
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.
1. Bibliografische gegevens.
Titel: Herinneringen van een bramzijgertje.
Auteur: Jan de Hartog
Illustrator: Mart Kempers.
Uitgeverij: Vereniging ter bevordering van de belangen des boekhandels commissie voor de collectieve propaganda van het Nederlandse boek.
Uitgave: Boekenweekgeschenk van 1967.
Aantal blz.: 153
Aantal hfdst.: 15
2. Informatie over de auteur.
Jan de Hartog is op 22 april 1914 geboren. Zijn vader (dr. A.H. de Hartog) was hoogleraar theologie en apologie van het Christendom aan de Universiteit van Amsterdam en Utrecht. En zijn moeder (mevrouw J.L.G. de Hartog-Meyjes) was schrijfster en specialiste op het gebied van de middeleeuwse mystiek.
Jan de Hartog is als tienjarig jongetje van huis weggelopen. Hij voer vervolgens als ‘bramzijgertje’ (zeuntje) bij de Zuiderzeevisserij (daar gaat het boek over). Daarna werd hij lichtmatroos op het hospitaalkerkschip ‘De hoop’ en halfmatroos bij de Stoomvaartmaatschappij ‘Oostzee’. Hij haalde daarna zijn Mulo-B diploma en ging daarna naar de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam, maar na drie maanden werd hij van school af gezet, omdat hij aantekeningen had gemaakt die door de officieren als ‘voorbereiding voor chantage’ werden uitgelegd. Aan de hand van deze aantekeningen schreef hij in 1936 het boek ‘Ave Caesar’. Voer, na een periode van praktijk in de zeevaart en later de zeesleepvaart, gedurende een jaar als stoker bij de Amsterdamse Havenpolitie, waarbij hij het avondgymnasium bezocht. Tijdens zijn nachtwachten op het IJ begon hij met het schrijven van korte verhalen (De geheimen van het IJ). Hij werd in 1938 door de N.V. Vereniging het Amsterdams Toneel uitgenodigd om als expert te adviseren bij de repetities van een zeemansstuk, hij bleef enkele jaren vrijwillig aan de vereniging verbonden. Als resultaat daarvan schreef hij in 1937 zijn eerste toneelstuk ‘De Ondergang van de Vrijheid’, dat in 1939 de van der vies-prijs verdiende. In 1938-1940 schreef hij ‘Hollands glorie’, dat in februari 1942 door de Duitsers werd verboden. In 1943 ontsnapte Jan de Hartog uit Nederland en bereikte na een avontuurlijke tocht van zes maanden tenslotte Engeland, waar hij tot het einde van de oorlog verbonden was aan de Regerings Voorlichtingsdienst. In 1945 werd in het Theatre Royal in Windsor zijn toneelstuk ‘Skipper next to God’ voor het eerst opgevoerd, met de schrijver in de3 hoofdrol. Het stuk werd uiteindelijk in 17 landen opgevoerd, in december 1947 in Nederland en in januari 1948 op Broadway. Sinds die tijd is hij vaak op zijn schip de ‘Rival’ in Engeland, Frankrijk en de V.S., met regelmatige bezoeken aan Nederland, dat hij als zijn Vaderland blijft beschouwen. In Houston en Texas was hij hoogleraar aan de Universiteit. En hij gaf 3 uur per week dramales. Hij heeft met zijn vrouw, Marjorie de Hartog-Mein, ook nog tweeëneenhalf jaar als vrijwilliger in het Jefferson Davis-hospitaal in Houston gewerkt. De situatie in dat ziekenhuis was heel slecht. Daarom schreef hij het boek ‘Het ziekenhuis’, wat in Amerika en Europa grote opwinding veroorzaakten. Hij liet zijn boot uit Nederland naar Amerika overbrengen en begon een zwerftocht door de rivieren begonnen. Tijdens deze omzwervingen heeft hij het boek ‘De Wateren van de Nieuwe Wereld’ geschreven. In 1943 werd Jan de Hartog door Koningin Wilhelmina onderscheiden met Het Kruis van Verdienste.In 1952 werd zijn toneelstuk ‘The Fourposter’ (Het hemelbed) bekroond met het “Antoinette Perry Memorial Award” als het beste toneelstuk op broadway van dat jaar. Ik 1953 werd hij door de Franse regering benoemd tot ‘Officier de l’Académie’.
3. Samenvatting van het boek.
Herinneringen van een bramzijgertje gaat over een deel van het leven van Jan de Hartog, tevens ook de auteur van het boek. Het boek begint als Jan tien jaar oud is en woont bij een pleegmoeder in Oosterdam. Dat was een klein gezellig dorpje aan de Zuiderzee. Hij en de andere jongens uit het dorp speelden vaak in de haven, ze speelden dan een strijd na tussen twee visserboten, een Oosterdammer en een Volendammer. Elke jongen droomden ervan dat hij ooit, op een Oosterdams schip, een bramzijgertje zou worden. Een bramzijgertje was een jongetje die op het schip meevoer en het schoon hield en het eten kookte enz. Zo was Jan op een avond met zijn ‘huisgenootjes’, die woonden bij dezelfde pleegmoeder, weer bij de haven aan het spelen. Toen viel de pet van Jaap in het water, Jan probeerde hem te pakken en viel toen in de haven. Toen hij weer aan land was besefte hij dat hij zo niet naar huis kon. Ze besloten dat hij zou in de haven blijven tot zijn kleren droog waren. Jaap en Bulle gingen naar huis.
Jan was in slaap gevallen, want opeens pakten twee stevige handen hem vast. Toen viel hij weer in slaap. Toen hij wakker werd was hij op het schip de OD 69, dat was het schip van de ijzeren vrijer, de twee knechten heetten Bonk en Krelis. Jan was bramzijgertje geworden op dat schip.
Hij moest ergens voor in het schip achter een luik slapen, daar sliep de kat, Murk, ook. Jan was heel erg zeeziek en het duurde vier dagen voordat dat over was.
Op zondag lagen alle boten van alle dorpjes in een haven, dat was de haven waarvoor de wind het gunstigste lag. Elke zondag gingen ze ook naar de kerk, en omdat bramzijgertjes eigenlijk verboden waren gingen ze apart van de andere bemanning naar de kerk. In de kerk zaten de bramzijgertjes ook apart. Ze gingen twee keer per zondag naar de kerk. Tussen de twee kerkdiensten in was het enige vrije uurtje wat de bramzijgertjes hadden. De bramzijgertjes speelden dan samen, maar de jongens die door de weeks een streek hadden uitgehaald werden in de mast gehangen. Dat waren de zogenaamde voorhangers.
Elk dorp had een andere naam voor de bramzijgertjes zoals: zeemuizen, bijlopertjes, slobbetjes en leemannetjes.
Soms werd er op zondagavond door een leugenaar een verhaal verteld. Een leugenaar is een verhalenverteller. Die avond werd er op de boot van Jan ook een leugenaar uitgenodigd. Hij vertelde een verzonnen en ongeloofwaardig verhaal, maar wel zo goed dat iedereen er toch heel geboeid naar luistert.
De volgende ochtend vertrokken ze weer. Jan was nu al drie weken aan boord van de OD 69, het schip van de ijzeren vrijer, maar het leek wel of het drie jaar was. Hij was in die tijd de vriend geworden van Krelis en de aartsvijand van Bonk geworden, Murk was ook bepaald geen vriend van Bonk, want hij liep altijd over zijn gezicht als hij sliep. Jan was een keer overboord gevallen in de haven van Enkhuizen en een keer in de mast gehesen.
Die nacht stormde het ontzettend en botsten ze op een Volendams schip, de VD 210, hun netten raakten in elkaar en om ze weer uit elkaar te halen moet een van de twee netten kapot. Het is dan de kunst om je eigen net heel te houden. De OD 69 ‘wint’ de strijd. Maar de schipper en Krelis zijn wel gewond geraakt. Jan had het nooit erg gevonden om niet naar huis te gaan maar nu wil hij maar een ding, naar huis. Ze gingen ook naar huis.
Jan had wel eens gehoord dat als een schipper nou eenmaal een bramzijgertje had, hem nooit meer zou laten gaan. Jan dacht, als ik me nou eens verstop en als we aan wal liggen kan ik zo ontsnappen. Hij verstopte zich, maar toen ze aangelegd hadden en Krelis hem aan het zoeken was stoten Krelis per ongeluk het luikje dicht en kon Jan er niet meer uit. Hij zat die nacht gevangen. Maar midden in de nacht kwam Murk eraan, hij kon van buitenaf het luikje opendoen, en toen kon Jan eruit. Hij ging toen meteen naar huis en vertelde alles wat hij had meegemaakt.
4. Analyse.
Jan de Hartog is de hoofdpersoon in het boek. Het boek gaat ook over zijn leven. Hij is een jongetje van tien jaar en van huis weggelopen. Hij woonde bij moeder Bruintjes, met nog twee andere jongens (Bulle en Jaap).
De ijzeren Vrijer (G.J.S. Fluiters) was de kapitein van de boot waar Jan op terechtkwam. Het was een grote en sterke man. Hij leek heel streng, maar hij was wel rechtvaardig en goed voor z’n bramzijgertje. Hij had een visserspet op z’n hoofd.
Krelis was de knecht van de ijzeren vrijer. Hij had ook een visserspet op z’n hoofd.
Bonk was het derde bemanningslid op het schip. Hij was een jaar of 15 oud. Hij had lichtblauwe ogen die ver uit elkaar stonden in een gezicht vol zomersproeten. Hij liet duidelijk merken dat hij belangrijker was dan de bramzijgertjes en hij kon het niet zo goed met Jan vinden.
Murk was de kat aan boord. Hij had geen staart en was in het midden kaal, waardoor het net leek of hij een broek en trui aan had. Zijn klauwen waren vuil en gebroken en gezwollen van het zout, zij zagen eruit als zwarte vingertjes. Hij zat ook dik onder de teer.
5. Overig.
Tijdsvolgorde: de tijdsvolgorde is chronologisch, er zitten wel een aantal herinneringen in maar geen flashbacks. Het boek speelt zich in ongeveer drie weken af.
Thema: het boek gaat over het leven van Jan de Hartog als bramzijgertje.
Waarom het boek zo heet: het boek heet zo omdat het over de herinneringen gaat die Jan de Hartog aan zijn tijd als bramzijgertje had.
Taalgebruik: in het boek worden veel lange zinnen en komma’s gebruikt. Het boek is in de ik vorm geschreven, dus er staan veel zinnen als, ik begon te vermoeden. Er staan ook vaak dingen die mensen echt zeggen, zoals ‘Nee’, zei hij.
Eigen mening: ik vond het in het begin een saai boek, maar later vond ik het wel interessant. Ik had nog nooit een boek gelezen wat over het leven van één bepaalde persoon gaat.
Bronnen: Het boek zelf.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.