
|
Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 9 december 2003 |
Niveau: | 3 vwo |
Taal: | |
Woorden: | 2746 |
Opvragingen: | 5003 (0 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | De bavianenkoning |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 1982 |
Prijs: | Winnaar Gouden Griffel 1983 |
Auteur: | |
Pseudoniem voor: | Kuyten, Anton |
Geslacht: | man |
Nationaliteit: | Nederlands |
Populaire titels: |
|
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
2. De bavianenkoning | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |

SAMENVATTING
Deel 1.
Het verhaal speelt zich af in de hooglanden van Centraal Afrika.
Op een nacht wordt het vee van de Kikoejoe-stam aangevallen door een luipaard. De njama’s, de speerdragers van de Kikoejoe-stam en de beschermers van het vee, proberen het luipaard te doden. Bij het gevecht is een njama om het leven gekomen. De luipaard ontsnapt. Mauro, het dorpshoofd, stuurt de njama’s de volgende dag de heuvels in met de opdracht het luipaard te vinden en te doden.
De Kikoejoe’s zijn boeren. Ze jagen niet. Van jongs af aan wordt hen bijgebracht dat jagen een barbaarse bezigheid is. Alleen als je geen land en geen vee hebt, ga je jagen. Maar een ware Kikoejoe zorgt er wel voor dat hij zo’n primitief bestaan niet nodig heeft. Het was dus niet zo vreemd dat de njama’s het spoor van de luipaard kwijtraakten. Dan bedenkt men een oplossing: de jongen Morengároe.
Morengároe is een Kikoejoe jongen met een jagershart. Hij leeft van de jacht en de handel. In de ogen van de andere Kikoejoe is Morengároe echter een barbaar. Iemand die zich tevredenstelt met een simpel jagersleven en die te dom is voor boer.
Morengároe aanvaarde de opdracht, tegen betaling van één koe en één stier, beiden van dezelfde kleur. Koeien zijn het symbool van rijkdom. Mauro, het dorpshoofd, kan niet anders dan Morengároe betalen. Wie weet wie het luipaard nog aan zal vallen? Uiteindelijk, na bijna zelf gedood te zijn, lukt het Moengaroe om het luipaard met een van zijn giftige pijlen te doden.
Deel 2.
De voorgeschiedenis van Morengároe wordt verteld. Zijn moeder, dochter van Mauro het stamhoofd, was als jong meisje verkocht voor een koe en een stier aan een Massai-herder, die op doortocht was.
De Massai-vader van Morengároe beschouwde zijn Kikoejoe-vrouw als de minste van zijn bijvrouwen, toen eenmaal het harde nomadenbestaan haar jeugd en haar schoonheid hadden aangetast. Hun zoon Morengaroe, half Massai, half Kikoejoe, werd beschouwd als minderwaardig. Op een gegeven moment trok Morengároe het niet meer en is weggegaan bij de Massai, naar de Kikoejoes, de stam van zijn moeder. Hij wilde alleen geen boer worden zoals alle andere Kikoejoe, daarvoor was hij teveel Massai.
Morengároe zat ergens tegen een boom terwijl beneden in het dorp ‘t oogstfeest plaats vond. Opeens stond er een oryx voor hem. Hij keek de oryx recht in de ogen en zag zijn spiegelbeeld. De oryx knipperde. Opeens was zijn spiegelbeeld in een baviaan veranderd. Morengároe werd bang en begon te schreeuwen. Hij besefte dat de eenhoorn een boodschapper was geweest, een grote verandering was op komst. Snel ging hij naar huis en ging slapen.
Ondertussen hadden twee jonge njama’s een plannetje bedacht. Ze wilden Morengároe eens goed laten schrikken. Ze gingen naar zijn hut toe en zagen daar de huid van de beruchte luipaard die te drogen hing. Terwijl dit gebeurde was Morengároe aan het dromen over de laatste dag bij de Massai, voordat hij naar de Kikoejoes ging. Hij moest een leeuw doden, om ‘volwassen’ te worden. Net als hij in zijn droom/herinnering de leeuw gedood heeft beginnen de jongens die de luipaardenhuid over zich heen hadden getrokken zo echt mogelijk te grommen. Morengároe, die wakker schiet, pakt in een reflex zijn speer en dood de luipaard, alleen is het geen luipaard, hij doodde de jongen. De grote verandering is gekomen.
Deel 3.
De raad van wijzen komt bijeen om het vonnis van Morengároe te bespreken. De vertegenwoordigers van de familie van de dode jongen proberen een zo hoog mogelijke buit eruit te krijgen. De rechtspraak door de raad van wijzen is erg onredelijk. Mauro, hoogste rechter omdat hij dorpshoofd is, heeft Morengároe zijn koeien, zijn trotse bezit dat hij gekregen had toen hij het luipaard had gedood, afgenomen. Maar het ergste is dat hij Morengároe heeft verbannen. Dat is op zich nog niet zo erg, want het is traditie om de schuldige aan het eind van de rechtspraak te verbannen; als de schuldige dan om vergiffenis vraagt aan de slachtoffers, hoeft die eigenlijk nooit weg te gaan. Maar Mauro weet dat zijn kleinzoon nooit om vergiffenis zal vragen, daarvoor is Morengároe te trots, er zit teveel Massai in zijn bloed. Zo weet Mauro zijn gehate kleinzoon voorgoed weg te werken.
Morengároe trekt de heuvels in en ziet de volgende ochtend de eenhoornige oryx. De oryx gaat richting noordoosten. Morengároe besluit hem te volgen, aangezien hij nergens gewenst is en geen doel heeft.
Dagen, weken achter elkaar volgt hij het spoor van de oryx. Dan vindt hij het dode lichaam van de oryx, vermoord door een leeuw. Nu heeft Morengároe helemaal geen doel meer. De sporen van de oryx zijn opgehouden. Hij besluit dan maar op die plek te blijven.
Plotseling komt er een troep bavianen op hem af. De leider van de troep, de bavianenkoning daagt Morengároe uit met hem te vechten.. het lukt hem de Bavianenkoning te doden.
Deel 4.
Hoewel Morengároe ernstig verwond is weet hij zichzelf naar een holle boom te slepen. Hij weet zichzelf in leven te houden door insecten te eten en de regen, opgevangen door zwammen, te drinken. Af en toe komt een van de apen naar hem kijken.
Als hij sterk genoeg wis komt hij uit de boom. Zijn lichaam is zwaar verminkt. Hij observeert de apen en leert zo wat hij wel of niet kan eten. Hij komt erachter dat de bavianen hem als koning beschouwen. Telkens als hij op de bavianen afkomt wijken ze uiteen, om hem door te laten. Ze maken verzoenende gebaren en proberen hem op geen enkele manier aan te vallen.
Morengároe weet zich heel aardig aan te passen aan het leven bij de apen. Bij hen heeft hij bescherming, omdat de wilde dieren niet op de troep apen af durven te komen. Daarom besluit hij bij de groep te blijven.
Hij krijgt het respect die een bavianenkoning verdient. ‘De Grijze’, een wat oudere aap die bij de leiding hoort, heeft de plichten van opperbevelhebber overgenomen, maar de apen blijven Morengároe toch als koning beschouwen. ‘De Grijze’ voert alleen de plichten uit.
Deel 5.
Een luipaard is gekomen. Twee apenjongen en een mannetje worden gepakt door de luipaard. Morengároe weet niet wat hij moet doen. Waarschijnlijk verwachten ze van hem dat hij actie onderneemt, maar hij wat moet hij doen? Hij heeft alleen een stok als wapen. Op een nacht is de luipaard weer terug gekomen. ‘De Grijze’ probeert de luipaard te doden, maar het oude mannetje kan nooit tegen de luipaard op. Hij gaat dood. Een stille optocht wordt gehouden, als een soort van rouwstoet, als ze ‘De Grijze’ naar het ravijn brengen. Morengároe begrijpt dat nu de machtsstrijd tussen de twee bondgenoten van ‘De Grijze’ zou losbarsten. Daarna zou de winnaar Morengároe uitdagen voor het beslissende gevecht. Het liefst zou Morengároe het ravijn inspringen, maar iets houdt hem tegen. Hij besluit dat hij de moord op ‘zijn’ onderdanen en op zijn stille vriend ‘De Grijze’ moet wreken.
Deel 6.
Morengároe weet alleen niet hóe. Hij heeft geen speer meer, geen pijl en boog, zelfs geen mes. Toch is hij hoopvol; ‘Er moet een manier bestaan. Je kan geen speer gooien, geen pijl afschieten, niets van dat alles - Maar je kan spoorvolgen en je kan denken.’
Tijdens een van zijn overpeinzingen krijgt hij een visioen. Daarin ziet hij een veld vol stugge puntige halmen. Na enige tijd snapt hij dat hij een net moet maken om de luipaard te vangen.
Weken is hij bezig het net te maken. De bavianen proberen hem de spullen uit zijn handen te rukken. Voor hen leek het alsof de bavianenkoning aan het spélen was. Maar Morengároe slaat gewoon om zich heen met zijn knuppel, zo dwingt hij zijn respect af.
Het net is klaar maar Morengároe weet niet waar hij de luipaard vinden kan. De regen spoelt alle sporen weg. Dan krijgt hij weer een visioen, dit keer over een kloof. Hij snapt dat hij daar naar toe moet gaan, maar telkens als hij probeert de bavianen mee te lokken gaan er hooguit een paar nieuwsgierige mannetjes mee. Maar toen hij genoeg eten verzamelde voor de groep om twee weken van te leven voelde hij zich overtuigd van zichzelf. Telkens strooide hij een beetje eten en door zijn zekere uitstraling wist Morengároe de apen te overtuigen hem te volgen. Hij leidde ze naar de kloof en aan het einde van de kloof was alleen een grot. Daar was de luipaard.
Morengároe spant het net voor de grot. De bavianen begrepen het plan en maakten zich klaar voor de aanval. Morengároe klom naar de achterkant van de grot en jaagde de luipaard naar buiten. Zijn onderdanen vielen het beest aan toen hij in het net rende. Morengároe klom terug naar de top van de kloof. Hij had zijn daad gedaan, zijn volk gered en ‘De Grijze’ gewroken.
Hij keerde zich om en liep weg. De weg terug naar de bewoonde wereld.
HOOFDPERSOON
Deel 1.
De hoofdpersoon is Morengároe. In het eerste deel wordt verteld dat hij half Massai, half Kikoejoe is.
De Massai worden beschreven als bloeddorstige wildemannen, die leven van de jacht. Bij hen telt hoe moedig je bent.
Erg duidelijk blijkt dat Morengároe erg vecht met zijn gevoelens. Aan de ene kant wil hij Massai zijn, aan de andere kant Kikoejoe. Gelukkig kan hij wel om zichzelf lachen: ‘Hier stond hij, half Massai, half Kikoejoe. Hij hoorde nergens thuis en was bij niemand welkom. En evengoed zou hij straks twee levensgrote koeien bezitten. Dat was toch een pracht van een grap!’
Morengároe is dapper en heeft duidelijk zijn eigen mening. De normen en waarden van de Kikoejoe laten hem onverschillig. Hij is het niet eens met de manier waarop de macht verdeeld is bij de Kikoejoe. De dorpshoofden houden de gewone Kikoejoe klein door hen te imponeren met indrukwekkende offerceremonies. Je kan niets doen – niet trouwen, geen vader-worden, geen nieuwe akker in gebruik nemen, niemand begraven, of ‘t kost een offer van twee of drie geiten..
Deel 2.
Morengároe beseft dat hij de verschillen tussen de Kikoejoe en de Massai eerst steeds in het voordeel van de Massai uitlegde en dat de levenshouding van de Kikoejoe weliswaar tam is, mar een mogelijkheid met zich meebrengt die bij er bij de Massai niet is. De mogelijkheid om anders te zijn!
Waarom mag er maar één vorm van moed bestaan? Morengároe denkt erg over dit soort dingen na en voelt zich tegelijk schuldig en opgelucht. Het blijft hem bezwaren dat de Massai hem niet als gelijke willen erkennen.
De droom van Morengároe gaat dus over vroeger, toen hij nog bij de Massai was; in de droom wordt duidelijk hoe eenzaam en uitgestoten hij was. Maar hij bleef proberen aan te tonen dat hij wél een echte Massai was, door moediger te zijn dan de rest. Toen hij oud genoeg was om moran te worden werd hij meegenomen naar de velden om een leeuw te doden. Eerst was hij verstijfd van angst en liet hij de leeuw langs zich heen glippen zonder poging om hem te doden, waardoor de leeuw op een van de andere morans af kwam. Dit zou de dood van die moran betekenen. Maar de moran keek naar Morengároe met zo’n haat en zó misprijzend, dat de vechtlust in Morengároe op kwam borrelen en hij zich op de leeuw stortte en hem doodde. Dit leidt indirect enige tijd later, na de droom hierover, ongelukkigerwijs tot de dood van een Kikoejoe jongen die slechts plagen wilde.
Deel 3.
Morengároe volgt dus het spoor van de onyx. Hij weet dat hij nergens naartoe kan. Nooit meer zal hij terug naar de Kikoejoe’s kunnen, of naar de Massai. Geen enkel ander volk ook zal de verbannen zwerver bij zich op willen nemen. Eenzaam volgt hij het spoor. Eerst weet hij zich nog goed te houden, maar langzaamaan begint de eenzaamheid aan hem te knagen. Een kuddedier kan nou eenmaal niet alleen overleven.
Geleidelijk voelde hij dat de eenzaamheid hem begint te veranderen. Het is alsof hij steeds minder menselijk wordt en steeds meer begint te lijken op de dieren die hem omringen. Opstaan, eten, zwerven, slapen.
Het lijkt wel alsof hij gek wordt. Hij begint in zichzelf te praten, heeft dialogen met zichzelf, hoewel hij nog wel helder is, want hij begrijpt zijn eigen tegenstrijdigheid. Hoe hij, als Massai, altijd zijn bijgedachten en twijfels heeft geprobeerd te verdringen, en later als Kikoejoe heeft geprobeerd om geen Massai te zijn.
Opeens hoort hij een stem in zijn hoofd die hij zelf uitspreekt; ‘Eenhoorn moet dood’. Hij snapt er niks van. Hij besluit dat er een thahoe, een vloek, op hem geworpen sinds de avond dat hij zijn eigen weerspiegeling in de ogen van de oryx zag. Sindsdien heeft het lot zich tegen hem gekeerd.
Dan komt hij de apen tegen en wordt hij uitgedaagd tot een gevecht. De mens Morengároe begint niet te lachen omdat hij als een baviaan behandeld wordt, maar Morengároe laat zich ertoe overhalen op die persoonlijke uitdaging in te gaan, als een baviaan.
Deel 4.
Morengároe wordt steeds meer een baviaan en hij wordt steeds meer één met de natuur. Hij begint minder te praten, en wat hij zegt zijn slechts halve zinnen, eigenlijk meer klanken.
Ook begint Morengároe het bavianentaaltje beter te begrijpen en gebruikt het zelf ook. Alleen als hij helemaal alleen in zijn holle boom gaat slapen denkt hij ‘menselijk’ na over zijn leven. Hij gaat dan erg twijfelen en hij snapt niet waarom niet een van de andere mannetjes het allang tegen hem opgenomen heeft om zelf koning te worden. Blijkbaar hebben de apen hebben hem als koning geaccepteerd.
Deel 5.
Met het verstrijken van de tijd begint Morengároe steeds meer te verlangen naar een beetje aanspraak. Geleidelijk aan is hij zijn metgezellen anders gaan bekijken. Eerst was hij diep onder de indruk geweest, nu ontbreekt hem steeds meer iets heel belangrijks: verbale communicatie.
Morengároe bedenkt dat het leven van de bavianen heel eentonig en saai is. Geboorte, leven en dood spelen zich maar op een klein stukje grond af. Hun dagindeling is elke dag hetzelfde. Hij voelt zich steeds meer in een sleur terechtkomen. Morengároe wordt eigenlijk steeds gefrustreerder, krijgt kleine woedeaanvalletjes. Totdat de luipaard komt en hij een nieuw doel heeft. Eindelijk kan hij iets doen buiten opstaan, eten, slapen. Hij moet de luipaard vinden en doden.
Deel 6.
Morengároe heeft ondertussen een echt duidelijke ontwikkeling ondergaan. Hij denkt na over ‘zijn onderdanen’ en hij wil ‘t beste voor ze. Tegelijkertijd beseft hij nog dat hij mens is. Hij ziet in dat hij slimmer is dan een baviaan en beseft het ongemak dat hij de bavianen niet aan hun verstand kan brengen dat hij helemaal niet zit te spelen, als hij dat net aan het maken is, maar dat hij bezig is met hun redding. De zekerheid die Morengároe uitstraalt, haalt hen over naar hem te luisteren, hem te volgen, hem te vertrouwen.
Als hij hen dan eindelijk op de plek van bestemming heeft gebracht en ze de luipaard hebben gedood, gaat hij dat doen waar hij waarschijnlijk onbewust naartoe heeft gewerkt. Hij heeft zijn missie volbracht, zijn onderdanen gered en gaat terug. Terug naar zíjn volk. De mensen.
MIJN MENING
Ik vind het een meeslepend boek, maar zodra je het uit hebt en je er over na gaat denken, ga je inzien wat een onzin er eigenlijk allemaal wel niet verteld wordt. Dit klopt ook wel, want ik kwam erachter dat de schrijver nooit in Afrika is geweest! Ik had wat moeite bijvoorbeeld met dat de hoofdpersoon zijn spiegelbeeld ziet in de ogen van de oryx. Een oryx heeft de ogen aan weerszijden van zijn vrij hoge, spitse kop – hij lijkt een beetje op een antilope. Dan kan je dus nooit je eigen spiegelbeeld in z’n ogen zien, of hooguit in 1 oog tegelijk… Ook wat die bavianen betreft, een kudde bavianen rent weg als ze een mens zien, een mens is twee keer zo groot als een baviaan. Desondanks is het een spannend boek. De dromen, flash-backs en vooruitblikken drijven de spanning op. Doordat alles vanuit de hoofdpersoon wordt verteld, leef je als lezer met hem mee. Je wordt als het ware een beetje de buitenstaander die hij is. Je ziet het allemaal voor je.
Het einde vond ik erg droevig, Marengaroe is een beetje je held geworden en tot slot is hem dan geen happy end gegund. Invalide en oud, wat kan dat nog worden? Ik had liever dat hij gewoon bij de bavianen bleef, helemaal baviaan werd, en daar zijn laatste dagen zou slijten! Toch, het niet duidelijk goed aflopende einde heeft ook z’n charmes. Je blijft nog wel een tijdje doordromen over hoe hij dan bij de mensen ontvangen gaat worden en zo.
Kortom, de schrijfstijl is goed maar het magische realisme boeit me niet erg veel. Ik geef dit boek een zesje.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.