geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
A Zakelijke gegevens:
1. Titel: Transit
2a. Auteur: Hella Haasse
b+c. Gegevens over de auteur:
Hellena Serafia van Lelyveld-Haasse werd op 2 februari, 1918 geboren in Batavia (Jakarta).
Ze werd dus geboren in Nederlands-Indië. Haar vader was daar bestuursambtenaar (wat we nu fiscaal rechecheur noemen). Haar moeder (Katharina Diehm Winzenhöhler) gaf pianolessen en trad zo nu en dan op. Ze was het enige niet-roomsche kind op de katholieke kleuterschool in Soerabaja.
In 1919 gaat het gezin voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Onderweg wordt moeder ziek. Hella wordt ondergebracht bij haar grootmoeder in Heemstede en van 1924 tot 1928 in Baarn in een kinderpension. Haar moeder gaat naar een kuuroord in Zwitserland. In 1928 gaat het gezin terug naar Batavia.
Hella gaat naar het gymnasium in Batavia. Hier wordt ze een fanatiek lezer. Dan al wordt ze een liefhebster van vooral historische romans. Ze begint zelf aan een historische roman: 'Het Huys met de Meerminne'. Na enkele hoofdstukken kan ze er niet mee verder. Na het eindexamen gaat ze in 1938 in Amsterdam Scandinavische Taal- en Letterkunde studeren. In 1941 stopt ze met deze studie en gaat aan de Amsterdamse Toneelschool studeren. In 1943 slaagt ze hiervoor.
In 1944 trouwt Hella S. Haasse met Jan van Lelyveld (hij was rechter). Ze krijgen drie dochters. De oudste van de drie overlijdt jong aan difterie. Ze woonden in Baarn.
Hella S. Haasse schrijft poëzie, romans, novellen, toneelstukken, essays en reisbeschrijvingen. Ze heeft een voorkeur voor historische onderwerpen. Vanuit haar voorkeur voor geschiedenis en psychologie heeft ze een geheel eigen stijl ontwikkeld en is daardoor niet onder te brengen bij een bepaalde literaire stroming.
C. Hella Haase heeft in haar leven heel veel boeken geschreven en ook 7 toneelstukken. Dit zijn alle boeken die ze heeft geschreven:
· Oeroeg (boekenweekgeschenk 1948)
· Stroomversnelling (1945)
· Het woud der verwachting. Het leven van Charles van Orléans (1949)
· De verborgen bron (1950)
· De doolhof (roman, waarvan 8 auteurs ieder een hoofdstuk schreven, met een prijsvraag, waarbij de lezers de juiste schrijver bij ieder hoofdstuk moesten plaatsen) (1951)
· De scharlaken stad (1952)
· Zelfportret als legkaart (autobiografie) (1954)
· De ingewijden (1957)
· Cider voor arme mensen (1960)
· De meermin (1962)
· Een nieuwer testament (1966)
· Persoonsbewijs (autobiografie) (1967)
· De tuinen van Bomarzo (1968)
· Krassen op een rots (reisnotities) (1970)
· Huurders en onderhuurders. Een fictie (1971)
· De meester van de neerdaling (verhalen) (1973)
· De duvel en zijn moer (1973)
· De kooi (1973)
· Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven (1976)
· Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter (1978)
· De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck (1981)
· De wegen der verbeelding (1983)
· Berichten van het blauwe huis (1986)
· Schaduwbeeld of het geheim van Appeltern (1989)
· Mevrouw Bentinck. Onverenigbaarheid van karakter & De groten der aarde (1990)
· Heren van de thee (1992)
· Een handvol achtergrond, 'Parang Sawat' (1993)
· Twee verhalen (Genius Loci/Het tuinhuis) (175 genummerde ex.) (1993)
· Transit (boekenweekgeschenk 1994)
· Zwanen schieten (1997)
· Fenrir - Een lang weekend in de Ardennen (2000)
· Een doolhof van relaties (2002)
· Sleuteloog (2002)
3. Illustrator: er is geen tekenaar.
4. Uitgever: Em Quirido’s Uitgeverij
Plaats: Amsterdam
Jaar van uitgave: 1994
B Inhoud van het boek:
1. Genre: avontuur
2 a. De hoofdpersonen:
Xenia (bijnaam: Iks):
Gelijk in het begin van het boek wordt haar uiterlijk al beschreven. Zwarte, wollen leggins had ze aan, zwarte rijglaarzen, en over een zwarte trui die tot op haar heupen hing, en een kort jek van zwart kunstleer. Een scheur in de linkermouw was een met zwartgemaakte plijster dichtgemaakt. Haar haren droeg ze kortgeknipt, een donkerblonde kap. Haar hele aardse bezit zat samengeperst in een klein model rugzak.
Iks is een zwervend, jong en best intilligent meisje. Ze heeft niet veel ambities, behalve haar vriend Daan helpen en haar vriendin Alma zoeken. In haar verleden is ze veel door Europa gereist, door te liften. Af en toe werkte ze ergens, zodat ze weer verder kon reizen.
Daan:
Daan is een jongen waar het heel slecht mee gaat. Hij is door omstandigheden in een hele diepe put geraakt, en haast niet meer te redden. Zijn blik is leeg. Hij ziet er erg onverzorgd uit. In het boek spreekt hij amper.
Alma:
In het boek zijn er geen momenten waar zij in voorkomt, maar er wordt wel veel over haar verteld. Onder andere over het verleden met Alma, Daan en Xenia.
In het boek probeerd Alma haar te zoeken, omdat niemand weet hoe ze terecht is gekomen. Sommige mensen dachten dat ze een model was geworden, maar aan het einde van het boek blijkt dat het veel slechter met haar gaat.
Meneer Cluysman:
Doordat Alma een sleutel van meneer Cluysmans huis had gevonden, was ze daar naartoe gegaan. In mijn samenvatting lees je hier meer over. Ze mocht dus blijven in het huis van meneer Cluysman, omdat hij iemand nodig had voor het huishouden. In de tussentijd dat ze bij meneer Cluysman verblijfd komt Iks meer te weten te komen over meneer Cluysman. Ze noemt hem ‘kluisenaar’, want in feite is hij dat ook. Hij komt nooit zijn huis uit, omdat hij zich volledig heeft afgekeerd tegen de maatschappij. De hele dag zit hij in zijn grote huis, waar hij stapels boeken heeft, en een mooie gallerie van schilderijen. Hij is wel een vriendelijke man, en heeft ook interresse in Iks’ verhalen.
B. Belangrijke bijfiguren:
Fennechien:
Dit is de vorige verzorgster van meneer Cluysman. In het begin van het boek zit Iks naast haar, terwijl Fennechien een broodje zit te eten. Ze mompelt een beetje in haarzelf. In het boek blijkt dat meneer Cluysman een beetje een hekel aan haar had. En uit het boek was af te leiden dat ze misschien wel expres haar sleutel had verloren, omdat ze niet meer bij meneer Cluysman wou wonen.
Een donkere, onvriendelijke man:
Ik beschrijf hem zo, omdat de naam van deze man niet bekend is. De man komt Xenia wel eens tegen op straat, en heeft gezien dat ze in het huis van meneer Cluysman verblijft. Hij probeert al jaren het huis binnen te komen, en hij zag zijn kans bij Xenia. In ruil voor een tip om Alma te vinden, zou Iks hem naar binnen laten. Maar nadat ze de tip had gekregen van deze man was ze weggelopen, en had niet gezegd dat hij van haar naar binnen zou mogen.
De overige personen in dit boek zijn mensen die Xenia de weg wijzen om Alma te vinden.
C. De relaties tussen deze personen:
Het meeste heb ik al in 2 a en b verteld.
Xenia was bevriend met Alma en Daan. Ze probeert Daan te helpen, en in het boek probeert ze Alma te zoeken.
Uit het boek is af te leiden dat Alma en Daan vroeger een liefdesrelatie hadden.
Iks woont een deel van het boek bij meneer Cluysman.
3. In welke plaatsen speelt het zich af?
Het speelt zich de gehele tijd af in Nederland, de plaats is niet bekend, maar waarschijnlijk is het een grote stad.
Soms worden er kleine verhaaltjes verteld over Xenia toen ze in Europa was.
4. In welke tijd/periode speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af in de tijd van nu.
5. Een samenvatting van het boek:
Na een jaar door Europa te hebben gezworven komt Xenia (ook wel Iks genoemd) weer terug in Amsterdam. Ze heeft haar middelbare school niet afgemaakt evenals haar twee vrienden Daan en Alma. Ze hadden een idee om te gaan werken en dan de wereld in te trekken. Alleen Iks is uiteindelijk gaan reizen, wat er met Alma en Daan is gebeurd weet ze niet en ze is van plan daar, nu ze weer in Amsterdam is, achter te komen.
Net terug in Amsterdam kwam Iks Daan tegen op het centraal station. Daan was zwerver geworden. Maar hij wou niets van de aangeboden hulp van Iks hebben en hij sloeg op de vlucht. Ze besluit om Alma te gaan zoeken.
Als ze daar aankomt, blijkt dat ze er niet meer woont. Degene die er woont, weet ook niks van haar af. Omdat Xenia wel wilt weten hoe het nu met Alma is, gaat ze haar zoeken.
Als ze op een dag in een park zit, zit er een vrouw naast haar. Ze zit in haar tassen te graaien, en eet een broodje. Ze eet het niet helemaal af, dus als ze weer weggaat besluit Xenia om het boordje verder op te eten. Als ze klaar is ziet ze dat de vrouw een sleutel is vergeten, maar de vrouw is nergens meer te bekennen. Er staat een adres op.
Ze gaat naar het huis om de sleutel terug te geven, in de hoop op een beloning. Maar als ze er is, doet niemand open. Ze wacht een tijd totdat het begint te regenen. Ze besluit om maar naar binnen te gaan. Eenmaal binnen zoekt ze de koelkast op, drinkt een beetje yogurt en gaat op de bank liggen, om even uit te rusten. Al snel valt ze in slaap.
Even later wordt ze wakker gemaakt door een bonk, die ze boven haar hoort. Ze gaat boven kijken, en ziet daar een oude man zitten.
Hij vraagt haar of ze de nieuwe huishoudster is, en of zijn zus haar heeft gestuurd. Ze zegt dat ze een sleutel heeft gevonden, en verteld wie ze is.
Dus ze verteld ook dat ze op dit moment geen dak boven haar hoofd heeft.
Hij vraagt haar of ze wilt blijven, om het huishouden te doen. Dan krijgt zij onderdak, en eten. Dat doet ze, maar ze zegt wel dat het tijdelijk is.
Dus ze blijft daar.
Ondertussen gaat ze nog steeds op zoek naar Alma.
Op een dag komt ze een man tegen, die nogal onvriendelijk tegen haar doet. Hij weet dat ze bij meneer Cluysman verblijft, en weet ook wie Alma is.
In ruil voor een tip om Alma te zoeken, zou Xenia hem binnen laten. Hij geeft de tip, en zonder nog iets te zeggen gaat Xenia verder.
Tijdens haar verblijf bij meneer Cluysman komt ze veel over hem te weten. Ze noemt hem ‘kluizenaar’, omdat hij hele dagen in zijn grote huis zit, en nooit naar buiten gaat. Hij hoeft niks te weten van de buitenwereld, en heeft zich dus volledig afgezet tegen de maatschappij. Het enige wat hij heeft zijn zijn herinneringen, zijn boeken en zijn kunst. Hij is ook geintereseerd in Xenias en verleden, en hoe zij zo terecht is gekomen, dus Xenia, niet onbeleefd, verteld haar verhaal. Naarmate ze meer gesprekken met elkaar hebben raken ze een beetje bevriend.
De volgende dag komt Xenia Daan weer tegen en besluit om hem mee te nemen naar meneer Cluysmans huis. Ze wil hem daar eten geven, een douche en een beetje rust. Als ze er zijn, merkt meneer Cluysman dit, en wordt erg boos. Hij stuurt Daan weg. Een dag later lezen ze in de krant dat hij die dag overleden is.
Ondertussen gaat ze verder met het zoeken naar Alma. Met de tip die ze van de man heeft gekregen gaat ze naar een sportcentrum waar iemand haar heeft gekend. Maar Alma is er niemeer. De man die haar kende weet wel waar ze ongeveer is, en stuurt Xenia door naar Maria: een heroinehoertje.
Ze gaat naar Maria. Maria kent Alma ook. Ze zegt dat Alma ook een heroinehoertje is geworden. En omdat ze heel erg in de put zat, was ze mee met een soort vertrouwenspersoon: een of andere man uit Antwerpen. Maria geeft haar zijn nummer.
Xenia gaat weer terug naar meneer Cluysman, maar deze keer om afscheid te nemen van hem, omdat ze verder op zoek gaat naar Alma. Dit vind meneer Cluysman heel erg jammer, omdat Xenia een van de weinige is die hij mag. En omdat hij niet wilt dat ze weggaat, biedt hij alles wat hij heeft aan. Hij wil dat Xenia weer verder gaat met school, en zal er alles voor willen doen. Hoe ontroerd Xenia ook is, ze wilt Alma zoeken en helpen. Maar wat ze nog wel doet, is hem na twintig jaar mee naar buiten nemen. Hij was weer onafhankelijk. De Albert heyn was om de hoek, en zijn zus had beloofd om weer hulp te zenden.
Als Xenia weer onderweg is naar meneer Cluysman, komt ze de onvriendelijke man weer tegen. Hij zegt haar dat ze beloofd had om hem binnen te laten bij het huis van meneer Cluysman, omdat hij haar die tip had gegeven. Ze loopt verder maar hij houdt haar tegen, en voelt dat ze een sleutel in haar jaszak had. Dat was ze helemaal gegeven. Natuurlijk wilt Xenia de sleutel niet geven, en verzint een list. Ze ziet dat er een tram langskomt. Ze zegt tegen de man: ‘Als je me loslaat, geef ik je de sleutel.’ Hij laat haar los, en ze pakt de sleutel. Op het moment dat de tram langskomt, gooit ze de sleutel in het water, en springt in de tram.
Ze ging naar de ouders van Daan, een andere vrouw deed open en zei dat Iks er niet in mocht.
Ze gaf een boodschap door:
‘ ‘Zeg tegen ze dat Daan geen junk was. Dat is hij nooit geweest, dat had hij niet kunnen zijn. Dat moeten ze geloven! Hij heeft iemand willen helpen, die met drugsbazen te maken had en gevaar liep. Hij liet zich liever vernielen dan die ander te verraden.’’
Hierna stapte ze op de trein naar Antwerpen, naar Alma. Ze was weer in transit.
6. Wat voor begin heeft het boek?
Het is een open begin. Dat betekend dat het midden in het verhaal begint. Ze is namelijk net weer terug in Amsterdam.
7. Hoe lang duurt het verhaal?
Het eerste hoofdstuk van het verhaal heet ‘zondag’, en het laatste hoofdstuk heet ook ‘zondag’. Elk hoofdstuk is een dag, en het duurt dus 8 dagen.
8. Perspectief:
Het verhaal wordt verteld door de schrijfster, dus een alwetende verteller.
C Beoordeling van dit boek:
1.
Het was een best interessant onderwerp, omdat het gaat over een zwervend meisje, en de verhalen daarom heen.
Het was leuk te zien dat een leven van een meisje zoals mij er heel anders uit kan zien.
2.
De mooiste scene van het boek vind ik, de scene waarin Xenia afscheid neemt van meneer Cluysman. Ze brengt hem mee naar buiten, terwijl hij twintig jaar niet buiten is geweest. Dat is dus wel mooi om te lezen.
3.
Er zijn geen illustraties.
Op de kaft zie je een meisje lopen, met het uiterlijk van Xenia. Ze loopt langs de spoorrails. Dus op het station, waar Xenia in het begin van het verhaal veel tijd doorbrengd. De kaft heeft dus te maken met heel het verhaal, omdat heel het verhaal over Xenia gaat.
4.
De titel van het boek is ‘transit’. Voordat ik dit boek had gelezen, wist ik niet wat dit betekende. Het allerlaatste woord van het boek is ‘transit’. De zin: “Ja, zo kun je het noemen: in transit.” Dit betekent dat ze op doorreis is.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.