CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

gizmo (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

20 december 2003

Taal:

Woorden:

3.350

Bekeken:

4774 keer (8 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (6 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

1. Zakelijke gegevens
a Willem en Aernout (bewerkt en vertaald door H. Adema)
b Van den vos Reynaerde, Uitgeverij Taal & Teken, Leeuwarden, 1993-4, 127 blz., (1e druk 1985)
c Fabel

2. Eerste reactie
a Ik had wel eens van dit boek gehoord. Mijn vriendin heeft dit boek ook gelezen en vond het een leuk boek.
b Ik vind het een apart boek. Echt middeleeuws. En ik vind het een vreemd einde hebben.

3. Verdieping
a Willem betreurt het dat Aernout het verhaal over Reynaert niet heeft voltooid. Na de geschiedenis van Reynaert te hebben opgezocht, begint hij in het Nederlands. Hij verzoekt de onbeschaafde mensen hem niet te bekritiseren en op verzoek van een dame wil hij graag zijn verhaal vertellen aan beschaafde mensen met manieren.
De leeuw Nobel, koning van de dieren, heeft in zijn rijk bekend laten maken dat hij tijdens Pinksteren hofdag wil houden. Alle dieren verschijnen, uitgezonderd Reynaert. Hij had al zoveel op zijn geweten dat hij aan het hof alleen nog kon rekenen op de steun van zijn neef Grimbeert de das. De wolf Isengrijn is de eerste die Reynaert beschuldigt van allerlei misdaden: de verkrachting van zijn vrouw Hersint en de mishandeling van twee van zijn kinderen. Het bekakte hondje Courtois beklaagt zich erover dat Reynaert tijdens een koude winter zijn enige worst ontstolen had. Tibeert de kater weerspreekt deze beschuldiging echter: hij, Tibeert, had die worst destijds bij een molenaar gestolen. Bever Pancer verhaalt hoe Reynaert de haas Cuwaert tot kapelaan zou opleiden; hij had het arme dier nog net van een wisse dood heeft kunnen redden.
Wanneer Isengrijn erop aandringt Reynaert ter dood te brengen, springt de das Grimbeert verontwaardigd op en houd een vurig pleidooi voor zijn oom: Isengrijn is ook niet zo’n brave Hendrik en bovendien is Reynaert kluizenaar geworden: hij draagt een haren boetekleed en raakt geen vlees meer aan. Hij is zijn leven drastisch aan het verbeteren, aldus Grimbeert. Op dat moment nadert een droevige stoet: op een lijkbaar gedragen door twee hennen en geflankeerd door twee hanen, ligt de dode kip Coppe, dochter van de haan Cantecleer. Die vertelt hoe lelijk hij door Reynaert is beetgenomen: de vos had hem plechtig verzekerd, dat hij het wereldse leven voorgoed varwel had gezegd. In goed vertrouwen was Cantecleer toen met zijn kinderen buiten de bescherming van de hoenderhof gaan wandelen. Het gezelschap was nog maar nauwelijks buiten, of Reynaert stortte zich op de kippen. Zo heeft Cantecleer inmiddels nog maar vier van zijn vijftien kinderen over. De koning is woedend en besluit Reynaert voor het hof te dagen. Na de plechtige begrafenisceremonie van Coppe stuurt hij de beer Bruun, een van zijn trouwe onderdanen, naar de burcht van Reynaert: Maupertuus, het sterkste kasteel van de sluwe vos. Omdat Reinaert van adellijke komaf is, heeft hij recht om drie keer gedagvaardigd te worden om bij de berechting aanwezig te zijn. Na een lange tocht komt Bruun, die de waarschuwende woorden van koning Nobel in de wind heeft geslagen, bij het kasteel aan en eist op hoge toon dat Reinaert met hem mee moet gaan. Die antwoordt dat hij dat graag zou doen, als hij niet zoveel gegeten had van ‘een vreemde, onbekende spijs’, namelijk honingraten, die hij eigenlijk niet verdragen kan. Hij vertelt de begerige Bruun tenslotte dat er honing te vinden is op het erf van boer Lamfroit. Deze honing bevindt zich een door de lengte gespleten eik, opengehouden door wiggen. Ze gaan erheen en ondanks Reinaerts waarschuwingen matig te zijn, steekt Bruun zijn kop en voorpoten in de gespleten boom, waarna de vos de wiggen eruit slaat. Bruun zit als een rat in de val. Reinaert maakt hierover zo een spottend misbaar dat Lamfroit gewaarschuwd word en met alle dorpelingen die hij maar kan optrommelen, gewapend met bezems, vlegels, harken en stokken, de beer eens ongenadig begint af te straffen. Ook de pastoor, zijn vrouw Julocke en de koster zijn van de partij. Bruun wordt verschrikkelijk afgetuigd tot Lamfroit hem echter nog zo’n harde dreun geeft dat Bruun tussen een groepje vrouwen belandt en er vijf de rivier in stoot. Alle aandacht gaat nu naar de in nood zijnde vrouwen en Bruun ziet zijn kans schoon om al zwemmend het hazenpad te kiezen. Als hij een eind verderop aan land gaat, wordt hij nog door Reinaert bespot. Schuivend op zijn achterwerk en rollend, weet hij het hof van Nobel te bereiken.
De tweede bode die Nobel stuurt, de kater Tibeert, vergaat een zelfde lot. Hoewel hij de reputatie heeft wijs en voorzichtig te zijn, loopt ook hij in de val die Reinaert opgezet heeft. De vos belooft Tibeert dat hij de volgende dag mee gaat; de kat heeft daar geen bezwaar tegen. Reinaert stelt voor dat Tibeert blijft eten en overnachten. Reinaert beweert een plek te kennen waar het stikt van de vette muizen, Tibeert zal een lekkere maaltijd voorgeschoteld krijgen. Samen gaan ze naar de schuur van de pastoor waarin volgens Reinaert de muizen zijn. Rondom de schuur ligt een wal van aangestampte aarde; ergens zit een gat waarvoor een strik gespannen is. Via dit gat had Reinaert namelijk twee dagen daarvoor een haan gestolen van de pastoor. Reinaert laat Tibeert via dit gat naar binnen kruipen, met als gevolg dat de kater vastzit in de strik. Tibeert maakt van angst zo’n kabaal, dat de bewoners in het huis gewekt worden. Ze gaan Tibeert te lijf en proberen hem om zeep te helpen, maar zwaar gehavend weet de kat toch nog te ontkomen, nadat hij de pastoor aan zijn geslachtsdelen verwond..
Als ook Tibeert zwaar gehavend het hof van de koning bereikt, is alleen Grimbeert nog bereid de vos voor de derde en laatste maal te gaan dagen. Hij slaagt erin Reinaert te overtuigen van de noodzaak om nu mee te gaan: dit is immers zijn laatste kans. Reinaert neemt hartelijk afscheid van zijn vrouw Hermeline en begeeft zich met zijn neef op weg. Tijdens de reis biecht hij op huichelachtige wijze zijn wandaden en gemene streken op om zijn geweten zogenaamd te zuiveren: hij had Bruun en Tibeert te grazen genomen, Cantecleer van zijn kinderen beroofd en Isengrijn diverse keren gekweld. Hij toont berouw, belooft beterschap en vraagt of Grimbeert hem zijn zonden kan kwijtschelden en daarna de lekenbiecht kan afnemen. Grimbeert breekt een twijgje af en geeft zijn oom veertig stokslagen als boetedoening. Daarna neemt de das de lekenbiecht af. Als ze echter langs een nonnenklooster komen waarvan Reinaert weet dat er veel ganzen en kippen in de buurt lopen, heeft Grimbeert de grootste moeite om zijn oom ervan te weerhouden opnieuw in de zonden te vallen.
Aan het hof wordt Reinaert van alle kanten beschuldigd. De koning is overtuigd en veroordeelt de vos tot de galg. Grimbeert en Reinaerts naaste verwanten willen de terechtstelling niet bijwonen en vertrekken. Isengrijn, Bruun en Tibeert, de grootste vijanden van de vos, gaan de galg in gereedheid brengen.
Nu komt het er op aan voor Reinaert. Na een in scène gezette schuldbekentenis vol zelfbeklag komt de sluwe vos met iets heel anders op de proppen. Hij vertelt de koning over een aanslag die Bruun, Isengrijn en Tibeert samen met zijn vader beraamd zouden hebben om de koning, Nobel, uit de weg te ruimen en de beer koning te maken. Het plan zou bekostigd worden met de schat van koning Ermerike, die door Reinaerts vader gevonden was. Reinaert maakt de koning wijs dat hij, na het geduldig observeren van de gangen van zijn vader, de schat gevonden heeft en ergens anders begraven om het snode plan te verijdelen. De koning wil meer weten over de schat die zich volgens de vos bij de bron Kriekeputte in het bos Hulsterloo bevindt, en scheldt in ruil voor de schat Reinaerts zonden kwijt. Bruun en Isengrijn worden gevangen genomen. Reinaert verklaart dat hij op pelgrimstocht naar Rome wil om de paus om vergiffenis te vragen, daarna zal hij de koning naar Kriekeputte leiden. Tussen neus en lippen door zegt Reinaert dat hij eigenlijk nog wel een tas en een paar extra schoenen kan gebruiken. Dit verzoek wordt meteen ingewilligd: de tas wordt vervaardigd van een stuk huid van Bruun, voor de schoenen wordt het vel van Isengrijns voorpoten en Hersints, zijn vrouw, achterpoten gestroopt. Voordat de vos op reis gaat, wil hij eerst nog even langs huis gaan. Cuwaert de haas en Belijn zullen hem daarbij vergezellen, omdat dat ‘zulke oprechte dieren zijn’, Reinaert kan maar moeilijk afscheid van ze nemen. Bij Maupertuus aangekomen, vraagt Reinaert of Cuwaert nog even mee naar binnen gaat om afscheid te nemen en zijn kroost te troosten. Ze zijn nog maar nauwelijks binnen of de vos bijt de haas de kop af. Samen smullen het wolvengezin van ‘desen goeden vetten haze’. Tegen Hermeline, zijn vrouw, zegt Reinaert dat Cuwaert een zoenoffer van de koning is, de haas zou hem als eerste vals beschuldigd hebben. Aan Belijn, die buiten staat te wachten, vertelde Reinaert dat Cuwaert nog wel een poosje blijft en dat de ram gerust terug kan gaan naar het hof. Belijn moet nog wel een brief namens Reinaert voor de koning mee brengen. Reinaert geeft hem de pelgrimstas, met daarin niet de brief, maar de kop van de gedode haas. Aan het hof geeft Nobel zijn klerk Botsaert de opdracht de tas te openen en brult de koning het uit van woede wanneer hij merkt hoe bedrogen en bespot hij is. Op aanraden van het luipaard Firapeel worden Bruun en Isengrijn in ere hersteld. Belijn en Reinaert worden vogelvrij verklaard. De vos is echter al met zijn gezin naar veiligere wildernis vertrokken.
b Het verhaal is geschreven in dichtvorm. Veel mensen konden in de middeleeuwen niet lezen. De verhalen werden door iemand voorgelezen. Dit gebeurde meestal op het plein. De voordrager leerde het verhaal uit zijn hoofd. Daarom is het waarschijnlijk ook in dichtvorm geschreven, is makkelijk te onthouden en voor te dragen. De taal is eenvoudig vlaams dialect. Naast deze tekst is de vertaling te lezen die is geschreven in gewoon Nederlands. Deze vertaling is zo getrouw mogelijk, de rijm is er echter uit. Het verhaal speelt zich grotendeels af aan het hof, waar de aanklachten tegen de niet aanwezige Reynaert worden ingediend. De gebeurtenissen spelen zich af in het Land van Waas (Oost-Vlaanderen), tussen Gent en Hulsterlo (een uitgestrekt bos tussen Hulst en Kieldrecht). Het plaatsje Kriekeputte wordt ook genoemd, een bron die in de buurt van Hulsterloo ligt. Ook wordt gesproken van Elmare, een Benedicter proostdij tussen Aardenburg en Biervliet. De ruimte is symbolisch bedoeld; Reynaert wandelt door de kromme paden, en voelt zich thuis in de woeste wildernis. De hofwereld van koning Nobel is een morele woestijn, een wereld van huichelarij en schijn. Het is meer symbolisch bedoeld dan echt realistisch. Zo wordt bijvoorbeeld de ruimte aangepast aan de dieren. Zo woont koning Nobel in een kasteel wat natuurlijk bij een koning past. Reinaert woont in een burcht, de beer Bruun en de ram Belijn kunnen niet in het hol komen, omdat zij te groot zijn. Cuwaert de haas kan echter wel binnen, omdat hij klein genoeg is. Het verhaal begint met een inleiding en heeft een gesloten einde. Er zitten geen flashbacks in het verhaal, alleen vertelt Reinaert soms zelf wel over vroeger. In het boek komen de volgende figuren voor:
- Reinaert (vos): de hoofdfiguur die allerlei streken uithaalt en gestraft moet worden. Hij ontkomt aan zijn straf door zijn listigheid.
- Vrouwe Hermelinen (vos): Reinaerts vrouw.
- Welpen (vos): Reinaerts kinderen.
- Nobel (leeuw): de koning.
- De koningin: Nobels vrouw.
- Isengrijn (wolf): hij beschuldigt Reinaert ernstig. Hij is één van de hoogste vazallen van de koning.
- Vrouwe Hersint (wolvin): Isengrijns vrouw. Reinaert heeft haar verkracht volgens Isengrijn.
- Courtois (hondje): hij klaagt Reinaert in het Frans aan, maar hij heeft maar een zwakke klacht.
- Tibeert (kater): hij is één van de dieren die Reinaert moeten gaan halen. Hij wordt door Reinaert naar de schuur van de pastoor gebracht. Volgens Reinaert zit de schuur van de pastoor vol muizen. Tibeert gaat naar binnen en wordt gevangen in een strik. (Reinaert wist dat die strik er was.) Hij vecht tegen de pastoor, vrouwe Julocke en hun zoon (en andere kinderen) om niet afgemaakt te worden. Hij ontsnapt aan hen, maar is gewond.
- Pancer (bever): ook Pancer klaagt over Reinaert.
- Grimbeert (das): de zoon van de broer van Reinaert. Hij wil dat de zaak voor Reinaert zo gunstig mogelijk afloopt, omdat anders de eer van Reinaerts familie geschonden wordt en Grimbeert ook bij Reinaerts familie hoort. Grimbeert is één van de dieren die Reinaert moeten gaan halen. Het lukt hem om Reinaert mee te nemen naar het hof. Onderweg biecht Reinaert bij hem.
- Cuwaert (haas): hij wordt door Reinaert gedood. Zijn hoofd wordt in een zak gestopt en aan de koning aangeboden.
- Cantecleer (haan): zijn kinderen zijn door Reinaert gedood, nadat Reinaert hem een leugenverhaal had opgedist.
- Coppe (hen): zij is door Reinaert gedood.
- Bruun (beer): hij is één van de hoogste vazallen van de koning. Hij moet als eerste Reinaert gaan halen. Dat lukt hem niet. Reinaert zegt dat er honing in een boomstam zit, Bruun gaat er op af, komt met zijn kop en poten in de boomstam vast te zitten en wordt afgetuigd door de dorpelingen. Hij kan nog net ontsnappen, maar is zwaargewond.
- Belijn (ram): Reinaert zegt tegen hem dat er een belangrijke brief voor de koning in de pelgrimstas zit. Belijn moet de brief brengen, dan zal de koning Belijn eren. In de tas zit geen brief, maar het hoofd van Cuwaert. Daarom wordt Belijn gestraft door de koning.
? Firapeel (luipaard): hij komt aan het einde van het boek voor. Hij maakt Bruun en Isengrijn los. Bruun en Isengrijn zaten namelijk gevangen, omdat Reinaert zei dat ze de koning wilden doden. Dat was niet waar.
De situaties die worden geschetst zijn vaak erg humoristisch. Soms ook wel schokkend, wanneer bijvoorbeeld Bruun de beer wordt toegetakeld en Cuwaert wordt onthoofd. Het spottende karakter van het verhaal komt duidelijk naar voren in hoe de adel wordt neergezet. Hebzucht, trots en karakterloosheid zijn heel duidelijk af te lezen. En zo zitten er nog veel meer spotternijen in het gedicht. Er worden in dit verhaal een aantal stereotype verhaalfiguren neergezet. Zo is Reinaert de Vos natuurlijk sluw en gehaaid, de stereotype eigenschappen van een vos. De schrijver staat in dit verhaal boven de gebeurtenissen. Het is een auctoriaal verhaal.
c De middeleeuwse maatschappij deugt van geen kant. De volgende 4 motieven zijn daar typerend voor:
Standenmaatschappij

* Adel
De adel, in dit geval de hofhouding, is hebzuchtig, vraatzuchtig en lichtgelovig. Aan het hoofd staat de koning en onder hem komen de leenmannen. De adellijke heren zijn in het verhaal corrupt, inhalig en alleen maar uit op winst.
De koning blijkt karakterloos, omkoopbaar en hebzuchtig te zijn; hij verraadt zijn naaste omgeving als hij daardoor een schat machtig denkt te kunnen worden.
De hofadel, vertegenwoordigd door Bruun, Isengrijn en Tibeert, is niets beter dan de vorst; vooral Isengrijn is een huichelachtige schurk; Bruun is dom, zelfingenomen en onbetrouwbaar; de bange Tibeert denkt alleen maar aan zijn eigen hachje.

*Geestelijkheid
De geestelijke stand is vooral dom. De pastoor houdt zich niet aan het gebod van het celibaat om ongetrouwd te blijven. Bovendien heeft hij een zoon. Als Tibeert de edele delen van de pastoor aanvalt, roept Reinaert dat dit goed is voor de pastoor en de kerk. Blijkbaar lag de pastoor te vaak met zijn vrouw in bed te vrijen, in plaats van de kerkklokken te luiden. Belijn is hofkapelaan aan het hof van koning Nobel. Uit eigenbelang wil hij zo veel mogelijk lof en eer binnen halen. Willem spot dus ook met de manier waarop de geestelijkheid omgaat met de aflaat.

*De boeren- en dorpelingenstand
Deze stand is wreed en laf. De dorpelingen en boeren die de weerloze Bruun te lijf gaan, vormen een lachwekkende, lelijke en domme troep. Bovendien laten ze Bruun ontsnappen, als de vrouw van de pastoor in het water is gevallen en de pastoor haar redder een aflaat om in de hemel te komen belooft. De boeren zien daar wel wat in en richten vervolgens al hun energie op het redden van deze vrouw.

Rechtssysteem

Ook het rechtssysteem wordt bespot. Als Grimbeert er niet op aangedrongen had om Reinaert te dagen zou Reinaert zonder berechting gelijk vogelvrij verklaard worden, met als gevolg dat iedereen alles met hem zou mogen doen wat hen uitkwam: ook als dat een moord betekende. Iedereen aan het hof is dus gewoon uit op wraak, en de rechters zijn makkelijk omkoopbaar.

Feodale verhoudingen

Koning Nobel staat als hoofd van de adel boven aan het leenstelsel en is de baas over alle leenmannen. Maar hij houdt zich teveel bezig met persoonlijke behoeftes. Hij blijkt dom, zwak en karakterloos. Het enige waar hij zich om bekommert is zijn goede naam, wat hem niet zo goed afgaat. De koning maakt de ene fout na de andere. Hij gelooft de list die Reinaert hem vertelt, om aan de dood te ontkomen, meteen. Misschien ook doordat men sterk geloofde dat je vlak voor je dood niet zou liegen - bang voor de hel. Door het geloof van de koning in Reinaert, werden zijn eigen bondgenoten in de boeien geslagen en moest hen zelfs het vel afgestroopt worden om pelgrimsschoenen en een tas van te kunnen maken. Wanneer koning Nobel ontdekt dat hij in een list in getrapt, laat hij zich overhalen om Belijn te straffen, terwijl die eigenlijk ook alleen maar een slachtoffer van Reinaert is.

Samenzwering

De maatschappij is vol corruptie, schijnheiligheid en winstbejag.
Zo doet koning Nobel alles om zijn naam en eer hoog te houden na een mislukte hofdag. Ook Belijn is alleen uit op extra lof van de koning als hij de zak met daarin Cuwaert aan de koning geeft en erbij verteld dat hij de inhoud zelf heeft helpen samenstellen.
Bruun, een vijand van Reinaert, is bereid Reinaert te steunen en zijn bondgenoot te worden als Reinaert hem helpt de honing te bemachtigen. Hij pleegt verraad ten opzichte van zijn vrienden.
Ook Tibeert doet dit. Hij belooft dat, wanneer Reinaert hem al die muizen kan bezorgen, hij voor altijd zijn trouwe vriend zal zijn.
De wereld waarin Reinaert leeft is dus vol met samenzweringen om vooral het eigen lot te vergemakkelijken…
Er is geen duidelijk verband tussen de titel en het verhaal. Het gaat in de titel om Reinaert de Vos, dat is een persoon die het thema duidelijk maakt.
d Dit boek is pas in 1985 gedrukt. Het verhaal van Reinaert stamt echter uit de 13e of 14e eeuw. Willem, die ten koste van veel nachtrust de Madocke schreef, betreurde het bijzonder dat het verhaal over Reinaert door Aernout niet was afgemaakt en in het Nederlands onvoltooid was gebleven. Hij zocht Reinaerts geschiedenis op en begon naar het voorbeeld van de Franse boeken in het Nederlands. Dit verhaal kunnen we plaatsen in het tijdvak van de late middeleeuwen. Het is een gedicht en er wordt lichtzinnig met de Naam van God omgesprongen. Ze roepen God overal bij en aan. Van de schrijver ken ik geen andere boeken al zal hij wel allemaal van zulk soort verhalen hebben geschreven.

4. Beoordeling
Ik vind het leuk dat Reinaert zich niet laat pakken. Choquerend hoe de beer wordt toegetakeld. Gods naam wordt te vaak gebruikt/misbruikt. Er komt wel een keer een verrassende wending in het boek voor. Opeens wordt er iets nieuws verteld. Dat vind ik leuk. Over de schat. Verder vind ik het niet echt een spannend of een boeiend boek. Ik zou het anderen ook niet snel aanraden. Ik vind het boek daar zelf niet leuk genoeg voor. Het kan ook niet gebeurd zijn, de dieren handelen net als de mensen. Er zit wel een diepe bedoeling van de schrijver achter alles. Dat vind ik goed bedacht, al vind ik het wel erg goed verborgen in de tekst. Door zo’n verslag te maken, ga je daar pas over na denken. Als je gewoon het boek leest, merk je daar niet veel van. Ik denk dat het boek ons nu niet echt direct heel veel zegt. Dat komt ook omdat het een boek uit de middeleeuwen is, voor die tijd begrijp je de beeldspraak beter. Over de Rooms-katholieke kerk enz. Dat is nu een beetje achterhaald vind ik.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.