Boekverslag Boudewijn Büch

Het dolhuis

1 2 3 [4] 5 6 7 8 9 10 11 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem

Niveau:

4VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2765

Opvragingen:

13

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (23 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Boudewijn Büch

Laatst gewijzigd op 2 juni 2003

ZAKELIJKE GEGEVENS:

Naam auteur: Boudewijn Büch
Titel: Het Dolhuis
Druk: 15e
Uitgever, plaats, jaar: De Arbeiderspers, Amsterdam, 1994
Jaar van eerste druk: 1987
Aantal pagina’s: 186
Motto’s:
‘Krankzinnigheid is een ziekte, waarbij de werkzaamheid van geest en gemoed, gewoonlijk zonder koorts, zoodanig belemmerd is, dat de lijder, in meerdere of mindere mate beroofd van het vrije gebruik van rede, verstand en wil, verkeerd spreekt en verkeerd handelt’
'Kind (Infans), das menschliche Individuum von seiner Geburt an bis zum Eintritt der geschlechtlichen Entwichklung.'
'Niets werd er voor hogere wijsheid gehouden dan het streven god te dienen. Daamaan moest, van de vroege ochtend tot de vroege avond, alles ondergeschikt worden gemaakt.'

TITELVERKLARING:

De titel ‘Het Dolhuis’ heeft te maken met het gekkenhuis waar Winkler een gedeelte van zijn jeugd in doorbrengt. ‘Dolhuis’ is eigenlijk een synoniem voor ‘gekkenhuis’. De diepere betekenis van de titel is waarschijnlijk dat Huize Kindervrede Winkler juist gek maakt. ‘Dol’ staat in ‘Dolhuis’ voor de absurde dingen die Winkler er meemaakt.

MOTIVATIE:

Ik heb dit boek 5 of 6 jaar geleden een keer gelezen en toen ik laatst een boek moest uitzoeken voor mijn boekverslag Nederlands kwam ik dit boek tegen en ik wist dat ik het al een keer gelezen had en dat ik er toen niet veel van had begrepen. Daarom heb ik het nu nog een keer gelezen omdat ik niet meer wist waar het echt over ging en om te kijken of ik het nu wel zou begrijpen.

SAMENVATTING:

Winkler Brockhaus is een jongetje van negen jaar en woont in Den Haag. Hij is een vrolijke jongen, die heel veel praat, en daardoor af en toe een beetje nerveus overkomt. Hij kan goed opschieten met de mensen die bij hem in huis wonen, zijn broers, zijn ouders en mevrouw Sprong, een oude mevrouw. Met zijn vader heeft hij een aparte band. Toen ze op een dag gingen vissen bij de Zonnehoek, een natuurgebied in de buurt, hadden ze samen naakt tegen elkaar aan gelegen. Winkler dacht toen dat dat gewoon hoorde bij een normale relatie tussen vader en zoon.
Soms gaat hij ook op bezoek op de kamer van mevrouw Sprong, de grootste van het hele huis. In zijn jeugd wordt het Winkler nooit helemaal duidelijk wie mevrouw Sprong nou precies is. Hij weet wel dat hij het er goed naar zijn zin heeft als hij in haar kamer is, en zijn broers ook. Het is een soort toevluchtsoord voor hem als zijn ouders ruzie hebben. Soms komt mevrouw Sprong een lange tijd haar kamer niet uit. Meestal is dat omdat ze ruzie heeft gemaakt met de vader van Winkler.
Regelmatig hoort Winkler zijn vader tegen zijn moeder zeggen dat hij vindt dat Winkler naar een tehuis moet, omdat hij zo nerveus is. Winkler vindt zichzelf helemaal niet nerveus, hij praat alleen veel. Toch moet hij naar een gekkenhuis voor kinderen, Huize Kindervrede, wat in Brabant ligt. Winkler krijgt te horen dat hij naar een vakantiekolonie gaat als hij in de zomer met mevrouw Sprong in de trein stapt.
Al snel heeft hij door dat dit niet het geval is. Als hij aankomt bij Huize Kindervrede ziet hij een naargeestig gebouw. Eenmaal binnen wordt het er ook niet echt vrolijker op. Hij wordt ‘ontvangen’ door zuster Makela, een zeer strenge vrouw die hem meteen een klap geeft als hij zegt dat hij helemaal niet ziek is. Zuster Makela noemt Winkler steevast ‘patiëntje Brockhaus’ en geeft bevelen door Winkler aan te spreken met ‘we’, wat hem na een tijdje enorm irriteert.
Al snel heeft Winkler door dat er in dit huis een strak regime heerst. De kinderen mogen niet met elkaar praten en ze moeten vaak naar de kerk. In het begin van zijn verblijf valt het Winkler zwaar om weinig te praten en niet tegen de zusters in te gaan, maar na verloop van tijd leert hij dit snel af. Bij elke opmerking die de zusters niet bevalt krijgt hij een oorvijg.
Op een dag moet Winkler aardappels schillen met Tommie, een ander jongetje uit het gekkenhuis. Als de aardappels geschild zijn, moeten ze in de pan gegooid worden. Tommie laat zijn aardappelschilmesje vallen in de grote pan met kokend water en hij moet het met zijn blote handen eruit halen. Als hij over de rand buigt, valt hij in de pan en wordt gekookt. Zuster Makela geeft Winkler de schuld van het ongeluk, omdat hij volgens haar beter had moeten opletten. Winkler richt vervolgens de Tommie-club op, samen met de andere jongens. Ze zullen Tommie voortaan vereren als een heilige.
Winkler vraagt regelmatig aan zuster Makela of hij een brief aan zijn vader mag schrijven. Meestal mag het niet, en als het mag, dan wordt de brief streng gecensureerd door de zuster, zodat er een brief overblijft waar alleen maar onbenullige dingen instaan. Gesprekken die Winkler heeft met de psychiaters van het gekkenhuis leveren ook niets op. Zij zijn al net zo streng voor hem als zuster Makela. Ze willen vooral weten wat er gebeurde toen Winkler met zijn vader ging vissen. Op den duur beseft Winkler dat de psychiaters zijn relatie met zijn vader helemaal niet zo normaal vinden en hij besluit ze niets meer te vertellen. Op zijn laatste behandeluur met zijn psychiaters krijgt hij te horen dat hij in een paar dagen naar huis mag. Ze beschouwen hem absoluut niet als genezen, maar ze zeggen dat ze de ‘kronkeling in zijn hersens’ niet kunnen vinden en dat er genoeg andere patiëntjes zijn die hun hulp harder nodig hebben. Als Winkler het huis verlaat weigeren de psychiaters en zuster Makela hem een hand te geven of op welke manier dan ook hartelijkheid te tonen.
Tijdens zijn reis naar huis verbaast Winkler zich erover hoe vriendelijk en blij iedereen is. Dat is hij helemaal niet meer gewend. Thuis merkt Winkler al snel dat de relatie met zijn vader heel anders is geworden dan hij altijd geweest was. Waar zijn vader eerst altijd nog hartelijk en aardig tegen hem was, is hij nu onverschillig en ongeïnteresseerd. Ze doen helemaal geen leuke dingen meer samen en Winkler eet zelfs alleen omdat zijn moeder dat beter voor zijn rust vindt.
Als Winkler volwassen is geworden is hij een bekend en geslaagd aardrijkskundige geworden. Hij publiceert vaak in kranten en tijdschriften en verschijnt soms zelfs op tv. Het lukt hem alleen niet een geschikte vrouw te vinden. Hij heeft wel vaak vriendinnen, maar de meeste verlaten hem na verloop van tijd omdat ze genoeg hebben over zijn eindeloze gepraat over zijn verblijf in Huize Kindervrede. Als volwassene tobt Winkler nog steeds ontzettend over de reden van zijn verblijf en het heeft een slechte uitwerking op hem. Hij drinkt heel veel en hij is zwaar depressief. Hij heeft zelfs verschillende zelfmoordpogingen ondernomen.
Zijn vrienden worden ook een beetje moe van zijn gezeur over het verblijf in het gekkenhuis.
Winkler doet talloze pogingen om de nawerking van het verblijf in het tehuis kwijt te raken. Hij bezoekt verscheidene psychiaters en hij gaat op zoek naar het graf van Tommie. De dood speelt een grote rol in zijn leven, ook omdat hij altijd is blijven zitten met de dood van Tommie.
Als Winkler voor zijn beroep in Tunis is, krijgt hij te horen dat zijn vader is overleden. Hij gaat terug naar Nederland en ontmoet op de begrafenis mevrouw Sprong. Zij vertelt hem dat het hele dorp altijd geweten had over Winklers relatie met zijn vader. Later brengt hij een bezoek aan mevrouw Sprong, die ondertussen in een bejaardentehuis woont. Ze vertelt dat ze een relatie met zijn vader had, zelfs al voordat hij met Winklers moeder trouwde. Toen ze gingen verhuizen is mevrouw Sprong meeverhuisd, als huishoudster.
Ondertussen ging Winklers vader gewoon door met zijn relatie met mevrouw Sprong. Ze vertelt Winkler dat zijn vader alleen gelukkig kon zijn als hij anderen pijn kon doen.
Winkler brengt wel vaker bezoeken aan zijn moeder, alleen nu wil hij absoluut de waarheid boven tafel krijgen, iets wat hem eerder nog nooit gelukt is. Na veel aandringen vertelt zijn moeder dat zijn vader haar uit de prostitutie heeft gehaald toen ze vijftien was. Hij heeft haar verder gebruikt als haar persoonlijke privé-hoer. Ook mevrouw Sprong gebruikte hij voor zijn ziekelijke behoefte aan seks, en later ook Winkler. Ook zijn moeder vertelt dat zijn vader mensen gewoon gebruikte, en ze dumpte als hij geen behoefte meer aan ze had. Ze vertelt dat ze nooit bij hem is weggegaan omdat hij dan aan het hele dorp zou vertellen dat ze ooit hoer was geweest. Winkler Brockhaus gaat naar zijn vaste café en drinkt de hele nacht door.

DE PERSOONLIJKE REACTIE

Eerste persoonlijke reactie:

Het boek was voor mij erg interessant om te lezen omdat het gaat over psychische problemen bij een jong persoon ik heb namelijk nog nooit een boek over dit onderwerp gelezen. Interessant is ook dat in dit boek het verleden en het heden per hoofdstuk afgewisseld worden, zo kun je goed zien wat de gebeurtenissen uit het verleden tot stand hebben gebracht. In sommige stukken van het boek is het verhaal een beetje somber omdat de hoofdpersoon dan in een dip zit. Bijvoorbeeld door liefdesverdriet, problemen met zijn ouders of psychiaters. Hierdoor word het verhaal wel heel realistisch omdat in het echte leven ook niet alles rozengeur en maneschijn is. Er komen ook geen dingen in het boek voor die in het echt niet zouden kunnen of niet waarschijnlijk zijn. Hierdoor voel je je echt betrokken bij het verhaal en de personen, het verhaal is dus geloofwaardig. Door het lezen van het boek ben ik ook aan het denken gezet over bepaalde onderwerpen zoals seksueel misbruik en wat voor gevolgen dit kan hebben op een kind. Daarom is het ook zo goed dat je ook over Winkler leest als hij ouder is zodat je kunt zien wat seksueel misbruik teweeg kan brengen. Bij Winkler heeft seksueel misbruik namelijk vervelende gevolgen gehad in de rest van zijn leven zoals: moeite hebben om zich te binden, moeite hebben met het kunnen vertrouwen van andere mensen en zeer weinig contact met zijn ouders.

Uitgewerkte persoonlijke reactie:

Thema:

Het thema is incest.Winkler wordt als kind misbruikt door zijn vader. Hij weet niet dat dit ‘fout’ is en laat zijn vader zijn gang gaan. Omdat dit niet kan, stuurt zijn moeder hem naar een gekkenhuis. Anders komt het verhaal bij de politie terecht en kan zijn vader een straf verwachten. En hij wordt dus zonder dat hij weet waarom het gekkenhuis in gestuurd

Gebeurtenissen:

De gebeurtenis die het meest indruk op mij heeft gemaakt is dat Tommie dood is gegaan. Dit is eigenlijk ook een gebeurtenis die veel indruk op Winkler heeft gemaakt.
Tommie is ook een jongetje die in het gekkenhuis zat. Toen Winkler weer eens straf had moest hij Tommie helpen in de keuken met aardappels schillen. Tommie gooit dan elke keer de aardappelen in een kokend hete ketel. Een keer als hij de aardappelen er weer in gaat gooien is zijn aardappelschilmesje er ook in gevallen, hij moet dan met zijn blote hand er uit halen. Dan valt Tommie in de kokend hete ketel en wordt hij levend verbrand. Wanneer de zusters binnenkomen word Winkler beschuldigt van de dood van Tommie, terwijl Winkler er helemaal niets mee te maken had. Deze beschuldiging blijft hem zijn hele leven nog achtervolgen en Winkler blijft elke dag aan de dood denken.

Personages:

Ik vind de personages in dit boek erg goed en levendig beschreven. Ook op manier waarvan ik hou er word namelijk genoeg verteld om de personages te begrijpen maar niet alles zodat de personages toch nog interessant blijven. Ik zal de belangrijkste personages noemen en hier wat over vertellen.

Winkler Brockhaus:
Winkler wordt in een inrichting opgesloten hij heeft geen idee waarom. Volgens hem is er niks met hem aan de hand. Zijn ouders zeggen dat, dat is omdat hij een beetje nerveus en gespannen is. In de inrichting maakt hij een hele hoop mee. Ze zijn er heel streng en Winkler voelt zich er helemaal niet thuis. Winkler heeft altijd een 'goede' band met zijn vader gehad. Toen hij uit het tehuis kwam was deze band helemaal weg, dit komt omdat Winklers vader van zijn moeder niet meer alleen met Winkler in een ruimte zijn. Als Winkler ouder is krijgt hij veel last van zijn verleden. Hij blijft zich maar afvragen waarom hij naar de inrichting moest. Winkler is heel depressief en hij wil elke keer dood. Hij heeft wel wat vriendinnen gehad, maar die laten hem elke keer alleen achter.

Vader Brockhaus:
Dit is de vader van Winkler, hij is oversekst hij wil alles met iedereen en het haalt hem niet uit hoe en wanneer. Hij koestert verboden gevoelens voor zijn zoon. Nadat Winkler van het tehuis terug komt doet hij heel lullig tegen hem. Winkler weet niet waarom hij dat doet. De vader mag van de moeder niet meer met Winkler in een ruimte zijn, omdat de moeder denkt dat de vader weer verboden dingen met Winkler gaat doen.

Moeder Brockhaus:
Ze is een ongelukkige vrouw. Ze is ongelukkig getrouwd, maar wil niet van haar man scheiden omdat ze bang is dat hij dan gaat vertellen wat voor een werk zij vroeger gedaan heeft. Pas na lang aandringen vertelt de moeder wat er werkelijk aan de hand is, waarom Winkler na het tehuis moest enz.

Opbouw:

Het verhaal is heel makkelijk geschreven en goed te begrijpen het is alleen niet chronologisch verteld. Het boek is verdeeld in twee delen. Do ongenummerde hoofdstukken beschrijven afwisselend het verblijf van Winkler in het gekkenhuis en de volwassen Winkler. Het verhaal speelt zich af in de jaren 50. Het boek is niet spannend maar als je je net af gaat vragen hoe iets is gebeurd of wanneer iets eindigt, dan wordt het antwoord je meteen gegeven. Alles loopt makkelijk in elkaar over en is goed te volgen.

Taalgebruik:

Het taalgebruik is niet moeilijk om te begrijpen voor iemand van mij leeftijd, maar toen ik dit boek dus voor het eerst las was ik 11 jaar en voor die leeftijd is het taalgebruik en thema iets te lastig. Meer is er over het taalgebruik niet te vermelden. Gewoon duidelijk.

MOTTO:

‘Krankzinnigheid is een ziekte, waarbij de werkzaamheid van geest en gemoed, gewoonlijk zonder koorts, zoodanig belemmerd is, dat de lijder, in meerdere of mindere mate beroofd van het vrije gebruik van rede, verstand en wil, verkeerd spreekt en verkeerd handelt’
'Kind (Infans), das menschliche Individuum von seiner Geburt an bis zum Eintritt der geschlechtlichen Entwichklung.'
'Niets werd er voor hogere wijsheid gehouden dan het streven god te dienen. Daamaan moest, van de vroege ochtend tot de vroege avond, alles ondergeschikt worden gemaakt.'

Mottoverklaring:

De motto gaan over Winkler en over zijn vader. Het gaat erover dat hij 'gek' was en dat hij gek was. Ook zijn vader was eigenlijk ziek, eigenlijk was hij nog zieker dan Winkler, want Winkler was helemaal niet ziek. Ook moest Winkler elke keer naar de kerk, omdat ze in het gekkenhuis dachten dat God de enige was die hen nog kon helpen. Winkler was niet meer te helpen en daarom mocht hij naar huis.

PERSPECTIEF:

Het is een heel makkelijk boek en word in een ik-perspectief geschreven en alles wat je te weten moet komen, komt door de ogen van Winkler. Af en toe zijn er flash backs. En wordt er terug gekeken in het leven voordat hij naar het tehuis moest. Zijn hele verdere leven is beïnvloed door de gebeurtenissen in zijn jeugd.
Het taalgebruik is makkelijk te volgen. Er komen bijna geen moeilijke woorden en lange zinnen in voor. Er wordt geschreven zoals het is en er wordt er niet omheen gedraaid.

TIJD:

Het verhaal speelt zich af in Winklers jeugd, als hij een jaar of negen is, en sommige gedeelten een paar jaar later, als hij teruggekeerd is uit het gekkenhuis. Andere stukken spelen zich af als Winkler volwassen is, ongeveer een jaar of 35-40.
Het tijdverloop is in het begin van het boek op een bepaalde manier geordend. Na elk hoofdstuk wat zich afspeelt in zijn jeugd, komt er een hoofdstuk wat zich afspeelt als hij volwassen is. Later in het boek wordt deze volgorde niet meer gebruikt, en worden verschillende tijden uit Winklers leven willekeurig verteld. Het verhaal van Winkler’s jeugd speelt zich af in de jaren 50 dit is o.a. te merken aan de goedkope prijzen.

RUIMTE:

Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich af in Huize Kindervrede, het gekkenhuis waar Winkler in zit als kind. Alles is koud en kleurloos ingericht. De kamer van mevrouw Sprong is een andere ruimte waar Winkler af en toe komt.Winkler ziet deze kamer als een toevluchtsoord en hij voelt zich hier op zijn gemak. Behalve Huize Kindervrede en de kamer van mevrouw Sprong spelen ruimtes een kleine rol in dit boek.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.