Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?

Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

Boekverslag Boudewijn Büch

De kleine blonde dood

... 40 41 42 43 44 [45] 46 47 48 49 50 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

Rene Katier

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2298

Opvragingen:

13

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (10 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Boudewijn Büch

Laatst gewijzigd op 2 november 2003

Samenvatting:
De kleine blonde dood.
Boudewijn Buch.

Er lopen twee tijden door elkaar. Het ene verhaal gaat over de jeugd van Boudewijn, en dat gaat grotendeels over zijn vader, die aan het eind zelfmoord pleegt. Het andere verhaal speelt zich af als Boudewijn volwassen is en een zoontje heeft, Micky.

Het boek gaat over Boudewijn Büch en zijn relatie met zijn vader en zijn zoontje. Het begint als Boudewijn op schoolreisje gaat naar Nijmegen. Ze zullen ook een paar passen op de Duitse grond zetten, maar zijn vader wil dat niet hebben, want hij heeft een trauma aan de oorlog overgehouden en is daardoor anti-Duits geworden. Als ze bij de Duitse grens zijn moet Boudewijn bij zijn leraar in Nederland blijven. Als Boudewijn opeens een zeldzame vlinder ziet vliegen (een landkaartje), gaat hij er achteraan om hem voor zijn vader te vangen. Als hij hem te pakken heeft ontdekt hij na een tijdje, dat hij in Duitsland verdwaald is. Twee Duitse douanebeambten houden hem aan en brengen hem terug naar de rest van de klas. Als zijn vader, die eerst dolblij is met de vlinder, het verhaal hoort, want Boudewijn verspreekt zich, gooit hij de vlinder op de grond, maakt hem helemaal kapot en schreeuwt: 'Ik wil geen Duitse vlinders'. Het duurt een week voordat hij weer met Boudewijn praat.
In het derde hoofdstuk gaat Boudewijn met zijn vader op Prinsjesdag naar de gouden koets kijken. De vader van Boudewijn vereerde het koningshuis enorm. Als ze gaan kijken zingt en schreeuwt de vader van Boudewijn uit volle borst mee, en als de gouden koets voor hem, achter het hek, klimt hij erover, en begint op de ruiten te slaan. Iedereen scheldt hem uit en verklaart hem voor gek. Hij wordt op het politiebureau een tijdje vastgehouden.
In het vijfde hoofdstuk wordt er meer verteld over het vreemde gedrag thuis en dan vooral van zijn vader. Als hij een keer zomaar vertrekt zonder iets te zeggen, gaat een broertje van Boudewijn in de kamer van zijn vader kijken. Hij heeft daar in een kast gekeken die voor iedereen verboden was. Hij zag daar foto's van concentratiekampen en gemartelde mensen. Als zijn vader terugkeert van zijn reis, merkt hij dat er iemand in de kast is geweest. Zijn vader wordt woedend en Boudewijn's broertje wordt geslagen en geschopt. Daarna wordt ook verteld dat op een decemberdag voor Kerst zijn vader naar beneden komt. Hij vertelt dat hij geen kerst wil vieren, later zegt hij dat hij helemaal geen feestdagen meer wil vieren. De reden hiervoor wordt niet gegeven. Als later op eerste kerstdag de vader van Boudewijn een toefje slagroom op het toetje ziet wordt hij laaiend en schreeuwt : 'Ik heb gezegd geen feest, dus geen slagroom!'.
In hoofdstuk acht moet Boudewijn een lange tijd naar een inrichting in Brabant, "niet omdat ik gek was, maar omdat mijn ouders het gek vonden dat ik gek werd van hun huwelijksleven" (p.81). Hij beleeft daar een vreselijke tijd en mag daar praktisch niets. Het ergste vindt hij nog dat hij daar niet mag lezen. Na bijna een jaar mag hij weer naar huis. Daar krijgt hij erg last van zijn buik. De doktoren zeggen dat het niets ernstig is, maar later raakt hij in coma. Hij had last van een blindedarmontsteking, maar die is nu geknapt en het is een buikvliesontsteking geworden. Hij krijgt van zijn vader de mooiste dingen.
In het volgende hoofdstuk wordt verteld over Onkel Jobab, die in de Tweede Wereldoorlog is mishandeld en daardoor 'gek in zijn hoofd' is .
Vele jaren later, zijn ouders zijn intussen gescheiden, ontvangt Boudewijn een brief van zijn moeder. Die stuurt hem een kopie van een rouwkaart waarin staat dat zijn vader gestorven is. Hij rouwt erg om de dood van zijn vader (blz.128/129). Twee weken na zijn dood ontvangt hij een brief van zijn vader. Twintig vellen vol. De brief grijpt hem erg aan. Enkele zinnen neemt hij over, maar hij verbrandt de brief.
Hij hoort van een dokter dat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd.
Voordat zijn vader stierf is hij nog een keer naar hem toe geweest. Het wordt een emotioneel gesprek. Boudewijn vertelt dat hij homoseksueel is en een vrouw (Mieke) van hem in verwachting is. Haar vader wordt woedend.

Het tweede verhaal gaat over Boudewijn als vader, met zijn zoontje Micky. Ze gaan naar Artis, naar de oma van Boudewijn, op vakantie naar Italië. In Artis vraagt Micky Boudewijn de oren van zijn kop. Ze hebben een gezellige tijd samen en later wil hij hem terug brengen naar Mieke. Als Mieke daar bezopen op de bank ligt, zoals wel vaker, besluit Boudewijn dat Micky voorlopig maar bij hem moet wonen. Onderweg en thuis is Micky misselijk en ‘kotst’ alles onder.
Op een gegevenmoment gaat Boudewijn voor een paar dagen, naar Parijs met vrienden. De avond voordat hij naar Parijs gaat, spreekt hij voor het laatst met Micky, die ondertussen blijft logeren bij Gerda, een vriendin van Mieke: "Hij kraaide door de hoorn terug: 'Breng je iets voor me mee uit Parijs? Van Gerda mag ik nog een glas chocomel drinken voordat ik naar bed moet. Daaaag'. Ondanks dat Boudewijn tegen Gerda heeft gezegd dat ze Micky absoluut niet aan Mieke mee mag geven, doet ze dat toch. Als Micky bij Mieke is, knapt er iets in zijn hersenen en valt daarna van de trap. Hij ligt in coma. Als Boudewijn uit Parijs terugkomt hoort hij het verhaal, gaat naar Mieke en scheldt haar helemaal uit. Daarna gaat hij naar het ziekenhuis. De dokter legt hem uit dat het gezwel in zijn hoofd is geknapt. Hij vertelt ook dat zijn zoon eigenlijk dood is en dat het geen zin meer heeft om hem in leven te houden. Boudewijn besluit na veel nadenken en verdriet om de behandeling te stoppen. Hij heeft veel moeite met het verwerken van zijn verdriet. Hij besluit om Micky te laten cremeren. Hij kwelt zichzelf hier nog meer mee, hij wil dat er geen spoor meer van Micky op aarde blijft bestaan. Boudewijn wil in zijn eentje op de crematie zijn. Omdat Boudewijn gek is op de Rolling Stones, net als Micky, werd op de begrafenis het lievelingsnummer van Micky 'Out of time' gedraaid. Later, zes jaar na de dood van Micky, bezoekt hij het crematorium nog een keer om een artikel te schrijven. Hij beseft dan dat hij de dood van Micky nog steeds niet verwerkt heeft.

Af en toe schrijft hij best grof: “Ik neuk me suf”………….
“Dat raar wijf,”…………... (zijn oma)
Ook schold hij zijn vader uit voor “lul-de-behanger”.

Tijd:
Het verhaal is niet chronologisch verteld. De hoofdstukken van zijn jeugd en van wanneer hij ouder is lopen door elkaar heen. De schrijver heeft een aantal keren gebruik gemaakt van een tijdverdichting.
Bijv:
1. Vader en moeder hadden besloten dat Boudewijn voor een lange tijd naar een inrichting in Brabant moest, "niet omdat ik gek was, maar omdat mijn ouders het gek vonden dat ik gek werd van hun huwelijksleven" (p.81).
2. Vele jaren later, zijn ouders zijn intussen gescheiden(P.102)

Soms van enkele maanden en een keer van een aantal jaren. De vertelde tijd is ongeveer rond de twintig jaar. Het grootste gedeelte van het boek speelt zich ongeveer in twee jaar af. Op het einde zijn er een aantal jaren verstreken.
De vertel tijd van de schrijver is: 195 pagina’s, onderverdeeld in tien hoofdstukken.



Handelingen:

Titelverklaring:
De titel slaat op de kleine blonde zoon, Micky, van de hoofdpersoon, die later in het boek overlijdt aan een geknapt hersengezwel. Deze verklaring wordt voor het eerst genoemd wanneer Boudewijn, Mieke en Micky op vakantie in Italië zijn. Boudewijn en Mieke maken ruzie over het drankgebruik van Mieke. Boudewijn vertelt dat hij ‘s nachts vaak wakker schiet met de gedachte dat Mieke een auto-ongeluk krijgt, “en dan is die kleine blonde dood”. Mieke vindt dit een mooie titel voor een boek. ‘s Avonds schrijft Boudewijn in zijn dagboek: “Een kleine blonde dood”, later vervangt hij dit door: “De kleine blonde dood”.

Opbouw:
De schrijver gebruikt normale, niet te lange zinnen en wisselt stukken, die met zijn gevoel te maken hebben, af door af en toe een paar regeltjes dialogen ertussen te zetten, maar af en toe ook een paar bladzijden met heel veel korte dialogen. Bij elke dialoog wordt steeds wat toelichting gegeven.

Thema:
Er zijn verschillende onderwerpen in het verhaal aan de orde: oorlogstrauma, zelfmoord, homoseksualiteit, alcoholverslaving, en dood van een veel te vroeg gestorven jongen.
Maar het thema dat centraal staat is vader- zoon relatie. Dat wordt twee maal beschreven; de eerste vader- zoon relatie is tussen Boudewijn en zijn vader; de tweede is tussen Boudewijn en zijn zoon.

Motieven:
1 Oorlogstrauma’s: Van de vader en Onkel Jobab. Blz 8, 9, 34 ,91
2 Antisemitisme: de jodenhaat in de oorlog tegen vader Büch, moeder Montoua en alle andere joden. Blz 8, 9, 34
3 Zelfmoord: vader Büch probeert meerdere malen zelfmoord te plegen, als hij bij zijn vijfde vrouw woont slaagt hij erin. De oma van Boudewijn van zijn moeders kant probeert ook diverse malen zelfmoord te plegen, op de meest bizarre wijzen. Blz 44, 38, 98
4 Alcoholverslaving: vader Büch bedronk zich regelmatig. Ook Mieke heeft een drankprobleem. Boudewijn drinkt zelf ook best veel, maar beperkt zich vanwege Micky. Blz 29, 106, 166
5 Homoseksualiteit: Boudewijn was homoseksueel, ondanks zijn relatie met Mieke en Fleurette. 140 ( de enigste bladzijde)

Ruimte:
De belangrijkste ruimte waar het verhaal zich afspeelt is: de omgeving van Wassenaar rond Boudewijns ouderlijk huis. Voorschoten komt ook nog twee keer in het boek voor. Verder speelt het boek zich af in zijn woonplaats in Amsterdam, en de vakantie in Italie. Er lopen twee verhalen in een andere tijd door elkaar, de tijd waarin Boudewijn opgroeit thuis, en wanneer hij zelf een zoon heeft.
Het verhaal speelt zich tijdens de jeugd van Boudewijn af in een burgerlijke wijk. De mensen kennen elkaar en groeten vriendelijk. Er is geen sprake van grote rijkdom, wat waarschijnlijk komt omdat het verhaal zich vlak na de Tweede Wereldoorlog afspeelt.




Figuren:
Boudewijn is de hoofdpersoon. We maken hem mee als klein jongetje en als volwassen vader. In zijn jeugd is Boudewijn een rustig jongetje die, evenals de rest van het gezin, lijdt onder de tirannie van zijn vader. Als hij tien jaar is, wordt hij opgenomen in het gekkenhuis in Brabant. Ondanks alles houdt hij van zijn vader. Boudewijn voelt zich onzeker over zijn capaciteiten als opvoeder. Hij gedraagt zich vaak onverantwoordelijk. Desondanks neemt hij later het moedige besluit om Micky in huis te halen en uiteindelijk dood te laten gaan. Niet volledig gerepresenteerd.

Vader Büch:
Boudewijns vader heeft WO II overleefd en voelt zich schuldig, omdat zijn broers en zussen niet meer leven. Hij beschuldigt zijn gezin en mensen uit zijn directe omgeving. Zijn militaristische gedrag leidt tot een scheiding van zijn vrouw. Hij hertrouwt enkele malen, maar uiteindelijk pleegt hij toch zelfmoord. Eigenlijk is vader Büch een bijfiguur, maar we leren hem heel goed kennen. Blz 11,38. Niet volledig gerepresenteerd.

Moeder Büch:
De moeder van Boudewijn lijdt eveneens onder het gedrag van haar man. Ze probeert steeds de zaak te sussen, maar uiteindelijk wordt het huwelijk toch beëindigd. Blz 128 volledig gerepresenteerd.

Mieke:
Boudewijn heeft een relatie met deze veertien jaar oudere vrouw. Ze krijgen samen een zoon, maar door haar drankprobleem kan ze hem niet zelf opvoeden. Zelfs als Micky is overleden komt ze niet naar zijn crematie. want we leren haar niet echt goed kennen. Blz 27,29, volledig gerepresenteerd.

Micky:
Micky wordt geboren uit de relatie tussen Boudewijn en Mieke. Hij is een levendige en enthousiaste jongen en, evenals zijn vader, fan van Mick Jagger. Hij overlijdt op een vroege leeftijd. Hij heeft kort blond haar (vandaar de Kleine Blonde Dood) en blauwe ogen. Blz 27 volledig gerepresenteerd.

De oma van Boudewijn:
Ze is afkomstig uit Italië. Volgens Boudewijn kon ze altijd heel mooi vertellen. Hoe ouder ze echter wordt, des te meer dement. Ze slijt de laatste jaren van haar leven, vastgebonden in een psychiatrisch ziekenhuis waar ze zelfs haar eigen dochter niet herkent Blz 40, 41 volledig gerepresenteerd.

De broers van Boudewijn:
Ze zijn tamelijk vaag beschreven in het boek. Boudewijn heeft het soms is over een broertje. Wel is bekend dat hij vijf broers in totaal had, waarvan er twee waarschijnlijk ouder waren en drie jonger. Blz 14 volledig gerepresenteerd.

Fleurette:
Ze is een jongensachtige vrouw die geen bezwaar maakt tegen de seksuele voorkeur van Boudewijn. Samen met haar dochter woont ze een tijd samen met Boudewijn en Micky. Op een gegeven moment neemt ze toch weer de benen. Blz 27, volledig gerepresenteerd.

Onkel Jobab:
Hij is de enige levende familie (broer) van Rainer. Ook Onkel Jobab is verstrooid door de oorlog. Hij werkt als doodgraver in een psychiatrisch ziekenhuis. Blz 91 volledig gerepresenteerd

Perspectief:
Het boek 'De kleine blonde dood' is duidelijk geschreven in een ik-perspectief. Je zit als het ware de hele tijd in het lichaam van Boudewijn. Zowel met de belevenissen met zijn vader, als met zijn zoontje Micky kijk je door de ogen van Boudewijn. Hierdoor heeft het verhaal iets persoonlijks, je wordt er echt bij betrokken omdat je zelf alles meemaakt zoals de hoofdpersoon alles meemaakt.


Schrijver
Boudewijn Büch werd in 1948 geboren in Den Haag en groeide met zijn vijf broers - van wie vier ouder - op in Wassenaar. Op elfjarige leeftijd werd hij naar een jeugdpsychiatrische inrichting in Brabant gestuurd. Na een studie Nederlands, Duits
en filosofie debuteerde Büch in 1976 met de poëziebundel Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs. In 1981verscheen zijn eerste proza in boekvorm, De blauwe salon. In 1982 kwam een volgend poëziealbum Dood Kind, die erg goed ontvangen werd. Zijn
bekendheid steeg verder door zijn werk door de VPRO-radio en de VARA-televisie, waar hij vanaf 1984 een eigen televsieprogramma. In 1985 verscheen De kleine blonde dood, een aangrijpende roman die ook erg goed ontvangen. In de zomer van 1992 werd deze verfilmd door Jean van de Velde, met in de hoofdrol Antonie Kamerling.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.