt hij alles, met een ironische toon, op zichzelf. Hij worstelt veel met het nut van zijn leven, waarbij hij vaak teruggrijpt naar de bijbel, vaak op sarcastische wijze. Hij gaat op een gegeven moment, net als zijn vader, de politiek in en wordt zelfs minister en hij wordt begraven onder het werk. Daardoor verwaarloosd hij Quinten en ook Ada duwt hij zo naar de achtergrond. Als zijn relatie met Helga dan ook nog zo bruut beëindigd wordt en hij in politiek opzicht uitgerangeerd lijkt, is het te veel voor hem en hij vlucht naar het buitenland, alles achterlatend. Daar probeert hij de brokstukken van zijn denken aan elkaar te lijmen, in de vorm van een brief naar zijn vader. Alles waar hij zich aan vast hield is dan weggevallen, inclusief de eretitel, waar hij veel van zijn prestige op baseerde.
Max: Een astronoom, die je vrouwenverslaafd kan noemen. Hij worstelt erg met zijn verleden en dit heeft veel invloed, o.a. wordt zijn relatie met Ada daardoor indirect verbroken. Ook zijn eenzaamheid wordt verminderd door zijn vriendschap met Onno, maar dit neemt een andere wending als hij met Ada geslapen heeft en Quinten heeft verwekt, want dan draait dat om in schuldgevoel en hij voelt dat het niet meer hetzelfde zal zijn als in hun ‘golden days’. Op het leven van Quinten heeft hij eigenlijk niet zoveel invloed, hoewel hij wel zijn vader en verzorger is. Hij heeft vele interessante kanten, maar die komen niet tot zijn recht, wat zich vooral illustreert in de manier waarop hij aan zijn komt; eindelijk heeft hij de ontdekking gedaan, waar hij steeds al over dacht en dan wordt hij simpelweg uit de weg geruimd, zonder betekenis, behalve als verwekker van de uitverkorene.
Quinten: Hij is de figuur waar het om draait; hij heeft De Opdracht gekregen en zijn leven staat dan ook bijna uitsluitend in het teken daarvan; wat hij meemaakt en is, is grotendeels bepaald door wat zijn opdracht is in dit leven. Je kan hem ook eigenlijk niet echt als persoon, want hij wordt alleen gedreven door zijn voorbestemming en als zijn opdracht is voltooid, vertrekt hij ook naar de hemel. Als persoon is hij heel erg intelligent en is geobsedeerd door zijn droom over de Burcht en dat drijft hem tot veel leerwerk van zijn medebewoners en uiteindelijk tot zijn zoektocht naar zijn vader, oftewel naar het testimonium. Hij is een behoorlijk goddelijk wezen, doordat hij ontzettend beschermd wordt en dat zorgt dat hij zich voor veel dingen niet interesseert. Zijn leven is zo ontzettend gemanipuleerd dat je niet meer echt van een persoon kan spreken. Zijn moeder is voor hem erg belangrijk, zij wordt aan het eind zelfs gelijkgesteld aan Maria, zij is zijn oorsprong en ze zijn heel nauw met elkaar verbonden, zodat ze uiteindelijk samen terugkeren naar de hemel.
Thema en motieven
Thema
Omdat de mensen door hun technische ontwikkeling hun relatie met de Hemel verstoord hebben, besluit God hen aan hun lot over te laten en zorgt dat een uitverkorene, met behulp van vele manipulaties van zijn omgeving, de goddelijke wetten terugbrengt naar de hemel.
Motieven
*technische ontwikkeling: -(blz. 10) ‘Ook wij…gebieden ook’
-(blz. 8) ‘Zij hebben…finesses ontcijferd.’
-(blz.244) ‘Dat komt…hun techniek.’
*verstoorde relatie: -(blz. 10) ‘Binnen afzienbare…worden toegerold.’
-(blz.246) ‘…dat Lucifer…heeft verkocht.’
*aan hun lot overlaten: -(blz.435) ‘Dus gaan…tot machines.’
- (blz. 899) ‘Wij hebben…behalve Lucifer.’
*uitverkorene: -(blz.237) ‘Maar tegelijkertijd…VIP-procedure besloten.’
-(blz.431) ‘Daar was …onze afgezant.’
*manipulaties: -(blz.241) ‘-Die heb…ander gekregen.’
-(blz.234) ‘Maar dat…hem aantrok.’
*goddelijke wetten: -(blz. 237) ‘Bezorg ons…terug.’
Zelfgeschreven recensie:
Vrolijke vertelling
Roman vol herkenning
Het boek De ontdekking van de hemel wordt gepresenteerd als ‘een totaalroman’ waarin alle thema’s uit het werk van Mulisch in negenhonderd bladzijden zijn verwerkt. Dit boek zou tegelijkertijd ‘een psychologische roman, een filosofische roman, een tijdroman, een ontwikkelingsroman, een avonturenroman en een alles overkoepelend mysteriespel’ zijn. Ik vind deze grootse aankondigingen niet volkomen onzinnig.
Deze omvangrijke roman is inderdaad een soort samenstelling waarin heel veel thema’s uit Mulisch’ werk nog eens aan de orde worden gesteld. We lezen over Cuba, over de Tweede Wereldoorlog en over de compositie van de wereld. Veel gehoorde kritiek op zijn boeken is de stijl waarin Mulisch schrijft. Ook in dit boek is die niet erg mooi. Er staan zinnen in als ‘Tot in alle uithoeken had de bevrediging hem schoongespoten’ en opmerkingen als ‘een dancing die de sociale bouillabaisse bevatte die sinds een paar jaar op het vuur stond in Amsterdam.’ Ook krijgt de lezer allerlei vreemde wijsheden te lezen als: ‘Wie een vrouw ontmaagde, nam in haar leven een plaats in die alleen was te vergelijken met de dokter die haar ter wereld had gebracht of met degene die haar hielp bij het sterven.’
De ontdekking van de hemel is zo’n dik boek door overdreven gedetailleerd en breed schrijven. Veel schrijvers hadden dit verhaal in zo’n 250 bladzijden kunnen vertellen in plaats van Mulisch’ 900 bladzijden. Een voorbeeld: een der personages steelt iets kleins uit een winkel. Dit heeft totaal geen invloed op de rest van het verhaal, maar er worden zes bladzijden aan gewijd.
Maar hoeveel er ook aan te merken valt, ik heb toch een prettige tijd gehad met het lezen van dit verhaal. Mulisch weet je, ook al heb je geen zin, mee te slepen. Deze roman beschrijft de strijd tussen mensen en hemelbewoners. De mensen staan door de ontwikkelingen in de biotechnologie en de sterrenkunde op het punt alle goddelijke raadsels te ontsluieren. Men vreest in het hemelrijk het ergste: ‘Binnen afzienbare tijd is er alleen nog een sterfhuiscontrole over van onze organisatie.’
Toch zijn de hemelbewoners nog net zo almachtig als vroeger. Er wordt in deze roman dan ook voortdurend door hen ingegrepen. Eén hemelbewoner is belast met de taak ‘het testimonium,’ de tafelen der wet, van de aarde terug te halen. Het boek bestaat voornamelijk uit de rapportage van deze persoon aan een nog hogere hemelbewoner. Het instrument waarmee het testimonium wordt teruggehaald is de jonge man Quinten. In 1985 vindt hij de tien geboden in de kapel Sancta Sanctorum in Rome en reist ermee naar Jeruzalem.
Het heeft heel wat gekost aan ingrijpen van hogerhand voordat Quinten geboren was. Pas op pagina 424 is het zover. Daarvoor zijn we ingelicht over de vrienden Onno Quist en Max Delius die op hetzelfde tijdstip verwekt zijn. De ene is een geniale taalkundige, de andere een briljante sterrenkundige. Hun afkomst is natuurlijk op speciale wijze geregeld. Ook de verwekking van Quinten op Cuba is gecompliceerd. ‘Een dubbelbevlekte ontvangenis,’ noemt iemand het. Het blijft onduidelijk wie de echte verwekker is, maar Max voedt het kind op terwijl Onno de wettige vader is. De moeder van het kind raakt vóór de geboorte in een coma waaruit de niet meer ontwaken zal. Ze heeft een ongeluk gekregen. ‘Het was alsof de duivel ermee speelde,’ denken de mensen. En zo is het ook. Vanuit de hemel zendt men ook een meteoriet om de sterrenkundige Max te doden als deze een cruciale ontdekking dreigt te doen. Inmiddels groeit Quinten voorspoedig op, om dus uiteindelijk in Rome te belanden. Voor hij aan zijn taak begint, moeten we de meest vervelende pagina’s van het boek lezen. Mulisch vindt het nodig onderwijs te geven en gebruikt daarbij een toon die men verder alleen in schoolboeken aantreft. Maar de rijke fantasie van de schrijver doet je deze passages vergeten. Dit onwerkelijke verhaal speelt tegen een verbazingwekkend realistische achtergrond. Je kunt zonder veel moeite allerlei bekende Nederlanders ontdekken en ook de schrijver zelf duikt regelmatig op. Er is dus veel vertrouwds in deze roman te vinden, maar Mulisch laat zich ook van een andere kant zien. Hij schrijft met afstand en ironie over dingen waar hij anders nooit zo over zou schrijven. Ik zal me de ontdekking van de hemel daarom herinneren als een vrolijke vertelling die volkomen bij Mulisch past.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen