Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 5VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1592 |
Opvragingen: | 4 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (4 stemmen)
Titels van Herman Brusselmans
Bloemen op mijn graf (1) 1998 De droogte (4) 2003 De man die werk vond (10) 1985 De perfecte koppijn (1) 2007 De terugkeer van Bonanza (3) 1995 Ex-drummer (1) 1994 Ex-schrijver (1) 1991 Guggenheimer wast witter (5) 1996 Heden ben ik nuchter (4) 1986 Het oude nieuws van deze tijden (3) 1994 In de knoei (1) 2004 Logica voor idioten (2) 1997 Mank (2) 2002 Muggepuut (1) 2007 Nog drie keer slapen en ik word wakker (1) 1998 Pitface (4) 2001 Plotseling gebeurde er niets (0) 1995 Prachtige ogen (4) 1984 Toos (1) 2008 Uitgeverij Guggenheimer (4) 1999 Vergeef mij de liefde (1) 2000 Vlucht voor mij (2) 1990 Vrouwen met een IQ (5) 1995 Zijn er kanalen in Aalst? (3) 1987
Laatst gewijzigd op 18 december 2003
Derde druk november 1999
Uitgeverij Prometheus
Aantal pagina’s:
316
Geen motto of opdracht
Indeling:
Tien genummerde hoofdstukken. Uitgeverij Guggenheimer is het derde deel uit de Guggenheimer-serie na De terugkeer van Bonanza (1995) en Guggenheimer wast witter (1996). De boeken zijn ook los van elkaar leesbaar. Alle boeken zijn dit jaar ook uitgekomen in één kaft getiteld Mijn hoofd loopt om.
Samenvatting van de inhoud
Het boek gaat over de stinkend rijke Gentse zakenman Guggenheimer. Hij heeft in zijn vorige avonturen al een heel reclamebureau en een populaire tv-zender (Bonanza) opgezet en nu weet hij niet meer zo goed wat hij moet doen.
Hij drinkt miljaardedzju, een zelfbedacht drankje dat uit wodka en thee bestaat. Hij wordt bijgestaan door zijn secretaresse Debbie, broer Gugg, die de baas is over zijn tv-zender, en zijn dienstmeisje Tutsi. Guggenheimer heeft Tutsi uit Rwanda gehaald nadat hij haar had gezien in een documentaire over de Hutu’s. Hij heeft ook een taalleraar voor haar ingehuurd en ze leert zes talen tegelijk, wat voor hilarische gesprekken zorgt.
Secretaresse Debbie vertelt aan Guggenheimer dat tv-kijken in de eenentwintigste eeuw passé zal zijn, en dat boeken lezen helemaal hip wordt. Daarom besluit Guggenheimer een uitgeverij op te zetten die per jaar slechts drie boeken uit zal brengen in; eentje in het genre fictie, eentje in non-fictie en eentje in poëzie. Hij laat zijn oud-legermaat De Volder de schrijvers zoeken. Zodra dat gebeurd is bedenkt hij een heel wonderlijk plan om zijn schrijvers en hun boeken te promoten. Hij gaat af en toe op bezoek bij concurrerende schrijvers wiens polsen hij laat breken door zijn chauffeur Jules. Ook laat hij verschillende Gentse meisjes vermoorden, waaronder zijn publiekslieving Anneke Hemelshoet, de fictie schrijfster, en legt de schuld bij zijn dichter, en laat zijn non-fictie schrijver een boek over ‘de Gentse meisjesmoorden’ schrijven. Door al deze publiciteit moeten de boeken wel succesvol worden, aldus Guggenheimer. Complete onzin, maar heel grappig.
De boeken worden ook allemaal een succes (nummer 1, 2 en 3 in de Vlaamse Boeken Top Tien) en op een personeelsfeestje eindigt het boek. Guggenheimer heft ook zijn uitgeverij op en is dan van plan de politiek in te gaan.
Structuurelementen
Tijd
Het verhaal neemt ongeveer een maand of twee in beslag. In de eerste hoofdstukken worden complete dagen behandeld maar later worden er dagen en soms ook enkele weken overgeslagen. Hiaten zijn dus aanwezig. Het verhaal wordt in de verleden tijd verteld. Af en toe herinnert Guggenheimer zich een gebeurtenis en wordt daar iets over verteld.
Plaats
Het speelt zich af in Guggenheimers kantoor tevens woning, en in de Vlaamse stad Gent en omgeving. Verder wordt er weinig over verteld en moet het boek het hebben van de dialogen.
Personen
Guggenheimer. De overige personen zijn allemaal aan hem ondergeschikt en bewonderen hem zeer. Guggenheimer kan gebruik maken van zijn zogenaamde Guggenheimer-blik om de mensen bang te maken. Iedere vrouw heeft een zwak voor hem en daar maakt Guggenheimer graag en vaak gebruik, tenzij de vrouw (of het meisje) te lelijk is. Hij vindt zichzelf ook helemaal geweldig en is erg trots op wat hij allemaal bereikt heeft.
Verder hebben zijn secretaresse Debbie, chauffeur Jules en dienstmeisje Tutsi een grote rol. De overige personen die een rol spelen in zijn uitgeverij en zijn privé-leven zijn hele domme onrealistische mensen: de schrijvers (met uitzondering van eentje), de drukker, de kaftontwerper, ex-legermaat De Volder en de lesbische kokkinnen Alma en Yasmine.
Zijn ex-vrouw Ellen, die Guggenheimer nog vaak met een bezoekje vereert, hoeft niet bang te zijn voor haar ex-man want na een vervelende echtscheiding moet Guggenheimer financieel voor haar zorgen. Er zijn nog een heleboel andere personen maar het is niet nodig om daar informatie over te geven aangezien die maar een paar keer in het boek voorkomen en dat alleen om de macht van Guggenheimer te illustreren.
Perspectief
Het boek wordt verteld door een alwetend persoon. Auctoriaal perspectief dus.
Verhaalconventie
Het is een ongelooflijk belachelijk verhaal. Het is dan ook een satire. Het is zeer grappig maar compleet onrealistisch.
Stijl
Het lezen was erg prettig en ging vlot, want de zinnen en woorden waren niet moeilijk. Het stond vol met grappige, misschien typisch Vlaamse, uitdrukkingen en wijsheden. Qua woordgebruik was Herman Brusselmans soms wel erg grof maar dat was eigenlijk alleen maar grappig.
Het boek is ook een tijdje verboden geweest in Vlaanderen omdat Ann DeMeulenmeester, een kledingontwerpster uit Vlaanderen, in dit boek meerdere keren belachelijk wordt gemaakt door de hoofdpersoon.
Bedoeling
Motieven
De blinde bewondering van de overige personen voor Guggenheimer.
Thema
Macht en wat het met machthebbers en ondergeschikten doet.
Idee
Het is dan wel een schaamteloze satire maar ik denk dat het idee is dat men moet uitkijken met en voor macht. Dit boek illustreert de onnozelheid van Guggenheimer’s bewonderaars, het ‘volk’ waar Guggenheimer ook zo op neerkijkt. Guggenheimer is ondertussen zelf erg fout bezig.
Schrijver
Herman Frans Martha Brusselmans wordt geboren op 9 oktober 1957 te Hamme, België. Hij groeit op tot een vrij succesvol voetballer bij de plaatselijke trots Vigor Hamme. Een voetbalcarrière lonkt, topclub SK Lokeren lijft hem in, maar links-buiten Brusselmans ziet geen heil in een profvoetballerbestaan. Hij relativeert te veel, denkt te veel na en beseft dat dat geen goede eigenschap voor een voetballer is.
Hij besluit Germaanse filologie (met Engels als hoofdvak en Nederlandse literatuur als bijvak) te studeren aan de Rijksuniversiteit van Gent. Herman loopt de kantjes eraf, zit vaker in het café dan in de collegebanken en neemt al snel een baantje aan in een bibliotheek, om precies te zijn de ontspanningsbibliotheek van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Brussel. Na zijn huwelijk in 1981 vestigde hij zich in Iddergem, later (in 1986) betrok hij een flat in een van de 'hipste' buurten van Gent. Tegenwoordig woont hij aan de overkant van de straat samen met Tania en Woody.
Tussen de boeken zittend, raakt hij zelf ook aan het schrijven. Als onderwerp kiest hij zichzelf, maar hij weet het autobiografische gelukkig wel te larderen met de nodige humor. Hoofdthema is 'een existentiële, verlammende huiver voor eenzaamheid, geweld en dood' (Ed van Eeden in Kritisch Literatuur Lexicon). In een interview met Corine Koole in Het Parool merkte Brusselmans op: 'Ik beschouw mezelf als een professioneel uitdrager van een negatieve levenshouding.' In zijn romans, interviews en recensies neemt hij een provocerende zelfbewuste houding aan en geeft hij onomwonden zijn mening. Vooral voor J.D. Salinger en Gerard Reve heeft hij grote bewondering. Het relativeren, wat bij voetbal uit den boze was, bleek hier goed van pas te komen.
Zijn debuut verschijnt in 1982: een verhalenbundel met de fraaie titel: 'Het zinneloze zeilen'. Herman krijgt de smaak te pakken en blijft schrijven en schrijven. Het ene boek volgt het andere op, een roman volgt op een novelle, en tussendoor schrijft hij ook nog korte verhalen, toneelstukken en essays. Zijn tweede boek, "Prachtige ogen", krijgt in 1984 de Yang-prijs toegekend. Samen met Tom Lanoye schreef hij het toneelstuk De Canadese muur. Alle romans en verhalen kennen een hoge autobiografische graad. 'De man die werk vond' bijvoorbeeld handelt over zijn baantje als bibliothecaris. Verder spelen in tal van zijn boeken zijn eerste twee vrouwen (Phoebe en Gloria) een belangrijke rol. Ook schrijft hij tal van columns (o.a. voor 'Humo' en 'Esquire') en recensies (prachtig gebundeld in het hilarische 'De geschiedenis van de Vlaamse letterkunde').
LINK
Tevens mag hij regelmatig zijn vaak ongezouten mening etaleren op de (Vlaamse) televisie, rijdt hij graag rond op zijn motor, houdt van vrouwelijk schoon, is kettingroker en heeft sinds 17 december 1993 de drank afgezworen. Naast beroepsschrijver is hij drummer in een rockgroep, The Smiling Disease en ondanks een rol in de hitfilms "Camping Cosmo"(1996) en "La vie sexuelle des Belges 1950-78"(1994) is naar een acteercarriere is nooit actief gestreefd.
De meeste literatuurcriticasters zijn niet echt te spreken over het werk van Herman, het publiek des te meer. Een van de oorzaken daarvoor is dat Brusselmans het niet geringe vermogen heeft om zo'n twee a drie boeken per jaar te schrijven, en in de huidige literatuurkringen kan dat natuurlijk niet: een boek, daar doe je drie jaar over, zo niet gewoon je hele leven. "Ik ga niet van de daken schreeuwen dat ik niet wakker lig van de kritiek op mijn boeken", zegt Brusselmans daar zelf over. "Maar het getuigt van weinig kracht als je na 25 boeken, waarvan de laatste tien bij voorbaat worden afgekraakt, nog wakker
te liggen van kritiek. Dan heb je geen prettig leven."
LINK)
Beoordeling
Ik heb dit boek nu twee keer gelezen en ik vind Uitgeverij Guggenheimer het allerleukste boek dat er is. Het is niet mooi of gevoelig maar gewoon leuk vanwege het overdreven woordgebruik, de idiote personages en het belachelijke verhaal.
Ik kon me erg goed inleven in het verhaal, ik zag me de wereld van Guggenheimer helemaal voor me. Het boek heeft me niet aan het denken gezet. Ik weet ook nog niet zeker of het wel echte literatuur is maar ik heb gekozen omdat ik er wel een, naar mijn idee, duidelijke idee en thema uit kon halen.
Ik heb ook de andere Guggenheimer-delen gelezen, maar vond deze het sterkst. De gesprekken tussen Guggenheimer en Tutsi zijn hilarisch: ‘Voila, maestro, your miljaardedzju,’ zei ze. ‘Merci bien, Tutsi,’ zei Guggenheimer, ‘tu peux beschikken. Arrividerci por favor.’ ‘Grazie, sir,’ zei ze, en ze verliet Guggenheimers bureau.’
In het boek worden ook heel veel Vlaamse bekende mensen behoorlijk vernederd door de hoofdpersoon. Ik ken de meeste mensen niet maar ze werden op een banale manier afgezeken en ik kan me voorstellen dat mensen vinden dat Brusselmans dat wat subtieler had moeten doen. Maar dat is waarschijnlijk zijn manier om in de publiciteit te komen.
Zijn overige boeken vind ik lang niet allemaal even leuk. De komische boeken (met name deze) kan ik iedereen aanraden.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen